Onder druk van de omstandigheden, of omdat de tijdgeest het zo wil, werden de jongste jaren wetten van kracht die bepaalde opinies van bedenkelijke strekking aan banden leggen. Dat een verbod op de verkondiging van ongewenste meningen in strijd is met het principe zelf van de democratie, valt niet te loochenen, maar ter verantwoording kan worden aangevoerd dat de geviseerde opinies uitzonderlijk kwaadaardig zijn en zelf een gevaar vormen voor de democratie. Om de woekering van holocaust-revisionisme, racisme en discriminaties te bestrijden, moet het democratische recht op vrijheid van mening desnoods gedeeltelijk wijken.
...

Onder druk van de omstandigheden, of omdat de tijdgeest het zo wil, werden de jongste jaren wetten van kracht die bepaalde opinies van bedenkelijke strekking aan banden leggen. Dat een verbod op de verkondiging van ongewenste meningen in strijd is met het principe zelf van de democratie, valt niet te loochenen, maar ter verantwoording kan worden aangevoerd dat de geviseerde opinies uitzonderlijk kwaadaardig zijn en zelf een gevaar vormen voor de democratie. Om de woekering van holocaust-revisionisme, racisme en discriminaties te bestrijden, moet het democratische recht op vrijheid van mening desnoods gedeeltelijk wijken. De feiten en de argumenten zijn bekend. Verwonderlijk is dat de discussie daarover niet feller oplaait, althans niet in het openbaar. Dat kan te wijten zijn aan de vrees van elk van de partijen om in een hoek geduwd te worden die zij schuwen als de pest. De voorstanders van de omstreden wetten dienen zich te verdedigen tegen het verwijt dat zij de democratie afbreken, die zij in werkelijkheid menen te dienen. Het is altijd al een paradoxale eigenschap van de democratie geweest dat zij zichzelf door toepassing van haar eigen spelregels kan afschaffen, en daar wordt geen democraat graag aan herinnerd. De andere partij, die de invoering van het opiniedelict afwijst, neemt het op voor de vrije verkondiging van alle ideeën, ook verachterlijke, ook boosaardige, en riskeert zo ervan beschuldigd te worden die laatste te verdedigen. Niet iedereen brengt begrip op voor het standpunt dat Voltaire manmoedig innam: "Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar uw recht om dat te zeggen zal ik tot de dood verdedigen." Daarom voltrekt de sloop van de democratie zich sluipend, zonder de polemieken die minder belangrijke ontwikkelingen wel losmaken, en schijnbaar met de instemming van het publiek, dat lijkt aan te nemen dat de strijd tegen een kwaad het waard is een beetje goeds op te offeren.DE NERVEUZE OVERGEVOELIGHEID VAN HET GEWETENOndertussen wordt weinig aandacht geschonken aan een typisch kenmerk van deze hedendaagse uitgave van de oude strijd tussen goed en kwaad. De opinies die recent het voorwerp van strafwetgeving uitmaakten of die "politiek incorrect" werden en wellicht al in een voorgeborchte van het strafwetboek staan aan te schuiven, hebben gemeen dat ze krenkend geacht worden voor groepen, niet noodzakelijk voor individuen. Het laakbare feit is de belediging of achteruitstelling van een groep. Natuurlijk is het mogelijk dat iemand zich persoonlijk vernederd of benadeeld voelt omdat hij tot een onheus behandelde groep behoort, maar de misdaad is de opvatting die over de groep geuit werd, niet over de enkeling. Tegenover individuen kan men zich meer veroorloven. Van hen wordt aangenomen wat iedereen kan vaststellen, dat ze verschillen in karakter en talent. Heel het onderwijssysteem is op dat gegeven gebaseerd. Een gelijkaardige houding tegenover groepen is riskanter en kan als een discriminatie worden opgevat. De nerveuze overgevoeligheid van het maatschappelijke geweten voor een mogelijke affrontering van groepen steekt schril af tegenover de onverschilligheid waarmee enkelingen worden gekweld. De media zijn de moderne arena's waarin individuen overgeleverd worden aan de stemmingen van redacteurs en de wellusten van hun publiek. Kritiek, spot, verguizing, vermorzeling, alles is toegelaten wanneer de voorwaarden daartoe aanwezig geacht worden. Alleen bij een flagrante leugen heeft het slachtoffer een recht op antwoord maar indien het uitgebrachte materiaal op ware feiten berust, heeft hij geen verweer. Ook al kwetst precies de waarheid, zoals bekend, het meest. Niemand waagt het nog een groep zo te behandelen. Hier is het oppassen geblazen met spot of kritiek, al liggen de grenzen van wat geoorloofd is ver uiteen voor verschillende groepen. Grappen over Hollanders waar zelfs Hollanders geen problemen mee hebben, worden een racistisch vergrijp wanneer ze op Afrikanen worden toegepast. Dat is dan wel op zichzelf een discriminatie, maar een verschoonbare. Met de enen hebben we al lang leren leven, en zij met ons, met de anderen is de verhouding nog pril en wat wankel, en dat verklaart het verschil. Problematisch is niet dat alle groepen niet gelijk behandeld worden, maar dat groepen zoveel scrupuleuzer dan individuen beschermd worden tegen onwelwillende opinies. Dat is een aberratie van het morele denken. Schromelijk onrecht dat een individu wordt aangedaan, wordt gemakkelijker geduld dan een misplaatste gedachte over een groep. Een man die zijn vrouw bedriegt, kan zijn gang gaan en hoeft nog weinig te vrezen. Wanneer hij het waagt een verkeerd woord over "de vrouw" te laten vallen, spreekt men schande.HET VERLOREN CONTACT MET HET LEVEN ZELFMaar wie is "de vrouw"? Voor wie nemen de verontwaardigden het op? "De vrouw" bestaat alleen als een abstract begrip, als een categorie waarover men kan praten, die men kan analyseren, die men onaantastbaar kan verklaren, maar waarin men nooit een ziel zal aantreffen. De persoon die bedrogen wordt, bestaat echter als levende werkelijkheid, in al de scherpte waarmee de pijn zelf bestaat. Zij is de onomstotelijke realiteit van een wereld die leeft, ziet en tot gewaarwording komt. Groepen hebben geen gevoel. Zij bestaan slechts in de verbeelding van wie classificaties maakt en collecties construeert. Het zijn denkbeelden, geen wezens. Een groep beleeft niets, weet niets, wil niets. Een groep is maar een naam voor een op een bepaalde manier gedefinieerde verzameling individuen. Alleen een individu kent de ervaring van pijn of vreugde, niet de mensheid, niet een volk, niet een bevolkingsgroep. Een maatschappij waarvan het rechtsgevoel zich op groepen richt, verliest het contact met het leven zelf. Zij beweegt zich in een universum van wetten en rechten waarin abstracte machten met elkaar strijd leveren en mensen onzichtbare atomen zijn. Wanneer een dergelijke samenleving, in vertwijfeling, opinies te lijf gaat, verbant zij die gedachten die vooral haar eigen constructies bedreigen. Wat mensen in werkelijkheid over elkaar denken en elkaar aandoen, ontgaat haar.DOOR GERARD BODIFEE