Globalisering en vrijhandel brachten na de Tweede Wereldoorlog een significante economische welvaart teweeg in ons land en enkele buurlanden. Geen toeval dat toen de middenklasse is ontstaan. 'De economische groei was niet voor iedereen een heuse meevaller, maar wel voor de meesten van onze (groot)ouders', zegt professor Economie Paul De Grauwe. 'Je kunt niet zeggen dat in de jaren 50 en 60 erg veel mensen economisch in de kou zijn blijven staan.'

Later, in de jaren 80 en 90, kreeg de globalisering een extra dimensie: toen kon je echt de hele wereld bereiken, inclusief Aziatische landen, zoals China en India. 'Dankzij de daling van de kosten voor informatica en communicatie werd het zelfs mogelijk om een productieketen op te splitsen en delen ervan te verspreiden over verschillende (lagelonen)landen. Ook die tweede golf van globalisering bevorderde de materiële welvaart, maar ze liet nu wél veel mensen in de kou staan. Veel meer dan alleen maar de ongeschoolden bij de eerste golf. De tweede golf van globalisering trof zelfs de middenklasse die in die eerste golf was ontstaan. In de VS bijvoorbeeld verloren talloze mensen hun job van 30 dollar per uur. De meesten vonden wel een andere job. Bij pakweg een fastfoodketen en aan 10 dollar per uur. Te weinig om zich een ziekteverzekering te veroorloven. Die tweede globalisering heeft de middenklasse, zelfs de vele relatief goed geschoolde industriearbeiders, bijzonder zwaar getroffen.'

Omdat niet iedereen van de globalisering profiteert, is er een vorm van sociale zekerheid nodig voor wie uit de boot valt.

'De politici in Europa en vooral in de VS hebben daar veel te weinig aan gedaan', hekelt Paul De Grauwe. 'Omdat niet iedereen van de globalisering profiteert, is er een vorm van sociale zekerheid nodig voor wie uit de boot valt. En voor sommigen is er niet zo heel veel nodig om overboord te slaan. Materiële vooruitgang gaat gepaard met - zij het creatieve - destructie. Vooruitgang breekt oude dingen af en bouwt verder op het puin. Het is gebaseerd op trial & error, het wordt niet geleid door een brein. Ook automatisering vernietigt vóór het creëert.'

'Volgens Thomas Piketty, de Franse econoom en auteur van het boek Kapitaal in de 21e eeuw, heeft de minst begoede 50 % (de helft dus) van de bevolking in de VS sinds de jaren 60 nagenoeg geen groei van het reële inkomen gekend. Die mensen hebben niet geprofiteerd van de economische groei. Integendeel: de extra welvaart is naar die andere 50 % gegaan en vooral naar de top 10 %. Om niet te zeggen de top 1 %.'

Dat de economische groei nagenoeg exclusief naar de top van de bevolking is gegaan, vormde - zo oordeelt De Grauwe - de perfecte voedingsbodem voor de misleidende verkiezingscampagne van Donald Trump, die overigens tot de top 1 % behoort. 'De nieuwe president van de VS is erin geslaagd om de minder begoede en arme mensen te doen geloven dat hij ze uit de ellende zal halen. Dat wordt de teleurstelling van de eeuw.'

Donald Trump is erin geslaagd de arme mensen te doen geloven dat hij ze uit hun ellende zal helpen., ISOPIX
Donald Trump is erin geslaagd de arme mensen te doen geloven dat hij ze uit hun ellende zal helpen. © ISOPIX

In de VS zijn de belastingtarieven voor de rijken de voorbije jaren fors gedaald. Tegelijk is het inschrijvingsgeld aan universiteiten enorm gestegen. 'Het zijn geldmachines geworden die de ongelijkheid aanwakkeren', beweert Paul De Grauwe. 'John Hopkins University in Baltimore, waar ik destijds mijn doctoraat heb behaald, vroeg in die tijd 2000 dollar als inschrijvingsgeld. Nu moet je er 40.000 dollar voor neertellen. Zo'n hoog inschrijvingsgeld houdt natuurlijk heel wat mensen weg van hogere studies. Was het in mijn tijd zo duur geweest, dan had ik geen doctoraat aan een goede universiteit in de VS behaald.'

Dergelijke fenomenen bestendigen de ongelijkheid in de VS. Sterker nog, ze maken de financiële afstand tussen mensen met de dag groter. 'In Frankrijk en België is dat minder het geval. In Duitsland dan weer wel. En het Verenigd Koninkrijk bevindt zich letterlijk en figuurlijk tussen de VS en Europa. Aan de London school of Economics betaal je ook al 9000 Britse pond als entree. Toch ook tien keer meer dan in België.'

Miljardairs controleren bedrijven, media en politiek en dat is dramatisch voor een democratie.

'Nog volgens Piketty verdiende tot 50 % van de bevolking in de jaren 80 zo'n 20 % van het inkomen. De top 1 % moest 'genoegen nemen' met 10 %. Nu is die piramide omgekeerd en behoort die 20 % van het inkomen tot de top 1 % van de bevolking. Miljardairs controleren bedrijven, media en politiek en dat is dramatisch voor een democratie. Daar komt pas een einde aan bij een pandemie, mondiale catastrofe, wereldoorlog of globale revolutie.'

'De pest (de zwarte dood) bijvoorbeeld zorgde in de 14e eeuw voor een herverdeling van de inkomens omdat de overlevenden plots een hoger reëel loon hadden. Of nog: in Duitsland heeft de Tweede Wereldoorlog de echt grote vermogens verwoest, waardoor het in de jaren nadien best wel een democratisch land was.'

DE EURO WAS EEN VERGISSING

In gesprekken met professor De Grauwe keren vragen over het Avondland Europa geregeld terug. 'Het is zeer de vraag of de Europese Unie politiek voldoende één is om de muntunie of eurozone (19 van de 28 EU-landen) te schragen. Zonder politieke eenheid zou de eurozone weleens kunnen uiteenvallen. En dan krijgen we misschien de Belgische frank of Italiaanse lire terug. Vreemde munten dus die ten opzichte van elkaar kunnen revalueren en devalueren, bijvoorbeeld om eenzijdig de export te bevorderen. Om dat te vermijden, hebben we destijds de Europese muntunie opgericht. Die idee nu verlaten zou financiële problemen veroorzaken in een aantal landen. Maar of het onoverkomelijk zou zijn? Zweden en Denemarken behoren nu evenmin tot de eurozone, maar die landen boeren goed.'

We waren politiek niet klaar voor een muntunie.

'Voor mij was de invoering van de euro een historische vergissing. We waren politiek niet klaar voor een muntunie. Daardoor is het project niet af en zorgt het aanhoudend voor problemen. Vergelijk het met Schengen: alle grenzen weg en overal zonder slagbomen of controle met de auto naar toe. Een leuk project, dat wel. Maar ook dat was zonder buitengrenzen aan de Schengenzone en zonder een eenmaking van justitie en politie niet af.'

Hoe het zal evolueren, is volgens Paul De Grauwe moeilijk te zeggen. 'Het is allemaal historisch uniek. We moeten alleszins op een aantal domeinen de Europese integratie voort uitbouwen. Dat is een uiterst belangrijke opdracht voor de politici. Kijk naar Nederland. Het gold vele jaren als een progressief land, maar nu weerklinkt er de retoriek van uiterst rechts. Al is het gevaar voor extremistische regeringen voorlopig afgewend. Te veel politici hebben zich die retoriek eigen gemaakt, omdat ze electoraal geen risico wilden nemen. Toch kunnen mensen en zeker jongeren op het oude continent ervan overtuigd worden dat een politiek verenigd Europa met en dankzij de culturele verscheidenheid een verrijking kan betekenen.'

'De brexit is een goede zaak'

De meeste mensen betreuren het dat het Verenigd Koninkrijk (VK) de EU de rug toekeert. Niet zo Paul De Grauwe, die over het onderwerp weleens boude uitspraken doet. 'De brexit kan voor de Europese Unie positief zijn', vindt hij. 'Groot-Brittannië heeft altijd al aan divide et impera gedaan. Het wilde alleen toetreden toen de Europese Unie enige macht "dreigde" te ontwikkelen. Maar de Britten hebben het Europese integratiemodel - beslissen met een meerderheid - de hele tijd gefnuikt omdat ze verkozen intergouvernementeel te werken, met een vetorecht voor individuele landen. Die houding remde de Europese integratie danig af. Dat het VK nu echt de EU verlaat, creëert mogelijkheden voor verdere integratie op het vasteland.'

'"We'll take back control over our money, laws and borders", betekent dat het VK soeverein wil zijn. So be it, maar dan behoort het niet langer tot de Europese interne markt en krijgt het bij export naar Europa af te rekenen met handelsbarrières of invoertarieven. Tenzij we over handelsakkoorden onderhandelen. Daar ben ik voorstander van, maar de Britten zullen aan onze voorwaarden en regels moeten voldoen.'

Globalisering en vrijhandel brachten na de Tweede Wereldoorlog een significante economische welvaart teweeg in ons land en enkele buurlanden. Geen toeval dat toen de middenklasse is ontstaan. 'De economische groei was niet voor iedereen een heuse meevaller, maar wel voor de meesten van onze (groot)ouders', zegt professor Economie Paul De Grauwe. 'Je kunt niet zeggen dat in de jaren 50 en 60 erg veel mensen economisch in de kou zijn blijven staan.' Later, in de jaren 80 en 90, kreeg de globalisering een extra dimensie: toen kon je echt de hele wereld bereiken, inclusief Aziatische landen, zoals China en India. 'Dankzij de daling van de kosten voor informatica en communicatie werd het zelfs mogelijk om een productieketen op te splitsen en delen ervan te verspreiden over verschillende (lagelonen)landen. Ook die tweede golf van globalisering bevorderde de materiële welvaart, maar ze liet nu wél veel mensen in de kou staan. Veel meer dan alleen maar de ongeschoolden bij de eerste golf. De tweede golf van globalisering trof zelfs de middenklasse die in die eerste golf was ontstaan. In de VS bijvoorbeeld verloren talloze mensen hun job van 30 dollar per uur. De meesten vonden wel een andere job. Bij pakweg een fastfoodketen en aan 10 dollar per uur. Te weinig om zich een ziekteverzekering te veroorloven. Die tweede globalisering heeft de middenklasse, zelfs de vele relatief goed geschoolde industriearbeiders, bijzonder zwaar getroffen.' 'De politici in Europa en vooral in de VS hebben daar veel te weinig aan gedaan', hekelt Paul De Grauwe. 'Omdat niet iedereen van de globalisering profiteert, is er een vorm van sociale zekerheid nodig voor wie uit de boot valt. En voor sommigen is er niet zo heel veel nodig om overboord te slaan. Materiële vooruitgang gaat gepaard met - zij het creatieve - destructie. Vooruitgang breekt oude dingen af en bouwt verder op het puin. Het is gebaseerd op trial & error, het wordt niet geleid door een brein. Ook automatisering vernietigt vóór het creëert.''Volgens Thomas Piketty, de Franse econoom en auteur van het boek Kapitaal in de 21e eeuw, heeft de minst begoede 50 % (de helft dus) van de bevolking in de VS sinds de jaren 60 nagenoeg geen groei van het reële inkomen gekend. Die mensen hebben niet geprofiteerd van de economische groei. Integendeel: de extra welvaart is naar die andere 50 % gegaan en vooral naar de top 10 %. Om niet te zeggen de top 1 %.'Dat de economische groei nagenoeg exclusief naar de top van de bevolking is gegaan, vormde - zo oordeelt De Grauwe - de perfecte voedingsbodem voor de misleidende verkiezingscampagne van Donald Trump, die overigens tot de top 1 % behoort. 'De nieuwe president van de VS is erin geslaagd om de minder begoede en arme mensen te doen geloven dat hij ze uit de ellende zal halen. Dat wordt de teleurstelling van de eeuw.' In de VS zijn de belastingtarieven voor de rijken de voorbije jaren fors gedaald. Tegelijk is het inschrijvingsgeld aan universiteiten enorm gestegen. 'Het zijn geldmachines geworden die de ongelijkheid aanwakkeren', beweert Paul De Grauwe. 'John Hopkins University in Baltimore, waar ik destijds mijn doctoraat heb behaald, vroeg in die tijd 2000 dollar als inschrijvingsgeld. Nu moet je er 40.000 dollar voor neertellen. Zo'n hoog inschrijvingsgeld houdt natuurlijk heel wat mensen weg van hogere studies. Was het in mijn tijd zo duur geweest, dan had ik geen doctoraat aan een goede universiteit in de VS behaald.'Dergelijke fenomenen bestendigen de ongelijkheid in de VS. Sterker nog, ze maken de financiële afstand tussen mensen met de dag groter. 'In Frankrijk en België is dat minder het geval. In Duitsland dan weer wel. En het Verenigd Koninkrijk bevindt zich letterlijk en figuurlijk tussen de VS en Europa. Aan de London school of Economics betaal je ook al 9000 Britse pond als entree. Toch ook tien keer meer dan in België.''Nog volgens Piketty verdiende tot 50 % van de bevolking in de jaren 80 zo'n 20 % van het inkomen. De top 1 % moest 'genoegen nemen' met 10 %. Nu is die piramide omgekeerd en behoort die 20 % van het inkomen tot de top 1 % van de bevolking. Miljardairs controleren bedrijven, media en politiek en dat is dramatisch voor een democratie. Daar komt pas een einde aan bij een pandemie, mondiale catastrofe, wereldoorlog of globale revolutie.' 'De pest (de zwarte dood) bijvoorbeeld zorgde in de 14e eeuw voor een herverdeling van de inkomens omdat de overlevenden plots een hoger reëel loon hadden. Of nog: in Duitsland heeft de Tweede Wereldoorlog de echt grote vermogens verwoest, waardoor het in de jaren nadien best wel een democratisch land was.'DE EURO WAS EEN VERGISSINGIn gesprekken met professor De Grauwe keren vragen over het Avondland Europa geregeld terug. 'Het is zeer de vraag of de Europese Unie politiek voldoende één is om de muntunie of eurozone (19 van de 28 EU-landen) te schragen. Zonder politieke eenheid zou de eurozone weleens kunnen uiteenvallen. En dan krijgen we misschien de Belgische frank of Italiaanse lire terug. Vreemde munten dus die ten opzichte van elkaar kunnen revalueren en devalueren, bijvoorbeeld om eenzijdig de export te bevorderen. Om dat te vermijden, hebben we destijds de Europese muntunie opgericht. Die idee nu verlaten zou financiële problemen veroorzaken in een aantal landen. Maar of het onoverkomelijk zou zijn? Zweden en Denemarken behoren nu evenmin tot de eurozone, maar die landen boeren goed.''Voor mij was de invoering van de euro een historische vergissing. We waren politiek niet klaar voor een muntunie. Daardoor is het project niet af en zorgt het aanhoudend voor problemen. Vergelijk het met Schengen: alle grenzen weg en overal zonder slagbomen of controle met de auto naar toe. Een leuk project, dat wel. Maar ook dat was zonder buitengrenzen aan de Schengenzone en zonder een eenmaking van justitie en politie niet af.'Hoe het zal evolueren, is volgens Paul De Grauwe moeilijk te zeggen. 'Het is allemaal historisch uniek. We moeten alleszins op een aantal domeinen de Europese integratie voort uitbouwen. Dat is een uiterst belangrijke opdracht voor de politici. Kijk naar Nederland. Het gold vele jaren als een progressief land, maar nu weerklinkt er de retoriek van uiterst rechts. Al is het gevaar voor extremistische regeringen voorlopig afgewend. Te veel politici hebben zich die retoriek eigen gemaakt, omdat ze electoraal geen risico wilden nemen. Toch kunnen mensen en zeker jongeren op het oude continent ervan overtuigd worden dat een politiek verenigd Europa met en dankzij de culturele verscheidenheid een verrijking kan betekenen.'