De (s)preekstoel van Knack.be

‘Investeren in kinderen is beste manier om armoede te bestrijden en levert meest maatschappelijke winst op’

De (s)preekstoel van Knack.be Knack.be maakt ruimte voor religie en levensbeschouwing

De Gezinsbond lijst de belangrijkste aandachtspunten op voor een visie op beleid voor jonge kinderen.

Op initiatief van minister Jo Vandeurzen, en gecoördineerd door Kind & Gezin, vond op 6 oktober 2016 de conferentie ‘De toekomst is jong’ plaats. Verschillende actoren gingen op zoek naar een breed gedragen visie op het beleid voor jonge kinderen. Diverse instellingen en disciplines onderstrepen het belang van de ruime omgeving waarin kinderen opgroeien en de noodzaak om daarin te investeren. Investeren in jonge kinderen is immers de beste manier om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden en levert het meest maatschappelijke winst op. De Gezinsbond nam deel aan de voorbereidende werkgroepen met een veilige en gezonde omgeving voor alle kinderen en participatie als kernthema’s.

‘Investeren in kinderen is beste manier om armoede te bestrijden en levert meest maatschappelijke winst op’

De toekomst wordt voor ons pas effectief jong als de rechten van jongeren automatisch toegekend worden, als er een betere afstemming komt tussen de verschillende beleidsniveaus, als gezondheidsongelijkheid een prioriteit wordt en de financiële drempels verdwijnen, als kinderen, jongeren en hun ouders serieus genomen worden als partners in het beleid.

Automatische toekenning van rechten moet de regel zijn

Kinderen en volwassenen hebben rechten. Mensen- en kinderrechten die omwille van hun plaats in het internationale recht een speciale betekenis hebben. Ze gelden voor iedereen en wanneer je je rechten onvoldoende kan uitoefenen, kun je ze opeisen. Want de overheid heeft, door de ondertekening van een verdrag, de verantwoordelijkheid om een minimum aan standaarden en procedures na te leven zodat iedere volwassene en ieder kind van zijn rechten kan genieten. De automatische toekenning van rechten moet dus de regel worden.

Meer overleggen, samenwerken en afstemmen

In de ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen en aanstaande ouders speelt Kind en Gezin in Vlaanderen een prominente rol. Maar we mogen niet voorbijgaan aan de impact van het beleid van andere actoren op gezinnen, (aanstaande) ouders en jonge kinderen. Er is nood aan systematisch overleg, samenwerking en afstemming tussen zowel lokaal en bovenlokaal, Vlaams en Federaal beleid, als tussen de verschillende beleidsdomeinen. Dit overleg is nu nog te vaak de missing link.

Van jongs af aan aandacht voor gezondheid

Om een toegankelijk, relevant en doelmatig gezondheidssysteem te realiseren, moet er aandacht zijn voor gezondheidszorg én voor de achterliggende sociale en economische determinanten van gezondheid. Als Vlaanderen gezondheidsongelijkheid wil aanpakken, zal een investering in beide nodig zijn. Inzetten op kwaliteitsvolle zorg en goede levensomstandigheden voor jonge kinderen is essentieel.

‘De periode vóór, tijdens en de eerste jaren na de zwangerschap zijn immers enorm bepalend voor de latere gezondheid van een kind.’

De periode vóór, tijdens en de eerste jaren na de zwangerschap zijn immers enorm bepalend voor de latere gezondheid van een kind. Kinderen die van jongs af aan vertrouwd zijn met zorg voor hun gezondheid, leven gezonder. Het welzijn en de gezondheid van een kind bieden een ideaal aanknopingspunt voor de start van een zorgtraject in een gezin. De Huizen van het Kind, een samenwerkingsverband tussen alle actoren binnen de preventieve gezondheidszorg, waarbinnen ook de consultatiebureaus van Kind & Gezin, hebben hier een belangrijke sleutel in handen.

Een automatische en algemene derdebetalersregeling volstaat niet

Ondanks de vele complexe terugbetalingsmechanismen en maatregelen binnen onze ziekteverzekering blijft de financiële drempel voor gezondheidszorg voor heel wat mensen hoog. Een automatische en algemene derdebetalersregeling voor iedereen verlaagt deze drempel. Enkel de eigen bijdrage moeten betalen en het terugbetaalbare deel niet meer hoeven voor te schieten, betekent dat minder mensen zorg gaan uitstellen omwille van financiële redenen. Als bovendien iedereen enkel het remgeld betaalt bij een zorgverstrekker, vermijd je stigmatisering.

Voor de Gezinsbond is een algemene derdebetalersregeling een deel van de oplossing, maar onvoldoende voor kinderen en jongeren, die enkel via een van de ouders of een zogenaamde titularis kunnen genieten van terugbetaling. Om de financiële drempel voor hen weg te nemen vragen wij gratis basisgezondheidszorg voor alle kinderen en jongeren tot en met 18 jaar of zolang ze kinderbijslaggerechtigd zijn. Aangezien de sleutel voor de financiële toegankelijkheid bij de federale overheid zit, is intens overleg tussen de Vlaamse en de Federale overheid dringend aangewezen.

Participeren is meer dan deelnemen

Naast gezondheidzorg zijn ook vrije tijd, opvang en onderwijs belangrijk voor de ontwikkeling van (jonge) kinderen. Als een samenleving echt werk wil maken van participatie van alle kinderen in diverse levensdomeinen, investeert ze op meerdere fronten: voldoende, toegankelijke en kwaliteitsvolle voorzieningen, kansen tot ontmoeting met andere kinderen en volwassenen, én publieke ruimte. We willen er nog graag ‘divers’ aan toevoegen, want we weten uit onderzoek dat een aanbod dat voor het een gezin ondersteunend of aantrekkelijk is, voor een ander gezin net beklemmend of afstotend kan werken.

Leer- en ontwikkelingskansen van kinderen mogen bovendien niet te eng bekeken worden in termen van verwachte vorderingen of aan de hand van gemiddelden en percentielen. Die cijfers zijn nuttig om de ontwikkeling van kinderen te monitoren en waar nodig extra ondersteuning te bieden, maar mogen niet gebruikt worden om kinderen uit te sluiten van een aanbod. Nog te vaak krijgen kinderen de boodschap dat ze ‘niet goed genoeg’ zijn, en daarom niet langer welkom op school, in de voetbalclub, jeugdbeweging of op de dansles.

‘Een kind dat zich goed voelt in een klas, opvang, sportclub of jeugdwerk krijgt heel veel positieve stimulansen en heeft de andere deelnemende kinderen ook heel wat te bieden.’

Bepalen wat ‘zinvol’ leren of ontwikkelen inhoudt, is niet het monopolie van een voorziening, maar ook van de gebruiker. Een kind dat zich goed voelt in een klas, opvang, sportclub of jeugdwerk krijgt heel veel positieve stimulansen en heeft de andere deelnemende kinderen ook heel wat te bieden. Een inclusieve school, voorziening, ontmoetingsplek of samenleving versterkt immers alle deelnemers. Het is een principieel engagement om mogelijke drempels (financieel, cultureel, fysiek …) tot participatie weg te werken, en een fundamentele bereidheid om kinderen in al hun diversiteit mee vorm te laten geven aan hun omgeving. Voorzieningen voor kinderen zijn geen reservaten, maar ‘maak-het mee-plekken’.

Initiatieven stimuleren die voor alle kinderen en jongeren toegankelijk zijn

Druk, druk, druk… of helemaal niets om handen hebben en sociaal geïsoleerd zijn. Participatie van kinderen hangt sterk samen met de mogelijkheden van hun ouders. De Gezinsbond peilde naar hoe ouders de vrije tijd van hun kinderen ervaren. Ouders zijn vaak de grootste supporters en sponsors, maar botsen ook op grenzen. De combinatie gezin-werk-school- vrije tijd is vaak een hele puzzel, waarbij (noodgedwongen) kiezen soms tot verliezen leidt. Hoge lid- of toegangsgelden dwingen gezinnen soms tot afhaken, en vooral kinderen die net dat tikkeltje of helemaal anders zijn, kunnen vaak niet terecht in de club of voorziening van hun keuze.

Initiatieven die hier wel in slagen, zijn heel uiteenlopend, maar hebben vaak één zaak gemeen. Ze durven kijken over het muurtje van hun eigen sector om te leren van elkaar of breken zelfs muren af om samen met andere organisaties zoveel mogelijk kinderen en jongeren aan te spreken. Als het werkveld dat kan, waarom de overheid dan niet?

Partner Content