Jan Wostyn

‘Meer samenwerking is natuurlijk altijd prima, maar toch nog iets anders dan herfederaliseren’

Jan Wostyn Ondervoorzitter van Vista

‘De vermeende neiging naar herfederalisering eigenlijk niets meer lijkt dan een laatste stuiptrekking van het oude België’, schrijft Jan Wostyn van Vista.

Volgens een recente enquete van het Franstalige CRISP, Centre de recherche et d’information socio-politiques, bij de vele parlementairen die ons land rijk is, was er in 2020-2021 meer steun voor het idee van herfederalisering ten opzichte van dezelfde peiling in 2014-15. Niettemin blijven de meningen van de parlementairen uitermate verdeeld, zowel tussen de verschillende parlementen en gemeenschappen, maar uiteraard ook tussen de partijen en zelfs ook binnen de partijen.

In het zoeken naar verklaringen voor dit peilingsresultaat, komen we echter al snel bij giswerk terecht. Er wordt verwezen naar de vele crisissen die de noodzaak van samenwerking op een hoger niveau zouden aantonen. Meer samenwerking is natuurlijk altijd prima, maar toch nog wel iets anders dan herfederaliseren.

Volgens één van de auteurs, Jérémy Dodeigne, is er mogelijk zelfs een “een generatie-effect, met de vernieuwing en verjonging van verkozenen, die misschien minder belang hechten aan de institutionele vraagstukken dan vroeger”. De redenering is dat de nieuwe generatie vooral de zwaktes van ons versnipperde federale systeem zou zien, en dus graag terug zou willen naar meer gecentraliseerd federalisme.

Dat soort grote verklaringen voor een, langs Vlaamse kant althans, minieme verschuiving in een peiling onder een kransje parlementairen lijkt echter zeer hard op wensdenken van de auteurs. De regionalisering van België werd namelijk voorafgegaan werd door de facto opsplitsing van de traditionele partijen in de loop van de jaren 60. De jure hield de ene familie de schijn nog wel wat langer op dan de andere, maar dat de meningsverschillen onoverbrugbaar waren geworden, kan niemand ontkennen. Logischerwijze zou je dus kunnen stellen dat de herfederalisering van België zou moeten voorafgegaan worden door de herfederalisering van de partijen. De trend naar herfederalisering vinden we momenteel echter geenszins terug in het partijlandschap, in tegendeel.

Aan Vlaamse kant heb je momenteel 2 partijen die samen rond de 40% halen (N-VA en VB) en geen tegenhanger hebben aan de overkant. Daarna volgt CD&V dat intussen totaal vervreemd is wat ooit haar zusterpartij was en intussen “Les Engagés” heet. Van de unitaire CVP-PSC liep het naar de gesplitste CVP en PSC, en nog later CD&V en cdH, dat recent tot Les Engagés werd omgedoopt.

Ook bij de socialisten zijn de 2 zusterpartijen steeds verder uit elkaar aan het drijven. De SP werd SP.a en sinds kort “Vooruit, de socialistische beweging”, wat in naam nog maar weinig van doen heeft met de “PS”, die wel aan dezelfde naam en traditie blijft vasthouden. Maar ook inhoudelijk zitten deze “zusterpartijen” in een spreidstand. De PS voelt de hete adem van de PTB in de nek en kan niet anders dan wat op te schuiven naar links-populisme, terwijl Vooruit net toenadering zoekt tot de N-VA om zo de as te vormen van de volgende Vlaamse regering, als voortzetting van het Antwerpse experiment. Het recente samenhuizen van PS en Vooruit in de Keizerstraat lijkt dan ook niet meer dan een tijdelijk mistgordijn om letterlijk een façade van eenheid uit te stralen.

Bij de liberalen zou je nog kunnen stellen dat er enige neiging naar herfederalisering van de eigen partij bestaat, maar als puntje bij paaltje komt, is het duidelijk dat ook VLD en MR elk hun eigen koers willen varen. Ook hier zijn de partijen geleidelijk uit elkaar gaan drijven, zowel in naam als inhoudelijk omwille van de verschillende politieke context. Verhofstadt  doopte de PVV om tot de VLD en trok veel herverkavelaars aan met een duidelijke Vlaamse insteek, die hij later als premier compleet verloochende. Langs Franstalige kant ging het van de PLP naar de PLPW, waarbij W verwees naar Wallonie, naar PRL, om vervolgens het frankilsjonse FDF op te slorpen en daar dan weer van te scheiden. Finaal kwamen we dan uit bij de MR, vandaag overgeleverd aan een hyperactieve voorzitter, die eigenlijk met niemand tot een vlotte samenwerking in staat lijkt. Een fusie van de VLD en de MR in de nabije of verre toekomst zou zo labiel zijn dat ook liberalen beseffen dat eventjes samen 175 liberale partij vieren het dichtste is dat men kan komen tot een fusie. Laat ons ook niet vergeten dat beide partijen in Brussel sowieso al niet samen in de regering zitten. Verder gonsde het recent ook nog van de geruchten over een eventueel samengaan van de MR met Les Engagés.

Eigenlijk resten bijgevolg alleen nog de groenen en de communisten die enigszins op federale partijen lijken. Wat beiden delen is dat ze vooral sterk zijn in het “verbinden” tussen gelijkgezinden. Daarbij lijkt de taalgrens weliswaar geen probleem, maar de grens met de rest van de samenleving en het politieke landschap des te groter. Eigenlijk zijn zij een voorbeeld van wat Elchardus “kleine identiteitsstreven” noemt. Zij slaan de brug met de overkant van de taalgrens, maar enkel met mensen aan de overkant die ook de eigen ideologie, respectievelijk ecologisme en communisme, delen.

De neiging om taal- en cultuurverschillen weg te gommen is vooral in (extreem)linkse kringen vrij sterk aanwezig. Daar wordt de eigen ideologie als een veel belangrijker bindmiddel gezien dan iets “arbitrairs”, “oppervlakkigs” of “bourgeois” als taal en cultuur. Een Vlaamse veganistische fietsfanaat maakte me ooit duidelijk dat hij een veel grotere verwantschap voelt met Franstalige veganisten of fietsfanaten dan met Vlamingen die vlees eten of met de auto rijden. Dat soort ideologisch particularisme kan echter nooit een basis vormen voor een gemeenschap met bijvoorbeeld een eigen sociale zekerheid. Je kan over heel Europa ongetwijfeld veganistische fietsfanaten vinden, maar je kan toch moeilijk doen alsof zij allemaal samen een soort politieke gemeenschap zouden kunnen vormen.

De vermeende neiging naar herfederalisering eigenlijk niets meer lijkt dan een laatste stuiptrekking van het oude België. De traditionele partijen gaan niet opnieuw fuseren en het verschil qua politieke landschap tussen Vlaanderen en Wallonië is vandaag groter dan ooit tevoren. Dat blijkt overigens evenzeer uit diezelfde studie. Op een schaal van 0 (maximaal decentraliseren) tot 10 (maximaal herfederaliseren) blijkt namelijk dat het verschil tussen de Vlaamse en Franstalige partijen verder is toegenomen. Bij de Vlaamse partijen was er zowel in 2015 (score 3,9) als in 2022 (score 4,1) een voorkeur voor verdere decentralisatie, terwijl bij de Franstalige partijen de voorkeur voor herfederalisering toenam van 5,5 tot 6,4. Niet onbelangrijk detail: de PS kantelde als partij nipt van een voorkeur voor herfederalisering (5,2 in 2015) naar decentralisatie (4,9 in 2022).

Zelfs indien zowel de liberalen als de ecologisten de communisten zouden vervoegen in het maken van een federale partij, dan nog vertegenwoordigen die 3 strekkingen amper 59 op 150 zetels in het federale parlement, nog geen 40%. De kans is integendeel zeer groot dat de verkiezingen in 2024 nog meer zullen aantonen dat de verschillende kiesrealiteiten Vlaanderen en Wallonië verder uiteen doen drijven. Partijen die proberen via een Belgische spreidstand die twee realiteiten te overbruggen met een herfederalisering van de eigen partij, dreigen dan ook vooral in de ziekenboeg te belanden met een pijnlijke liesbreuk.

Partner Content