Opinie

Jules Gheude

‘Kan België in 2024 overleven?’

Jules Gheude Politiek essayist en stichtend voorzitter van de Staten Generaal van Wallonië

Essayist Jules Gheude blikt vooruit naar de verkiezingen van 2024 en de steeds somberder ogende toestand van de Waalse overheidsfinanciën.

In 1832 verklaarde de Franse diplomaat Charles-Maurice de Talleyrand: ‘De Belgen? Een natie is het niet, en nog geen tweehonderd protocollen zullen er ooit een natie van maken. Dit België zal nooit een land zijn. Dat kan niet lukken.’

Hierop repliceert Georges-Louis Bouchez dezer dagen: 190 jaar later is België er nog steeds, en heeft het nog een mooie toekomst voor zich.’

De MR-voorzitter, die nooit een kans mist om zijn unitaire geloofsbelijdenis nog eens in de verf te zetten, kent de Belgische geschiedenis niet, ofwel hij is totaal te kwader trouw.

We weten namelijk heel goed hoe het koninkrijk België ontstond: door een kunstgreep van de toenmalige grootmachten, namelijk Engeland, dat zich wilde beveiligen tegen Frankrijk. Het Belgisch nationaal Congres werd aangeduid door amper twee procent van de bevolking: de hoge burgerij die de cijns kon betalen. En die elite, of ze nu van het noorden of het zuiden kwam, sprak Frans. En wat de keuze van het staatshoofd betreft, die beslissing werd door Engeland opgelegd. België is dus wel degelijk een “historisch accident”, om de woorden van oud-premier Yves Leterme nog eens te herhalen, zoals hij ze in 2005 formuleerde in “Libération“.

Ik heb een tekst gevonden die de Belgische toestand realistisch samenvat. Hij werd door Albert du Bois in 1903 geschreven, toen hij secretaris van de Belgische Legatie in Parijs was. In zijn boek “Belges où Français?” pleitte de man uit Henegouwen openlijk voor de inlijving van Wallonië bij Frankrijk. Dit leidde tot zijn pensioenering op 31-jarige leeftijd.

Zie hier wat hij over het ontstaan van België vertelt:

Belgen! (…) Zij die leven in de cirkel die het verstrooide potlood van een of andere Palmerston (de Britse minister van Buitenlandse Zaken) in 1831 in Londen tekende op een kaart van Europa, dat zijn ‘Belgen’! Dat is hoe je een volk creëert! Dat is hoe je een natie vormt! Dat is hoe je een land creëert! (…) Om honden in hondenshows te parkeren, let men tenminste op hun rassen en soorten; maar om mensen in kuddes ‘belastingbetalers’ te parkeren, moet men niet zo nauw kijken. Het is genoeg om drie miljoen individuen van de ene soort en drie miljoen individuen van een andere soort te nemen. Je zegt tegen hen : ‘Probeer elkaar niet te veel op te eten. Jullie zijn een natie. Jullie zullen Belgen heten’ – en de arme beesten gehoorzamen gehoorzaam aan de naam die hen gegeven is.

Negen jaar later, in 1912, was het de beurt aan Jules Destrée, ook een Hennuyer, om zijn beroemde ‘Brief aan de Koning’ te sturen:

Laat mij U de waarheid zeggen, de grote en gruwelijke waarheid: er zijn geen Belgen. (…) Nee, Sire, er is geen Belgische ziel. De samensmelting van Vlamingen en Walen is niet wenselijk, en indien wij die zouden wensen, moeten wij toch vaststellen dat zij niet mogelijk is.

Georges-Louis Bouchez heeft blijkbaar ook de brief niet gelezen, die Charles Rogier aan Jean Raikem stuurde. Beide waren Luikse vertegenwoordigers in het Congres, van november 1830 tot juli 1831. Zij begrijpen hier al dat de worm al van in het begin in de Belgische vrucht zat:

De eerste beginselen van een goede administratie zijn gebaseerd op het exclusieve gebruik van een taal, en het is duidelijk dat de enige taal van de Belgen het Frans moet zijn. Om tot dit resultaat te komen, is het noodzakelijk alle civiele et militaire ambten aan Walen en Luxemburgers toe te wijzen. De Vlamingen zullen dus voorlopig geen toegang tot deze ambten hebben. Op die manier zullen ze verplicht zijn Frans te leren, en zal het Germaanse element geleidelijk verdwijnen.

Wat Charles Rogier hier voorstelt, is gewoon taalgenocide. Precies om die te dwarsbomen vormde zich al snel een Vlaamse Beweging. Eerst was die van culturele aard, maar naderhand kreeg ze een sociale en politieke dimensie. Georges-Louis Bouchez weet blijkbaar niet hoe fel deze beweging heeft moeten vechten om de eerste taalwetten af te dwingen, en te maken dat Vlaanderen ook politiek gestalte krijgt. Nog in het begin van de 20ste eeuw sprak kardinaal Mercier van ‘de Belgische eenheid, gecimenteerd door het gebruik van de Franse taal’. In zijn ogen was het Vlaams de taal van knechten en meiden.

Dit alles heeft blijvende sporen nagelaten en een sterk Vlaams-nationaal gevoel doen ontstaan. Om het met oud-minister Stefaan De Clerck te zeggen: ‘Het nationalisme maakt deel uit van het Vlaams DNA.’

Het unitarisme stierf in 1962, toen de taalgrens vastgesteld werd. In hetzelfde jaar publiceerde François Perin zijn boek “La Belgique au défi“, waarin hij onder meer schreef:

Vlaanderen is nu de grote mogendheid van België. Het is een staat binnen de staat geworden. De unitaire, individualistische, bourgeois en Franstalige Belgische staat is niet meer. Het is van binnenuit omgevormd door een opkomend volk dat zich bewust is geworden van zijn eigen bestaan, zijn collectieve belangen en zijn eigen toekomst.

François Perin was een heldere man. ‘Wat is een opkomend volk dat zich bewust is van zijn eigen bestaan, zijn collectieve belangen en zijn eigen toekomst’? Wel, het antwoord is simpel: het is een natie, met alle respect voor Georges-Louis Bouchez, die dat feit weigert te erkennen.

Het boek De Vlamingen van Manu Ruys, gepubliceerd in 1973, is trouwens ondertiteld ‘Een volk in beweging, een natie in wording’.

Wij weten hoe energiek François Perin de aanhangers van het unitarisme heeft aangepakt, en hen uiteindelijk heeft doen toegeven. In 1974, heeft hij, als minister voor Hervorming der Instellingen, het concept van de voorlopige gewestvorming uitgedacht. De regionalisering stond tegenover de culturele autonomie die Vlaanderen had gekregen.

Door de zes opeenvolgende institutionele hervormingen die sinds 1970 werden doorgevoerd, en die in een federaal kader passen, beschikt Vlaanderen nu over alle hefbomen om een soevereine staat te worden. Daarom wil het een versnelling hoger schakelen: en dat wil het doen met het confederalisme. De centrale macht in België zou daardoor tot een lege huls worden gereduceerd. Dit is de voorlaatste stap voordat Vlaanderen deze centrale macht overbodig acht en onafhankelijk wordt.

Eens kijken hoe het sinds 2010 in België gaat.

Wij hebben al twee grote politieke crisissen doorgemaakt, die de vorming van een federale regering uiterst moeilijk hebben gemaakt. De kloof tussen Vlaanderen en Wallonië is blijven toenemen.

De politieke crisis van 2010 – 541 dagen zonder een volwaardige regering – had in Frankrijk voor ongerustheid gezorgd. Zozeer zelfs dat de commissie Buitenlandse Zaken van de Algemene Vergadering twee van haar leden op missie naar België stuurde om de interne situatie in het land te inventariseren.

De opstellers van het rapport waren verre van optimistisch. Zij zagen tekenen van een wezenlijke divergentie tussen de betrokken partijen.

Een divergentie die des te formidabeler was omdat zij geen betrekking had op de inhoud van het overheidsbeleid, in de traditionele zin van het woord maar raakte aan de opvatting zelf van de staat, de aard van de instellingen en het fundamentele pact waarop deze waren gebaseerd.

Ze riepen diepe kloven op, twee verschillende samenlevingen: Als alle samenlevingen worden doorkruist door kloven, dan zijn die misschien zelden zo gestructureerd als in België.

En zij stelden deze essentiële vragen: ‘Is België ten dode opgeschreven? Een staat die zo zwak is dat elke politieke crisis de vraag naar zijn voortbestaan zou doen rijzen? Een staat die zo kunstmatig is dat hij uiteen zou moeten vallen wanneer de Vlaamse natie onvermijdelijk op de vlucht slaat? ‘

De onontkoombare vlucht van de Vlaamse natie? Dat zegt alles. Het is ook in overeenstemming met het advies dat José-Alain Fralon, voormalig correspondent van de krant Le Monde in België, in 2009 aan de koning gaf in zijn boek La Belgique est morte, vive la Belgique!:

Wat als u in plaats van dit eervertoon, dat slecht dreigt uit te pakken of zelfs grenst aan het belachelijke, zo weinig strookt met de filosofie van uw onderdanen, het wat fijner zou spelen? Door toe te geven, zoals wij allen vroeg of laat zullen doen, dat niets de opmars van Vlaanderen naar de onafhankelijkheid kan tegenhouden, en door haar te begeleiden in plaats van tevergeefs te trachten haar tegen te houden?

Het beroemde ‘Belgische compromis’ heeft zijn grenzen bereikt. Sinds 1970 zijn er zes staatshervormingen doorgevoerd, die er niet in geslaagd zijn de twee grote gemeenschappen van het land op vreedzame wijze tot elkaar te brengen. In feite staat de ontmanteling van België in de sterren geschreven. Maar alles is gedaan om die uit te stellen. Dit is de procrastinatie-strategie, de neiging om altijd maar opnieuw te temporiseren.

Voor Wouter Beke, de voormalige CD&V-voorzitter, zijn het de Franstaligen die de voorvechters zijn van deze manier van optreden, ‘omdat ze zich in België alleen om het geld bekommeren’.

Eén ding is zeker: Vlaanderen is niet langer van plan financieel solidair te zijn met een Wallonië dat er in 42 jaar regionalisering niet in geslaagd is om zich economisch te herstellen. ‘Wallonië wankelt’. Dit is de titel van een artikel dat onlangs is geschreven door Han Renard van Knack.

De begrotingssituatie is echter dramatisch. Zo heeft het ratingbureau Moody’s de rating van Wallonië verlaagd van A2 naar A3. Voor het Rekenhof zou dit de toegang van het gewest tot de financiële markten kunnen bemoeilijken. De instelling wijst ook op de explosie van de geconsolideerde brutoschuld, die in 2026 meer dan 45 miljard zou kunnen bedragen.

In een verslag dat voor de overstromingen van vorige zomer werd opgesteld, luidden verschillende deskundigen de alarmbel over de onzekere houdbaarheid van de aflossing van de Waalse schuld. Enkele jaren geleden had wijlen Jules Gazon, hoogleraar economie aan de universiteit van Luik, ook al duidelijk gesproken over een scenario zoals dat van Griekenland.

Renaud Witmeur is de CEO van Sogepa, het Waalse openbare investeringsfonds. In een lang interview in de krant L’Echo van 18 december gaf hij zijn oordeel over het Waalse herstel:

Wallonië staat machteloos. Met de bedragen die in de plannen worden vrijgemaakt in verhouding tot het BBP, kan geen kanteleffect worden bereikt. Welke impact hoopt u te hebben met een plan van drie miljard? Dat is amper 600 miljoen per jaar. Wanneer men de Waalse bedragen optelt bij die van Europa en de federale regering, wordt het menens. (…) Wallonië betaalt de prijs voor het feit dat het een kleine, arme regio in een klein land is. (…) Soms heb ik de indruk dat het gewest een verantwoordelijkheid te dragen krijgt die het niet alleen kan dragen. De overheid kan niet als enige verantwoordelijk zijn voor het economisch herstel. En het gewest alleen zal niet in staat zijn om herstel te bewerkstelligen.

Volgens Renaud Witmer is er zeker ‘meer België nodig om ervoor te zorgen dat de geïnvesteerde middelen meer gewicht in de schaal leggen’.

Volgens mij heeft Wallonië gewoon een radicale mentaliteitsverandering nodig. Laten we ons in dit debat eens ondubbelzinnig uitdrukken.

‘Wij maken beleid in het algemeen belang’, herinnerde de Gaulle zijn ministers ooit. Sinds de invoering van de regionalisering in 1980 wordt in Wallonië hoofdzakelijkhet beleid van het PS-belang gevoerd. Dertien socialistische minister-presidenten hebben aan het roer gestaan. De rode octopus heeft zijn tentakels zo in alle radertjes van de Waalse motor kunnen steken. Totdat deze het begaf. Ongebreideld cliëntelisme heeft geleid tot een politiek-administratieve hypertrofie, tegen een achtergrond van opeenvolgende en gelijkaardige affaires. En in naam van de bescherming van onaantastbare “verworven rechten” verhindert druk van de vakbonden de uitvoering van essentiële hervormingen.

Is het verwonderlijk dat Vlaanderen in een dergelijke context geen financiële solidariteit meer wenst te tonen? Zeker als gevreesd wordt dat het er niet beter op zal worden met een PS die bedreigd wordt door de opkomst van de PTB. Wallonië is vrij om op deze weg verder te gaan, maar niet ten koste van de Vlaamse belastingbetaler en de welvaart van het Noorden. ‘We hebben hier te maken met twee democratieën’, zo heeft N-VA-voorzitter Bart De Wever al meermaals herhaald.

Vlaanderen en Wallonië volgen twee diametraal verscheidene wegen. De ene leidt naar rechts, de andere naar links. Een de resultaten verschillen ook duidelijk. Het Vlaamse beleid geeft voorrang aan begrotingsdiscipline en ondernemerschap. De voorspoed komt et voort uit een dynamisch netwerk van kmo’s. Zo vertegenwoordigt Vlaanderen meer dan 80 procent van de Belgische export.

Door in de staatshervormingen het gewest van meet af in de gemeenschap op te nemen, koos Vlaanderen voor zuinigheid met de middelen: een regering en een parlement, alle zetelend in Brussel. De Franstalige liberalen waren voorstander van een dergelijke fusie, maar de PS was tegen.

Aan Waalse zijde lijkt het discours gericht op een hervorming van de staat die zich concentreert op vier gewesten, en die dus de verdwijning van de gemeenschappen impliceert. Vlaanderen zal deze weg nooit inslaan. Voor Vlaanderen zou het opgeven van het begrip “gemeenschap” betekenen dat het de effectieve controle op zijn Brusselse minderheid verliest, die het momenteel via de communautaire bevoegdheden kan verzekeren. Bovendien zou een België met vier gewesten niet langer van Brussel zijn hoofdstad en de zetel van zijn politieke instellingen kunnen maken.

Eens te meer zijn wij dus beland in een dialoog van doven, waarbij de federale logica en de confederale logica tegenover elkaar staan. Voor Vlaanderen kan er geen sprake van zijn dat belangrijke bevoegdheden worden overgelaten aan een centraal niveau, een interregionaal centrum, waar een entiteit de Vlaamse keuzes zou kunnen belemmeren. In een België met vier regio’s zou de unanieme instemming van deze regio’s nodig zijn om op centraal niveau besluiten te kunnen nemen.

Voor de vroegere staatshervormingen waren de Franstalige leiders “demandeurs de rien“. Maar eindelijk hebben zij toegegeven in ruil voor geld. Zal dat in 2024 nog zo zijn?

Even terug naar Georges-Louis Bouchez.

Zijn wens om “de liberale familie” nieuw leven in te blazen, kan alleen maar doen glimlachen. Voormalig minister-president van de Franse Gemeenschap Hervé Hasquin daarentegen is zich terdege bewust van de realiteit wanneer hij verklaart: ‘Geloof me, een Vlaamse liberaal is een Vlaamse nationalist.’

Drie herinneringen zijn genoeg om dit aan te tonen.

Was het niet de voormalige voorzitter van de Vlaamse liberalen, Karel de Gucht, die in 2002 zei: ‘België is gedoemd om op termijn te verdwijnen, om te verdampen, en levert ondertussen geen meerwaarde meer op voor Vlaanderen?’

Was het niet de liberale Vlaams minister-president Patrick Dewael die in 2003 een boekwerk voorstelde met institutionele eisen om zowat alle bevoegdheden die federaal bleven, waaronder gezondheidszorg, op te splitsen?

Was het niet Bart Somers, nu lid van de Vlaamse regering, die toen hij voorzitter van de VLD was, zei: ‘Mijn mijn generatie geeft voorrang aan de Vlaamse regionale belangen. (…) Wij aanvaarden niet langer dat onze groei en werkgelegenheid worden afgeremd omdat Wallonië niet aan onze eisen wil voldoen.’

Wat als we de kosten een halt zouden toeroepen, door de Belgische echtscheiding voor eens en voor altijd officieel te maken, en door rond de tafel te gaan zitten om de praktische details te bespreken?

Het is niet een 7de staatshervorming die wij moeten voorbereiden, maar de post-Belgische toekomst. Voor wijlen Jean Gol, wiens naam het Centre d’Etudes du MR” vandaag draagt, kon deze toekomst voor Wallonië alleen worden bereikt door integratie in de Franse Republiek.

Een Franse ambassadeur heeft mij ooit gezegd dat zijn land de eerste zou zijn om een soevereine Vlaamse staat te erkennen. Ongetwijfeld, maar wat met de toekomst van Wallonië? Als Wallonië aan zijn lot zou worden overgelaten, zou het zich zulke inspanningen moeten getroosten dat het zou uitlopen op een sociaal bloedbad. Wijlen econoom Jules Gazon (ULg) riep zelfs ‘een opstandig klimaat’ op.

Hier krijgen de woorden van generaal de Gaulle aan professor Robert Liénard van de Universiteit van Leuven in de jaren zestig hun volle betekenis: ‘Ik ben ervan overtuigd dat alleen een land als Frankrijk de toekomst van uw drie tot vier miljoen Walen kan verzekeren.’

Sindsdien hebben verschillende Franse politici hun gevoelens in dit verband kenbaar gemaakt.

Jacques Myard, UMP-afgevaardigde voor Yvelines, verklaarde in 2010:

‘Frankrijk zal er niet aan ontkomen een beleid ten aanzien van België te ontwikkelen, de kwestie van de aanhechting van Wallonië en Brussel zal uiteindelijk aan de orde komen, of we dat nu leuk vinden of niet. Dit is een vraag die de Franstaligen van België zullen moeten beantwoorden. Het is aan ons Fransen om een verantwoordelijk beleid te ontwikkelen om deze onontkoombare uitdaging aan te gaan, die het lot zal bezegelen van een kunstmatige staatsconstructie die in 1830 door de machthebbers werd gewild en die nu door de gebeurtenissen is ingehaald.’

Jean-Pierre Chevènement, oud-minister onder François Mitterrand, liet hetzelfde geluid horen:

Als de Franstaligen dat zouden willen en er in een referendum om zouden vragen, en als de Vlamingen in elk geval hun onafhankelijkheid zouden opeisen – voorwaarden die nog niet vervuld zijn – zou ik het billijk vinden hen in de Franse Republiek op te nemen onder een nader te bepalen statuut. Dit zou de huidige status kunnen zijn met een eenvoudige koppeling van de Waalse sociale zekerheid aan de Franse sociale zekerheid. Maar dit zou natuurlijk nader moeten worden bekeken als dat nodig is.

En ook al staan we ver af van hun politieke ideeën, toch moeten we ook de gunstige standpunten noemen van Jean-Luc Mélenchon, Marine Le Pen, Nicolas Dupont-Aignan en Eric Zemmour, die nu kandidaat zijn bij de presidentsverkiezingen.

Jean-Luc Mélenchon:

Als de Walen zich op de een of andere manier door de Vlamingen verstoten voelen, moeten ze weten dat mensen zoals ik dolgelukkig zouden zijn om met hen in hetzelfde land te wonen.

Marine Le Pen:

Indien België zou uiteenvallen, indien Vlaanderen onafhankelijk zou worden, een hypothese die steeds geloofwaardiger wordt, zou de Franse Republiek vereerd zijn Wallonië in haar schoot op te nemen. De historische en broederlijke banden die onze twee volkeren verenigen zijn te sterk voor Frankrijk om Wallonië in de steek te laten.

Nicolas Dupont-Aignan:

Frankrijk moet zich voorbereiden op de eventuele opvang van onze Waalse neven indien zij dat wensen.

Eric Zemmour:

Als de inwoners van Brussel – waar de Franse taal hoogtij viert – ervoor kiezen om Frans te worden zoals de Walen, wat zullen de Engelsen, de Duitsers en de Amerikanen dan doen? Zullen de Westerse mogendheden in staat zijn te weigeren wat zij voor de hereniging van Duitsland hebben aanvaard? (…) Met zijn 68 miljoen inwoners zou Frankrijk nog steeds achterblijven bij Duitsland met zijn 89 miljoen inwoners.

In plaats van zich te storten in een nieuw en eindeloos Belgisch-Belgisch palaver, zouden de Waalse elites er goed aan doen nu reeds contact op te nemen met de Franse autoriteiten om te voorkomen dat zij te zijner tijd voor een voldongen feit staan en in allerijl moeten reageren.

Partner Content