Wij hebben ooit het genoegen gesmaakt om enkele dagen in het gezelschap van een horde Schotse voetbalsupporters door te brengen. Dat was niet uit vrije wil, tot onze ontzetting logeerden ze in hetzelfde dorp als wij. Het was in 1998 en dat dorp heette Parijs.
...

Wij hebben ooit het genoegen gesmaakt om enkele dagen in het gezelschap van een horde Schotse voetbalsupporters door te brengen. Dat was niet uit vrije wil, tot onze ontzetting logeerden ze in hetzelfde dorp als wij. Het was in 1998 en dat dorp heette Parijs.U zult misschien zeggen dat Parijs een grote stad is, en dat is het ook, maar niet groot genoeg om Schotse voetbalfans onzichtbaar op te slokken. Schotland speelde in het Stade de France de openingswedstrijd van de wereldbeker tegen titelverdediger Brazilië, en drie dagen vóór die partij kon je in de lichtstad niet meer buitenkomen of je viel over Schotten. In het stadion zouden er zo'n zevenduizend zitten, buiten hing, zwalpte en lag een veelvoud. Het merendeel van hen niet in het bezit van een toegangsticket, en nog veel minder van een hotelreservatie. Met zulke geldverslindende pietluttigheden houdt een Schot zich niet bezig. Drank, dat is wat hem drijft. On-waar-schijn-lijk hoeveel de gemiddelde Schot kan zuipen. Was de wet van de communicerende vaten voor het eerst uitgetest in Schotland, hij was terstond ongeldig verklaard. Neem het grootste vat ter wereld. Geen idee waar dat zich bevindt. Wij hebben ooit een buitenissig groot vat gezien in het Champagnehuis Mercier in Epernay. Dat werd in 1900 tentoongesteld op de wereldexpositie van Parijs. En toen ze het vanuit Reims naar de hoofdstad vervoerden, moesten ze onderweg een paar huizen afbreken omdat de straten te smal waren voor dit convoi exceptionnel. Vul dit vat met bier, steek er een darmpje in en bevestig het andere uiteinde tussen de lippen van een Schot van gemiddelde lengte. Dat vat gaat erin! In die Schot. Tot de laatste druppel. Wij hebben het zelf gezien. Een kerel dronk zowat in zijn eentje een heel vat leeg, zong enkele schunnige liederen, klom op de tapkast, klokte een magnum Veuve Cliquot naar binnen en riep uit : 'Come, thou monarch of Vine. Plumpy Bacchus with pink eye'. Maar voor hij dit ongetwijfeld briljante vers kon afmaken, stuikte hij voorover op de grond en brak drie tanden. Om zijn bloedende tandvlees te ontsmetten, goot hij nog een cognac of vier door zijn keel, en wandelde tot slot kaarsrecht de kroeg uit, in het voorbijgaan twee zomers geklede Braziliaanse supporteressen schofferend door vlak voor hen zijn kilt op te heffen. En als ze naar het voetbal of naar de kroeg gaan, twee bestemmingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dragen ze er niets onder. 'Dat spaart tijd', vertrouwde een van die drinkebroers ons welwillend toe. 'Je laat het lopen waar je staat.' Ondanks de alcohol heb je met Schotten, net als met Ieren, zelden last. SPECIALISTEN VAN DE WERELDBEKERSchotland is een vreemd voetballand. Heeft de grootste managers in de geschiedenis van het Engelse voetbal geleverd: Bill Shankly aan Liverpool, Matt Busby en Alex Ferguson aan Manchester United. In de eigen competitie is het twaalf keer per jaar Celtic-Rangers, in de beker vier keer per jaar, en vriendschappelijk nog een keer of tien. Hoewel men niet bepaald van vriendschappelijk kan spreken als het katholieke en door Ieren opgerichte Celtic het tegen het protestantse en dus door de Engelsen gesteunde Rangers opneemt. Vier rode kaarten op het veld, dan spreekt men van een sportief duel. Minder dan vijf doden naast het veld, dan gewagen de ordediensten van een rustige middag. Ooit waren er 66 doden, maar dat was toen een trap van Ibrox Park instortte. Rangers is lang geleden ook een jaar Europees geschorst omdat zijn supporters in Barcelona amok hadden gemaakt na de nochtans met 3-2 gewonnen Europacup-2-finale tegen Dynamo Moskou. Ook toen viel er een dode. Niets van dat alles rond de nationale ploeg, die alleen een oeverloos enthousiasme opwekt, en ook aldus speelt. Het Schotse team zal zaterdag des te meer te duchten zijn, omdat het om de wereldbeker gaat. Schotten doen nooit mee in een Europees Kampioenschap. Altijd kansloos uitgeschakeld. Maar niet zo gauw dient zich de eindronde van de wereldbeker aan, of op de een of andere onverklaarbare wijze blijken ze de kwalificatie overleefd te hebben. Op het eindtoernooi liggen ze er wel altijd na de eerste ronde uit, maar voor de kwalificatie doen ze alles. De legendarische Schotse bondscoach Jock Stein bekocht ze in 1985 met zijn leven, toen hij letterlijk op de bank stierf na de match tegen Wales. In de voorrondes van het EK waren de Rode Duivels vier keer bij de Schotten ingedeeld. Vijf keer gewonnen, twee keer verloren, één keer gelijk. Maar nu gaat het voor het eerst om een WK. Schotland kwalificeerde zich in de jongste zeven edities slechts één keer niet voor de eindronde. Dat was in '94 toen Zwitserland en Italië beter waren. De Rode Duivels, bondsvoorzitter Michel D'Hooghe laat geen gelegenheid onbenut het te onderstrepen, plaatsten zich voor de jongste vijf eindronden. Het enige land ter wereld dat dat, via de voorronde, deed. Het zijn dus twee grote specialisten die zaterdag tegenover elkaar staan in Glasgow. Blauw tegen rood: paars. Koen Meulenaere