Oud-generaal Middendorp linkt klimaatcrisis aan veiligheid: ‘Over 20 of 30 jaar moet een volledig duurzame defensie mogelijk zijn’

Tom Middendorp: ‘We noemen klimaatverandering een risk multiplier.’ © NO CANDY/LUMEN

De voormalige topgeneraal van de Nederlandse strijdkrachten Tom Middendorp heeft zich ontpopt tot een klimaatgeneraal. ‘Al te lang hebben we het verband tussen klimaatverandering en veiligheid veronachtzaamd,’ zegt hij, ‘en het is hoog tijd om daar iets aan te doen.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Het conflict in Oekraïne laat zien dat omgaan met de klimaatverandering een strijd is tussen korte- en langetermijnbelangen. Op korte termijn moeten we misschien een paar stappen terugzetten – nu even schaliegas winnen – maar ondertussen geeft de oorlog ook een enorme impuls aan de energietransitie. Iedereen voelt aan dat die nodig is om een verdere klimaatverandering tegen te gaan, maar ook om onze energieonafhankelijkheid te versnellen.’ Nee, juichen doet Tom Middendorp niet wanneer hij hoort dat energieleverancier Engie vijftien jaar lang miljarden kubieke meter Amerikaans schaliegas zal invoeren, maar panikeren doet hij evenmin. Het is soms geven en nemen, meent hij. Nu even meer vervuilen om daarna sneller van het gas af te zijn.

De EU en de NAVO hebben veel gedaan tegen de Somalische piraterij, maar dat is symptoombestrijding. Je treedt op tegen mensen die geen keuze meer hadden.

De groene generaal, zo wordt Middendorp in Nederland genoemd sinds hij zes jaar geleden op vraag van de minister van Buitenlandse Zaken een voordracht gaf over het verband tussen klimaatverandering en defensie. Klimaatverandering zorgt voor spanningen tussen bevolkingsgroepen, legde hij uit. Want je krijgt langere droge periodes gevolgd door korte met heel veel regen en zo wordt landbouw in veel regio’s moeilijk. Mensen vluchten, of ze vallen in handen van de georganiseerde misdaad of terreurgroepen. Het gezag verkruimelt, er volgen burgeroorlogen en uiteindelijk moeten westerse missies de boel onder controle houden. We zagen het gebeuren in Afghanistan, Mali, Somalië en nog zoveel andere landen.

‘Ja, die voordracht zette heel wat in gang’, grinnikt Middendorp. ‘Het was volop verkiezingstijd en een aantal partijen en klimaatactivisten zagen er een poging van rechts in om de klimaatzaak te claimen. Want zo’n militair, dat moest wel een rechtse rakker zijn. Terwijl het voor mij niets met links of rechts te maken had. Maar ik had gelijk met mijn betoog, concludeerden media en factcheckers achteraf, er was geen speld tussen te krijgen. En dus kreeg ik die geuzennaam die ik sindsdien eervol draag.’

Middendorp is ook werkelijk een generaal. Toen hij in 2017 zijn militaire carrière afsloot had hij er vijf jaar als Commandant der Strijdkrachten opzitten, de hoogste militaire functie bij onze noorderburen. Doordat de rust wenkte, begon hij na te denken over de strijdmacht van de toekomst. En plots realiseerde hij zich dat een belangrijke factor steevast veronachtzaamd werd in de analyse van militaire operaties: het klimaat. ‘Dat inzicht kwam rijkelijk laat, aangezien ik al een paar decennia betrokken was bij buitenlandse missies en er meer dan twintig zelf had geleid. Maar als militair ben je dan vooral bezig met de problemen van dat moment. Je hebt gewoon andere, dringende zaken aan je hoofd.’

Er volgden voordrachten op militaire conferenties in München en het Canadese Halifax. Samen met een aantal gelijkgestemden richtte Middendorp in 2019 de International Military Council on Climate and Security (IMCCS) op, waarvan hij nog altijd voorzitter is. Nu is er ook een boek, Klimaatgeneraal. Het is een breed uitgewerkte versie geworden van zijn beruchte lezing, waarin Middendorp haarfijn uit de doeken doet hoe klimaat en defensie samenhangen en de weg toont naar een betere, klimaatneutrale veiligheid.

In de praktijk merkte Middendorp die samenhang voor het eerst op toen hij in 2009 Task Force-commandant was van de Nederlandse missie in Uruzgan, in Afghanistan. ‘We zaten in het weinig ontwikkelde zuiden van het land, het was alsof je door het Oude Testament loopt’, vertelt hij. ‘De hitte legde ons beperkingen op. Met je volledige bepakking lange patrouilles lopen is daar gewoon onmogelijk. Zelfs onze helikopters konden minder gewicht tillen. In het voorjaar heb je er een hele korte lente waarin het smeltwater uit de bergen komt en er heel veel regen valt. Dat leidt onmiddellijk tot overstromingen. Die duren een paar weken en daarna is er een groot watertekort. Vroeger bestonden er ondergrondse irrigatiestelsels. Maar die zijn grotendeels vernield door de Russen omdat verzetsstrijders ze ook als schuilgangen gebruikten.’

Tom Middendorp: ‘Over 20 of 30 jaar moet een volledig duurzame defensie mogelijk zijn.’
Tom Middendorp: ‘Over 20 of 30 jaar moet een volledig duurzame defensie mogelijk zijn.’ © Phil Nijhuis

‘De droogte is daardoor beter voelbaar en dat leidt onmiddellijk tot spanningen in de agrarische gemeenschappen die afhankelijk zijn van water voor het verbouwen van voedsel. Zo was er een dorp waar wij dagenlang om hadden gevochten tegen de taliban. Uiteindelijk konden we die verdrijven, maar de spanning bleef. We begrepen het niet. Tot we beseften dat die spanning met de verdeling van het water te maken had. We zijn dan gaan bemiddelen in de gesprekken en zo kwam er een verdeelsleutel waarin iedereen zich kon vinden. Daarna werd het er rustig. Vanaf dat moment kreeg de taliban er trouwens ook geen voet meer aan de grond.’

Extremisten als de taliban profiteren dus van de klimaatverandering?

Tom Middendorp: De woestijnen rukken op naar het zuiden en het noorden. Zelfs in Spanje wordt de droogte stilaan een probleem. Er ontstaat een groeiende strook rond de wereld die geteisterd wordt door toenemende onvruchtbaarheid. Steeds meer mensen komen daardoor zonder perspectief te zitten, wat voor frictie zorgt. Mensen migreren dan, eerst gewoon naar de steden, die heel snel groeien, en nadien ook naar de omliggende landen of naar Europa. Anderen blijven ter plekke en gaan voor het gemakkelijke geld dat hen aangeboden wordt door de georganiseerde criminaliteit en extremisten.

Landen als Mali worden daardoor smokkelaarsnesten en broedplaatsen voor extremisme. Veel van de smokkelroutes voor drugs, wapens en mensenhandel die bij ons belanden lopen via Mali, waar ze er grof geld aan verdienen. Dergelijke fragiele landen hebben vaak een zwak bestuur en zwakke overheidsdiensten en komen dan al snel in een negatieve spiraal terecht die tot conflicten kan leiden. Daarom noemen we klimaatverandering ook een risk multiplier.

Ook de Somalische piraterij is op die manier ontstaan, schrijft u.

Middendorp: Ja, die piraten zijn heus niet uit de lucht komen vallen. Zij zijn het gevolg van de toenemende droogte en van de overbevissing voor de Somalische kust. Buitenlandse vissersvloten wisten dat er praktisch geen centraal gezag meer was in het land en gingen dus vrij hun gang. Daar komt nog bij dat door de opwarming van die kustwateren bepaalde vissoorten weggetrokken zijn. De EU en de NAVO hebben veel gedaan tegen de piraterij, maar in feite is dat symptoombestrijding. Je treedt op tegen mensen die geen keuze meer hadden. Veel beter zou het dus zijn om ook de grondoorzaken aan te pakken, maar dat is in een land als Somalië natuurlijk aartsmoeilijk. Dat doe je niet louter militair. Zoiets veronderstelt samenwerking met diplomatie, ontwikkelingshulp, ngo’s en bedrijven die daar willen investeren. In NAVO-termen wordt dat een comprehensive approach genoemd. Defensie kan trainingsprogramma’s opzetten voor lokale veiligheidsdiensten zodat zij in extreme klimatologische omstandigheden hun werk kunnen doen. Het ministerie van Landbouw kan kennis over irrigatietechnieken aanbrengen en de boeren ondersteunen. Economische Zaken kan voor de financiële kant zorgen. Ontwikkelingssamenwerking kan natuurlijk ook bijdragen. Zo maak je een land weerbaarder.

Klinkt allemaal nogal groots, terwijl grote operaties toch meer kans op mislukken hebben?

Middendorp: Kleine initiatieven kunnen ook een groot verschil maken. Zo kwam ik in contact met iemand die een plan had om water uit woestijnlucht te halen. Via defensie heeft hij geld gekregen om dat plan uit te werken en een paar maanden geleden is hij met een klein apparaat voor de dag gekomen dat met een zonnepaneel per dag dertig liter water uit de woestijnlucht kan halen. Dat is genoeg voor een gezin, en een grote versie van het apparaat is zelfs goed voor een heel dorp. Zo kunnen mensen aan de slag blijven in de landbouw en hoeven ze niet te vluchten. Dat is dus een innovatie van defensie die daarna als een ontwikkelingstool gebruikt kan worden.

Vandaag wordt heel veel geld en moeite in de energietransitie gestoken. Als we hetzelfde doen voor voedsel en water is de kans groot dat we de klimaatcrisis het hoofd kunnen bieden.

En wat met het leger zelf? Dat is toch ook niet meteen klimaatvriendelijk, lijkt me?

Middendorp: Van alle overheidsdiensten is defensie in alle landen de grootste vervuiler. Meer dan 50 procent van de uitstoot van de overheid komt van defensie. Plaats je het Amerikaanse leger op de ranglijst van alle landen qua uitstoot, dan staat het op plek 56. Dat leger stoot dus meer uit dan het hele 57e land op die lijst. En dat terwijl groene technologie ook operationeel voordeel kan bieden. Als we een schip ontwikkelen dat veel meer zelfvoorzienend is, geeft dat niet alleen een ecologisch, maar ook een operationeel voordeel. Zo’n schip hoeft niet om de paar dagen een haven aan te doen om diesel in te slaan en is dus langer inzetbaar. Als we in Mali een compound bouwen die zelf water en energie genereert, dan hebben we geen enorme logistieke konvooien nodig. Die konvooien zijn het duurste deel van een missie en ook het kwetsbaarste deel. Ik denk dat we die met wel 80 procent kunnen reduceren door te innoveren op groene technologie.

En nog iets. Wat deed de VN-missie in Mali? Gigantische waterputten boren, met als gevolg dat de waterstand zakte en de bronnen in de omliggende dorpen droog kwamen te staan. Puur door je aanwezigheid heb je dus al een negatieve invloed op de bevolking die je wilt helpen. Als je met groene technologie zelfvoorzienend wordt, is het dus zowel goed voor jezelf als voor de anderen. Over twintig of dertig jaar moet een volledig duurzame defensie mogelijk zijn, schat ik.

Maar de fregatten die Nederland en België samen besteld hebben en die in 2028 geleverd worden varen nog wel gewoon op diesel?

Middendorp: Daar bestaat nog geen alternatief voor. Het Europees Defensiefonds is gericht op de ontwikkeling van toekomstig materieel. Het is bedoeld om tot meer samenwerking en Europese autonomie te komen. Het zou duurzaamheid als een eis kunnen inbouwen en zo zorgen dat het volgende schip dat we ontwikkelen wel zelfvoorzienend is.

Liggen er ook klimaatoorzaken aan de grond van de oorlog in Oekraïne?

Middendorp: Dat is een lastige, omdat ik natuurlijk niet in het hoofd van Vladimir Poetin kan kijken. Volgens mij wil hij de geschiedenis herschrijven en de NAVO en de EU buiten de deur houden. Daarin speelt het klimaat niet zo’n grote rol. Maar op de achtergrond speelt het natuurlijk wel mee, want de gevolgen van het conflict zijn groot, zeker voor de machtspositie van Rusland op langere termijn. De olie- en gasboycot zal het land pijn doen. Rusland is nu nog voor een groot deel afhankelijk van de inkomsten uit fossiele brandstoffen, en die zullen afnemen naarmate we energieonafhankelijker worden. Daarnaast wordt Rusland ook geconfronteerd met de temperatuurstijgingen. De hogere temperaturen tasten de landbouw aan omdat gronden uitdrogen. Bovendien smelt de permafrost in een groot noordelijk deel van het grondgebied, met alle ontwrichtende effecten van dien voor de daarop gebouwde infrastructuur en de daar levende gemeenschappen.

Tom Middendorp, Klimaatgeneraal, Bouwen aan weerbaarheid, Podium, 312 blz., 21,99 euro.
Tom Middendorp, Klimaatgeneraal, Bouwen aan weerbaarheid, Podium, 312 blz., 21,99 euro. © National

Ook de rest van de wereld zal trouwens de gevolgen voelen, bijvoorbeeld op het vlak van de voedselvoorziening. Oekraïne is de graanschuur van Europa en een groot deel van de wereld. De oogst van dit jaar dreigt verloren te gaan. Dat zal niet alleen tot grote prijsstijgingen leiden, maar ongetwijfeld ook tot hongersnood. We hebben dat al eerder gezien, voorafgaand aan de Arabische lente. Ook toen gingen oogsten om allerlei redenen niet door, ontstonden er voedselproblemen en schoten de prijzen pijlsnel de hoogte in, met een golf van instabiliteit en een vluchtelingencrisis tot gevolg. De oorlog in Oekraïne kan eenzelfde effect hebben.

Aan welke landen denkt u dan?

Middendorp: Dat is moeilijk exact te voorspellen, maar het gaat om landen die kwetsbaar zijn doordat ze veel voedsel moeten invoeren. In het verleden waren dat de Noord-Afrikaanse landen en een aantal uit het Midden-Oosten. Die blijven kwetsbaar. Ook enkele Europese landen zijn bijzonder afhankelijk van Oekraïens graan, maar die kunnen dat beter opvangen. Ik denk dat we het klimaatprobleem niet op zich moeten zien, maar wel in relatie tot andere problemen. Een daarvan is de groeiende wereldbevolking. Tegen het einde van deze eeuw leven er 11 miljard mensen op aarde die allemaal moeten eten en drinken en een smartphone op zak willen hebben. En dat terwijl we nu al te weinig grondstoffen hebben. Het gat tussen vraag en aanbod zal steeds groter worden en de klimaatverandering zal dat alleen maar precairder maken. Het vruchtbare oppervlak zal bijvoorbeeld afnemen. Er ontstaat dus steeds meer schaarste op de basisbehoeften van maatschappijen. Dat is volgens mij de grootste uitdaging van deze eeuw.

Wat wordt volgens u het grootste klimaatprobleem met mogelijke militaire gevolgen?

Middendorp: Er zijn vijf gebieden waar klimaatverandering tot onveiligheid gaat leiden, en allemaal hebben ze iets met water te maken. Er zijn de droge gebieden waar het we al over hadden. Daarnaast hebben we kustgebieden en rivierdelta’s die door de stijging van de zeespiegel meer overstromingen zullen meemaken. Zeker Bangladesh en Vietnam zijn heel kwetsbaar, die liggen op zeespiegelniveau en dreigen grotendeels onder het water te verdwijnen. Het zijn ook dichtbevolkte landen. Die bevolking moet dus verschuiven, maar je weet nu al dat ze bijna nergens naartoe kunnen. Dat India al een lange, hoge muur gebouwd heeft aan zijn grens met Bangladesh zegt voldoende.

Een derde gebied zijn de grote internationale rivieren die steeds vaker afgedamd worden waardoor sommige landen meer water voor zich proberen te houden. Een vierde zijn de steden. Wereldwijd groeien megasteden met meer inwoners dan België en Nederland samen in een hels tempo. Zeker in de middenstrook van de aarde, rond de evenaar, worden die steden bijna onleefbaar. En hoe voorzie je die van water en voedsel? De grootste concentratie van megasteden vind je langs de kust en de rivieren in Zuidoost-Azië. Daar zit ook alle industrie die water nodig heeft.

De noordpool is een vijfde precair gebied. Door het smelten van het ijs wordt het een bevaarbare route en zijn heel veel grondstoffen nu opeens bereikbaar. Daar ontstaat een nieuwe geopolitieke arena. De Chinezen hebben het bijvoorbeeld al over de arctische zijderoute. De Tibetaanse hoogvlakte bijvoorbeeld, in feite de derde poolkap van de aarde, heeft heel veel sneeuw en gletsjers. Vrijwel alle rivieren in Zuidoost-Azië ontspringen hier en voorzien 2 miljard mensen in de regio van drinkwater. Tegenwoordig smelt er meer sneeuw dan er bijkomt en verdwijnt die derde poolkap dus stilletjes. Het gevolg? De komende jaren zien we steeds meer overstromingen en grondverschuivingen door het smeltwater. Maar op langere termijn staat de watervoorziening van de hele regio op het spel. Daar wonen 2 miljard mensen en we gaan ervan uit dat het er tegen het einde van de eeuw 4 miljard worden. Je ziet de gevolgen nu al. China, Pakistan en India bouwen steeds meer dammen om water van elkaar af te snoepen. Als je weet dat die twee laatste landen zowat altijd op de rand van een oorlog staan, kan dat wel eens heel gevaarlijk worden.

Maar is het nog wel allemaal te voorkomen?

Middendorp: Nee, we kunnen de schade beperken, maar het idee dat we het allemaal nog kunnen tegenhouden is fictie. Ik heb al een paar klimaattoppen meegemaakt en was ook in Glasgow. Mensen zijn daar heel gericht op het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dat is natuurlijk keihard nodig, maar tegelijkertijd zegt het IPCC, het klimaatpanel van de VN, ook dat we een aantal tippingpoints aan het passeren zijn. We moeten ons ook aanpassen aan de veranderingen die er al zijn. Zeker als je de groei van de wereldbevolking en de eindigheid van de grondstoffen meeneemt in het plaatje, zie je dat we naar andere concepten van water- en voedselvoorziening en naar een bijna volledige circulariteit moeten. Daarvoor hebben we wetenschap en technologie nodig. Vandaag wordt heel veel geld en moeite in de energietransitie gestoken, en met resultaat. Wanneer we hetzelfde doen voor voedsel en water is de kans groot dat we erin slagen de klimaatcrisis het hoofd te bieden.

Tom Middendorp

– 1960: geboren in Nederland

– 1979: in dienst bij de Nederlandse landmacht en studeert techniek aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Bereikt uiteindelijk de rang van generaal

– 2006: als senior political advisor naar Afghanistan uitgezonden en plaatsvervangend ambassadeur van de NAVO. Coördineert daarna nog meer dan 20 buitenlandse missies

– 2012-2017: Commandant der Strijdkrachten, hoogste positie in het Nederlandse leger

– 2019: voorzitter van de mee door hem opgerichte International Military Council on Climate and Security

– Tijdens de coronacisis vraagt de Nederlandse overheid hem de logistieke operatie rond het opzetten van test- en vaccinatiedorpen te leiden

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content