Het is geen schande als je nog nooit van Fon hebt gehoord. Het Spaanse informaticabedrijf bestaat immers nog maar drie maanden. De technologie die het heeft ontwikkeld, telt vandaag wereldwijd niet meer dan 3000 gebruikers. En daar zitten geen Belgen tussen. Het valt trouwens nog af te wachten of dat aantal sterk zal stijgen. De toenemende concurrentie en steeds snellere opeenvolging van innovaties in de IT-branche maken het voor een nieuwkomer erg moeilijk om overeind te blijven. De harde cijfers: twee procent van de technologische ontwikkelingen breekt door, de andere 98 procent sneuvelt. Kortom, de kans bestaat dat je n...

Het is geen schande als je nog nooit van Fon hebt gehoord. Het Spaanse informaticabedrijf bestaat immers nog maar drie maanden. De technologie die het heeft ontwikkeld, telt vandaag wereldwijd niet meer dan 3000 gebruikers. En daar zitten geen Belgen tussen. Het valt trouwens nog af te wachten of dat aantal sterk zal stijgen. De toenemende concurrentie en steeds snellere opeenvolging van innovaties in de IT-branche maken het voor een nieuwkomer erg moeilijk om overeind te blijven. De harde cijfers: twee procent van de technologische ontwikkelingen breekt door, de andere 98 procent sneuvelt. Kortom, de kans bestaat dat je na vandaag nooit meer iets van Fon verneemt. Wat dit bericht overbodig zou maken. Wat erg zou zijn. Wat zou betekenen dat Silicon Valley geleid wordt door dagdromers. Wat eindigt in een nieuwe dotcomcrash. Laten we echter niet vooruitlopen op de feiten. Laten we er voor het gemak van uitgaan dat internetgigant Google, IP-telefonieaanbieder Skype (telefoneren via het internet) en investeringsmaatschappij Sequoia Capital goed hebben nagedacht over hun investering van achttien miljoen euro in Fon. Een hoogst opmerkelijke deal, want het gebeurt niet snel dat Amerikaanse industry leaders hun oog laten vallen op een starter uit een IT-ontwikkelingsland als Spanje. Wat maakt Fon dan zo bijzonder? De technologie én de achterliggende visie. In essentie is Fon een softwareprogramma dat computergebruikers in staat stelt om hun internetverbinding open te stellen voor andere surfers. Zo wordt het aansluitingspunt in de woon- of werkkamer een virtueel basisstation, een hotspot, onbeperkt draadloos toegankelijk voor iedereen die zich op minder dan 300 meter afstand bevindt. Dankzij wifi, de standaardtechnologie voor draadloze netwerkverbindingen, surf je bovendien bijna even snel zonder kabel als mét kabel. Het leuke aan een eigen hotspot is dat je je vrienden en toevallige voorbijgangers kunt helpen met hun dringende webbesognes zonder daar zelf iets voor te moeten doen. Een bescheiden vorm van openbare dienstverlening. Als jouw hotspot de enige in de wijk is, kun je er zelfs wat aan verdienen. Fon biedt zijn klanten drie verschillende gebruiksformules aan: de Bill-abonnee (genoemd naar Bill Gates) krijgt een vergoeding voor het openstellen van zijn aansluiting; de Alien-abonnee betaalt voor het gebruik van een Fon-toegangspunt; de Linus-abonnee (naar Linux-stichter Linus Torvalds) opent zijn internetaansluiting voor anderen en krijgt bij wijze van beloning gratis toegang tot het volledige Fon-netwerk. Stevaert-socialisme in dotcomvorm! Maar hoe zit het met de problematische beveiliging van draadloze netwerken? Fon-oprichter Martin Varsavsky trekt het zich niet te veel aan. Geen virus of hacker kan hem van zijn missie afbrengen. 'Ik wil het internet weer naar de mensen brengen.' De Argentijnse dotcomentrepreneur, die fortuin heeft gemaakt als topman van de succesvolle techbedrijven Viatel, Jazztel en Ya.com, eist gerechtigheid. Voor 35 euro per maand moet de klant volgens hem overal en altijd online kunnen. 'Als het internet niet goedkoper wordt, dan wil ik dat het méér wordt.'BART VANDORMAEL