Het Franstalige onderwijs gooit volgend schooljaar de kalender radicaal om. De zomervakantie wordt met anderhalve week ingekort en het schooljaar wordt opgedeeld in blokken van zeven lesweken, gestructureerd rond vier onderbrekingen van twee weken. De kerstvakantie blijft ongewijzigd, de allerheiligen- en krokuspauzes worden verdubbeld, en de paasvakantie maakt plaats voor twee lesvrije weken begin mei.

De Franse Gemeenschapsregering hoopt daarmee de kwaliteit van het lager en secundair onderwijs op te krikken. Lange zomervakanties leiden tot aanzienlijk leerverlies, vooral bij kinderen met een sociaal zwakke achtergrond. Ook in Vlaanderen flakkert het debat op. De verkorte zomervakantie is een van de 58 adviezen die de Commissie Beter Onderwijs eind oktober formuleerde. Maar een snelle beslissing wordt niet verwacht, want minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wil eerst het advies van de VLOR (onderwijsveld) en de SERV (sociale partners) inwinnen.

Chaos

De toeristische sector vreest de gevolgen van de asymmetrische vakantieregeling tussen de gemeenschappen. Vooral in Brussel, waar heel wat gezinnen kinderen in beide onderwijsnetten hebben, wordt chaos verwacht. Maar onderwijsexperts zijn nagenoeg unaniem over de pedagogische voordelen. Inkorten dus die zomervakantie, in het belang van de leerling en de Vlaamse onderwijskwaliteit?

Het is moeilijk om je echt te ontspannen als je een collectie gedroogde herfstbladeren moet aanleggen.

Zo simpel is het niet, meningen variëren naargelang van het perspectief. 'We hebben er in onze corona-enquête van mei naar gepeild', zegt Mauro Michielsen (16), voorzitter van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). 'De afwijzing was zeer groot, zelfs bij een verdiepende vraag waarbij we op de pedagogische voordelen wezen.' VSK plant een grootschalige scholierenenquête om zijn standpunt binnen de VLOR te onderbouwen. In afwachting kan Michielsen de terughoudendheid alvast duiden. 'Voor scholieren is de zomer echt vakantie, het enige moment waarop ze school helemaal kunnen vergeten. De vrees leeft dat ze tijdens de andere vrije periodes toch taken zullen meekrijgen. Het is moeilijk om je helemaal te ontspannen als je een collectie gedroogde herfstbladeren moet aanleggen. Maar er zijn nog andere bezwaren. Wat met de jeugdbeweging, zomerkampen, vakantiewerk? Dat wordt allemaal moeilijker te plannen.'

Zomerkampen

Uit een snelle peiling van de socialistische vakbond ACOD bleek dat 57 procent van de leerkrachten een kortere zomervakantie niet ziet zitten. De christelijke onderwijsbond COC werkt intussen aan een gedetailleerde peiling. 'Niet iedereen is overtuigd van de pedagogische winst', zegt secretaris-generaal Koen Van Kerkhoven. 'Als leerverlies zich vooral of zelfs uitsluitend bij sociaal zwakke leerlingen manifesteert, dan rijst de vraag of zo'n lineaire maatregel de beste is. Misschien is een aanpak op maat, denk bijvoorbeeld aan zomerklassen, wel efficiënter. De negatieve weerslag op het jeugdwerk is bovendien geen detail, want ook tijdens zomerkampen wordt leerwinst geboekt.'

Volgens Van Kerkhoven gaat het niet alleen om een pedagogische kwestie. 'Schooldirecties hebben feitelijk maar één maand zomervakantie. Gaan we daar nog eens de helft afdoen? En gaan we dan ook de termijnen herzien voor de beroepsprocedures tegen beslissingen van de klassenraad? In deze kwestie moeten we veel elementen afwegen.'

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Het Franstalige onderwijs gooit volgend schooljaar de kalender radicaal om. De zomervakantie wordt met anderhalve week ingekort en het schooljaar wordt opgedeeld in blokken van zeven lesweken, gestructureerd rond vier onderbrekingen van twee weken. De kerstvakantie blijft ongewijzigd, de allerheiligen- en krokuspauzes worden verdubbeld, en de paasvakantie maakt plaats voor twee lesvrije weken begin mei. De Franse Gemeenschapsregering hoopt daarmee de kwaliteit van het lager en secundair onderwijs op te krikken. Lange zomervakanties leiden tot aanzienlijk leerverlies, vooral bij kinderen met een sociaal zwakke achtergrond. Ook in Vlaanderen flakkert het debat op. De verkorte zomervakantie is een van de 58 adviezen die de Commissie Beter Onderwijs eind oktober formuleerde. Maar een snelle beslissing wordt niet verwacht, want minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wil eerst het advies van de VLOR (onderwijsveld) en de SERV (sociale partners) inwinnen. De toeristische sector vreest de gevolgen van de asymmetrische vakantieregeling tussen de gemeenschappen. Vooral in Brussel, waar heel wat gezinnen kinderen in beide onderwijsnetten hebben, wordt chaos verwacht. Maar onderwijsexperts zijn nagenoeg unaniem over de pedagogische voordelen. Inkorten dus die zomervakantie, in het belang van de leerling en de Vlaamse onderwijskwaliteit? Zo simpel is het niet, meningen variëren naargelang van het perspectief. 'We hebben er in onze corona-enquête van mei naar gepeild', zegt Mauro Michielsen (16), voorzitter van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). 'De afwijzing was zeer groot, zelfs bij een verdiepende vraag waarbij we op de pedagogische voordelen wezen.' VSK plant een grootschalige scholierenenquête om zijn standpunt binnen de VLOR te onderbouwen. In afwachting kan Michielsen de terughoudendheid alvast duiden. 'Voor scholieren is de zomer echt vakantie, het enige moment waarop ze school helemaal kunnen vergeten. De vrees leeft dat ze tijdens de andere vrije periodes toch taken zullen meekrijgen. Het is moeilijk om je helemaal te ontspannen als je een collectie gedroogde herfstbladeren moet aanleggen. Maar er zijn nog andere bezwaren. Wat met de jeugdbeweging, zomerkampen, vakantiewerk? Dat wordt allemaal moeilijker te plannen.' Uit een snelle peiling van de socialistische vakbond ACOD bleek dat 57 procent van de leerkrachten een kortere zomervakantie niet ziet zitten. De christelijke onderwijsbond COC werkt intussen aan een gedetailleerde peiling. 'Niet iedereen is overtuigd van de pedagogische winst', zegt secretaris-generaal Koen Van Kerkhoven. 'Als leerverlies zich vooral of zelfs uitsluitend bij sociaal zwakke leerlingen manifesteert, dan rijst de vraag of zo'n lineaire maatregel de beste is. Misschien is een aanpak op maat, denk bijvoorbeeld aan zomerklassen, wel efficiënter. De negatieve weerslag op het jeugdwerk is bovendien geen detail, want ook tijdens zomerkampen wordt leerwinst geboekt.' Volgens Van Kerkhoven gaat het niet alleen om een pedagogische kwestie. 'Schooldirecties hebben feitelijk maar één maand zomervakantie. Gaan we daar nog eens de helft afdoen? En gaan we dan ook de termijnen herzien voor de beroepsprocedures tegen beslissingen van de klassenraad? In deze kwestie moeten we veel elementen afwegen.'