Sculpturen palmen ruimte in en het is vaak, veel meer dan bij schilderijen, een hele opdracht om ze hun juiste plaats toe te wijzen. Dezer dagen is Tinka Pittoors een voorbeeld voor anderen met haar expo op de plek van de vroegere tuin bij het Winssingerhuis, gebouwd door Victor Horta. Het serregevoel overheerst onder de glazen overkapping - een aardige setting voor een reeks beelden die goeddeels gewijd zijn aan de Griekse bosnimf Daphne. Toen ze zwaar werd belaagd door de god Apollo riep Daphne de hulp in van een riviergod, die er niets beter op vond dan haar te veranderen in een laurierboom. Zo'n metamorfose biedt prachtkansen voor een beeldend kunstenaar, denk aan wat Louise Bourgeois deed met Arachne, de mythische weefster die...

Sculpturen palmen ruimte in en het is vaak, veel meer dan bij schilderijen, een hele opdracht om ze hun juiste plaats toe te wijzen. Dezer dagen is Tinka Pittoors een voorbeeld voor anderen met haar expo op de plek van de vroegere tuin bij het Winssingerhuis, gebouwd door Victor Horta. Het serregevoel overheerst onder de glazen overkapping - een aardige setting voor een reeks beelden die goeddeels gewijd zijn aan de Griekse bosnimf Daphne. Toen ze zwaar werd belaagd door de god Apollo riep Daphne de hulp in van een riviergod, die er niets beter op vond dan haar te veranderen in een laurierboom. Zo'n metamorfose biedt prachtkansen voor een beeldend kunstenaar, denk aan wat Louise Bourgeois deed met Arachne, de mythische weefster die wegens hoogmoed moest voortleven als een spin. Pittoors creëerde ruimte door enkele mobiele tussenwanden om te kiepen en er op de vloer een breed podium mee in elkaar te steken. Zo kan men in één oogopslag het hele, licht verheven bos overzien en tegelijk rustig van boom naar boom, van beeld naar beeld wandelen. Zien we in de Daphnes vooral de organische boomvorm, dan dient het opvallendste element in hun morfologie zich aan als de tak. Zo verdwalen we geheid in onnavolgbare vertakkingen. Indien het oog zich in de eerste plaats laat leiden door het constructieve aspect, dan lijkt de bouw net zo goed een systeem van bedradingen. Daarmee laat zich eveneens een mythische component verbinden: de draad die de Griekse koningsdochter Ariadne de held Theseus aan de hand deed om zijn weg te vinden in het doolhof waar hij een monster moest bekampen. De draden van Pittoors' sculpturen draaien echter constant in een kluwen, het ene al langer, grilliger en kleurrijker dan het andere, met een dominantie van vrolijk snoepgroen. Gelukkig zijn ze gemaakt van hard epoxyhars (met de wol van Ariadne had ze niets kunnen uitrichten) en winden ze zich in een aantal gevallen rond een ijzeren ruggengraat die hun een fikse gestalte geeft. Dat zijn dan solide, staande sculpturen, rijzig als bomen waarin de arme Daphnefiguur bijna alleen nog aan het schoeisel te herkennen is. Klompen, laarsjes of bottines: these boots are made for walking, enige slagvaardigheid kan de nimf niet worden ontzegd. Toegegeven, ook in haar titels wijst Tinka Pittoors op de elementen in haar beelden die uitnodigen tot een toenadering van de onfortuinlijke nimf. En ze doet dat speels, ook om een donkere ondertoon te maskeren. Klimop overwoekert de Daphne Hedera, in de top van de Daphne Rose prijkt een roze roos, de Daphne Conqueror voert iets in haar schild. Alleen de gedrongen Winged Daphne die eigenlijk hogerop wil, krijgt haar diepblauwe vleugels maar niet van de grond. Ze heeft iets weg van een gekneusde Panamarenko. We krijgen van Tinka Pittoors specifieke associaties aangeleverd: behalve de Daphnes zijn er ook Usurpators, Wallflowers en andere suggestieve benamingen die de verbeelding in een bepaalde richting sturen. Maar de grootste kwaliteit van de in La Forest Divonne geëxposeerde werken is toch dat ze ook helemaal zonder opgelegd verhalend kader hun bestaansrecht afdwingen. Staand of liggend, het zijn in de eerste plaats opwindende, excentrieke sculpturen die in een goed uitgekiende verhouding staan tot hun sokkels, tot de vloer, tot de omringende sculpturen en de ruimte. Verleid door de prettige beschildering volgt het oog aandachtig hoe de eindeloos kronkelende draden toegroeien naar een merkwaardig samengestelde vorm die nergens anders bestaat en in wezen niet benoembaar is, al wonen er soms vogels, bloemen, knikkers, jerrycans of glasscherven in. Dat is behoorlijk betoverend.