Ecopower: ‘In Vlaanderen is het nagenoeg onmogelijk om nog een windturbine op land vergund te krijgen’

Windturbines op de dam van Zeebrugge.

Ecopower heeft na dertig jaar veel om op terug te blikken en nog meer om naar uit te kijken. De pionier van coöperatieve windenergie op land en maakt zich klaar voor de sprong naar offshore windparken in de Noordzee. ‘Er moeten wetten  komen om burgereigendom in onze energievoorziening te garanderen’.

Het spreekwoord “Voor niets gaat zon op” wordt vaak verkeerd begrepen. Aan alles kleeft een prijs, luidt de gangbare verklaring, alleen het licht en de warmte van de zon zijn gratis. Bij Ecopower beseffen ze de onvolledigheid van deze interpretatie. Ook de wind waait geheel en al kosteloos over onze contreien. De coöperatieve stroomleverancier exploiteert beide bronnen van hernieuwbare energie, maar het zijn vooral windmolens die het imago bepalen. Nochtans begon het allemaal met water, nog een natuurelement dat zijn krachten gratis maar niet altijd zonder risico ter beschikking stelt. In oktober vorig jaar, ter gelegenheid van de dertigste verjaardag, werd de conceptie van de burgercoöperatieve opgerakeld. Het kader was de watermolen van Rotselaar waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 13de eeuw. Er werd niet alleen graan gemalen, tussen 1907 en 1947 dreef de molen op de Dijle een turbine aan waarmee het hele dorp van elektriciteit werd voorzien.

‘Zo is het begonnen’, vertelt Margot Vingerhoedt. ‘Dirk Vansintjan woonde met zijn levenspartner Relinde Baeten en enkele andere koppels in de maalderij in een cohousing avant-la-lettre. Ze besloten de molen en de turbine te restaureren om opnieuw stroom op te wekken. Dat was sneller gezegd dan gedaan, want de installaties verkeerden in een lamentabele staat. Voor de financiering werd gekozen voor het coöperatieve model dat ook in Nederland en Duitsland ontstond als manier om energievoorzieningen in burgerhanden te nemen. In 1991 werd Ecopower opgericht, en al snel produceerde de waterkrachtcentrale voldoende stroom voor 120 huishoudens. Kort daarna verschoof de focus naar windenergie. De eerste drie windturbines hebben we in 2001 in Eeklo gebouwd, een kleine van 600 KW en twee grote van 1,8 MW. Stel je voor, Ecopower had toen het grootste windpark van België. Allemaal het resultaat van vrijwilligerswerk, want de professionalisering is pas in 2003 begonnen’.

Absurd dat we energievoorziening overlaten aan investeerders die hun woekerwinsten naar buitenland versluizen

Margot Vingerhoedt

Communicatieverantwoordelijke Ecopower

Stijgende energieprijzen

Intussen is er veel veranderd bij Ecopower. Communicatieverantwoordelijke Margot Vingerhoedt is een van de 53 vaste medewerkers op het hoofdkwartier, ideaal gelegen aan de overkant van station Antwerpen-Berchem. We nemen plaats in een glazen vergaderlokaal met uitzicht op een uit duurzaam hout opgetrokken landschapsbureau. ‘Door de buitenwereld worden we nog vaak in de geitenwollensokkenshoek geduwd’, zegt Vingerhoedt. ‘Terwijl we in feite met hightech bezig zijn. Het wemelt hier van de ingenieurs en de it’ers, we plannen, ontwerpen en ontwikkelen al onze projecten zelf’.

Op de achtergrond horen we medewerkers met een headset op gedempte toon gesprekken voeren. Niet met klanten, want dat woord dekt niet helemaal de lading. De gesprekken over voorschotfacturen en afrekeningen worden gevoerd met coöperanten.

Met meer dan 65.000 zijn ze intussen, Vlamingen die minstens één aandeel van 250 euro in Ecopower hebben gekocht. Pas als die stap werd gezet, kan een contract voor de levering van groene, lokaal geproduceerde stroom worden afgesloten.

We zitten te ver van het callcenter om te luistervinken, maar het laat zich raden dat heel wat oproepen van kandidaat-coöperanten komen. De interesse is massaal sinds bekend raakte dat elektriciteit bij Ecopower zo’n 30 procent goedkoper uitvalt dan bij andere leveranciers. Belangstellenden worden echter beleefd afgewimpeld sinds Ecopower half januari een tijdelijke contractstop afkondigde. Dat was een noodgreep, nadat de ongeziene stijging van de energieprijzen sinds midden vorig jaar een lawine van nieuwe aanvragen op gang had gebracht.

Op het eerste gezicht lijkt het een vreemde reactie. Ecopower stelt zich immers tot doel zoveel mogelijk consumenten van groene, lokaal geproduceerde stroom te voorzien. Margot Vingerhoedt zucht even, ze heeft het de voorbije weken al zo vaak moeten uitleggen. ‘We zijn geen commercieel bedrijf dat stroom verkoopt met de bedoeling zoveel mogelijk winst te genereren’, zegt ze.

‘Wat wij doen is groene stroom produceren en die tegen de gunstigst mogelijke prijs onder onze leden verdelen. Als er toch winst wordt geboekt, bijvoorbeeld door de verkoop van productieoverschotten, dan wordt die als dividend van maximaal 6 procent aan diezelfde coöperanten uitgekeerd. De huidige piekprijzen voor elektriciteit worden bepaald door de internationale markt voor gas en petroleum. We zouden dus monsterwinsten kunnen boeken, want groene stroom is momenteel veel goedkoper, net zoals kernenergie overigens. Maar als niet marktgedreven speler vertikken we het om marktprijzen te hanteren’.

Waarom die uitzonderlijk voordelige omstandigheden dan niet benutten om het aantal coöperanten te verdubbelen? ‘Simpel’, zegt Vingerhoedt. ‘We kunnen aan onze voordelige prijs alleen de stroom verkopen die we zelf produceren. Dubbel zoveel afnemers zou betekenen dat we onze productiecapaciteit moeten verdubbelen. Helaas ligt daar het paard gebonden’.

Juridische loopgravenoorlog

In dat laatste zinnetje schuilt een hoop frustratie. De eigen productiecapaciteit voor groene stroom groeit gestaag, maar veel te traag om aan de explosieve vraag te beantwoorden. Aan de zon ligt het niet. Het park van PV-installaties groeit snel, Ecopower installeert ze in alle formaten en configuraties, vooral bij overheden en bedrijven.

Het probleem zit bij de windenergie die vooralsnog voor 95 procent doorweegt in de eigen productiecapaciteit. ‘We hebben nu 20 turbines in onze portefeuille’, zegt Vingerhoedt. ‘In plaats van er nieuwe te bouwen hebben we er in 2021 drie moeten afbreken wegens einde vergunning. Plannen en projecten voor uitbreiding zijn er genoeg, maar we krijgen ze niet gerealiseerd. Het is in Vlaanderen nagenoeg onmogelijk geworden om nog een windturbine op land vergund te krijgen. De voorbije twee jaar hebben we er niet één kunnen plaatsen, en dat steekt. Vergunningen kunnen op alle niveaus vertragen of worden afgewezen, en bijna altijd botsen we op een buurtcomité dat de bekende nimby-argumenten opwerpt. Het geluid, de slagschaduw, de vogels en de vleermuizen en de waarde van de omliggende huizen. Het is soms aandoenlijk om te zien hoe bewoners van villawijken zich ineens druk maken over de biodiversiteit in bossen waarin ze ongegeneerd met hun vervuilende SUV’s rondrijden. Ieder project mondt uit in een juridische loopgravenoorlog. Als ze hun gelijk niet krijgen bij de Raad van Vergunningsbetwistingen, dan trekken ze naar de Raad van State om windprojecten te blokkeren. Steun van de politieke overheden is er wel, maar die kan al eens draaien met de wind. In Schoten werkten we een dossier uit met steun van de gemeente voor de twee windmolens die we er op een oude stortplaats langs het Albertkanaal wilden plaatsen. Enkele tegenstanders verenigden zich in een buurtcomité en de lokale politici keerden hun kar. In plaats van een langtermijnbeleid voor het algemeen belang denken ze aan de volgende verkiezingen. Op het terrein van het SCK in Mol zouden we zes windturbines bouwen. Ook dat project was al vergevorderd, maar Vlaams minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) heeft er alsnog een streep door getrokken met het bizarre argument dat ze de toekomst van de kernenergie niet wilde hypothekeren’.

Burgercoöperaties

Niet alleen Ecopower heeft er last van. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van PVDA-energiespecialist Tom De Meester in het Vlaams parlement, bleek dat er in mei vorig jaar liefst 253 gerechtelijke procedures tegen windturbineprojecten liepen. Op de lijst prijken energiereuzen zoals Engie Electrabel, EDF Luminus en Eneco, naast commerciële windenergiespelers zoals Aspiravi of Elicio die vooral niet mogen verward worden met burgercoöperaties zoals Ecopower of lokale zustercoöperaties zoals Beauvent, Energent of Volterra.

Margot Vingerhoedt laat er geen twijfel over bestaan: dat ze lotgenoten zijn in de vergunningsmalaise, betekent nog niet dat ze natuurlijke bondgenoten zijn. ‘Er is een verschil tussen echte burgercoöperaties en FINcoop-constructies zoals Aspiravi of de windenergiepoot van Engie’, zegt ze.

‘Terwijl wij per turbine zo’n 3.000 coöperanten tellen, hebben de FINcoops er hooguit enkele tientallen. In feite zijn dat beleggingsvehikels waar investeerders via achtergestelde leningen instappen. Vergeet niet dat windenergie erg rendabel is, een gemiddelde molen levert tijdens een levenscyclus van 20 jaar zo’n vier miljoen euro winst op. De stroom die ze produceren is natuurlijk groen, maar het onderliggende businessmodel heeft niets met coöperatief ondernemen te maken. Lees er de zeven principes van de Internationale Coöperatieve Alliantie (ICA) maar op na. Onafhankelijkheid, economische participatie en democratische controle door de leden, aandacht voor de gemeenschap, onderwijs en vorming, onderlinge samenwerking, dat zijn enkele hoofdkenmerken van echte burgercoöperaties’.

Ecopower hamert al lang op dezelfde spijker: er moet wetgeving komen die het mede-eigendom en het medezeggenschap van burgers in de energievoorziening garandeert. ‘Groene stroom hoort bij de commons, want wind en zon zijn van iedereen’, betoogt Vingerhoedt. ‘In Nederland is dat principe intussen verankerd in de klimaatwet: 50 procent van de groene stroom moet uit burgerstroom bestaan. Wij ijveren al jarenlang voor een minimum van twintig procent. Heel wat steden en gemeenten hebben dat in lokale regelgeving overgenomen, Eeklo heeft de lat zelfs op 50 procent gelegd. Nobele voornemens, maar bij gebrek aan decretaal kader op Vlaams niveau zijn ze niet afdwingbaar. Zelfs niet in Eeklo, toch wel de bakermat van Ecopower. Na ons project werden er nog 23 molens vergund, de geografie van het Meetjesland leent zich namelijk uitzonderlijk goed voor windenergie. Slechts één daarvan is in burgerhanden via Ecopower en Volterra.’

From sea to socket

Misschien wordt het anders wanneer Ecopower straks de grote sprong naar offshore maakt. Dat doet de windpionier uit Berchem niet alleen. Ecopower ligt aan de basis van REScoop, een netwerk van coöperatieven waarvan de Europese koepel overigens door Dirk Vansintjan wordt geleid. 34 van de 38 Belgische leden, coöperaties en energiegemeenschappen, hebben zich vorig jaar verenigd in de coöperatie Seacoop voor Burgerwind op Zee.

Bedoeling is volgend jaar te participeren aan de tenderprocedure voor het nieuwe offshore windpark in de Noordzee, goed voor een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,8 gigawatt. ‘Als dat lukt’, zegt Vingerhoedt, ‘kunnen we één miljoen Vlaamse huishoudens van groene stroom voorzien, letterlijk from sea to socket. Daarin zit het verschil met het reeds gerealiseerde project op de Thorntonbank waarvan alle stroom aan industriële afnemers wordt geleverd. Dat krijg je natuurlijk wanneer winstmaximalisatie primeert’.

Vingerhoedt nodigt ons uit om te dromen van een toekomst waarin burgerstroom de norm wordt. ‘We beleven een drievoudige crisis’, zegt ze. ‘Een klimaatcrisis, een energiecrisis, en met het uitbreken van de Oekraïne-oorlog krijgt nu ook de afhankelijkheidscrisis veel aandacht. Groene burgerstroom is een antwoord op elk van die crisissen. Is het niet absurd dat de we onze energievoorziening overlaten aan investeerders die hun woekerwinsten naar het buitenland versluizen? Laten we dat in eigen handen nemen en de winsten van groene burgerstroom gebruiken om onze energietransitie te financieren. We kunnen er bijvoorbeeld huurhuizen en sociale woningen mee isoleren, dat is veel nuttiger dan het geld naar belastingparadijzen te laten wegvloeien’.

Pellets

Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat een gangmaker van de energietransitie pellets als bron van huishoudelijke warmte verkoopt. De bedenking brengt Vingerhoedt niet van haar stuk. ‘We krijgen daar veel vragen over’, zegt ze. ‘Pellets per schip uit Canada aanvoeren om hier elektriciteitscentrales mee te stoken, dat is natuurlijk ecologische waanzin. Maar Ecopower produceert zijn naaldhoutpellets zelf in een coöperatieve fabriek in Ham, met biomassa-materiaal dat in een straal van maximaal 150 kilometer wordt gewonnen. Met een rendement van 90 procent in een performante kachel is dat een duurzame vorm van huisverwarming. Vlaanderen telt nog zo’n 200.000 mazoutketels en houtkachels. Het zou veel CO2 uitsparen als we die door moderne pelletkachels of -ketels konden vervangen. Pellets hebben slechts een kleine rol in de transitie, en er zijn nog heel wat andere oplossingen. De combinatie van een warmtepomp met zonnepanelen wordt steeds interessanter, en warmetenetten zijn ideaal voor stedelijke omgevingen. Daar zijn we trouwens volop mee bezig. In Mortsel participeren we in Warmte Verzilverd, een warmtenet dat een nieuwbouwproject van 300 woningen bedient met restwarmte van Agfa Gevaert. Ook in Eeklo zitten we in een warmtenetproject. We zijn niet dogmatisch maar pragmatisch, iedere stap in de goede richting is nodig.’

Partner Content