‘We hebben een collectief drankprobleem’: waarom we jongeren niet met de vinger moeten wijzen

© Getty
Peter Casteels Redacteur Knack
Jeroen de Preter Redacteur Knack

Achter de discussie over het alcoholverbod op jeugdkampen gaat een veel belangrijkere tendens schuil. De drankcultuur die politici nog te vuur en te zwaard verdedigen, vertoont tekenen van verval. Hebben we straks dan echt onze allerlaatste gedronken?

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het was hét nieuws dat de kerstspecial van F.C. De Kampioenen uit 2020, de aller- allerlaatste aflevering van de reeks, overschaduwde: de tragische dood van Xavier Waterslaeghers. Ondanks zijn pensioen als beroepsmilitair ging hij met het leger mee naar Ethiopië voor een humanitaire missie, waar hij omkwam tijdens een terroristische aanval terwijl hij voedselpakketten probeerde te beschermen. De scenaristen van F.C. De Kampioenen gaven het personage van Johny Voners – zelf in 2020 overleden – daarmee een wel heel heroïsch einde. Realistischer ware het geweest als een man als Xavier Waterslaeghers eenvoudigweg was gestorven aan de gevolgen van overmatig alcoholgebruik. Niemand in de Vlaamse televisiegeschiedenis heeft meer pinten soldaat gemaakt dan Xavier in het café van De Kampioenen. Zijn dagschotels werden in de jaren dat de reeks werd uitgezonden (en eindeloos herhaald) een catchphrase in heel Vlaanderen, en misschien wel de reden waarom hij een van de populairste Kampioenen was. Wie herkende niet zichzelf, zijn vader of lief in die goeiige sociale drinker?

Je hoort vaak dat jongeren alcohol hebben geruild voor drugs. Daar is geen enkel bewijs voor.

Tina Van Havere, onderzoekster HoGent
Betutteling

Laatst waren het enkele Waalse burgemeesters die ondervonden hoezeer wij gehecht zijn aan onze drinkcultuur. Sébastian Pirlot (MR), de burgemeester van Chiny, voert deze zomer samen met zijn collega’s van Bouillon, Andenne en Florenville een alcoholverbod in voor jeugdkampen. Het is de leiding niet langer toegestaan om te drinken op het kampterrein, wat ten noorden van de taalgrens tot opvallend felle reacties leidde. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle (CD&V) schoot het verbod in een tweet meteen af als ‘disproportioneel’, waarmee hij applaus oogstte van zijn nieuwe voorzitter Sammy Mahdi. ‘We verbieden en betuttelen onze samenleving kapot’, tweette hij er nog achteraan. In het Vlaams Parlement volgde later zelfs een heel debat, zodat elke partij haar ontzetting over het verbod voor de camera’s van het halfrond kon uiten.

Onder de experts met wie we voor dit artikel contact opnamen, is er veel meer begrip voor de burgemeesters dan onder politici. ‘Ik begrijp hen wel’, zegt professor Guido Van Hal, die aan de Universiteit Antwerpen onderzoek leidt naar jongeren en alcohol. ‘De burgemeesters gaan ook niet als detectives op die kampterreinen controleren of er iemand net één pintje drinkt, maar ze willen een stok achter de deur hebben als het misloopt. Nog liever zou ik zien dat de jeugdbewegingen zelf het goede signaal geven, en uit zichzelf beslissen om niet te drinken als ze met jonge gasten op kamp gaan in de Ardennen. Dat zou ook veel ouders geruststellen.’

De jeugdbewegingen, en zo ongeveer iedereen die ooit in een jeugdbeweging heeft gezeten, voelden zich gestigmatiseerd door het verbod, dat in principe ook alle kampleiders treft die verantwoord met alcohol kunnen omgaan. Uit het weinige cijfermateriaal dat er is, blijkt nochtans wel dat jongeren die lid zijn van een jeugdbeweging meer drinken dan jongeren die dat nooit zijn geweest. Vierjaarlijks bevraagt het VAD (voluit het Vlaams expertisecentrum voor alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en gamen) de Vlaamse studenten. Uit de laatste enquête in 2021 bleek dat studenten aan universiteiten en hogescholen die lid zijn van een jeugdbeweging gemiddeld zo’n veertien glazen per week drinken, terwijl dat voor studenten die nooit lid zijn geweest maar achtenhalf is. Het VAD adviseert zelf om u te beperken tot tien standaardglazen wijn of bier per week, want boven die grens treden er al allerlei gezondheidsrisico’s op. ‘Het studentenleven is een milieu waar sowieso veel gedronken wordt, en de studenten die lid zijn van een jeugdbeweging drinken het meest’, vat Katleen Peleman, directeur van het VAD, de cijfers samen. ‘Ik was dus nogal verrast door de vergoelijkende reacties in het debat over het alcoholverbod voor zomerkampen. Dat lijkt me ook niet de beste maatregel, maar elke leider op een jeugdkamp moet op elk moment in staat zijn om verantwoord te handelen. Nogal wat jeugdbewegingen hanteren vandaag de regel dat slechts een of twee leiders dat moeten zijn. Mag de rest dan dronken zijn op een kamp met kinderen?’

‘Ik wil het probleem niet minimaliseren, maar zo’n verbod is echt niet de juiste oplossing’, reageert Benjamin Dalle. ‘We vertrouwen die jongvolwassenen om in de zomer voor onze kinderen te zorgen. Dan zullen we ze toch ook wel kunnen vertrouwen als ze ‘s avonds aan het kampvuur nog een pint willen drinken? Het spreekt vanzelf dat ze zich daarbij moeten houden aan de regels die er nu al zijn.’

© GettyImages
22 glazen per week

De enquêtes van de VAD zijn in Vlaanderen het beste cijfermateriaal dat we hebben om te weten te komen hoeveel jongeren drinken. Van alle hogeschool- en universiteitsstudenten drinkt drie vierde minder dan tien glazen per week. Gemiddeld komt die groep zelfs maar aan ietsjes minder dan drie glazen per week. Het andere kwart zit boven de tien glazen, en drinkt gemiddeld elke week zelfs iets meer dan 22 glazen. Dat is veel, maar de cijfers dalen. ‘Vroeger dronk een derde van alle studenten te veel’, legt Peleman uit. ‘Nu nog maar een kwart. De scholieren van de middelbare school drinken ook duidelijk minder dan vroeger, en beginnen ook op latere leeftijd met alcohol.’

Jongeren drinken over het algemeen steeds minder. Dat zegt ook Tina Van Havere, onderzoekster bij HoGent. Van Havere sluit niet uit dat het in 2010 ingevoerde verbod op verkoop aan -16-jarigen daarbij een rol speelt. ‘Ik heb nog meegewerkt aan een onderzoek naar het effect van die wet’, zegt Van Havere. ‘We zagen daarna inderdaad een daling, maar het is heel moeilijk om te zeggen of die er ook niet zonder de wet was gekomen. De daling werd vastgesteld in bijna heel Europa. Wat je met enige stelligheid kunt zeggen, is dat het een generatie is die veel bewuster omgaat met gezondheid. Dat zie je niet alleen aan de dalende alcoholconsumptie, maar ook aan hun relatie met tabak, voeding of beweging. Jongeren gaan veel bewuster met gezondheid om.’

Een vaak gehoorde aanname is dat jongeren de alcohol hebben ingeruild voor drugs. ‘Daar is geen enkel bewijs voor’, stelt Van Havere. Recente enquêtes door het VAD bevestigen dat. Bij studenten hoger onderwijs wordt een lichte stijging van het gebruik van illegale drugs vastgesteld in de laatste enquête, maar mogelijk had dat te maken met de coronapandemie. Voor scholieren uit het secundair onderwijs zijn de cijfers van de voorbije jaren grilliger, maar is er eerder sprake van een lichte afname dan van een toename.

Mediageniek (en afschuwelijk) blijft natuurlijk wel het beeld van jongeren die zich laveloos drinken en in het slechtste geval in comateuze toestand in het ziekenhuis belanden. Die aantallen lijken constant te blijven. De Nederlandse doctoraatsstudente Hanna van Roozendaal doet er voor de Leerstoel Jongeren en Alcohol aan de UA onderzoek naar. ‘In Nederland hebben we veel meer data en is de nazorg voor die jongeren ook beter’, vertelt ze. ‘De medische zorg is in Vlaanderen heel goed, maar daarna worden zij niet goed opgevolgd. Daarmee willen we in Antwerpen ook beginnen.’

Carnaval en kerstmarkten

Het debat focust dus te veel op jongeren. ‘We hebben een collectief alcoholprobleem,’ zegt Van Havere, ‘maar het zit zeker niet in de eerste plaats bij de jongeren. Misschien moeten we behalve bij jeugdkampen ook eens kijken naar de excessen bij carnaval of kerstmarkten? Wij hebben ook indicaties dat er een stevig probleem bestaat bij vrouwen boven de veertig. Mij verrast dat niet. In veel gevallen zijn het vrouwen die zich jaren weggecijferd hebben voor de kinderen. Nu die kinderen wat zelfstandiger zijn geworden, is er plots veel tijd, en wordt de lokroep van de alcohol sterker.’

‘Ik maak me nog het meest zorgen over de ouderen’, vertelt Geert Dom. Hij is psychiater en verslavingsexpert, en verwoordt daarmee wat verschillende experts zeggen: het zijn de ouderen bij wie we de grootste stijging zien in de alcoholcijfers. Ook hier ontbreken goede cijfers, maar Dom gaat ervan uit dat in België zo’n 15 tot 20 procent van de volwassenen meer drinkt dan aangewezen, en er bij ongeveer 6 procent sprake is van een stoornis in alcoholgebruik. ‘We moeten echt geen jongeren viseren’, gaat Dom voort. ‘In de Verenigde Staten is er veel beter onderzoek beschikbaar dat al jarenlang loopt, en een van de subgroepen die daar steeds meer drinken, zijn de 65-plussers. Ik heb zelf net een enquête afgenomen bij artsen over hun eigen alcoholgebruik, en oudere artsen drinken behoorlijk meer en zitten vaker in de probleemzone dan hun jongere collega’s. Die demografische trend zien we in de hele bevolking.’

Dat alcoholmisbruik absoluut niet alleen een probleem is van jongeren die nog niet weten hoe ze ermee om moeten gaan, blijkt zelfs wanneer zij geïntoxiceerd in het ziekenhuis worden opgenomen. De ouders reageren niet altijd zoals de artsen hopen dat ze zouden doen. ‘Wij verwachten dat ouders gechoqueerd of minstens beschaamd zijn als ze hun kinderen komen ophalen’, vertelt Van Hal. ‘Het tegendeel is soms waar: artsen merken dat ze zo’n ziekenhuisopname soms zelfs als iets positiefs zien. “Dat heeft hij dan ook eens meegemaakt”, zeggen ze, alsof het iets is wat iedereen weleens overkomt. Om maar te zeggen dat we de ouders er altijd bij moeten betrekken als we aan preventie doen.’

© BelgaImage

Tussen haakjes: in tegenstelling tot wat de meeste hoogopgeleiden wellicht denken, is alcohol vooral een probleem van diezelfde hoogopgeleiden. Onder de laagst opgeleiden gaf in een enquête van de VAD slechts 45 procent van de ondervraagden aan dat ze het voorbije jaar überhaupt alcohol hadden gedronken. Onder hoogopgeleiden was dat 87 procent. Zij drinken gemiddeld negen glazen per week, en laagopgeleiden slechts zes. Katleen Peleman van de VAD denkt dat in de studententijd, wanneer er veel gedronken wordt, vaak de kiem ligt voor een hoger alcoholgebruik voor de rest van iemands leven. Mensen die niet voortstuderen, komen dus ook niet met zo’n milieu in contact. ‘Het verschil is wel dat hoger opgeleiden vaak een betere gezondheid hebben’, vult ze nog aan. ‘Zij voelen de gezondheidsproblemen van alcohol dus minder.’

Gezond sterven

Onze hele samenleving is, kort gezegd, nog steeds doordrongen van alcohol. We zijn daar zo trots op dat we er zelfs in slaagden om, in 2016, onze biercultuur erkend te krijgen door de Unesco als immaterieel erfgoed. ‘Ik geef dat voorbeeld altijd aan mijn studenten geneeskunde’, vertelt Van Hal. ‘Bij de uitreiking waren de premier en nog heel wat andere ministers aanwezig. Ze vinden het blijkbaar fijn dat onze biercultuur gelauwerd wordt, hoewel die natuurlijk onlosmakelijk samenhangt met problematisch drankgebruik. En we moeten er nu wel voor zorgen dat we onze biercultuur ook onderhouden, want stel je voor dat we van de lijst van Unesco vliegen.’

Hoe de Belgische biercultuur op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed terecht kon komen? Het antwoord luidt: dankzij de onverdroten inzet van Sven Gatz (Open VLD), nu minister in de Brusselse regering. ‘Als directeur van de federatie van Belgische brouwers heb ik het dossier naar de ministers van Cultuur gestuurd’, herinnert Gatz zich. ‘Toen ik later zelf minister van Cultuur werd, heb ik het dossier naar de Unesco gestuurd. Ik begrijp dat instanties als de VAD daar tandenknarsend naar kijken. Puur vanuit gezondheidsstandpunt is promotie van biercultuur een slecht idee. Maar vanuit gezondheidsstandpunt is elk mogelijk risico een slecht idee. Met een boutade gezegd: het is niet mijn bedoeling om zo gezond mogelijk te sterven.’

Zou het kunnen dat Gatz daarmee ‘de Belgische grondstroom’ vat? ‘Lazer op met uw tien glazen per week’, zo luidt een citaat van Marnix Peeters, schrijver en columnist bij De Morgen. Zowel in zijn columns als op sociale media maakt Peeters er geen geheim van: de hoeveelheden bier die hij wekelijks door het keelgat laat vloeien, overschrijden de norm die gezondheidsorganisaties voorschrijven. ‘Ik drink elke middag een biertje’, vertelt hij, ondertussen nippend van een glas Rodenbach Grand Cru. ‘En natuurlijk volgen er later op de dag nog wel een paar glazen. Maar ik overdrijf ook niet. Ik haat het om dronken te zijn. Wat ik wél prettig vind is de lichte roes, die de werkelijkheid een beetje verzacht. Ik vind het leven zeker niet onaangenaam, maar ten gronde is het natuurlijk een rit naar een blinde muur. Ik wantrouw geheelonthouders die me vertellen dat ze dat leven zonder enige verdoving of troost aankunnen.’

Bier in het voetbal

Ondertussen komen er alleen maar meer geheelonthouders bij. Bart De Wever is waarschijnlijk de bekendste in Vlaanderen, maar ook BV’s als presentatrice Evi Hanssen komen ervoor uit en schrijven er zelfs boeken over. Maar een meerderheid vormen ze (nog?) niet. Dit is nog altijd het land waar de belangrijkste voetbalcompetitie vernoemd is naar een biermerk, en het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen. ‘Onvoorstelbaar’, noemt Peleman het nochtans. ‘Ik vind het ongelooflijk dat topsporters geassocieerd willen worden met Jupiler. Niemand weet beter dan zij dat alcohol funest is voor topprestaties in de sport.’

Gaat drinken dezelfde weg op als roken? Ik ben er vrij zeker van.

Geert Dom, verslavingsexpert

Van politici zal een verbod op dergelijke sponsoring niet meteen komen. Zij staan, zoals hun reacties op het alcoholverbod in de Ardennen bewezen, niet te springen om tussen de Vlamingen en hun pintje te komen. Experts geven als voorbeeld de leeftijd waarop jongeren bier en wijn kunnen kopen. Die willen ze, naar het voorbeeld van de meeste Europese landen, op achttien leggen. ‘Hoe later jongeren met alcohol beginnen, hoe beter’, zegt Guido Van Hal. ‘Zij voelen niet wanneer ze moeten stoppen met drinken, en het heeft zelfs een negatieve impact op hun IQ. Bovendien is overmatig drinken als tiener een voorspeller voor alcoholproblemen als mensen ouder worden.’

Momenteel wordt er aan een nationaal alcoholplan gewerkt, maar de kans is klein dat zo’n verhoging van de leeftijd daarin zal staan. ‘Politici weten dat er voor dit soort beperkende maatregelen weinig draagvlak bestaat’, zegt een bron die het plan mee voorbereidt. ‘Met de normalisering van alcohol scoor je electoraal. Dat is heel anders bij tabak. Daar zie je dat de grootste tegenstanders van verstrengingen van het alcoholbeleid geen probleem hebben met verregaande maatregelen om het roken verder terug te dringen.’

Minister Dalle is ook geen voorstander van zo’n leeftijdsverhoging. ‘Dat debat moet absoluut gevoerd worden. Maar ik denk dat sensibilisering in het algemeen beter werkt dan zulke verbodsbepalingen. In mijn eigen jeugd mocht iedereen ook pas vanaf zestien jaar alcohol drinken, en ik herinner me dat ik mijn eerste pintje toch al vroeger heb gehad. Zulke wettelijke regels zijn maar een deel van de realiteit.’

Nog zo’n voor experts voor de hand liggende maatregel waar politici voorlopig niet aan toe zijn: alcohol duurder maken. Zeker de huismerken van pilsbier blijven spotgoedkoop in supermarkten, en veel winkels bieden promoties aan waarmee mensen voor weinig geld thuis een voorraadje kunnen aanleggen. Het effect van een stijgende prijs op dalend gebruik is aangetoond, maar de Belgische begroting zal er nog veel desastreuzer voor moeten staan vooraleer politici naar zo’n accijnsverhoging grijpen.

Marnix Peeters zit niet echt te wachten op een nationaal alcoholplan. ‘Wat mij betreft mag je nog strenger zijn voor alcohol in het verkeer, maar laat mensen boven de vijftig in ieder geval hun eigen keuzes maken, en val ze niet voortdurend lastig met dreigementen’, vertelt hij terwijl hij nog een slok neemt. ‘Mijn vader wordt volgende maand 91. Hij zit nog dapper thuis zijn dood te bevechten. Telkens als ik hem bezoek, is hij zich aan het verontschuldigen voor zijn dagelijkse Duvel. Dan denk ik: wat hebben die gezondheidswetenschappers die mensen toch aangedaan? Al twintig jaar zit ik op een vader te kijken die zich verontschuldigt voor die ene Duvel, terwijl hij er in werkelijkheid twee of drie drinkt. Waarom zadelen we die mens met zo veel schuldgevoel op? Als hij zin heeft om vijf Duvels per dag te drinken, laat hem dat dan doen. Dan was hij misschien al dood geweest, maar wat dan nog? Het zijn – om het heel zacht uit te drukken – niet de beste jaren van zijn leven die hij zal hebben gemist.’

Tournée Minérale

Ondertussen drinkt de Belg dus wel minder en minder alcohol. In 2019 dronken we nog maar 9,2 liter (pure) alcohol per jaar, terwijl dat tot 2015 steeds meer dan 10 liter was. Zelfs als de kleine groep met een extreem alcoholprobleem even groot blijft, is dat goed nieuws voor de volksgezondheid. Terwijl het weliswaar de alcoholici zijn die in hun omgeving voor ravages zorgen, is de veel grotere groep die iets te veel drinkt kostelijker voor de hele samenleving en de gezondheidszorg. Tournée Minérale in februari is ondertussen een ingeburgerde traditie voor veel mensen, en het aanbod aan alcoholvrije bieren is de voorbije jaren spectaculair toegenomen en verbeterd in smaak. Het zijn trends die ook minister Gatz niet zijn ontgaan. ‘De afgelopen tien jaar hebben de brouwers de consumptie met dertig procent zien dalen’, vertelt hij. ‘Zware bieren zoals trippel worden steeds minder populair, terwijl de lichtere, minder alcoholische bieren met veel smaak of de steeds betere alcoholvrije bieren aan marktaandeel winnen.’

Het roept de vraag op of alcoholgebruik, in navolging van het roken, over enkele decennia gemarginaliseerd zal zijn. Ten dele lijkt die evolutie al even ingezet. Drinken tijdens een zwangerschap is alvast not done, net als drinken tijdens de werkuren. ‘Ik ben er redelijk zeker van dat we die weg opgaan’, denkt Geert Dom. ‘De generatie voor mij ging op een manier met alcohol om die vandaag ondenkbaar is, en over dertig jaar zullen we zonder twijfel heel kritisch terugkijken op de plaats die alcohol nu nog in ons leven heeft. Daarom moeten we jongeren ook niet stigmatiseren, want zij gaan daar beter en beter mee om.’ Maar of alcohol echt dezelfde weg op gaat als tabak? Tina Van Havere is er niet van overtuigd. ‘Een grote meerderheid van mensen slaagt erin gematigd te drinken’, zegt ze.

De herhalingen van F.C. De Kampioenen ten spijt: komt er binnenkort een einde aan de populariteit van figuren als Xavier Waterslaeghers? Het is vandaag in ieder geval al ondenkbaar dat de VRT nog zulke veeldrinkers zou opvoeren in haar meest bekeken televisiereeksen. Katleen Peleman gelooft dat de tijdgeest al veranderd is. ‘Wij praten daarover met de VRT’, zegt ze. ‘Er wordt hard aan gewerkt. In Thuis wordt er vandaag al veel minder gedronken dan vijf of tien jaar geleden. En gelukkig maar.’

IN CIJFERS

10 glazen bier of wijn per week is de bovengrens

20% van de volwassenen drinkt meer dan aangewezen

9,2 liter pure alcohol drinkt de Belg per jaar

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content