Wie de behoefte voelt om u te benijden, heeft de keuze uit een bijzonder brede waaier aan eigenschappen en karaktertrekken waarmee u zich onderscheidt van de gewone man. Het viriele voorkomen. De statige blik. De modieuze garderobe, ook. Om nog te zwijgen over de jovialiteit en levensvreugde die u in besloten kring altijd zo kenmerkt - al valt zulks voor de ongeoefende waarnemer nauwelijks te detecteren: waar is de tijd dat u zélf de redactie van De laatste show moest bellen om hen te wijzen op uw vlotte babbel en innemende persoonlijkheid? Bij Woestijnvis zal uw naam altijd verbonden blijven met de uitdrukking: 'Ik ben ook nen toffe, hoor.'
...

Wie de behoefte voelt om u te benijden, heeft de keuze uit een bijzonder brede waaier aan eigenschappen en karaktertrekken waarmee u zich onderscheidt van de gewone man. Het viriele voorkomen. De statige blik. De modieuze garderobe, ook. Om nog te zwijgen over de jovialiteit en levensvreugde die u in besloten kring altijd zo kenmerkt - al valt zulks voor de ongeoefende waarnemer nauwelijks te detecteren: waar is de tijd dat u zélf de redactie van De laatste show moest bellen om hen te wijzen op uw vlotte babbel en innemende persoonlijkheid? Bij Woestijnvis zal uw naam altijd verbonden blijven met de uitdrukking: 'Ik ben ook nen toffe, hoor.'In het licht van die benijdenswaardigheid mag het niemand verbazen dat uw buurman Willy V. al jarenlang zijn jaloezie wil botvieren door uw brievenbus vol te proppen met scheldbriefjes. Zaterdag las ik in de krant dat hij zes maanden cel riskeert omdat hij u führer heeft genoemd, en nazi, en berggeit, en Brugse zot - wat volslagen onbegrijpelijk is, natuurlijk, want wat hebt u in godsnaam met berggeiten te maken? Het is niet de eerste keer dat u gedwongen wordt om een kwelduivel te neutraliseren. Een paar jaar geleden was een barmeisje in New York zo geschrokken van de geestdrift waarmee u en een aantal toffe medewerkers het op een zuipen hadden gezet, dat ze er op haar blog een stukje over schreef. Prompt liet u haar uit haar ambt ontzetten. Doch dit allemaal terzijde. Ik schrijf u, mijnheer de minister, in verband met die andere kwelduivels, meer bepaald de strijders van de Islamitische Staat die dezer dagen onder uw bewind vanuit de lucht worden aangevallen. U mag mij dat niet kwalijk nemen, maar ik word een beetje ongemakkelijk van de wellust die met deze operatie gepaard lijkt te gaan: het parlement had vrijdag nog niet gestemd toen onze jongens in hun straaljagers al volop onderweg waren om, welja, onze jongens in het Midden-Oosten met bommen te bestrooien. Geeft u zich ook weleens rekenschap van die wurgende tragiek, mijnheer De Crem: dat wij vandaag op voet van oorlog leven met het eigen volk? Een man met uw vernuft kan vast niet rusten voor hij de wortel van het probleem heeft gelokaliseerd, voor hij een antwoord heeft op de vraag hoe sommige Vlaamse jongeren zo fataal zijn kunnen ontsporen. Misschien zijn er af en toe wel eens momenten waarop u de hand in eigen boezem steekt. Waarop u, in stilte weliswaar, een mea culpa slaat. We moeten daar immers niet onnozel over doen: u bent altijd een sympathisant geweest van de ranzige rechterzijde. U vond het cordon sanitaire een vergissing, u nam vestimentair én ideologisch een voorbeeld aan Pim Fortuyn, en Geert Wilders heeft weleens bekend dat u het goed met elkaar kunt vinden. U behoort, kortom, tot de politieke brigade die de multiculturele samenleving altijd met de sloophamer te lijf is gegaan. De brokstukken, zo moeten we nu vaststellen, zijn tot in het Midden-Oosten gevlogen. Zowat alle experts zijn het erover eens dat een andere kiem voor deze nachtmerrie werd gelegd in 2003, toen president Bush onder valse voorwendsels Irak binnenviel. Weet u, als kenner van het internationaal recht, eigenlijk waarom deze oorlogsmisdaad tot op heden onbestraft is gebleven? Denkt u, als professioneel behoeder van de wereldvrede, écht dat het een goed plan is om vandaag onder Amerikaans bevel mee te doen aan de nieuwe fase van deze rommelige oorlog? Heeft de missie een duidelijk afgebakend doel, worden er flankerende maatregelen genomen, is er een strategie op de lange termijn? Mogelijkerwijze zijn de antwoorden op deze vragen in alle haast tussen de plooien gevallen, maar wilt u daar bij gelegenheid toch eens naar kijken? En wel hierom. Er is, mijnheer de minister, een bang voorgevoel dat ik maar niet van mij afgeschud krijg. U bent altijd al een voorstander geweest van risicovolle operaties: een leger dat alleen dekens uitdeelt, vindt u een stelletje watjes. Maar zijn we voorbereid op het potentiële onheil dat wij nu over ons állen afroepen? Ik weet dat u een man van het geloof bent. Mijn bede aan u is dan ook, om in de sfeer van het conflict te blijven: moge uw almachtige God zich over ons ontfermen - ik hoop dat Hij nen toffe is. Met vredige groetJoël De Ceulaer'Misschien zijn er af en toe wel eens momenten waarop u de hand in eigen boezem steekt.'