De keep is het noordelijk neefje van onze vink. Hij is een mooie verschijning, herkenbaar aan twee contrasten: een oranje borst tegen een witte buik in zit, en oranje vleugelstrepen en een witte stuit in vlucht. Zijn roep is kenmerkend: hij dankt zijn naam aan het weinig aantrekkelijke 'keep'-geluid dat hij maakt.
...

De keep is het noordelijk neefje van onze vink. Hij is een mooie verschijning, herkenbaar aan twee contrasten: een oranje borst tegen een witte buik in zit, en oranje vleugelstrepen en een witte stuit in vlucht. Zijn roep is kenmerkend: hij dankt zijn naam aan het weinig aantrekkelijke 'keep'-geluid dat hij maakt. In onze streken wordt hij dikwijls in gemengde groepen met vinken gezien. Echte vogelkenners onderscheiden de twee in de vlucht doordat kepen wat assertiever vliegen dan vinken. Vinken kunnen kepen ook niet bijhouden. Vinken in groepjes kepen zie je zelden, kepen in groepjes vinken zijn geen uitzondering. De wereldpopulatie van de keep wordt op iets tussen 100 en 200 miljoen broedparen geschat. Dat zijn maximaal bijna een half miljard vogels. Daarmee zou hij een van de algemeenste vogelsoorten ter wereld zijn - de onbetwistbare recordhouder is de Afrikaanse roodbekwever, waarvan de populatie op 1,5 miljard exemplaren wordt geraamd. De keep broedt vooral in Scandinavië en Rusland - tot in het verre oosten. In de winter trekt hij naar het zuiden. Hoe ver die trek hem brengt, hangt af van waar hij voldoende voedsel vindt - in extreme gevallen vliegen onze kepen tot in Spanje. Het zomerbestand van de keep wordt sterk bepaald door de beschikbaarheid van rupsen van de novemberspanner, een algemene mot. Mogelijk verklaart die afhankelijkheid de recent vastgestelde afname van het kepenbestand - insecten krijgen het zwaar te verduren, en insecteneters dus ook. Toch maakt niemand zich zorgen over de keep, hoewel de meer dan honderd jaar geleden in de vernieling geschoten Amerikaanse trekduif illustreert dat waanzinnig grote aantallen niet garanderen dat je niet snel kunt uitsterven. 's Winters valt de keep sterk terug op de beuk. Hij vliegt dan dikwijls tot hij ergens voldoende beukennootjes vindt. Een grote beuk kan in zogenoemde mastjaren met veel zaad gemakkelijk 200.000 nootjes produceren. Ook de winter bepaalt de kepenmigratie: hoe strenger, hoe verder de vogels naar het zuiden trekken. In Vlaanderen waren er in 2010, 2013 en 2018 veel kepenwaarnemingen. Je kunt ze in tuinen zien, waar ze vooral rondscharrelen op de grond onder voedertafels om er afgevallen graantjes op te pikken. De ideale winterbiotoop voor kepen is een combinatie van beukenbomen met naaldhout, want hij brengt de nacht graag door in naaldbomen. Her en der blazen ze 's avonds verzamelen op slaapplaatsen. Vogelonderzoekers beschrijven in een wetenschappelijke preprint een enorme slaapplaats van kepen in Zuid-Zweden in de winter van 2019-2020. Ze telden 4 miljoen tot misschien zelfs 10 miljoen vogels in een naaldbos van 5 hectare dat elke avond volliep met kepen. De grootste slaapplaats ooit beschreven zou 15 miljoen vogels gehuisvest hebben. De massa uitwerpselen die zo'n slaapplaats produceert, creëert een eigen biotoop. Er is een schimmelsoort beschreven die extra goed gedijt op de bodem onder een kepenbivak. Vroeger werden vogelconcentraties als een pest beschouwd, vandaag worden ze doorgaans gekoesterd als een indrukwekkend natuurverschijnsel. Dat moeten we vooral zo houden.