Door Jef Van Baelen
...

Door Jef Van BaelenEen opvallende trend in human resources is dat bedrijven almaar vaker een beroep doen op zelfstandigen. Werknemers die vroeger in vaste dienst waren van het bedrijf, worden actief aangespoord om voor het zelfstandigenstatuut te kiezen. Het gaat vooral om een vorm van fiscale optimalisatie. Er zijn twee grote categorieën: de management- en directiefunties - vandaar de groei in managementvennootschappen - en de dienstverlenende beroepen. Typisch is een beroep als webmaster, vrijwel uitsluitend nog door zelfstandigen beoefend. Maar ook analisten, communicatiespecialisten en zelfs humanresourcesfuncties kunnen door deze nieuwe zelfstandigen uitgeoefend worden. 'Het gaat om specifieke functies met een specifieke knowhow die niet tot de kerntaken van een bedrijf behoren', verduidelijkt Luc Vanophalvens van Berenschot. 'Zelfstandigheid is een alternatief geworden voor pure onderaanneming of zelfs voor uitzendwerk, maar dan voor hooggeschoolden. 'In jaren van hoogconjunctuur, als werkzekerheid niet zo'n issue is, is die zelfstandigheid voor alle partijen interessant. In een crisis, zoals we die nu meemaken, is de eerste plaats waar geschrapt wordt, de externedienstenfuncties. Vaak zijn het werksituaties waarin men afhankelijk is van een klein aantal opdrachtgevers. Met het wegvallen van één werkgever raakt men soms al in de problemen. Zelfstandigen missen vaak het netwerk om dat op te vangen met andere werkgevers.' Op korte termijn is de nieuwe zelfstandige qua loon vaak beter af, ook door soms erg interessante fiscale constructies. Op lange termijn is dat twijfelachtiger, onder meer omdat het loon van de zelfstandige niet altijd meegroeit met dat van een werknemer. Luc Vanophalvens ziet ook een andere kant: 'Het pakket kan nog steeds erg interessant zijn. Als in het gezin een van beide partners werknemer is en de andere zo'n nieuwe zelfstandige. Dan heb je als familie de nodige bescherming én kunnen er fiscaal interessante constructies gevonden worden via de zelfstandige activiteit. Het beste van twee werelden dus. 'Maar als gezinshoofd of alleenstaande is het nieuwe zelfstandigenstatuut allicht niet de beste oplossing. Toch zijn er steeds meer nieuwe zelfstandigen. In België zal men zich ooit eens serieus moeten buigen over de evolutie van de statuten in het algemeen. Je kunt je afvragen of de verschillen tussen de vier statuten - bediende, arbeider, ambtenaar en zelfstandige - nog wel billijk zijn. De logica van het statuut lijkt helemaal weg. Neem nu de functie van geneesheer-specialist. Er zijn er die werken als zelfstandige, sommigen zijn in dienst als ambtenaar, nog anderen hebben een bediendestatuut. Terwijl ze allemaal identiek dezelfde functie uitoefenen.' Volgens Pieter Strackx van Berenschot past de opkomst van het zelfstandigenstatuut in de toenemende onthechting van de werkgever: 'Je zou ook kunnen zeggen dat die nieuwe zelfstandige vrijheid 'koopt' in arbeidsorganisatie. Voor sommige mensen is dat heel belangrijk: ik beslis wanneer ik ga werken. En als ik eerst mijn kind naar school wil doen en pas daarna aan de slag wil gaan, dan doe ik dat gewoon. Dat kunnen kiezen heeft ook zijn waarde.' 'Qua filosofie past het zelfstandigenstatuut bij de tendens om de eigen carrière te plannen. Een levenslange carrière, dat is bijna verleden tijd', erkent Luc Vanophalvens. 'Het spreekt aan om onafhankelijk te zijn van de regels die een baas, een bedrijf oplegt. Nu met de crisis wordt dat weer omgedraaid: de waarde van werkzekerheid is groter. Niet toevallig is werken bij de overheid in tijden van crisis enorm populair.'