In café Panaché op de Turnhoutsebaan zit veel somber mansvolk achter een glas muntthee naar voetbal op tv te kijken. De Africa Cup. Marokko is uitgeschakeld. Een kansloze ploeg, is het oordeel van de kijkers. En hetzelfde geldt eigenlijk voor henzelf: 'Negen op de tien hier is werkloos', zegt Rachid. Neem nu Samir. Zeven jaar geleden van school gekomen met een A2-diploma, daarna vooral gestempeld, en tussendoor een paar tijdelijke rotjobs. Zoals in die fabriek waar ze chips maakten: 'Ik was de enige die geen contract kreeg en werd er letterlijk weggepest door de collega's.' Zoals in die taximaatschappij waar hij nu en dan ritjes mag maken: 'Tenzij de klant vraagt om géén Marokkaanse chauffeur te sturen. En dat gebeurt meer en meer.' Samir zegt dat hij altijd erg geloofd heeft in zijn arbeidskansen - en waarom niet, hij is Nederlandstalig, Belg en gediplomeerd - maar nu ziet hij het niet meer zitten. 'Eens allochtoon, altijd allochtoon. Ik ben dat woord kotsbeu.'
...

In café Panaché op de Turnhoutsebaan zit veel somber mansvolk achter een glas muntthee naar voetbal op tv te kijken. De Africa Cup. Marokko is uitgeschakeld. Een kansloze ploeg, is het oordeel van de kijkers. En hetzelfde geldt eigenlijk voor henzelf: 'Negen op de tien hier is werkloos', zegt Rachid. Neem nu Samir. Zeven jaar geleden van school gekomen met een A2-diploma, daarna vooral gestempeld, en tussendoor een paar tijdelijke rotjobs. Zoals in die fabriek waar ze chips maakten: 'Ik was de enige die geen contract kreeg en werd er letterlijk weggepest door de collega's.' Zoals in die taximaatschappij waar hij nu en dan ritjes mag maken: 'Tenzij de klant vraagt om géén Marokkaanse chauffeur te sturen. En dat gebeurt meer en meer.' Samir zegt dat hij altijd erg geloofd heeft in zijn arbeidskansen - en waarom niet, hij is Nederlandstalig, Belg en gediplomeerd - maar nu ziet hij het niet meer zitten. 'Eens allochtoon, altijd allochtoon. Ik ben dat woord kotsbeu.'Of neem nu Ali, een van die 'hangjongeren' van Borgerhout. Bijna iedereen in zijn familie is werkloos, 'op mijn zus na, want meisjes worden soms nog gedoogd'. Bijna iedereen in zijn straat is werkloos, 'zelfs een vriend die jaren studeerde en een universitair diploma heeft'. Dus waarom zelf nog moeite doen? Hij is gestopt met school. Hij heeft afgehaakt. Hij wil geld verdienen. Een tijd geleden ging hij naar een uitzendbureau in het centrum. Hij wees naar de vacature die op het raam hing. Maar de bediende haalde de affiche weg en zei dat iemand net voor die job was aangenomen. Dat was pech. Maar toen Ali later nog eens passeerde, hing dezelfde affiche weer in de etalage. Ali zegt nu foert tegen de stad. 'Tot 's middags in bed liggen, en daarna rondhangen, zo zien mijn dagen eruit. En als we iets mispeuteren, moeten ze niet komen klagen. In Frankrijk werd er ook maar naar de jongeren geluisterd toen ze de boel in brand staken.'Op de Turnhoutsebaan vriest het de stenen uit de grond. In de bocht hangt een gigantische affiche: ' Geld nodig? Sms Cash!' Een politiewagen rijdt loeiend de hoek om. Rachid slaat zijn sjaal om en zet zijn kraag op. 'Het lijkt meer en meer op een economische burgeroorlog', zegt hij met veel gevoel voor dramatiek. De Provinciestraat is een van de 'hotspotbuurten' die door de stad zijn uitverkoren voor huis-aan-huiscontroles. Tussen vervallen panden met afbladderende gevels en neergelaten rolluiken staat het sociale interimkantoor Instant A, druk beklant met allochtone jongeren. Herman Wolf was vroeger straathoekwerker, maar is nu manager in de keiharde uitzendsector. Eind jaren negentig snapte hij dat de werkloze jongeren niet zaten te wachten op het zoveelste begeleidingstraject of opleidingsproject: 'Ze vragen appelen maar krijgen citroenen. Ze willen vooral jobs, jobs, jobs. En geld verdienen zoals iedereen.' Dus begon hij met een uitzendbureau voor laaggeschoolde jongeren. De organisatie Jeugd en Stad ging daarvoor scheep met de VDAB en de commerciële partners Vedior en T-interim. Het werd een succesverhaal, want Wolf heeft sindsdien ook al agentschappen geopend in Gent, Mechelen, Vilvoorde en Genk. Telkens in de volkswijken. Het kantoor in Borgerhout telt 80 procent allochtone klanten. 'De jongeren schreeuwen om werk', zegt Wolf. Geen wonder dat Instant A vorig jaar weer afsloot met groeicijfers: in 2005 boden 4787 nieuwe mensen hun diensten aan en konden 2364 tewerkgestelden van één of meerdere tijdelijke jobs genieten. Vooral als schoonmaker, handlanger, magazijnier, inpakker en productiearbeider. 'Dankzij onze sociale begeleiding kunnen we een vertrouwensband opbouwen met de jongeren, en dat is de meerwaarde die wij bieden', zegt Wolf. Maar velen zijn laaggeschoold en hebben een slechte taalkennis, hun voornaamste handicap. Verder kampen ze met een gebrek aan eigenwaarde en raken ze gedemotiveerd, een vicieuze cirkel. En ten slotte is de discriminatie toegenomen. Wolf wikt zijn woorden: 'Het is echt moeilijker geworden om allochtonen te plaatsen. Ik wil zeker niet veralgemenen: er zijn goede werkgevers. Maar er zijn er ook meer en meer die nu openlijk zeggen alleen blanken of Belgen te willen.'Vorig jaar, toen er in de media volop sprake was van 3000 nieuwe jobs aan het Deurganckdok, schreef Herman Wolf samen met de organisatie Vitamine W een brief aan de burgemeester. Hij bood zijn expertise aan om kandidaten uit de 'kansengroepen' te screenen en te begeleiden, en stelde voor met de stad en de haven rond de tafel te gaan zitten. De burgemeester antwoordde dat het gros van de 'in realiteit 1500 potentiële jobs' voorzien was voor werknemers met een havenarbeiderstatuut, en daarvoor 'is nu reeds een lange wachtlijst met kandidaten'. En daar is het bij gebleven. Overleg bleek niet nodig. Ook al stonden de Antwerpse media nog vol berichten over een tekort aan pijpfitters, onderhoudsmensen en chauffeurs in de haven. Herman Wolf wikt en weegt: 'De haven is voor ons een bijna ontoegankelijk gebied', besluit hij. In 't Kot aan het Kempisch Dok, waar de havenarbeiders worden opgeroepen, zie je inderdaad weinig of geen allochtonen. Gezichtsbedrog? Nee, van de 9048 havenarbeiders blijken er 8804 Belgen (97,30 procent) te zijn. De anderen zijn vooral Nederlanders. Er zijn slechts 65 allochtonen van buiten de Europese Unie (0,7 procent), van wie 18 Marokkanen en 14 Turken. Zelfs naar geboorteplaats gezien, is het resultaat nauwelijks verschillend. Bij het autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf werken slechts drie buitenlanders op 1623 personeelsleden. Naar geboorteplaats bekeken, zijn er dat 44 (2,7 procent). Nog redelijk blank gebied kortom. - Wat is de volksnaam van de Antwerpse veegdienst? -Wie is momenteel de burgemeester in Antwerpen? -Welke plant is geen groenblijvende heester? -Wat betekent PDM in de afvalinzameling? -Wat is de vorstvrije diepte waarop een woning gefundeerd is? 'Hemeltergend,' vindt Mohamed Chakkar de Antwerpse selectieproeven, zelfs al gaat het om meerkeuzevragen. De voorzitter van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen, die nu kantoor houdt in een leegstaande beroepsschool in Borgerhout, is erg verbolgen om het uitgebreide schriftelijke examen dat de stad Antwerpen voor een ongeschoolde werkman (m/v) organiseerde. Er waren vijftien jobs bij de stadsreiniging en groenvoorziening beschikbaar, en er werd een werfreserve aangelegd. In het Bouwcentrum daagden 1416 kandidaten op, van wie liefst één derde allochtonen waren. Na de 70 schriftelijke vragen bleven nog slechts 30 van de 438 allochtonen over. Uiteindelijk slaagde maar drie procent. Mohamed Chakkar: 'Hun taalkennis schoot tekort. Maar moet je dan perfect Nederlandstalig zijn om struiken te snoeien? De selectieproeven zijn al lang een middel om allochtonen te elimineren. Wij hameren er al jaren op dat er zeer weinig allochtonen bij de stad werken. Men deed ons vaak beloften, ook na de relletjes in Borgerhout, maar er is weinig of niets veranderd.'In het bestuursakkoord van 2000 stond nochtans dat de stadsdiensten, waar bijna 9000 mensen werken, een 'weerspiegeling' van de bevolking moesten worden. Er stond zelfs in: 'Er komt een masterplan werkgelegenheid etnische minderheden. De werkloosheid is bij allochtonen veel hoger dan bij autochtonen: er ontstaat een etnisch subproletariaat.' Van het masterplan werd achteraf niets meer gehoord. In Antwerpen is een kwart van de bevolking van vreemde herkomst, maar bij de stad werken vijf procent allochtonen. Meestal op lager niveau, zoals de straatvegers van de Witte Tornado's. Bij de politie werken er veertig op 2300 agenten, goed anderhalf procent. Er is een inhaalbeweging bezig, maar volgens Mohamed Chakkar gaat het opzettelijk traag uit vrees voor een slechte afloop van de verkiezingen. 'Maar intussen smeult het ongenoegen. De jongeren voelen zich uitgesloten. Werk is de eerste hefboom tot integratie, en net daar loopt het mis. Als we Parijse toestanden willen vermijden, moeten we 'slimme quota' naargelang de sector opleggen. Want vrijwillig allochtonen aanwerven, gebeurt weinig. En zeker niet in de haven.' Ook volgens gemeenteraadslid Marleen Van Ouytsel (VLD), de bezielende kracht achter de vzw Meters en Peters voor anderstalige jongeren, wordt de taalkennis en het 'diplomafetisjisme' vaak misbruikt 'als excuus om bijna geen anderstaligen aan te werven bij de stad. Want ze moeten toch niet Hugo Claus kunnen lezen om achter de vuilniswagen te werken? Woorden als 'heester' en 'vorstvrij' behoren vermoedelijk toch niet tot hun basiswoordenschat? Dat lijkt een middel tot discriminatie. Vroeger luidde het dat ze niet aan examens meededen, nu dat ze onvoldoende Nederlands kennen. Altijd ligt de fout bij hen, nooit bij de stad. Je kunt de nodige taalkennis toch ook ná de selectie bijleren? Er is gewoon een desinteresse en onwil om bij het rekruteringsbeleid echt uit te gaan van diversiteit. Het stadsbestuur zou het voorbeeld moeten geven, maar heeft bijna niets gerealiseerd.'In het VDAB-kantoor in de Somersstraat, achter het station, staan allochtonen nerveus op de computers te tokkelen om de vacatures te bekijken. Boven in zijn bureau buigt directeur Luc Hostens zich over de dramatische cijfers: 'Het is een grote paradox. Er zijn in Antwerpen evenveel jobs als inwoners. Maar ze matchen niet.' Met 32.807 werkzoekenden klokte Antwerpen eind 2005 af op 16,7 procent, de hoogste werkloosheid van Vlaanderen, en het dubbel van het Vlaamse gemiddelde. Daarvan is 41 procent van niet-EU-herkomst. De jeugdwerkloosheid is hoog en hardnekkig. En steeds meer werkzoekenden zijn laaggeschoold en langdurig werkloos. Bovendien is het een buurtgebonden fenomeen. In de rand is de werkloosheid lager, maar in Antwerpen-Noord, Luchtbal en Linkeroever is tussen de veertig en vijftig procent van de niet-EU migranten werkloos. In sommige straten moet dat pieken tot zeventig procent of meer. En wat het meest verontrustend is: de kloof groeit nog. Eind 2005 waren er 231.805 werklozen in heel Vlaanderen. Terwijl dit voor Vlamingen daalde, bleef het aantal allochtone werklozen nog aanzienlijk stijgen, tot 39.161 in totaal - ruim een verdubbeling in tien jaar. Het is een onderhand klassieke wet: bij een economische heropleving profiteren allochtonen weinig of niets, en bij een recessie vallen ze als eersten uit de boot. In een VDAB-nota van 6 juli 2005 werd al alarm geslagen omdat het aandeel allochtonen zo sterk toegenomen was, van 11 procent in 1999 tot 17 procent van de werkzoekenden vorig jaar. Vooral bij jongeren en laaggeschoolden, en het meest geconcentreerd in de vroegere mijngemeenten, enkele centrumsteden en randgemeenten van Brussel. Bijna twee derde zijn van Maghrebijnse of Turkse afkomst. Marokkanen en Turken hebben voor álle aspecten van de arbeidsmarkt trouwens de rode lantaarn. De nota wijst op de 'sterke discrepantie' tussen verwijzingen van allochtonen door de VDAB en aanwervingen ervan door werkgevers. Concreet: er zijn vijf verwijzingen nodig om één Vlaming aan te nemen, en wel twaalf voor een allochtoon. Zelfs via Jobkanaal, het gerichte tewerkstellingsprogramma voor 'kansengroepen', zijn er nog zeven verwijzingen nodig om één allochtoon aan te nemen, tegen vier voor een gehandicapte. Al eerder was gebleken dat buitenlandse namen in de VDAB-computer maar half zoveel werden aangeklikt door werkgevers. Reden waarom steeds meer allochtonen hun exotische naam laten veranderen. Toch wil de Antwerpse VDAB-directeur Luc Hostens het beeld ook nuanceren: 'Discriminatie speelt inderdaad een rol, maar het is een samenspel van factoren, zoals scholing, taalkennis, concurrentie en verdringing op de arbeidsmarkt. Meer en meer bedrijven werken toch al met diversiteitsplannen. Maar toegegeven, het gaat traag.'Na de rellen op de Turnhoutsebaan eind 2002, naar aanleiding van de moord op Mohamed Ahrak, werd al met de vinger gewezen naar het falende beleid in Antwerpen op het vlak van allochtone jeugdwerkloosheid. Alle betrokken diensten pleegden overleg en openden een website met een meldpunt voor discriminatie. Arbeidsauditeur Stefaan D'Halleweyn, die het thema zeer ter harte neemt, is drie jaar later diep ontgoocheld: 'Het initiatief faalde, ook al omdat de media weigerden het bekend te maken. De discriminatie is volgens de studies reëel, maar de werkgevers verwijzen vaak naar de weerstand bij hun klanten. Het geringe aantal klachten is echter markant. Wijst dat op een gebrek aan vertrouwen? Lethargie en fatalisme? Berusting in de werkloosheidsval? Anderzijds is het samenwerken met vreemdelingen in het zwart circuit géén probleem, blijkt uit de rechtszaken. De antidiscriminatiewetgeving biedt misschien te weinig houvast om op te treden. Discriminatie is moeilijk te bewijzen. Als er quota in de tewerkstelling zouden zijn, zouden we tenminste precies weten wanneer een werkgever in overtreding is.'Vooral Antwerpen-Noord is een bonte lappendeken van nationaliteiten en culturen. In de Biekorfstraat, een zijstraat van de naargeestige Dambruggestraat, is een oud handelspand omgebouwd tot Leerwerkcentrum Zorg en Schoonmaak. Aan de deur hangt een bord: 'Natuurlijk spreken wij hier Nederlands'. In een van de ateliers zit een tiental allochtonen van diverse pluimage woordjes op te zeggen zoals in een kleuterklas. De organisatie Vitamine W, die al lang gespecialiseerd is in tewerkstelling van laaggeschoolden, doet hier aan trajectbegeleiding en geeft onder meer korte opleidingen schoonmaak. Het succes van de dienstencheques heeft voor heel wat banen of baantjes in die sector gezorgd. Heiko Vanmuylder werkt al acht jaar met allochtone jongeren. 'Met resultaten. Zij hebben soms heel wat in hun mars. En toch blijven velen zonder werk, ondanks de talrijke vacatures. Soms is het de opvoeding die voor een stuk is misgelopen. Soms gaat het onderwijs in de fout. Soms is het de arbeidsmarkt die geresponsabiliseerd moet worden. En de werklozen moeten werken aan hun competenties. Een moeilijk proces.' Voor Antwerpen-Noord had de stad vorig jaar het project Jan aan 't Werk bedacht, om duizend jongeren bij te staan. Eind vorig jaar werd dit project opgenomen in het actieplan tegen jeugdwerkloosheid van de Vlaamse regering, waarbij steun voor jobcoaches gegeven werd aan dertien gemeenten. Volgens de regeringsnota is er 'een harde kern die er niet meer in slaagt de arbeidsmarkt te bereiken: deze jongeren zijn nog moeilijk te motiveren, hebben een gebrek aan zelfvertrouwen, een negatief zelfbeeld, onrealistische verwachtingen, geen arbeidsattitude'. In Antwerpen is ongeveer 47 procent van de allochtone jongeren werkloos, aldus het kabinet van de Vlaamse minister van Werk. Heiko Vanmuylder: 'De harde kern is hier misschien verloren, maar het is belangrijk ons te richten op de vele andere jongeren die gefrustreerd zijn. Want de toestand betert er niet op. Er zijn gevestigde allochtonen en er zijn nieuwkomers. Er zijn steeds meer werkzoekenden en steeds minder kansen op de arbeidsmarkt. Dat creëert een gevaarlijke situatie.'Antwerpen heeft alvast een mooie nieuwe stadsslogan: 't Stad is van iedereen. Nu nog iedereen, Jan én Ali, aan 't werk. CHRIS DE STOOP