De zwarte slaven die in de 16e eeuw vanuit Benin en Togo naar de Nieuwe Wereld werden verscheept, kenden de voduncultus, de verering van de geesten. Die verering was voor de slaven de expressie van hun eigen Afrikaanse cultuur. Maar in de Nieuwe Wereld was ze verboden: de magische rituelen vonden in het geheim plaats, door de slaven vermomd als katholieke iconografie. De voodoo in Haïti, de santeria in Cuba en de candomblé in Brazilië maakten dezelfde geschiedenis door. Hun rituelen werden verdoemd, de trance zo eigen aan de cultus werd gezien als een teken van waanzin.
...

De zwarte slaven die in de 16e eeuw vanuit Benin en Togo naar de Nieuwe Wereld werden verscheept, kenden de voduncultus, de verering van de geesten. Die verering was voor de slaven de expressie van hun eigen Afrikaanse cultuur. Maar in de Nieuwe Wereld was ze verboden: de magische rituelen vonden in het geheim plaats, door de slaven vermomd als katholieke iconografie. De voodoo in Haïti, de santeria in Cuba en de candomblé in Brazilië maakten dezelfde geschiedenis door. Hun rituelen werden verdoemd, de trance zo eigen aan de cultus werd gezien als een teken van waanzin. Maar voodoo was niet alleen een clandestiene cultus, het was ook een rituele ceremonie die de slaven, behorend tot verschillende etnieën en afkomstig uit verschillende landen, verbond en verenigde. Zozeer dat ze in 1791 op het eiland Haïti in opstand kwamen tegen hun meesters, na een van hun geheime vieringen. Het feest van Bois Caïman was het begin van de bloedige slavenopstand tegen de Franse kolonisten. Op 1 januari 1804 werd Haïti de eerste slavenkolonie die haar onafhankelijkheid bereikte. De voodoo omsloot arm en rijk, de maatschappelijke elite en de analfabeten, en werd in 2003 uiteindelijk erkend als een volwaardige godsdienst. Het decreet was getekend door de priester-president van Haïti, Jean-Bertrand Aristide. En ook vandaag, nu de presidentsverkiezingen naderen en Haïti steeds meer lijkt weg te glijden in een burgeroorlog, nu het geweld ongekende hoogtes bereikt, ook nu blijft de voodoo zijn magie vervullen voor het wanhopige en miserabele volk van Haïti. Want voodoo is niet alleen een godsdienst voor de grote momenten van leven en dood, het is ook een publieke godsdienst. Hij wordt beleden en gevierd in tempels, op grote heiligendagen, zoals die van de Notre-Dame du Mont Carmel in Ville Bonheur of het feest van Sint-Jakob in Plaine du Nord. Bij het Mariafeest komen de pelgrims zich baden onder de enorme waterval, een reiniging die tegelijk een aanbidding is van de geest Iwa Ezili. Op het feest van Sint-Jakob dompelen ze zich ter ere van de geest Ogou onder in de brakke modder. Op die dagen komen duizenden gelovigen uit alle hoeken van het land. Alleen of in groep roepen de gelovigen luidkeels hun gebeden en bezweringen, ze schreeuwen hun dankbaarheid uit en smeken om geld of genezing, allemaal tot de heiligen en de engelen die ze evenzeer vrezen als vereren. Lwa, zo heten de geesten uit het pantheon van de voodoo in het creools. Ze vormen het bindteken tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld. Ze belichamen mensen die de geschiedenis van de Afrikaanse volkeren hebben bepaald, ze worden veruitwendigd in natuurelementen als water, vuur, donder en bliksem. Ze kunnen redden en doden. Daarom is het belangrijk om de goedgunstigheid van de Lwa af te roepen door bezweringen, dansen, offerandes, maar ook door dierenoffers, het hoogste ritueel. In die massa lopen de mensen met een kaars in de hand. Hardop vertellen ze de Lwa wat hen kwelt, wat hen blij maakt, waar ze zich zorgen over maken. Ze praten, zonder terughoudendheid of schaamte, vrijuit met de Lwa. Of ze lopen zwijgend, in een religieuze stilte rond. Elke gelovige vindt hier zijn eigen manier van vragen en danken, hardop of stil, dronken van de rum, overweldigd door geloof. Het gebeurt regelmatig dat een voodoogelovige door zijn eigen bezweringen in trance raakt. Bevend en schuddend, met vertrokken gezicht, rollende ogen en gespannen spieren op het natte of met modder bedekte lichaam lijkt hij plotseling een ander wezen. En dat is hij ook. Want zolang de gelovige in trance is, wordt zijn lichaam bewoond door de Lwa die zich zo aan de wereld kan tonen. Terwijl de trance voortduurt, wordt hij omringd door andere gelovigen, bezorgd om de gelovige in wie de Lwa zich manifesteert, en aandachtig luisterend naar elk woord dat hij zegt, want door zijn mond spreekt de Lwa zijn goddelijke boodschappen uit. In trance is de man bezeten. Door een Lwa bezeten worden is voor de voodoogelovigen een grote eer. Voor een toeschouwer uit het buitenland is hij gewoon gek. Terwijl de voodoogelovigen de man in trance met respect en jaloerse bewondering omringen, wordt de niet-gelovige bevangen door angst en twijfel. Hysterie ligt net om de hoek. Die trance is de uitdrukking van hoop en geluk, van het lijden en de waanzin die dat hele volk in de greep houdt. VIRGINIE PISSOORT