De Oostenrijkse satiricus Karl Kraus maakte zich er ooit boos over. De laatste kruitdampen van de oorlog waren maar net opgetrokken of er werden al rondleidingen gegeven voor sensatiebeluste toeristen in Verdun. Vandaag liggen de slagvelden van destijds er opnieuw min of meer ongerept bij en de excursies zijn niet meer wat ze waren. Op de markt van Ieper maken Engelse busjes nog wel steeds reclame voor een toertje langs het front. De Britten verloren tussen juli en november 1917 300.000 manschappen in de fameuze slag bij Passendale, ook wel de Derde Slag bij Ieper genaamd.
...

De Oostenrijkse satiricus Karl Kraus maakte zich er ooit boos over. De laatste kruitdampen van de oorlog waren maar net opgetrokken of er werden al rondleidingen gegeven voor sensatiebeluste toeristen in Verdun. Vandaag liggen de slagvelden van destijds er opnieuw min of meer ongerept bij en de excursies zijn niet meer wat ze waren. Op de markt van Ieper maken Engelse busjes nog wel steeds reclame voor een toertje langs het front. De Britten verloren tussen juli en november 1917 300.000 manschappen in de fameuze slag bij Passendale, ook wel de Derde Slag bij Ieper genaamd.Drie jaar geleden ging op de Ieperse Grote Markt het vernieuwde oorlogsmuseum In Flanders Fields open met zijn interactieve rondgang door de loopgraven van destijds. Naast de meer spectaculaire displays die horen en zien doen vergaan, worden ook typische oorlogsvoorwerpen getoond in een bijna intimistische setting. Piet Chielens is verantwoordelijk voor het geheel en hij is ondertussen in Vlaanderen zowat dé autoriteit op het gebied van de literaire beeldvorming over de 'Groote Oorlog', zeker waar het de Vlaamse frontstreek rond Ieper betreft en de Britse poëzie daarover. Hij schreef er samen met zijn broer Wim jaren geleden een briefcorrespondentie rond, De troost van schoonheid. De literaire Salient (Ieper 1914-1918), en hij bereidt momenteel een nieuwe publicatie voor over de lange tijd verzwegen problematiek van de deserteurs. Chielens is het ook opgevallen hoe zelfs dichters de historische waarheid in hun poëzie nauwelijks of geen geweld aandeden. Wie dus uit de eerste hand meer details te weten wil komen over de oorlogsjaren, kan evengoed terecht bij de Britse soldaat-poëet Ivor Gurney. Wie toch met eigen ogen een stukje van het front wil zien, schaffe zich de zopas herziene versie aan van Chrisje en Kees Brants' Velden van weleer. Dit is zonder meer de beste Nederlandstalige reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, zoals het in de ondertitel luidt. Zowel het Vlaamse als het Franse front worden door Brants gedetailleerd in kaart gebracht. Diverse historische weetjes en treffende citaten larderen de reisroute van Nieuwpoort tot Compiègne. De Brantsen zijn ook niet te beroerd om tijdens hun afdaling in de hel van weleer een nuchtere toon aan te slaan. Als ze in Diksmuide passeren, krijgt de IJzergemeente het predikaat opgeplakt van 'fraai gerestaureerd zij het wat saai Vlaams stadje'. Een beetje verder heet het dat de Westhoek 'allicht niet het meest spannende landschap van België heeft, al heeft het vlakke land met zijn waterige vergezichten een eigen bekoring'. Na vierhonderd bladzijden historisch-literaire sightseeing, komen ze aan de andere kant van het westelijk front terecht bij het beroemde bos te Compiègne waar op 11 november 1918 om 11 uur 's morgens de wapenstilstand werd betekend. Chrisje en Kees Brants, 'Velden van weleer. Reisgids naar de Eerste Wereldoorlog', Nijgh & van Ditmar/ Dedalus, Amsterdam/Antwerpen, 408 blz., 1006 fr. (24,9 OE).In Flanders Fields Museum, Lakenhallen, Grote Markt 34, 8900 Ieper (oktober tot maart: van dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 17 uur / drie weken dicht na het kerstverlof / april tot september: elke dag van 10 tot 18 uur) tel. 057-22 85 84.