Tranen. Een onthutsend verschijnsel in het dagelijks leven. Als ik mag kiezen, zie ik mensen liever glimlachen, of met een gelukkige, rustige uitdrukking op hun gezicht, of schalks als de hoofdpersonen van schelmenromans - een solidaire knipoog tijdens een vergadering is ook altijd prettig - of strijdlustig en op dreef. Niettemin, een wonder in de kunst. De beste werden geschilderd door Rogier Van der Weyden, in de Kruisafneming, hopelijk nog steeds welbekend van blikken koekjesdozen en zeker ook terug te vinden op de grootste koekjesdoos van allemaal, het internet. Ze wellen, ze parelen, ze rollen, langs roodwordende neuzen, over rimpels, ze blijven hangen aan een kin. Vrouwentranen, mannentranen. Wij zijn afgestompt door beelden. Voor de eerste toeschouwers moet dit schilderij ...

Tranen. Een onthutsend verschijnsel in het dagelijks leven. Als ik mag kiezen, zie ik mensen liever glimlachen, of met een gelukkige, rustige uitdrukking op hun gezicht, of schalks als de hoofdpersonen van schelmenromans - een solidaire knipoog tijdens een vergadering is ook altijd prettig - of strijdlustig en op dreef. Niettemin, een wonder in de kunst. De beste werden geschilderd door Rogier Van der Weyden, in de Kruisafneming, hopelijk nog steeds welbekend van blikken koekjesdozen en zeker ook terug te vinden op de grootste koekjesdoos van allemaal, het internet. Ze wellen, ze parelen, ze rollen, langs roodwordende neuzen, over rimpels, ze blijven hangen aan een kin. Vrouwentranen, mannentranen. Wij zijn afgestompt door beelden. Voor de eerste toeschouwers moet dit schilderij met tien bijna levensgrote personages op een visioen geleken hebben, verblindend helder, emotioneel overweldigend, onbevattelijk gedetailleerd, zinderend van spanning. En het was een stabiel visioen. Je kon het naar hartenlust bekijken, zo lang als je wilde. Ik benijd mensen van zes eeuwen geleden de aandacht waarmee ze dit bekeken. Ik heb in mijn leven al miljarden afbeeldingen meer gezien dan zij, en dat heeft me alleen jachtigheid, verveling en een gebrek aan concentratie opgeleverd. Kortom, een vorm van blindheid. Ging het zo in zijn werk? Op een mooie dag in 1439 besloot iemand tranen te schilderen? Voor de eerste keer. Want technisch komt er heel wat bij kijken. Tranen zijn doorzichtig. Tranen glinsteren. Als je ze heel nauwkeurig bestudeert, zie je dat ze weerspiegelen. En als je dat allemaal wilt weergeven, kom je er niet met wat kleurstoffen in poedervorm en eigeel als bindmiddel. Dan heb je olieverf nodig. Een bijzonder beroepsgeheim uit het noorden. En een bepaalde mentaliteit. Jan Van Eyck, generatiegenoot van Van der Weyden, schilderde alles wat glinsterde, licht doorliet en weerspiegelde, maar geen tranen. Toch werden de tranen van Rogier onmiddellijk wereldberoemd, anders kun je het niet noemen. Men kwam er van heinde en verre naar kijken, men schreef erover in den vreemde. Honderd jaar later liet Filips II het schilderij naar Spanje overvaren. Het schip liep voor de Zeeuwse kust vast op een zandbank en verloor zijn lading. De Kruisafneming verdween in de golven. Werd weer opgevist. Was zo goed waterdicht verpakt, dat de schade beperkt bleef. (Deze anekdote wrikt aan mijn verwaande opvatting dat wij en niemand anders de grootste experts zijn van verpakking en conservatie. En aan welke naamloze matrozen hebben we te danken dat we het visioen nog altijd kunnen gaan bekijken, in Madrid?) Kunsthistorici zijn vreemde vogels. Notarissen van glas-in-lood, wandtapijten en beschilderde stukken hout, misschien, maar ook mensen met wie je het ene moment enthousiast kunt zijn over een obscure mystieke verhandeling en het volgende over de kostuums in Sex and the City, de serie én de film. Mensen die je nodig hebt na een oorlog, om al de geroofde nationale kunstschatten terug te halen uit oostelijke zoutmijnen. Mensen die soms heel mooi kunnen schrijven. Neem nu Erwin Panofsky: 'De geschilderde traan, een glanzende parel geboren uit de sterkste emotie, symboliseert alles wat de Italianen het meest bewonderden in de Vroege Vlaamse schilderkunst: schittering en gevoel.' Ah, de Vroege Vlaamse schilderkunst. We zijn weer thuis. Of toch niet? Ook kunsthistorici kunnen in communautaire twisten verstrikt raken. Toen het dubieuze begrip 'de Vlaamse Primitieven' opgeld deed, moesten er plotseling ook 'Waalse Primitieven' ontdekt worden. Bijvoorbeeld in Doornik, wat nota bene deel uitmaakte van het koninkrijk Frankrijk, in de vijftiende eeuw. Ik kies voor de enig juiste oplossing. Al die Primitieven, in werkelijkheid grootmeesters van verfijning, werkten voor hertog Filips de Goede, Conditor Belgii, Belgarum Princeps. U hoort mij voortaan alleen nog spreken over de Belgische Primitieven. Leen Huet (42) woont in Leuven en leeft enigszins tot haar eigen verbazing van lezen en schrijven.door Leen Huet