?Ik rij nog altijd om te leren.? Axel Merckx start zaterdag in zijn eerste Ronde van Italië. De verwachtingen liggen te hoog, vindt hij.
...

?Ik rij nog altijd om te leren.? Axel Merckx start zaterdag in zijn eerste Ronde van Italië. De verwachtingen liggen te hoog, vindt hij.Gedevalueerd tot de achterkant van de aandacht : in de Ronde van Italië spelen de Belgische wielrenners al jaren niet meer mee. De laatste Belgische eindzege dateert al van 1978, toen Johan De MuynckMichel Pollentier opvolgde. Ook voor een simpele ritoverwinning moet men ver in de tijd terug : in 1983 schreef Lucien Van Impe de elfde etappe van Bibiena naar Pietrasanta Marina op zijn naam. Nadien niets meer, de Belgen verdwenen in het zwarte gat van achterhoedegevechten. Het valt te betwijfelen of de hoogdagen van de jaren zeventig toen Roger De Vlaeminck (in 1975) en Freddy Maertens (in 1977) zeven keer ritsucces boekten en Eddy Merckx gegarandeerd als favoriet voor de eindzege aan de start stond , spoedig terugkeren. Maar er is hoop dat één Belg niet anoniem door de Giro, versie 1997, fietst. Na twee hoopgevende optredens in de Ronde van Spanje, koestert Axel (zoon van) Merckx de ambitie om straks in Italië zijn status van beloftevol ronderenner te bevestigen. Mocht dat lukken, dan kan Merckx junior trapsgewijs doorstoten naar de toptien van de Tour de France. Bij voorkeur volgend jaar, ten laatste 1999. Met zoveel woorden denkt Axel Merckx het zelf niet, laat staan dat hij zo stout zou spreken. De dadendrang valt niet onversneden uit zijn mond. Van zijn vader heeft hij het kenmerk geërfd om zijn diepste gedachten en scherpste gevoelens af te schermen van de buitenlucht. Amper 24 jaar, maar groot geworden met de wielersport en het ruige van zijn gedragscode, dat helpt bij het afbakenen van grens tussen bewegingsvrijheid en engagement naar derden. Een Merckx leeft ingehouden, het kan lang duren voor de handrem af gaat. En ook op de hoede bij de uitbouw van de loopbaan : zonder spurten naar de Ronde van Frankrijk. ?Niet omdat de Tour te zwaar is. Maar omdat ik er mijn wedstrijdprogramma voor overhoop zou moeten gooien. De Giro sluit perfect aan bij de klassiekers van het voorjaar. Van de Amstel Gold Race via een korte rustperiode langs de Ronde van Romandië naar de Ronde van Italië : dat is een naadloze overgang. Voor de Tour had ik moeten rusten, daarna weer opbouwen in Zwitserland of de Dauphiné Libéré. Die aanloop lijkt me nog iets te zwaar voor een jongen van mijn leeftijd.? TE WEINIG WINNAARSMENTALITEITDan liever als enige Belg naar de Giro. Maar evengoed drie weken onder het vergrootglas. ?Die belangstelling doet me iets, maar soms vind ik het ook knap vervelend. Ze overdrijven, hun verwachtingen zijn bijna irreëel, dat legt veel te veel druk op mijn schouders. Als ik me daarin laat meeslepen, word ik gek. Ik verplicht mezelf om daar afstand van te nemen.? Zaterdag begint Axel Merckx aan zijn derde grote ronde. Met de Motorola-ploeg mocht hij twee keer naar de Vuelta. Bij zijn debuut, in 1995, bleef hij net onder de toptwintig steken, vorig jaar miste hij als gevolg van een verslapping van concentratie de ontsnapping die hem naar de toptien in de rangschikking had kunnen piloteren. Daardoor schoof hij in de categorie van de ronderenners (al finishte hij vorig jaar ook zesde in Luik-Bastenaken-Luik en vierde in het wereldkampioenschap, dat van Johan Museeuw.) Kenners schrijven de kleine Merckx nu nog meer progressie voor : zoveel vooruitgang dat hij in de Giro de jaren van belofte voorbijsteekt en ze omzet in resultaten. Dat zou moeten ? Hijzelf vindt van niet. De Giro maakt zijn seizoen niet. ?Een rittenwedstrijd die drie weken duurt, is altijd belangrijk, omdat hij een degelijke voorbereiding vergt. Maar ik kan naar Italië zonder druk. Ik zie ook deze Giro als een leerschool. Luc Leblanc is onze kopman, hij moet een uitslag rijden. Ik kan me rustig laten meedrijven. Zoveel mogelijk leren, verder heb ik geen opdracht. Mijn instelling verschilt niet van die in de Vuelta van vorig jaar, al geloof ik dat het me nog zal overkomen dat ik een beslissende ontsnapping mis door onoplettendheid. Daarom zeg ik ook : mijn bescheidenheid hoeft geen goed resultaat uit te sluiten. Kopman of helper : wie goed zit, schuift mee naar voren.? Hij schrapt de ontgoochelingen al van te voren. Zo is het gemakkelijk. Na enig aandringen geeft Axel Merckx wel wat toegeven op zijn bescheidenheid : ?Misschien moet ik me een winnaarsmentaliteit aankweken. Mijn gebrek aan zelfvertrouwen, voel ik toch aan als mijn zwakke punt.? Maar zijn ambities becijferen, zo ver wil hij nu ook weer niet gaan. ?Ik heb ook geen flauw idee van wat me in Italië te wachten staat. Op de commentaren van collega's wil ik me niet vastpinnen. Die noemen de Giro lastiger dan de Vuelta maar minder zwaar dan de Tour. Wat ben je met zo'n uitspraken. Je kan pas oordelen als je het aan den lijve ondervonden hebt.? Het parcours van de Giro leert alvast dat het niet om te lachen wordt. Ruim 3.500 kilometer lang, met een lange tijdrit in de tweede en de derde week en voorts veel geklauter op doorgaans lange beklimmingen. Het type cols dat Axel Merckx wel moet liggen : voor de korte neepjes van de hellingen in Vlaamse wedstrijden is hij te weinig souplesserenner. ?Ik mis de kracht en de explosiviteit om tegen zo'n helling naar boven te vliegen. Mijn gestel is nog te broos, ik heb nog veel krachttraining nodig om dat te leren. Het past ook niet bij mijn stijl. Elke renner heeft zijn capaciteiten. Ik ben geen Luc Leblanc, die van jongsaf aan op dat grote blad gekoerst heeft.? Maar eigenlijk heeft hij het parcours van de Giro niet bestudeerd. ?Elke rittenwedstrijd van drie weken is heel zwaar. Maar ik hou wel van die lange ronden. Normaal groei ik naarmate zo'n wedstrijd vordert.? Frank Demets Axel Merckx, enige Belg in de Giro : drie weken onder het vergrootglas.