'Ze zijn monsters. Allebei', vertrouwde Nicolaus Harnoncourt in 1985 toe aan Knack-redacteur Fons de Haas. De grote dirigent had het over Bach en Mozart, de twee componisten die aan elke vergelijking ontsnappen omdat hun muziek buiten de tijd en de ruimte lijkt te leven.
...

'Ze zijn monsters. Allebei', vertrouwde Nicolaus Harnoncourt in 1985 toe aan Knack-redacteur Fons de Haas. De grote dirigent had het over Bach en Mozart, de twee componisten die aan elke vergelijking ontsnappen omdat hun muziek buiten de tijd en de ruimte lijkt te leven. De Haas was op dat moment volop bezig aan een reeks over de driehonderd jaar eerder geboren Johann Sebastian Bach. Een heel jaar lang elke week een zorgvuldig uitgebalanceerde bijdrage, met als toemaatje telkens de beschrijving van een cantate. Na de bundeling van zijn Mozartkroniek uit 1991 tot Mozart, mijn vriend is nu ook deze Bachreeks - of beter: een keuze van 37 bijdragen daaruit - in boekvorm uitgebracht. Het resultaat, Verliefd op Bach, is nog even fris als twintig jaar geleden. Het spectaculairste aan Bachs leven is dat er niets spectaculairs aan was. Het heeft zijn tijdgenoten en de generaties erna misleid, zijn magistrale oeuvre werd na zijn dood ei zo na vergeten. Bach is de componist die zelfs bewust alle spektakel vermijdt, de grootsheid van zijn werk ligt in een spel met moeilijke regels - die van het contrapunt - dat de ontvankelijke luisteraar vroeg of laat een glimp van de oneindigheid laat aanvoelen. Verliefdheid is geen slechte term voor dat gevoel. In zijn erg onderhoudende vertelstijl weet Fons de Haas de contrasten tussen leven en werk mooi neer te zetten. De pijprokende, wat gezette man die weleens in belachelijke ruzies verzeild raakte was immers ook de componist die, zo werd in de twintigste eeuw ontdekt, zijn werk vol verbluffende, bijna kabbalistische getalsymboliek stopte. De brave vader van twintig kinderen die amper reisde en enkel Duits en Latijn sprak, was de eerste die Franse zwier en Italiaanse zon in de Duitse muziek binnenbracht. Tussendoor zijn de teksten gestoffeerd met anekdotes. Het verhaal van de uitvinding van de metronoom. Hoe de leerlingen van de beroemde Thomasschule geregeld moesten gaan bedelen. Dat Bach maar een derde van de stukjes uit het beroemde Klavierbüchlein zelf heeft geschreven, enzovoort. De beschrijving van de cantate bij elk hoofdstuk is bloemrijk, maar natuurlijk pas helemaal te smaken als je het werk tegelijkertijd beluistert. Dat was ongetwijfeld ook de hoofdbedoeling van de auteur: de lezer naar de muziek leiden. FONS DE HAAS, 'VERLIEFD OP BACH', UITG. ROULARTA BOOKS, 245 BLZ., A 19,90.P.V.D.W.