Medisch socioloog Luc Deliëns van de Onderzoeksgroep 'Zorg rond het Levenseinde' (Vrije Universiteit Brussel) publiceerde vorige week met een aantal collega's in het vakblad The Lancet nieuwe cijfers over euthanasie en andere medische beslissingen rond het levenseinde in zes Europese landen waaronder België.
...

Medisch socioloog Luc Deliëns van de Onderzoeksgroep 'Zorg rond het Levenseinde' (Vrije Universiteit Brussel) publiceerde vorige week met een aantal collega's in het vakblad The Lancet nieuwe cijfers over euthanasie en andere medische beslissingen rond het levenseinde in zes Europese landen waaronder België. Extrapolatie van cijfers uit 2000 leert dat er toen in ons land bij 1908 mensen dodende middelen gebruikt werden om het stervensproces te bespoedigen. Het ging daarbij in 314 gevallen om euthanasie, in 15 gevallen om hulp bij zelfdoding en in liefst 1579 gevallen om levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt. 'Het belangrijkste resultaat was dat actieve levensbeëindiging overal in Europa gebeurt, zelfs in het katholieke Italië', legt Deliëns uit. 'Levensbeëindiging zonder toestemming van de patiënt was overal algemener dan echte euthanasie, behalve in Nederland. Bij onze noorderburen groeide de euthanasiewetgeving uit de medische praktijk, bij ons was de wet er eerst en moeten de belangengroepen nu de randvoorwaarden invullen.'Toch valt het op dat ons land veel hoger 'scoort' dan de andere vijf in het niet om toestemming vragen van de patiënt bij een levensbeëindiging - het betreft vooral dementerenden waarbij 'euthanasie per definitie uitgesloten is'. Deliëns heeft daar niet echt een verklaring voor. Interessant was ook dat in ons land medisch begeleid sterven gemiddeld bij jongere patiënten gebeurt dan elders. En dat verhoudingsgewijs meer mannen dodelijke middelen toegediend krijgen, terwijl bij vrouwen meer beslissingen genomen worden om een behandeling stop te zetten. 'Dat kan te maken hebben met het feit dat vrouwen dikwijls later sterven dan mannen, zodat de vrouw meestal nog in leven is als er een beslissing over de man genomen moet worden', zegt Deliëns. 'Mannen sterven ook meer thuis dan vrouwen.'Levensbeëindigend handelen door toediening van een middel blijft verhoudingsgewijs wel zeldzaam: slechts 1,8 procent van de sterfgevallen in België heeft er betrekking op. Beslissingen om niet te behandelen of om de pijnbestrijding op te drijven, zijn veel algemener (zie grafiek). Er zou in ons land de laatste jaren ook een tendens zijn om meer aan pijnbestrijding te doen en minder dodelijke middelen toe te dienen. Er komt wel kritiek op deze cijfers. Marc Cosyns, die oorspronkelijk meewerkte aan deze studies, haakte af 'omdat ze bewust de indruk willen wekken dat euthanasie en levensbeëindigend handelen zonder verzoek van de patiënt veel frequenter gebeuren dan in de realiteit het geval is'. Hij benadrukt dat de cijfers gepuurd werden uit een peiling naar de 'intenties' van artsen, terwijl uit de praktijk blijkt dat slechts een vijfde ook daadwerkelijk tot de daad zou overgaan.