Opinie

Frank Judo

‘In 2020 heeft stiekem een tijdelijke maar significante herfederalisering plaatsgevonden’

Frank Judo Advocaat, kerkjurist en historicus

‘Confederalisme en herfederalisering liggen eigenlijk dichter bij elkaar dan je zou denken’, schrijft Frank Judo. ‘De kernvraag is: wat doen we samen, omdat we ervoor kiezen om het samen te doen? Maar het debat tussen confederalisme en herfederalisering is slechts zinvol wanneer de twee opties elkaar uitsluiten.’

De meest zekere weg om een debat te laten verzieken, bestaat er in dat de deelnemers elkaar naar het hoofd slaan met dure woorden, waarvan de betekenis er niet echt toe doet. Hun rol bestaat er immers niet in het debat te verhelderen, maar wel de andere partij verdacht te maken. Of iedereen dan goed begrijpt wat die termen inhouden, is minder belangrijk.

Als u daar niet meteen een voorbeeld van kent, moet u maar even kijken naar de keren dat er wordt gepraat over de institutionele toekomst van België. Voor de enen heet de grote boze wolf “confederalisme”, en is dat het beginpunt voor een dolle rit op een glijbaan die regelrecht naar separatisme leidt. Voor de anderen heet het gevaar “herfederalisering”, het voorgeborchte van het herstel van la Belgique à papa. Het doet een beetje denken aan de Brusselse volkskomedie ‘Het huwelijk van juffrouw Beulemans’, waar een van de hoofdfiguren er niets beters op vindt dan telkens hij zich tekort gedaan voelt luid ‘ostracisme!’ te roepen. Wat dat inhoudt, doet niet ter zake, maar het klinkt wel goed.

Het debat tussen confederalisme en herfederalisering is slechts zinvol wanneer de twee opties elkaar uitsluiten. In een laboratoriumsituatie is dat ook zo, al was het maar omdat een confederatie geen federaal niveau kent. Dat is nu eenmaal voorbehouden aan federaties, jawel.

Alleen kan je ons land op veel manieren omschrijven, maar niet als een laboratoriumsituatie. De plantrekkersmentaliteit die de gemeenschappen in België met elkaar delen heeft ertoe geleid dat onze staatsordening meer te maken heeft met pragmatisme dan met overeenstemming met wat in de handboeken staat. Het is dan ook belangrijker te kijken naar wat met woorden in de praktijk wordt bedoeld dan wat ze betekenen volgens een woordenboek of een handboek staatsrecht. Als je daarnaar kijkt, is het alvast duidelijk dat beide termen blijk geven van een wil beweging te krijgen in de huidige staatsinrichting, die wordt ervaren als onbevredigend, log en inefficiënt.

Voor de meeste mensen die sympathie hebben voor het ene of het andere concept, is deze sympathie een middel, maar op een andere manier dan hierboven beschreven. Geen middel om op te schuiven richting separatisme of unitarisme, maar wel een middel om tot beter functionerende instellingen te komen.

Wie iets voelt voor herfederalisering, heeft het vaak gehad met de versnippering van bevoegdheden en met de onmogelijkheid om samen te werken in dit land. Daar is niets mis mee, want ook wie sterk gehecht is aan de autonomie van de Vlaamse deelstaat, doet dat niet om samenwerking met andere (deel-)staten uit te sluiten. Alleen moet die samenwerking berusten op vrijwilligheid, en passen in de keuzes die we zelf maken.

Wie iets voelt voor confederalisme, heeft het vooral gehad met blokkeringen en stilstand. Als we er niet samen uitkomen, komt niemand eruit, lijkt wel de regel te zijn. Niet verwonderlijk dat sommige mensen dan de moed verliezen, en denken dat we er nooit samen zullen uitkomen, en maar beter geen tijd verliezen met dat te proberen. Maar je zal moeite moeten doen om iemand te vinden die samenwerking a priori uitsluit.

Zo bekeken liggen confederalisme en herfederalisering eigenlijk dichter bij elkaar dan je zou denken. De kernvraag is: wat doen we samen, omdat we ervoor kiezen om het samen te doen? Moet je daarbij uitsluiten dat je in de toekomst dingen samen gaat doen die je nu zelf doet? Of dat je na verloop van tijd weer dingen zelf gaat doen, die je een tijdlang samen hebt gedaan? Zolang de keuze om dingen al dan niet samen te doen zonder directe of indirecte dwang wordt gemaakt, en in functie van wijzigende omstandigheden kan worden herbekeken, is die benadering meer dan eerbaar.

Is dit een vage droom of een staatsrechtelijke Spielerei? Ik denk het niet. Zonder dat iemand erover gesproken heeft, is dit model van praktisch confederalisme al in de praktijk gebracht.

Zegt de datum van 27 oktober 2020 u nog iets? Toen vaardigde de Vlaamse Regering een aantal crisismaatregelen uit in het kader van de tweede coronagolf. De Brusselse Regering had iets soortgelijks gedaan, en iedereen verwachtte kort daarna ook federale maatregelen.

De regering-Jambon nam maatregelen inzake sport, economie, cultuur, jeugd, onderwijs en zorg – stuk voor stuk Vlaamse bevoegdheden. Drie dagen later werden diezelfde maatregelen opgenomen in een federaal ministerieel besluit, omdat het Overlegcomité het beter vond dat er geen al te grote verschillen zouden bestaan tussen de deelstaten als het om de strijd tegen corona gaat.

Wie het aloude beginsel hoog wil houden, dat slechts één overheid in dit land bevoegd is op een bepaald terrein, krijgt hier een punthoofd van. Federale maatregelen inzake cultuur en sport? Excuseer? Zelfs wie dit probeerde te verantwoorden met de pirouette dat noodmaatregelen per definitie een federale bevoegdheid zijn, moest even slikken om dit verhaal geloofwaardig te kunnen presenteren – nog los van de vraag of die stelling wel klopt (ze klopt overigens niet, maar dat is een ander verhaal).

Wat wel een feit is, is dat in 2020 stiekem een tijdelijke maar significante herfederalisering heeft plaatsgevonden. Alleen gebeurde dat met medeweten of zelfs op vraag van de deelstaatregeringen, en met de mogelijkheid deze maatregelen terug te schroeven zodra daar redenen voor waren. Dat de maatregelen tegen de pandemie tot stand zijn gekomen in een vorm van overleg tussen de federale regering en de deelstaten, benadrukt eens te meer het feitelijke confederale karakter van het land waarin we leven. Het zou van onvoorzichtigheid getuigen te denken dat dit een eenmalig voorbeeld was.

Het is typisch voor crisisperiodes dat men gaat experimenteren met dingen die voordien ongehoord leken. Confederaal herfederaliseren is zo iets. De kans dat het beleid bij een volgende crisis zal zijn vergeten hoe dit heeft gefunctioneerd, is onbestaande. Tot spijt van wie “confederaal” of “herfederaliseren” als vloeken in de kerk beschouwt. Ze zijn allebei een verworvenheid, en tot ieders verbazing: allebei tegelijkertijd.    

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content