Men kan het zo gek niet bedenken of er bestaat een draaiboek voor. Behoudens op het laatste oordeel of een aanval door buitenaardse wezens lijken wij op het ergste voorbereid. Neem nu het angstscenario dat een paar jaar geleden geweldig in de mode was: een biologische terreuraanslag. Met het pokkenvirus, bijvoorbeeld. Stel: een handlanger van Osama Bin Laden slaagt erin om dat virus te stelen uit een van de superbeveiligde laboratoria waar het wordt bewaard. Een zelfmoordterrorist wordt met het goedje besmet en trekt op een drukke zaterdag naar de Antwerpse Meir, waar hij zoveel mogelijk mensen probeert aan te steken. Een regelrecht doemscenario, want de pokken kunnen zich vanuit Antwerpen binnen de kortste keren meester maken van zowat de gehele wereldbevolking.
...

Men kan het zo gek niet bedenken of er bestaat een draaiboek voor. Behoudens op het laatste oordeel of een aanval door buitenaardse wezens lijken wij op het ergste voorbereid. Neem nu het angstscenario dat een paar jaar geleden geweldig in de mode was: een biologische terreuraanslag. Met het pokkenvirus, bijvoorbeeld. Stel: een handlanger van Osama Bin Laden slaagt erin om dat virus te stelen uit een van de superbeveiligde laboratoria waar het wordt bewaard. Een zelfmoordterrorist wordt met het goedje besmet en trekt op een drukke zaterdag naar de Antwerpse Meir, waar hij zoveel mogelijk mensen probeert aan te steken. Een regelrecht doemscenario, want de pokken kunnen zich vanuit Antwerpen binnen de kortste keren meester maken van zowat de gehele wereldbevolking. Zal het ooit gebeuren? De kans is klein. Is het uitgesloten. Nee, het is niet uitgesloten. En dus bestaat er een draaiboek voor. Die rustgevende zekerheid hebben we verkregen dankzij Karim Van Overmeire, verkozene des volks namens het Vlaams Belang, de partij die onze veiligheid helemaal bovenaan in het vaandel voert. Op 31 maart 2005 stelde Van Overmeire de minister van Volksgezondheid drie pertinente vragen, naar aanleiding van het draaiboek voor terreurdreigingen dat eerder die maand was gepresenteerd door de minister van Justitie. Eén. In hoeverre wordt in het draaiboek van de minister van Justitie rekening gehouden met een aanslag met het pokkenvirus en in hoeverre is ons land voorbereid op een dergelijke aanslag? Twee. Beschikt ons land over een voldoende grote vaccinvoorraad? Zo neen, overweegt de regering om bijkomende vaccins aan te kopen? Drie. Hoe staat het momenteel met de noodzakelijke opleiding van artsen om mensen tegen de pokken te vaccineren? De heer Van Overmeire, zo liet de minister weten, kan op beide oren slapen. België beschikt over een zogenaamd Team Snelle Respons en is op alles voorbereid - zelfs op een terroristische aanslag met het pokkenvirus. Dat ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over een gespierd draaiboek beschikt om virale catastrofes te voorkomen, hebben we de voorbije weken mogen meemaken. Zonder enige zin voor relativering bracht de WHO elke dag verslag uit van de varkensgriep die zich vanuit Mexico over de planeet dreigde te verspreiden. 'De hele mensheid is in gevaar', wist WHO-baas Margaret Chan. En ze voegde eraan toe, in alle ernst: 'Maar er is geen reden tot paniek.' Naarmate het alarmniveau steeg, serveerden de media almaar vettere koppen. WHO is voorbereid op pandemie.Wereld op de rand van pandemie. Pandemie op komst, waarschuwt WHO. Varkensgriep is echte pandemie. De internationale nieuwsmagazines maakten hun cover vrij voor de pandemische bedreiging (Pietje de Dood sierde The Economist, voorts vooral mondmaskers) en zetten hun beste pennen aan het werk. De bijbehorende verhalen waren goed geschreven. Té goed, soms. Het leken haast thrillers: de professioneel opgebouwde spanningsboog was belangrijker dan de genuanceerde informatie. Ondertussen is gebleken dat nuance wel op z'n plaats was geweest. De gewone huis-, tuin- en keukengriep eist elk jaar in Europa alleen al tienduizenden levens, wereldwijd honderdduizenden, een dodentol waarbij die van de varkensgriep (nog geen honderd slachtoffers) in het niets verzinkt. Die varkensgriep was, net zoals de vogelgriep zes jaar geleden een ietwat overroepen probleem. Vals alarm. De remedie was erger dan de kwaal, behalve voor producenten van virusremmers en mondmaskertjes. Toch was zelfs de afwezigheid van nieuws dagenlang nieuws. Op de hoogdagen opende bij ons vrijwel elk radiobulletin met de mededeling dat er in België alsnog geen enkele besmetting was gesignaleerd. Toen het - eindelijk! - zover was en de minister van Volksgezondheid kon bekendmaken dat ook in ons land een geval van varkensgriep was bevestigd, was dat veeleer een anticlimax. Voor minister Laurette Onkelinx was het een mooie gelegenheid om te tonen hoe goed de overheid wel niet voor ons zorgt. Maar griepcommissaris Marc Van Ranst moest live in de journaals uitleggen dat het maar een gewoon griepje was. 'Wat kunnen we doen om ons te beschermen?' vroeg een journalist. 'Radio en tv uitzetten', lachte Van Ranst. Die griep, dat was veel gedoe om niets. Maar zelfs die conclusie mag eigenlijk niet worden getrokken. Wij behoren nog altijd in afwachting te leven van een naderende ramp. Wij moeten en zullen waakzaam blijven. Want de Spaanse griep, die in 1918 ruim vijftig miljoen mensen het leven kostte, was óók vrij mild begonnen en pas na vier maanden echt losgebroken. En dus blijft de apocalyptische toon in de meeste mainstream media ongewijzigd. Newsweek waarschuwde: 'Als wij hier niets aan doen, dan zal dit op een dag een zware pandemie veroorzaken, die de pandemie van 1918 ver zal overtreffen.' New Scientist riep zelfs op tot een Flu Manhattan Project, een Manhattan Project in het teken van de griepbestrijding - een bundeling van de krachten zoals bij de vervaardiging van de atoombom. 'Wij moeten schreeuwen en schreeuwen tegen de mensen die de leiding hebben', vond de redactie. 'Tot iemand iets doet.' Zo stond het er echt: scream and scream, schreeuwen en schreeuwen. Ook CNN ging mee in de manie. Zelfs toen duidelijk was dat er niets ernstigs aan de hand is, bleven de ankers waarschuwen voor een pandemie die twee miljard mensenlevens kan kosten. De hoofdprijs qua doemscenario gaat evenwel naar Marc Van Ranst, onze eigen griepcommissaris. De afgelopen weken hield hij dapper het hoofd koel, waarvoor hulde, maar bijna tien jaar geleden, op 2 oktober 1999, verklaarde hij in Gazet van Antwerpen - ongetwijfeld op vraag van een journalist om eens een worstcasescenario voor de eenentwintigste eeuw te schetsen - dat een virus ooit 95 procent van de wereldbevolking zou kunnen uitroeien. Zal dat ooit gebeuren? De kans is klein. Is het uitgesloten? Nee, het is niet uitgesloten. Maar klinkt het overdreven? Mja. Misschien moeten journalisten zich maar eens laten inenten tegen de bijzonder besmettelijke neiging tot paniekzaaierij. Voor de goede orde: het is niet omdat vrijwel alle paniekaanvallen in het verleden onterecht waren, dat vrijwel alle paniekaanvallen in de toekomst ook onterecht zullen zijn. Het is niet omdat je paranoïde bent dat je niet wordt achtervolgd. Maar toch. Toch is het verfrissend om te lezen wat de Britse journalist Nick Davies in zijn aanbevelenswaardige boek Flat Earth News (Vintage Books, 2008) schrijft over het mechanisme van zulke opstootjes van angst in de media. Iedereen herinnert zich nog hoe de hele wereld zich moest voorbereiden op de millenniumbug. Computers zouden zich niet kunnen aanpassen aan de overgang van 99 naar 00 en dientengevolge zou zowat alles misgaan: elektriciteitscentrales zouden stilvallen, vliegtuigen zouden neerstorten, zelfs kern- raketten zouden worden gelanceerd. En dus werden draaiboeken opgesteld, worstcasescenario's uitgetekend, experts ingeschakeld om de wereld te redden. Een race tegen de tijd was het. In de nacht van 31.12.99 op 01.01.00 zaten overal ter wereld de crisisteams klaar, ook in onze Wetstraat. En wat gebeurde er? Niets. Er gebeurde niets. Van alle catastrofes die ons door de media waren voorgespiegeld, ging er welgeteld geen enkele in vervulling. Behalve een flinke inkomstenstroom voor de experts, had die millenniumbug niets opgeleverd. Het beloofde spektakel bleef uit. De knipselmap 'millenniumbug' kon bij de fictie worden ondergebracht. Hoe was het zover kunnen komen? De groepspsychose, schrijft Nick Davies, is een natuurlijke creatie van onze informatiemaatschappij. De pers speelt een cruciale rol: 'Het grootste deel van de tijd weten de meeste journalisten niet waarover ze het hebben. Hun verhalen kunnen waar zijn, of ze kunnen verkeerd zijn; zij weten het niet.' Journalisten hebben vaak geen tijd en ook weleens geen zin om iets te controleren. Ze schrijven veel van elkaar over, willen niet voor elkaar onderdoen en zijn bang om tegen het eenheidsdenken in te gaan. Zeker bij doemscenario's is het veiliger om mee te gaan met de stroom. Zeggen dat iets de verkeerde kant op gaat, is altijd goed. Als het dan echt de verkeerde kant op gaat, kun je zeggen dat je hebt gewaarschuwd. En als het niet de verkeerde kant op gaat, kun je zeggen dat dat mede aan jou te danken is: als jij niet had gewaarschuwd, was het misschien wel misgelopen. Debatteer nooit met de doemdenker. De doemdenker heeft altijd gelijk. En zo ontstaan mythes, aldus Davies. Bijna fictieve berichtgeving. 'Een verhaal lijkt waar te zijn. Het wordt alom als waar beschouwd. Het wordt een ketterij om te suggereren dat het niet waar is - zelfs als het bezaaid is met fouten, vervormingen en propaganda.' Op de dagen dat we niet bang hoeven te zijn om te bezwijken aan koorts of bij een terreuraanslag om het leven te worden gebracht, is iedereen het erover eens: de grootste catastrofe die ons boven het hoofd hangt, is de opwarming van het klimaat. Alles wat fout gaat of kan gaan, wordt aan het klimaat gelinkt. Deze eeuw worden er geen oorlogen meer uitgevochten, het zullen klimaatoorlogen zijn. Vluchtelingen bestaan niet meer, dat worden klimaatvluchtelingen. U moet bij gelegenheid eens gaan kijken naar de website onehundredmonths.org, die in augustus vorig jaar werd gelanceerd. Terwijl een klok seconde per seconde aftelt, wordt ons medegedeeld dat we nog 100 maanden (ondertussen nog een dikke 90) hebben om een catastrofe af te wenden - voor we het kantelpunt, het punt van de onomkeerbaarheid, bereiken. De website baadt in een apocalyptisch sfeertje, inclusief de datum waarop de wereld zal vergaan. De Jehova's kunnen er een puntje aan zuigen. In Flat Earth News heeft Nick Davies het ook over die klimaatberichtgeving. Er zijn in dat verband twee problemen, vindt hij. Dat de industriële lobby jarenlang is blijven ontkennen dat er een verband bestaat tussen de opwarming van de aarde en onze CO2-uitstoot, noemt hij even misdadig als de tabaksindustrie die jarenlang het verband tussen roken en longkanker bleef ontkennen. Maar Davies pakte ook Greenpeace aan, iets wat opvallend minder weerklank vond in de interviews die met hem zijn verschenen. Als Green- peace een persbericht verspreidt, nemen de meeste journalisten dat doorgaans klakkeloos over. Omdat journalisten weleens lui en gemakzuchtig zijn of te weinig tijd hebben. Maar ook omdat Greenpeace wordt beschouwd als een bonafide, betrouwbare bron. De milieuorganisatie strijdt voor de goede zaak, en wie strijdt voor de goede zaak, heeft altijd gelijk. Volgens de pers, tenminste. In werkelijkheid durven milieuorganisaties weleens te overdrijven. Hoe slechter het gaat met de planeet, hoe harder zij kunnen schreeuwen en schreeuwen tegen de mensen die de leiding hebben. Want hoe harder we schreeuwen, zo luidt de redenering, hoe meer kans dat de politici naar ons zullen luisteren. De vraag is alleen of we op die manier wel de juiste prioriteiten leggen. Om een beeld van de Deense statisticus Björn Lomborg te gebruiken: als op de spoeddienst van een ziekenhuis de patiënten die het hardst schreeuwen het eerst geholpen werden, zouden wij dat dan rechtvaardig vinden? Is dat hoe wij beslissingen nemen? Act now! Jazeker. Maar welk probleem zullen we eerst aanpakken? Men stelle het zich voor: de Verenigde Naties hebben beslist om een van de grootste relatief makkelijk oplosbare problemen ter wereld ook daadwerkelijk op te lossen. Het betreft een infectieziekte die elk jaar ongeveer een miljoen slachtoffers maakt, vooral onder kinderen jonger dan vijf jaar oud. Zo'n epidemie die dat varkensgriepje doet blozen. Juist. Malaria. Dat moet dus de wereld uit. We roepen alle hens aan dek, bundelen alle krachten en middelen - we maken er, zeg maar, een Malaria Manhattan Project van. WHO-baas Margaret Chan geeft elke dag een persconferentie om de stand van zaken mee te delen. We bouwen een website waarop het aantal doden wordt bijgehouden: onemillion- deaths.org. We openen er elke dag het nieuws mee. En dat doen we tot malaria niet meer bestaat, onder het motto: elke malariadode is er een te veel. Zal dat ooit gebeuren? De kans is klein. Is het uitgesloten? Vermoedelijk wel. Wie de typisch westerse risico's wil leren relativeren, kan terecht bij Frank Furedi. Onder meer in zijn boek De cultuur van de angst (Meulenhoff, 2007). De Britse socioloog trekt al jaren ten strijde tegen onze steeds hardnekkiger wordende neiging om altijd en overal risico's te bespeuren, en die dan te allen prijze te willen vermijden. Tegen het voorzorgsprincipe, dat zegt: better safe than sorry. Want het gaat niet alleen om de griep, of om het klimaat, het is in onze maatschappij kennelijk een gewoonte, een cultuur, geworden om alles door een donkere bril te bekijken. De onheilsprofeten zetten de norm, de bewijslast ligt bij de optimisten. 'De meest extreme beweringen over praktisch elk onderwerp kunnen serieus genomen worden', aldus Furedi. 'Tot het tegendeel is bewezen.' Wat bedreigt ons allemaal? Dioxines, virussen, het klimaat, elektromagnetische straling, de islam, pesticides, de vergrijzing, extreemrechts, zonderlingen, psychopaten, criminele jongeren, overbevolking... Iedereen, van links tot rechts, van groen tot bruin, heeft zijn favoriete versie van de apocalyps. Het is een wonder dat we elke dag nog de fut vinden om op te staan. En dan hebben we het nog niet over de crisis - die, tussen haakjes gezegd, onze CO2-uitstoot aanzienlijk zal doen dalen. Het gevaar schuilt in elke hoek. Elke activiteit, elke technologie, elk experiment is een nieuwe bron van risico's. En altijd moet alles in het werk worden gesteld om die risico's te beperken. Het is bijna een nieuwe religie geworden, een belangrijke bron van normen en waarden, zegt Furedi: 'Risicovermijding bergt een eigen moraal in zich. Dat is een prescriptieve en opdringerige moraal, die verlangt dat mensen zich onderwerpen aan de kernwaarde veiligheid.' Lees: wie risico's neemt, is niet langer onvoorzichtig, maar immoreel. Aan de cultuur van de angst ligt volgens Frank Furedi een afgetakeld mensbeeld ten grondslag. Kennelijk geloven wij niet meer dat de mens in staat is om z'n mannetje te staan op deze planeet, om gevaren te beheersen en langzaam maar zeker vooruitgang te boeken. De mens is het probleem geworden, niet langer de oplossing. Het is met een zekere wellust dat wij onszelf verantwoordelijk houden voor de zogenaamde teloorgang van de planeet. Zelfs kinderen krijgen is straks gevaarlijk en immoreel - kinderen vergroten alleen maar onze ecologische voetafdruk. 'Waar het echt om gaat, is niet of de mensheid kan overleven,' schrijft Furedi, 'maar of ons vertrouwen in de mens de eenentwintigste eeuw ongeschonden door kan komen.' Nu is onze neiging tot voorzichtigheid evolutionair gesproken wellicht perfect verklaarbaar, maar net dat maakt ons tot makkelijke prooien voor de paniekzaaiers. Want het voorzorgsprincipe is niet louter links of groen. Ook rechts doet er geregeld een beroep op - als het gaat over terrorismebestrijding, bijvoorbeeld: liever honderd onschuldigen folteren in Guantánamo Bay dan één radicale moslim op vrije voeten. Er bestaat een beroemd citaat waarin het voorzorgsprincipe op een wat complexe, maar wel erg complete manier werd geformuleerd. Haal diep adem en lees even mee: 'Zoals we weten, bestaan er bekende gegevens, dus dingen waarvan we weten dat we ze weten. We weten ook dat er onbekende gegevens zijn, dus dingen waarvan we weten dat we ze niet weten. Er bestaan echter ook onbekende ontbrekende gegevens, dus zaken waarvan we niet weten dat we ze niet weten.'Bent u er nog? De kern van dat citaat ('Er zijn dingen waarvan we niet weten dat we ze niet weten.') wordt toegeschreven aan Robin Grove-White, oud-voorzitter van Greenpeace in het Verenigd Koninkrijk. Maar het citaat zelf komt niet uit groene hoek. Het maakte deel uit van de persconferentie die de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld gaf op 12 februari 2002, ruim een maand voor de inval in Irak - de preventieve inval in Irak. De Bushdoctrine was die van het voorzorgsprincipe. En de officiële verklaringen voor de oorlog waren - zoals we ondertussen weten - bezaaid met fouten, vervormingen en propaganda. Toen op 30 april jongstleden, Koninginnedag in Nederland, ene Karst T. in Apeldoorn met zijn auto op de massa in reed, was dat voor onze minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt aanleiding om meteen extra veiligheidsmaatregelen aan te kondigen voor onze nationale feestdag op 21 juli. Men weet maar nooit of er ook in België radeloze mensen rondlopen die het gemunt hebben op de koninklijke familie en een aanslag beramen. Zal dat gebeuren? De kans is minuscuul. Is het uitgesloten? Zucht. Nee, dat is het niet. De Padt werd in sommige kranten het voorwerp van spot. En toch had de minister geen andere keuze. Als hij niets had gedaan, hadden journalisten hem aan de vooravond van het nationale defilé vast gebeld met de vraag of hij extra maatregelen had genomen, met de gebeurtenissen van Nederland in het achterhoofd. En als was gebleken dat hij dat niet had gedaan, zou onze toorn over hem zijn neergedaald. Op dat vlak houden media en politiek elkaar in een wurggreep. Het cliché wil dat we nooit eerder werden blootgesteld aan zoveel gevaren. Elk stuk vlees vormt een potentiële besmettingshaard. In elke zonderling schuilt een potentiële seriemoordenaar. Zelfs de Senseo kan tegenwoordig spontaan tot ontploffing komen. Wij leven in een risicomaatschappij. Maar dat is een misverstand. Neem nu alleen nog maar dat zogenaamde zinloze geweld. Het merkwaardige is niet dat het weleens gebeurt dat bij figuren zoals Karst T. de stoppen doorslaan. Het merkwaardige is dat zoiets niet veel váker gebeurt. Om het met de Amerikaanse psycholoog Steven Pinker te zeggen: wat verklaard moet worden, is niet het geweld in onze samenleving. Wat verklaard moet worden, is de opvallende afwezigheid van geweld. Het leven is vandaag niet gevaarlijker dan vroeger. Wel integendeel. Vroeger - in het stenen tijdperk, in de middeleeuwen, in de twintigste eeuw - was het leven veel harder, zwaarder, gevaarlijker en korter dan vandaag. Het paradijs heeft nooit bestaan, of het moest onze maatschappij zijn. Het Westen. Het comfortniveau dat wij, op ons deel van de planeet, hebben bereikt, is ongeëvenaard. En over geweld gesproken: in The Tiger That Isn't (Profile Books, 2008), een boek over de manier waarop media met cijfers omgaan, geven Michael Blastland en Andrew Dilnot een prachtig voorbeeld van een Britse enquête die geheel ten onrechte zeer ophefmakend was. Uit die en- quête bleek dat een op de drie jongeren crimineel gedrag vertoonde. Tamelijk verontrustend, tot Blastland en Dilnot nagingen welke vragen de onderzoekers precies hadden gesteld. Een jongere die de laatste maand iemand had geduwd, gebeten of bij de haren getrokken, hoorde bij die dertig procent - kortom, zowat de gehele lagereschoolpopulatie. Journalisten overdrijven graag. Zelfs de paniek wordt vaak overdreven, zo blijkt uit het beroemdste massahysterieverhaal aller tijden: het luisterspel dat Orson Welles in 1938 had gemaakt van The War of the Worlds, de roman van H.G. Wells over een invasie door marsmannetjes. De legende wil dat miljoenen Amerikanen toen in paniek de straat zijn opgerend. De waarheid is dat die verhalen sterk overdreven en waarschijnlijk grotendeels verzonnen zijn. Overigens bestaat er wel degelijk een draaiboek voor contact met buitenaardse wezens. Als intelligente aliens ons ooit een vreedzame dan wel oorlogszuchtige boodschap sturen, dan is er een protocol dat voorschrijft hoe de secretaris-generaal van de Verenigde Naties onze reactie zal coördineren. Wij zijn op alles voorbereid. Eén ding is zeker: ooit gebeurt er iets vreselijks. Maar het zal een verrassing zijn. Voorlopig is er dus geen reden tot paniek. DOOR JOëL DE CEULAER / ILLUSTRATIE KIM DUCHATEAU