Klimatologe Nicole van Lipzig: ‘De spectaculaire daling van de kostprijs van zonne-energie is erg hoopgevend’

© getty images

Het is verre van zeker dat we het streefdoel van Parijs halen. Toch houdt de Leuvense professor geografie en klimaatexpert Nicole van Lipzig er de moed in. De transitie is goed en wel ingezet, en met het duo wetenschap en technologie heeft de klimaatzaak machtige bondgenoten. ‘Ik geloof in nudging, het is niet mijn stijl met het opgeheven vingertje te zwaaien’.

De voorbije maanden viel er niet veel opbeurend klimaatnieuws te rapen. Hitterecords, ongekende droogtes, bijbelse watersnood, de extreme weerfenomenen volgden elkaar in sneltempo en verspreid over de hele aardbol op. Weinig geruststellend was ook het rapport ‘Mitigation of Climate Change’ dat het IPCC begin april publiceerde.

De uitstoot van broeikasgassen is tussen 2010 en 2019 blijven toenemen, zo blijkt intussen onomstotelijk uit alle data. De kans om de opwarming onder 1,5 graden te houden, is daarmee bijna verkeken. Alleen een versnelde, globale uitrol van doortastende klimaatoplossingen kan dit streefdoel, vooropgesteld in het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015, nog redden. Helaas, de dringende oproep aan de wereldleiders ging goeddeels verloren in het kanonnengebulder van de Oekraïense oorlog.

De bewustwording is intussen algemeen, het klinkt nu wel erg exotisch als je de klimaatproblematiek nog ontkent of minimaliseert.

En toch weigert klimaatwetenschapper Nicole van Lipzig toe te geven aan het om zich heen grijpende defaitisme. We spreken haar op een terras aan het stationsplein in Leuven, de stad waar ze in 2005 na academische omzwervingen langs Eindhoven, Utrecht, Cambridge en München aanbelandde. Van Lipzig, die aan de KU Leuven klimatologie, geoprocessing en klimaatmodellering doceert, geldt als een specialist in klimaatextremen, stadsklimaat en windenergie. ‘Er is veel ten goede veranderd in de dertig jaar dat ik me in de klimaatproblematiek verdiep’’, steekt ze met een positieve noot van wal. ‘Halfweg de jaren negentig werd ik tijdens publieke lezingen met ongeloof en scepsis geconfronteerd, ondanks de grote consensus die er ook toen al in wetenschappelijke kringen leefde over de klimaatopwarming en de menselijke rol daarin. Dat punt zijn we al lang voorbij, mede dank zij Al Gore, want het belang van An Inconvenient Truth uit 2006 kan niet worden overschat. De bewustwording is intussen algemeen, het klinkt nu wel erg exotisch als je de klimaatproblematiek nog ontkent of minimaliseert’.

Ondanks die bewustwording blijft de uitstoot van broeikasgassen maar stijgen. Lijdt de mensheid collectief aan cognitieve dissonantie? We weten met zijn allen hoe erg het is en wat er dient te gebeuren om het tij te keren, maar we doen alsof we het niet zien omdat we ons consumptiegedrag niet willen veranderen?

Van Lipzig: Misschien is dat wel een correcte omschrijving, collectieve cognitieve dissonantie. Maar ik ben voorzichtig met de schuldvraag, het is niet mijn stijl om met het opgeheven vingertje te zwaaien. Wat zit je daar weer steak te eten? Hoezo, je bent met de auto naar de lezing gekomen? Dat soort verwijten zul je mij niet horen maken, want dat werkt vooral contraproductief. Ik geloof meer in nudging, subtiel aanporren door zelf het goede voorbeeld te geven. Als ik een etentje organiseer, zorg ik er steeds voor dat er een vegetarisch aanbod op tafel komt.

Nicole van Lipzig

Is nudging niet al te vrijblijvend? Met gedragsverandering alleen gaan we de klimaatcrisis niet bezweren.

Van Lipzig: Klopt, maar de impact is wel reëel, dat hebben we gezien tijdens de coronacrisis. De pandemie heeft geleid tot een emissiereductie, de schattingen variëren tussen de 9 en de 17 procent. Dat effect is goeddeels te wijten aan gedragsverandering, denk aan onze consumptie maar ook aan onze mobiliteit. Natuurlijk volstaat dat niet, de strijd tegen klimaatopwarming is een verhaal van heel en’s. Het allerbelangrijkst zijn de beslissingen die op het hoogste niveau worden genomen, door politici en andere leidende figuren die onze economie en industrie aansturen. Maar ook technologie is cruciaal, daar verwacht ik erg veel van.

We staan voor een omslagpunt in de curve, de bocht naar de elektrificatie van onze economie in nu echt wel genomen.

Kunt u daar concreet over worden? Op welke technologie of innovaties steunen die verwachtingen?

 Van Lipzig: Ook dat is weer een en-en-verhaal. Maar als ik een voorbeeld moet geven: de spectaculaire daling van de kostprijs van zonne-energie vind ik erg hoopgevend. Dat de prijs van zonnestroom met liefst 90 procent zou zakken, dat had tien jaar geleden niemand durven voorspellen. Het is natuurlijk vervelend dat je intussen een half jaar moet wachten op een nieuwe installatie, maar in feite is dat goed nieuws, want het illustreert hoe massaal er in zonne-energie wordt geïnvesteerd. Met onshore wind gebeurt ongeveer hetzelfde, de elektriciteitskost is de voorbije jaren met zo’n 70 procent gedaald. We staan voor een omslagpunt in de curve, de bocht naar de elektrificatie van onze economie in nu echt wel genomen. De doorbraak van de lithiumbatterij speelt daar eveneens een grote rol in.

Is dat onverdeeld goed nieuws? De technologische “fix” voor de klimaattransitie vergt ontzettend veel lithium en andere grondstoffen. De mijnbouw die daaraan te pas komt, is vervuilend en gaat vaak ten koste van lokale gemeenschappen…

Van Lipzig: Tijdens publieke lezingen krijg ik veel vragen over de duurzaamheid van de transitie. Kijk, zonder grondstoffen kunnen er natuurlijk geen lithiumbatterijen worden geproduceerd. Het komt er dus op aan de mijnbouw zo optimaal mogelijk te organiseren, met een minimum aan impact op het milieu, en in dialoog met lokale gemeenschappen. Verder is het belangrijk om de grondstoffen te hergebruiken en onderzoek te blijven voeren naar alternatieve, minder milieubelastende materialen. Intrinsiek echter blijft de doorbraak in de batterijtechnologie een positief verhaal.

Grote industriële uitstoters zien in het afvangen en stockeren van CO2 de manier om hun productie op de oude leest voort te zetten. Niet iedereen is overtuigd van de haalbaarheid, sceptici spreken van een eeuwige belofte zoals kernfusie dat al vijftig jaar is. Verwacht u veel van Carbon Capture and Storage, ofte CCS?

Van Lipzig: Ik ben geen expert ter zake, maar het potentieel is veelbelovend. Technologische innovatie is altijd een verhaal van vallen en opstaan. Misschien blijkt het een dood spoor, maar we moeten de mogelijkheden van CO2-opslag alleszins grondig onderzoeken. Je mag er niet alles op inzetten, CCS is per definitie een remediërende technologie die zich bovendien nog niet op grote schaal heeft bewezen. De beste uitstoot is diegene die er niet is. Transitie naar duurzame energie blijft dus prioriteit nummer één, maar CCS kan nuttig zijn voor de CO2 die je sowieso moet uitstoten.

Als straks de nieuwe Prinses Elisabethzone voor de Belgische kust wordt ontwikkeld, dan kan dat een negatieve impact hebben op het reeds operationele, naburige windpark van Borssele voor de kust van Zeeland.

U bent wel een expert inzake windenergie. Welke bijdrage kunt u daar als klimatoloog leveren?

Van Lipzig: Ik onderzoek samen met Johan Meyers, professor mechanica in Leuven, de rol invloed van de atmosfeer op offshore windparken. Dat heeft belang, want windparken op zee beslaan een grote oppervlakte waar een soort microklimaat heerst. Als straks de nieuwe Prinses Elisabethzone voor de Belgische kust wordt ontwikkeld, dan kan dat een negatieve impact hebben op het reeds operationele, naburige windpark van Borssele voor de kust van Zeeland. Het goed in kaart brengen van deze effecten is essentieel en wellicht kan de impact worden beperkt door windmolens niet altijd te laten draaien of hun inplanting en de hoogte aan te passen. Door de inplanting en de hoogte van de molens aan te passen, hopen we die impact zoveel mogelijk te beperken.

Een park van windturbines op de Belgische Noordzee © Belga

Een van uw andere specialiteiten is stedelijke microklimaten, ook in de letterlijk zin een hot topic na de voorbije, verschroeiende zomer. In West-Europa valt het nog relatief goed mee, maar in warmere klimaatzones dreigen vele steden onleefbaar te worden. Hoe ernstig is de situatie?

Op de school van mijn dochter wordt de speelplaats onthard. Zulke initiatieven stemmen me hoopvol. Op zichzelf stelt het weinig voor, maar de voorbeeldrol heeft een multiplicatoreffect. Dat is de kracht van nudging.

Van Lipzig: Het is een belangrijke problematiek, want steden spelen een grote rol in de klimaattransitie. Uit onderzoek blijkt dat de ecologische voetafdruk van stedelingen veel kleiner is dan van wie buiten de stad woont. Dat klinkt misschien contra-intuïtief, maar je moet onder meer rekening houden met het verschil in ruimtelijk beslag. Tegelijkertijd zijn steden hitte-eilanden die de inwoners extra blootstellen aan de gevolgen van de klimaatopwarming. Positief is dat het probleem erkend wordt, en dat er steeds meer onderzoek naar wordt verricht. Steden zoals Leuven en Mechelen nemen het voortouw, vooral met hun drastische mobiliteitsplannen. Ook groenvoorziening is belangrijk, in New York wordt bijvoorbeeld nagedacht over nieuwe parken die zowel dienen voor recreatie als voor het bufferen van water bij overstromingen die door de klimaatopwarming steeds vaker zullen voorkomen. Maar ook kleine maatregelen helpen de zaak vooruit. Op de school van mijn dochter wordt de speelplaats onthard. Zulke initiatieven stemmen me hoopvol. Op zichzelf stelt het weinig voor, maar de voorbeeldrol heeft een multiplicatoreffect. Dat is de kracht van nudging.

Op 12 december 2015 hebben 195 landen zich er in in Parijs toe verbonden de opwarming onder de 2°C en bijvoorkeur zelfs onder de 1,5°c te houden. Gelooft u daar nog in?

Van Lipzig: Over de haalbaarheid van Parijs doe ik liever geen forse uitspraken. Maar het historisch belang van dat akkoord staat buiten discussie. Zonder Parijs stevenden we bij ongewijzigd beleid af op plus 4 tot 5°C in 2100. Dankzij de maatregelen die na Parijs werden genomen is die bovengrens al gezakt tot 2,8 à 3°C. Nog altijd teveel, maar toch al een stuk minder rampzalig. Daar staat tegenover dat de ondergrens van 1,5°C wellicht niet meer binnen bereik ligt. Toch is de transitie goed en wel ingezet, dat is ook gebleken tijdens de klimaatconferentie van Glasgow in april. Ik zie die top overigens niet als een mislukking zoals sommige klimaatactivisten het voorstellen.

Klimaattransitie roept onwillekeurig de kwestie van klimaatrechtvaardigheid op. Het zijn arme landen in het Zuiden die de zwaarste impact voelen van de klimaatopwarming waar ze zelf als bescheiden CO2-uitstoters het minst aan bijgedragen hebben. Hoe ziet u dat als klimaatwetenschapper die ook onderzoeksprojecten heeft lopen in de getroffen landen?

Van Lipzig: Ik heb vooral in Oeganda gewerkt. Mijn lokale collega’s zijn zich daar erg bewust van die onrechtvaardigheid. Het is een gevoelige kwestie, vergelijkbaar met de discussie over de historische schuld van het Westen voor zijn koloniaal verleden. Belangrijk is dat arme landen het recht hebben om zich te ontwikkelen. We moeten hen helpen om dat te realiseren via een fossiele bypass, wat betekent dat ze de fossiele fase overslaan en meteen de sprong naar duurzame energie maken. Investeren in wind- en zonne-energie in het Zuiden is alvast een goed begin. Tropische regio’s hebben een groot potentieel voor hydropower. Ook dat moeten we helpen verzilveren, hydropower kan tekorten aanvullen als er geen wind of zon is.

De klimaatcrisis wordt naar de achtergrond verdrongen door de oorlog in Oekraïne. Slaat dat de strijd tegen de opwarming achteruit?

We leven nu beter dan ooit tevoren, ondanks alles wat verkeerd loopt in de wereld.

Van Lipzig: Er is een duidelijke terugval, zelfs steenkool wordt in Europa opnieuw aanvaardbaar als energiebron. De Oekraïne-crisis heeft nogmaals onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen blootgelegd. Dat houdt echter ook een kans in, de urgentie van de energietransitie was nooit duidelijker dan nu. Dat gevoel leeft niet alleen bij Europese leiders, het bepaalt ons gedrag. De rush op zonnepanelen en isolatiemateriaal spreekt voor zichzelf.

De oorlog en de klimaatcrisis cumuleren tot een sfeer van onzekerheid, angst en onbehagen. Je zult maar opgroeien in dit tijdsgewricht. Heel wat jongeren zeggen eraan te twijfelen of ze zelf ooit nog kinderen op deze wereld willen zetten. Begrijpt u dat?

Van Lipzig: Ik snap het onbehagen, maar stoppen met kinderen maken? Ik was al klimaatwetenschapper toen ik zelf aan kinderen ben begonnen. Heel bewust, dat past bij mijn wereldbeeld. Kijk naar de menselijke evolutie, onze soort heeft het al meermaals moeilijk gehad. Toch was dat nooit een reden om te stoppen met kinderen, anders waren we zelf niet geboren. Meer nog, we leven nu beter dan ooit tevoren, ondanks alles wat verkeerd loopt in de wereld. Het verhaal van de mensheid is nog niet verteld, en kinderen zullen het vervolg schrijven.

Lees ook het dubbelinterview met Jill Peeters en Nicole van Lipzig:

Nicole van Lipzig

Geboren in 1970, Venray

Studeert fysica aan de Technische Universiteit Eindhoven. Promoveert nadien aan de Universiteit Utrecht met een proefschrift over de atmosfeer van Anatartica.

Werkt als postdocotraal onderzoeker achtereenvolgens aan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, de British Antartic Survey in Cambridge en het Meteorological Institute van de Universiteit van München.

Wordt in 2005 professor aan de Physical and Regional Geography Research Group van KU Leuven.

Partner Content