Het was een sombere maar zonnige dag toen vier jaar geleden in het Klein-Brabantse Hingene sportjournalist Jan Wauters werd begraven. Hij was overleden aan een zware hartaanval die hij in mei had gekregen kort na de opnames van het VRT-programma Phara. Uitgerekend op zaterdag 11 juni, tijdens het openingsweekend van het WK voetbal in Zuid-Afrika, werd Wauters ten grave gedragen. Waren er niet bij: de vele collega's-sportjournalisten die op dat moment al in Zuid-Afrika waren om te doen wat Wauters zo graag had gedaan - 'onze man ter plaatse' zijn.
...

Het was een sombere maar zonnige dag toen vier jaar geleden in het Klein-Brabantse Hingene sportjournalist Jan Wauters werd begraven. Hij was overleden aan een zware hartaanval die hij in mei had gekregen kort na de opnames van het VRT-programma Phara. Uitgerekend op zaterdag 11 juni, tijdens het openingsweekend van het WK voetbal in Zuid-Afrika, werd Wauters ten grave gedragen. Waren er niet bij: de vele collega's-sportjournalisten die op dat moment al in Zuid-Afrika waren om te doen wat Wauters zo graag had gedaan - 'onze man ter plaatse' zijn. Als radiojournalist was Jan Wauters een fenomeen. Zijn taalvaardigheid was spreekwoordelijk. Niet toevallig een germanist, net als zijn echtgenote Thérèse (als columniste bekend onder haar nom de plume Sarah B.). Correct taalgebruik en een onberispelijke dictie - naar Noord-Nederlandse snit, maar zonder Hollandse zweem - waren de basis voor creatieve, meeslepende reportages. Of het tijdens de Tour de France was, het WK voetbal of de Olympische Spelen, Jan Wauters werd vooruit gedreven door zijn liefde voor de taal, zijn passie voor de sport en zijn fascinatie voor mens en samenleving. Hij was een kind van zijn tijd. Wauters was geen soixante-huitard - daarvoor was hij tien jaar te oud - maar hij was wel een kind van de sixties, het decennium waarin vrijgevochten boeken als Ik, Jan Cremer (1964) de Nederlandse literaire wereld op z'n kop zetten. Zo zelfbewust Jan Cremer je op de cover van zijn boek aankeek, zo zelfbewust was Jan Wauters op zijn radiomotor tijdens de koers. Van niemand bang, overtuigd van zijn eigen kwaliteiten. Want hij was de beste, de radste, de scherpzinnigste, en hij wist dat ook wel van zichzelf. Vrouw Thérèse wist meteen op wie ze verliefd werd, verklapte ze in Humo: 'Jan had wat van James Dean.' Zijn zoon Benno Wauters vertelde in een interview met De Morgen over de fascinatie van zijn vader voor de 'Amsterdamse school': 'Niet dat mijn vader meeging in de provobeweging, maar hij liet er zich graag door beïnvloeden. Jan Blokker, Henk Hofland, een generatie journalisten die net iets ouder waren dan hijzelf, vormden zijn voorbeeld.' Jan Wauters hoorde er ook echt bij. Hij mocht zelfs af en toe een stuk schrijven in de toen toonaangevende deVolkskrant, on-Vlaams streng en zonder complexen. 'Ruïne Goethals stort in', schreef hij in 1975, toen de Belgische nationale ploeg een historische 5-0-pandoering had gekregen van het Oranje van Johan Cruijff. De tijd van bondscoach Raymond Goethals was inderdaad voorbij. Zijn opvolger Guy Thys zou nog een jaar of vier, vijf nodig hebben om weer een te duchten team te maken van de Rode Duivels. Het WK 1978 kwam te vroeg: niet België, maar Nederland kon zich kwalificeren. Maar een onschuldig 'voetbalfeest' werd het niet. Vanaf 1976 zat Argentinië, net zoals de meeste Zuid-Amerikaanse landen, in de klauw van een militaire junta. Onder het mom van de strijd tegen het communisme ontketende die een meedogenloze repressie tegen vakbonden, progressieven, journalisten, politici, priesters, studenten en academici. Alles wat 'sociaal' was, deed ze af als 'socialistisch'. Bij het begin van die actie verklaarde een Argentijnse generaal: 'We gaan 50.000 mensen doden: 25.000 opstandelingen, 20.000 sympathisanten, en we zullen 5000 fouten maken.' Berucht waren de 'dodenvluchten', waarbij gevangenen uit een helikopter in de Atlantische Oceaan of Rio de Plata werden gesmeten om ze te laten 'verdwijnen'. Maar dat was toen nog niet bekend. De vriendinnen, echtgenotes en moeders van die slachtoffers eisten opheldering, het regime deed hun demonstraties smalend af als de acties van 'de dwaze moeders van het plein', naar de Plaza de Mayo in Buenos Aires, waar ze zwijgend betoogden. Het werd een geuzennaam. Zangers-cabaretiers Freek de Jonge en Bram Vermeulen, toen verenigd in Neerlands Hoop In Bange Dagen, vonden het niet kunnen dat Oranje zomaar zou aantreden op een sportmanifestatie die eigenlijk één grote pr-stunt van een misdadig regime was. Ze zagen het verschil niet tussen Argentinië 1978 en de Olympische Spelen van Berlijn 1936, zeiden ze, en ze zetten een boycotactie op het getouw. Samen met de popgroep Music Garden - de band van de jonge Thé Lau - maakten ze de lp Bloed aan de paal. De teksten waren bijzonder direct, en misten hun effect niet: 'We gaan naar Argentinië, waar dagelijks wordt gemoord/ Maar daar is nu eventjes geen tijd voor, zojuist heeft Rep gescoord/ Zonder Cruijff in de finale, wie had dat verwacht/ En op de eretribune zitten Wiegel en Van Agt.' Jan Wauters, die zo opkeek naar die vrije, scherpe journalistiek uit Nederland, voelde zich aangesproken door die actie. De rasjournalist en sportliefhebber in hem wilden natuurlijk maar wat graag aanwezig zijn op een WK voetbal. Maar tegelijk was er dat humanitaire appel, die dwingende vraag tot politieke actie. Wauters deed wat toen weinig collega's wilden of durfden: als officieel geaccrediteerd voetbaljournalist sprak hij over de politieke context. Hij lichtte Vlaanderen in over wat hij met eigen ogen in de Argentijnse hoofdstad zag: 'De Dwaze Moeders op het plein zoeken hun kinderen. Elke donderdag trekken ze naar de Plaza de Mayo om in stilte te getuigen van hun verdriet dat ze lijden zolang ze niet weten waar hun kinderen zijn. Wereldbeker of niet, er verdwijnen steeds meer mensen in Argentinië. Na de gewonnen finale overstroomden één miljoen Argentijnen Buenos Aires. De generaals hebben hun doel bereikt met hun vuile oorlog tegen het volk.' Nogmaals zijn zoon Benno: 'Mijn vader komt op de radio: als kind vind je dat de gewoonste zaak van de wereld. Ik werd me pas bewust dat mijn vader "Jan Wauters" was tijdens het WK voetbal in Argentinië 1978. Toen ik hem op de radio hoorde, voelde ik dat er iets speciaals gebeurde. Dat heel speciale samengaan van maatschappij en sport, die roes van dat Argentijnse volk - 'Ar-gen-ti-na! Ar-gen-ti-na!' - en tegelijk die Dwaze Moeders op de Plaza de Mayo. Dat kwam allemaal samen in wat hij via de radio aan Vlaanderen liet weten.' Ook sportjournalist Raf Willems herinnert zich de magie die uitging van Wauters' radiowerk: 'Dat was erg indringend. In volle Koude Oorlog was het op de openbare omroep niet evident om op eigen houtje politieke en maatschappijkritische reportages te maken, zeker niet voor een sportjournalist. Stelt u zich de context voor: terwijl Jan Wauters de Vuile Oorlog in Argentinië op de korrel nam, bezong een voetbaljournalist in Gazet Van Antwerpen elke dag de geneugten van het Argentijnse leven.' De 'Argentijnse dagboeken' van Wauters - zijn radioreportages in uitgeschreven vorm - vonden in 1980 hun weg naar het Vlaamse lezerspubliek. Uitgeverij Kritak, de voorloper van Van Halewyck, gaf ze uit in een bundel kritische sportopstellen: Het Hoofd, de Benen en het Geld. Zuid-Amerika is vandaag democratischer dan toen. Ook Brazilië heeft geen junta meer, maar een verkozen (linkse) president. Maar ook ditmaal is er fel protest: tegen de sociale ongelijkheid in Brazilië, en vandaar ook tegen het WK voetbal dat zo duur is, zeker voor een land met zo veel armoede. Erger nog zijn de nieuwe verdwijningen, bijvoorbeeld van honderden, zo niet duizenden straatkinderen, de prangende vragen naar hun lot, en het gebrek aan antwoord erop. De hele wereld kijkt ernaar, wil informatie, en stelt zich vragen die het officiële Brazilië blijkbaar knap vervelend vindt. Een beetje sportjournalist weet in Brazilië wat te doen. Vanuit Argentinië gaf Jan Wauters de voorzet. Wauters deed wat weinig collega's wilden of durfden: als officieel geaccrediteerd voetbaljournalist sprak hij over de politiek.