In Knack nr. 12 (Lopende Zaken, 'Zoek de zeven verschillen') maakt Marc Reynebeau zich vrolijk over Geert Bourgeois. Volgens hem zou het Instituut voor de Nationale Rekeningen de N-VA-voorzitter een kwalijke verrassing bezorgd hebben: 'De kwalijke verrassing was dat het Instituut had becijferd dat niet alleen Wallonië, maar ook Bourgeois' eigen provincie West-Vlaanderen (net als delen van Oost-Vlaanderen en Limburg) flink profiteert van de nationale solidariteit. De West-Vlamingen zagen daardoor hun gezamenlijke beschikbare inkomen met haast 200 miljoen euro toenemen. Geen habbekrats.'
...

In Knack nr. 12 (Lopende Zaken, 'Zoek de zeven verschillen') maakt Marc Reynebeau zich vrolijk over Geert Bourgeois. Volgens hem zou het Instituut voor de Nationale Rekeningen de N-VA-voorzitter een kwalijke verrassing bezorgd hebben: 'De kwalijke verrassing was dat het Instituut had becijferd dat niet alleen Wallonië, maar ook Bourgeois' eigen provincie West-Vlaanderen (net als delen van Oost-Vlaanderen en Limburg) flink profiteert van de nationale solidariteit. De West-Vlamingen zagen daardoor hun gezamenlijke beschikbare inkomen met haast 200 miljoen euro toenemen. Geen habbekrats.'Steeds volgens Reynebeau zou Geert Bourgeois daarmee een 'doctrinair, haast ideologisch probleem' hebben. De retoriek (van de N-VA) bestaat er namelijk in dat Vlaanderen en Wallonië beschikken over 'totaal verschillende economieën met een verschillende productiviteit'. Reynebeau kan niet begrijpen dat de Waalse economie totaal verschilt van de Vlaamse. Hij negeert daarbij straal een aantal objectieve gegevens. Ik geef slechts één element: in Wallonië werkt ongeveer 40 procent van de beroepsbevolking voor de overheid, in Vlaanderen is dat om en bij de 25 procent. Eenmaal de 'verschillen' van tafel geveegd, stort Reynebeau zich op het tweede deel van de 'equatie', over de productiviteit: 'Dat kan alleen impliceren dat de Walen niet zo productief zijn, wegens te lui om net zo hard te werken als de Vlamingen. En daarmee is een kwalijk slag moralisme wel heel dichtbij.' En daarmee is Reynebeau gekomen waar hij wou komen. De kwalijke Bourgeois is ontmaskerd. In een laatste beweging wordt de N-VA helemaal onderuitgehaald, want Bourgeois kan toch moeilijk beweren dat de West-Vlamingen luier zijn of een andere cultuur aankleven. Ik doe een poging om 'mijn retoriek' te verduidelijken. Reynebeau begaat dezelfde vergissing als de eerste commentaren over de jongste regionale rekeningen. Hij begaat een denkfout bij het afleiden van transfers uit deze rekeningen. In deze rekeningen wordt immers geen rekening gehouden met de interregionale geldstromen die het gevolg zijn van de regionale verdeling van al die overheidsuitgaven die niet bestaan uit directe transfers (sociale uitkeringen) aan de burgers, en dat is de bulk van de overheidsmiddelen. We hebben het hier over gezondheidszorg, vrijwel het hele budget van gewesten en gemeenschappen, vrijwel de hele federale begroting. De door Reynebeau en anderen naar voren gebrachte transfercijfers van Vlaanderen naar Wallonië (2,3 miljard euro) zijn dus een zware onderschatting. Anderzijds kan er op basis van deze regionale rekeningen absoluut geen uitspraak worden gedaan over transfers tussen provincies (het zou bijvoorbeeld kunnen dat West-Vlaanderen een relatief klein deel heeft in de budgetten onderwijs, infrastructuur, huisvesting, milieuzorg...). Los daarvan snijdt een vergelijking van de regionale met de provinciale 'herverdeling' geen hout: het is nogal evident dat hoe kleiner de geografische eenheid, hoe meer verschillen en dus kans op transfers er zijn. Economische activiteiten, wonen en werken zijn nu eenmaal geografisch niet evenwichtig gespreid. Een provinciale verdeling is politiek zinledig, tenzij men zou gaan stellen dat de provincies verregaande bevoegdheden zouden moeten hebben (in plaats van de regio's), wat geen zinnig mens voorstaat. Geert Bourgeois, Algemeen voorzitter