Schud je bankier wakker: ‘Ook met je geld kun je betogen. Door duurzaam te beleggen’

© getty
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Om de omslag naar een klimaatvriendelijke samenleving te maken, zijn investeringen nodig in bedrijven, sectoren en mensen die daarbij helpen. ‘Door gericht en duurzaam te beleggen, kan je de wereld verbeteren’, menen Jasper Vekemans en Siem de Ruijter van de Duurzaam Beleggen Academy.

Op de fiets naar China vroeg Jasper Vekeman zich af wat voor journalist hij wilde zijn. Tot dan had hij financiële markten beschreven, winst- en verliescijfers van bedrijven geanalyseerd, over stijgende en dalende aandelenkoersen gerapporteerd. Hij had, kortom, expertise in geldzaken opgebouwd. Maar wat betekende dat in een wereld waarin ieder nieuw jaar zich als warmer en droger aankondigde dan het vorige? Waarin de ecologische en klimaatcrisis al de rest overschaduwt en waarin de omslag naar een klimaatvriendelijke wereld en economie beter vandaag dan morgen gebeurt?

‘Vrienden trokken naar Portugal om er een bioboerderij op te starten’, vertelt Vekeman op een terras aan het station in Leuven. De zon staat hoog, de hitte is zinderend en de stenen onder onze voeten stralen hun opgeslagen warmte uit. ‘Maar van boeren weet ik niets. Mijn expertise ligt in de financiële wereld. Ik kon al die opgebouwde kennis overboord gooien en van nul beginnen of ik kon er iets goeds mee doen. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat al het geld dat nu stroomt naar sectoren die mee de crisis veroorzaken, denk aan fossiele bedrijven, geïnvesteerd wordt in wat we wel nodig hebben? En hoe kan je daar als individu mee het verschil maken?’

Het is niet verstandig om duurzaam beleggen aan de kant te schuiven omdat het nog niet helemaal is wat het moet zijn. Het is veel zinvoller ervoor te zorgen dat duurzaam beleggen de norm wordt.

In het hoofd van Vekeman was het antwoord op die vragen redelijk rechtlijnig en eenvoudig. Door bewust met je geld om te springen en door duurzaam te beleggen. ‘Natuurlijk kende ik alle twijfels en bedenkingen over duurzaam beleggen, dat het nooit helemaal duurzaam is, dat het rendement te laag ligt, dat er veel greenwashing bij is. Het is belangrijk om kritisch te kijken naar wat men in de financiële wereld als duurzaam bestempelt, maar het is niet verstandig om duurzaam beleggen aan de kant te schuiven omdat het nog niet helemaal is wat het moet zijn. Het is veel zinvoller ervoor te zorgen dat duurzaam beleggen de norm wordt.’

Stranded assetts

Hij sprak erover met Siem de Ruijter, een van de pioniers van duurzaam beleggen in België. In de jaren 2000 werkte hij voor Bacob Bank dat zich toen profileerde op duurzaam beleggen, later werd hij docent, eerst aan de hogeschool Howest in Brugge, later aan de UCLL in Leuven. Hij leidt jonge mensen op tot financieel adviseur en legt zeer sterk de nadruk op duurzaam beleggen. ‘Als ze het van mij niet horen, horen ze het hoogstwaarschijnlijk nooit. Duurzaamheid weegt nog steeds te weinig door binnen de beleggingswereld en dat is om tal van redenen vreemd’, zegt hij. ‘We blijven het zien als iets aparts, als iets dat je eventueel ook kunt doen, terwijl ik denk: duurzaamheid gaat niet alleen over een betere wereld, het gaat over risico’s. Wie een beetje oplet, ziet nu al dat oliebedrijven met stranded assetts dreigen achter te blijven. Dan is het gewoon verstandig om er vroeger dan later uit te stappen.’

De Ruijter schreef eerder een boek over duurzaam beleggen, maar toen het coronavirus hem dwong online les te geven, verwerkte hij zijn cursus tot aparte modules. Was het omdat mensen plots tijd hadden? Omdat meer mensen voelen dat het anders moet en manieren zoeken om dat gevoel in daden om te zetten? De Ruijter weet het niet, maar plots kreeg hij vragen van ouders van zijn studenten. Of zij ook zijn cursus duurzaam beleggen online konden volgen?

‘Dat heeft de doorslag gegeven’, vertelt De Ruijter. ‘Jasper en ik speelden al met het idee lessen voor een breed publiek op te zetten over duurzaam beleggen. Corona heeft ons een duw in de rug gegeven. In mei van dit jaar hebben we officieel de Duurzaam Beleggen Academy gelanceerd.’ Voor 125 euro wijden De Ruijter en Vekeman zowel de leek als de doorgewinterde belegger op eigen ritme in in de valkuilen maar vooral kansen en mogelijkheden om geld te gebruiken om een positief verschil te maken. En daarvoor, benadrukken Vekeman en De Ruijter, heb je niet eens zo veel geld nodig.

‘Weet dat je een pensioenspaarfonds makkelijk kan overdragen van de ene bank naar de andere.’
Brave belgen

‘Dat is alvast het eerste vooroordeel dat we uit de weg ruimen’, zegt Vekeman. ‘Dat je rijk moet zijn om te beleggen. Met vijftig euro per maand kan je perfect beginnen. Bovendien beleggen mensen vaak zonder dat ze het zelf beseffen.’

Het klinkt vreemd en onbegrijpelijk, maar op een lezing over duurzaam beleggen van Vekeman en De Ruijter op het klimaatfestival van Wevelgem eind mei, kan ik dat laatste zelf vaststellen.

Op de vraag ‘wie belegt hier zijn geld?’ steekt een enkeling in het publiek de hand op. ‘Wie doet er aan pensioensparen?’, luidt de vervolgvraag van Vekeman. Nu gaan ongeveer alle handen de lucht in. ‘Pensioensparen is beleggen’, verduidelijkt Vekeman. Gemompel en geschuifel. Mocht inzicht een bliksemflits zijn, dan zou de zaal hier kortstondig overbelicht zijn.

‘We zouden graag de hard core belegger bereiken, die willen we echt overtuigen’, had De Ruijter me vooraf uitgelegd. ‘Voorlopig vinden we vooral aansluiting bij mensen die duurzaamheid belangrijk vinden, maar niet zo veel weten over geld. Ook dat is een interessante groep.’ Het is duidelijk deze laatste die in Wevelgem in de zaal zit en Vekeman en De Ruijter hebben duidelijk hun aandacht, want, leggen ze uit, omdat pensioensparen investeren op lange termijn is, is het uitermate geschikt als duurzaam beleggingsmechanisme. ‘Een no-brainer’, noemt De Ruijter het.

‘Een van de klassieke kritieken op duurzaam beleggen is dat het rendement op korte termijn minder hoog is, maar we weten dat op de lange termijn duurzaam beleggen net meer opbrengt’, vertelt De Ruijter. ‘Dat is ook logisch. Welke bedrijven doen het morgen goed? Dat zijn bedrijven die oplossingen hebben, die de transitie versnellen in plaats van vertragen, daarin kan je als pensioenspaarder maar beter beleggen, want die bedrijven zullen er nog zijn als je je gespaarde geld wil opnemen.’ Opnieuw richten beide heren zich tot de zaal. Wiens pensioenfonds duurzaam is, willen ze weten. Het blijft stil. ‘Stel die vraag aan je bank’, raden ze het publiek aan. ‘Wij Belgen zijn heel braaf, we storten veertig jaar lang een bedrag, maar hoe diep zit dat fonds nog in de fossiele sector? Weet dat je een pensioenspaarfonds makkelijk kan overdragen van de ene bank naar de andere. En vooral: door de vraag te stellen, schud je je bankier wakker en maak je hem duidelijk dat je met je geld niet langer wil bijdragen aan het probleem, wel aan de oplossing.’ In de zaal wordt druk genoteerd. Al gaat er ook aarzelend een hand omhoog. ‘Hoe duurzaam is de duurzaam in duurzaam beleggen?’, wil een vrouw weten.

Geld als middel

Vekeman en De Ruijter tonen een slide waarop ze de verschillende tot nu aangewende strategieën uitleggen. Elk met hun accenten, zwakke en sterke kanten. Fondsen kunnen ervoor kiezen sectoren als tabak, wapens, fossiele brandstoffen uit te sluiten, ze kunnen opteren voor wat heet ‘best in class’, waarbij je enkel investeert in de bedrijven die het hoogste scoren voor sociale, ecologisch en bedrijfsmatige aspecten – de zogenaamde ESG-score – of ze kunnen kijken naar impact. Sommige duurzame strategieën laten daardoor inderdaad toe dat je in de zogenaamd beste oliebedrijven belegt. ‘De meeste fondsen combineren een aantal strategieën’, verduidelijkt De Ruijter, ‘en dan is het aan jou om te bepalen wat je belangrijk vindt.’

We weten dat de rijkste tien procent op deze planeet verantwoordelijk is voor vijftig procent van de uitstoot. De doorsnee Vlaming hoort bij die tien procent. Dan kan je toch beter proberen een positieve impact te hebben met je geld?

‘Wil je in de twintig beste bedrijven investeren of in de bedrijven die de komende twintig jaar voor de verandering zullen zorgen? Met je geld kan je beslissen wat er ondersteund wordt, wat er een kans krijgt.’

‘Je moet geld als middel zien’, gaat Vekeman verder. ‘Hoe meer geld iemand heeft, hoe meer impact, positief of negatief. We weten dat de rijkste tien procent op deze planeet verantwoordelijk is voor vijftig procent van de uitstoot. De doorsnee Vlaming hoort bij die tien procent. Dan kan je toch beter proberen een positieve impact te hebben met je geld?’

En toch, loop je niet het risico dat het hier over druppels op een hete plaat gaat? Kan een groeiend aantal duurzame beleggers wel opwegen tegen de miljarden aan subsidiegeld dat nog steeds naar de fossiele industrie vloeit? Is er niet meer nodig?

‘Natuurlijk’, geeft De Ruijter grif toe. ‘De lat moet overal hoger. Binnen de financiële wereld, binnen de politiek, duurzaamheid moet op alle vlakken de standaard worden. Daarvoor is meer nodig dan een mens die zijn gedrag aanpast. Er zijn structurele veranderingen nodig om de uitstoot drastisch te verminderen.’

‘Anderzijds pleit dat je niet vrij om zelf niet te doen wat kan’, gaat Vekeman verder. ‘Ik heb geen auto, ik eet minder vlees en duurzaam beleggen hoort daar gewoon bij. Het is een signaal. Ooit heb ik een mooi concept gehoord. De ecologische handafdruk. Het is het effect dat je hebt op jouw omgeving. Als je met vrienden, collega’s, om het even wie praat over pakweg duurzaam beleggen, dan zet je iets in beweging. We focussen nogal gretig op de Trumps van deze wereld, maar onderliggend gebeurt er zo veel. Mensen die vernieuwende bedrijven oprichten, die voluit voor de verandering gaan. Is het voldoende? Zal het op tijd zijn? Dat weet ik niet. Maar ik kijk er liever positief naar door te zeggen: nee, dit is geen zinloze oefening en iedereen kan het verschil maken. Zelfs met je geld kan je ten slotte betogen. Door anders te beleggen.’