Jan Wostyn

‘Ook “rolvervaging” kan een rol spelen in verdwijnen van vertrouwen in de instellingen’

Jan Wostyn Ondervoorzitter van Vista

‘Het vertrouwen van de Vlamingen in onze instellingen beperkt zich niet  tot het politieke domein alleen’, schrijft Jan Wostyn van Vista, die daarvoor twee grote oorzaken ziet.

Uit de laatste bevraging van Statistiek Vlaanderen naar het vertrouwen in de instellingen, bleek dat er 2 instellingen zijn waar een meerderheid van de Vlamingen “(heel) veel” vertrouwen in heeft: onderwijs en politie.  Tot zover het goede nieuws. Voor alle andere maatschappelijke instellingen blijkt slechts een minderheid van de Vlamingen “(heel) veel” vertrouwen te hebben. Volgende instellingen scoorden daarbij nog relatief goed: het leger (36%), werkgevers (36%), gerecht (34%) en de gemeentelijke administratie (31%).  Een stuk minder goed verging het de vakbonden (20%) en de pers (20%). Nog daaronder vinden we dan de andere administraties die we kennen: Vlaams (15%), federaal (14%) en provinciaal (14%). Op de volgende trede staan dan de parlementen en regeringen, zowel Vlaams als federaal met 12-13%. 

Helemaal onderaan bengelen tot slot de politieke partijen met amper 4% van de Vlamingen die “(heel) veel” vertrouwen blijken te hebben in deze instellingen.

Over de uitwassen van de particratie is de voorbije maanden al heel wat inkt gevloeid en dit probleem is intussen genoegzaam bekend.  Partijen worden overgefinancierd, de partijwerking is veel te gecentraliseerd, er is geen scheiding meer tussen partij, fractie en regering, en partijvoorzitters wanen zich bijgevolg almachtig. Uit de bovenstaande statistiek blijkt echter dat het vertrouwen van de Vlamingen in onze instellingen zich niet beperkt tot het politieke domein alleen. De regeringen, parlementen en partijen scoren weliswaar het slechtst van allemaal, maar ook de pers, vakbonden, werkgevers en administraties kunnen toch moeilijk tevreden zijn dat zij slechts bij een minderheid van de Vlamingen vertrouwen weten in te boezemen.

Over de oorzaken daarvan blijft het enigszins gissen. In de zoektocht naar verklaringen wordt soms gewezen op “normvervaging”. Wanneer instellingen geplaagd worden door schandalen, is het evident dat het vertrouwen van de burger een knauw krijgt. Het recente incident te veel met Veerle Heeren in Sint-Truiden zal daar ongetwijfeld het vertrouwen in de lokale administratie en de politiek in het algemeen geen goed gedaan hebben. Hetzelfde geldt ongetwijfeld ook wanneer mensen vernemen dat een politiecommissaris mogelijk 30.000 euro aan boetes in eigen zak heeft gestoken. Het vertrouwen in politie krijgt dan een deuk.

Er is mogelijk echter ook een andere oorzaak voor het algemeen beperkte vertrouwen van de Vlamingen in hun instellingen, en dat is de steeds groter wordende “rolvervaging”. De laatste decennia is het steeds moeilijker om nog te begrijpen wie nu eigenlijk welke rol speelt in onze samenleving. Daarvoor zie ik twee oorzaken. Enerzijds is er een gebrek aan “rolhygiëne” van de betrokken personen, anderzijds is er de invloed van sociale media die zorgt voor een eindeloze berichtenstroom, die de klassieke media met hun krantenberichten en TV-nieuwsitem volledig doorkruist en vaak ook overstemt.

Wat rolhygiëne betreft zien we dat dit vooral in het politieke domein te wensen over laat. Soms spreekt iemand als burgemeester, dan weer als partijvoorzitter, dan weer als parlementslid. De ene dag is iemand de BV-ster in een TV-show als zingend konijn, de volgende dag weer gewoon partijvoorzitter of zelfs spil van de politiek, maar in het weekend gewoon een feestende festivalganger. Een minister van Justitie wordt plots in New York gecast als “head of state” en noemt zichzelf “Blue leader” die de wereldwijde strijd tegen oceaanvervuiling gaat voeren, omdat hij toevallig ook bevoegd is voor de Noordzee. Een andere partijvoorzitter lijkt dan weer plots lid van de regering te zijn, terwijl een minister soms verschijnt op een persconferentie of betoging om protest aan te tekenen tegen zijn eigen regering. Geef toe, dat is behoorlijk verwarrend allemaal.

In Vlaanderen komt daar dan nog de warrige bevoegdhedenverdeling tussen de Vlaamse en federale regering bij. Omwille van hun asymmetrische samenstelling, bekampen deze regeringen elkaar eindeloos op ongeveer elk beleidsdomein dat de Vlamingen aanbelangt. Vaak weten politici zelf niet goed wie nu eigenlijk bevoegd is, laat staan dat de burger daar klaar zou in zien. Van de 5 Vlaamse partijen die vandaag beleid voeren, zijn er 3 die in de ene regering wél meedoen, maar in de andere dan weer noodgedwongen oppositie moeten voeren. Wie verwacht dat de burger vertrouwen kan putten uit zo´n onoverzichtelijke kakafonie, denkt beter twee keer na. 

Het gebrek aan rolhygiëne beperkt zich echter niet tot de politiek alleen. Ook in wetenschappelijke en journalistieke kringen zie je het fenomeen opduiken. Wat te denken van wetenschappers die het beleid adviseren maar op sociale media een strijd te voeren tegen al wat rechts of extreemrechts is? Of van journalisten die de ene dag factchecks maken en de volgende dag opiniestukken schrijven? Dat mag natuurlijk allemaal wel, maar het zorgt voor onnodige verwarring en ondermijnt de wetenschappelijk autoriteit bij mensen die er een andere politieke visie op nahouden.

Het gevolg is dan dat je een onoverzichtelijke potpourri krijgt van maatschappelijke figuren waarvan de eigenlijke rol in de ogen van de bevolking niet meer zeer duidelijk is. Zou dit een mogelijke verklaring kunnen zijn voor het algemeen zeer lage vertrouwen van de Vlamingen in hun instellingen? In de cijfers blijkt alvast dat de instellingen die een zeer duidelijke rol hebben en zich daartoe ook beperken, zoals onderwijs, politie en ook het leger, duidelijk meer vertrouwen krijgen dan de politieke partijen, die zich bij monde van de partijvoorzitters soms uitvoerende macht wanen, dan weer wetgevende macht, dan weer burgemeester van de belangrijkste stad van Vlaanderen of zelfs zingend podiumbeest of “influencer” op sociale media. Wie raakt daar finaal nog aan uit?

Mogelijk is het probleem van rolvervaging iets van alle tijden. We kennen in Vlaanderen niet voor niets het spreekwoord “schoenmaker blijf bij uw leest”. Misschien moet dit spreekwoord toch iets vaker in ere worden hersteld.  Zelfs in het oude China zei Confucius reeds: “Er wordt geregeerd wanneer de prins de rol van een prins speelt, de minister de rol van minister, de vader de rol van een vader en de zoon de rol van een zoon”. De tweede helft van die uitspraak getuigt natuurlijk nog van oude patriarchale en gendervaste denkbeelden uit een ver vervlogen verleden, maar het eerste deel zou perfect vandaag nog van toepassing kunnen zijn: “Er wordt geregeerd wanneer de partijvoorzitter de rol van een partijvoorzitter speelt, de minister de rol van een minister, en de volksvertegenwoordiger de rol van een volksvertegenwoordiger”.

Jan Wostyn is co-voorzitter van Vista.

Partner Content