Toen de Taliban in Afghanistan om ideologische redenen beslisten om twee enorme boeddhabeelden kapot te schieten, schreeuwde de wereld moord en brand. De Unesco (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation) had de beelden namelijk als deel van het Werelderfgoed erkend.
...

Toen de Taliban in Afghanistan om ideologische redenen beslisten om twee enorme boeddhabeelden kapot te schieten, schreeuwde de wereld moord en brand. De Unesco (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation) had de beelden namelijk als deel van het Werelderfgoed erkend. In Congo zijn er vijf Werelderfgoedgebieden: vijf natuurparken. Daar is maar weinig aandacht voor, ondanks het feit dat er spectaculaire dieren huizen die alleen in Congo leven, zoals de bonobo, de Congopauw, de Grauers gorilla en de okapi. Natuur is geen prioriteit in tijden van oorlog. Enkele Belgen keken nochtans op geen inspanning om het voortbestaan van de parken in deze moeilijke omstandigheden te vrijwaren. De Vlaamse landbouwingenieur Guy Debonnet en de Waalse bioloog José Kalpers schuimden onverdroten allerhande instanties af om aandacht te vragen voor respectievelijk Kahuzi-Biega en Virunga Nationaal Park, in het oosten van Congo. De Antwerpse biologe Ellen Van Krunkelsven, die er als eerste in slaagde het enorme Salonga Nationaal Park in het hart van Congo te bereiken, raakte zo ontmoedigd door het gebrek aan medewerking van gevestigde instanties dat ze haar eigen Stichting Salonga oprichtte. De vrees groeide namelijk dat de oorlog zo lang zou aanslepen dat de natuur niet meer te redden zou zijn mocht het ooit weer veilig worden. Vooral onder impuls van Debonnet en van Jean-Pierre D'Huart van de Belgische tak van het Wereldnatuurfonds (WWF) kon de Unesco ervan overtuigd worden om ondanks de oorlog toch in het beheer van Congo's Werelderfgoed te investeren. De United Nations Foundation (UNF) stelde meer dan 120 miljoen frank (3 miljoen euro) ter beschikking om de volgende vier jaar de lonen en de uitrusting van de parkwachters te betalen. De Belgische staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans (Agalev) was de eerste politicus die op dit initiatief inspeelde: België maakte 14 miljoen frank (350.000 euro) vrij om het biodiversiteitsproject te steunen. 'Een primeur', aldus D'Huart. 'Als bewustmaking voor de natuur kan dat tellen. Voor de eerste keer werd afgestapt van de stelling dat er in onveilige omstandigheden niet geïnvesteerd wordt. Op die manier wordt er werkgelegenheid en stabiliteit gecreëerd, ondanks de onzekerheid. Misschien kunnen de parken zo wel oasen van rust in een woelige regio worden.'Dirk Draulans