...

Hoewel het behoorlijk vies smaakt als je het voor de eerste keer drinkt, zijn er heel wat redenen waarom de mens graag een glaasje lust: alcohol werkt verdovend, het geeft je een goed gevoel, je bent losser in de omgang... Maar wat is de evolutionaire verklaring voor onze liefde voor alcohol. Bioloog Robert Dudley van de UC Berkeley en auteur van 'The Drunken Monkey' denkt een uitleg te hebben voor de reden waarom onze hersenen zo graag in de alcohol baden. Zijn boek is een uitbreiding van zijn studie uit 2000 in de The Quarterly Review of Biology, waarin hij argumenteerde dat ons moderne alcoholgebruik en -misbruik terug te leiden zijn naar onze fruit etende voorvader, de aap. Want hoewel de mens pas 10.000 jaar geleden alcohol begon te brouwen, beweert Dudley dat we al lang daarvoor het goedje konden smaken dankzij onze voorvaderen die hoofdzakelijk van fruit leefden. Suiker in fruit, granen en nectar wordt omgevormd tot ethanol tijdens het fermentatieproces. Wanneer een vrucht erg rot is, kan het zelfs tot 8 procent ethanol (de meest voorkomende alcohol) bevatten. Volgens Dudley's theorie was de alcoholconcentratie van rijp fruit een goede zaak voor zowel de fruitboom als de aap. De geur van alcohol uit rijp fruit legde een lange weg af en maakte het voor de aap makkelijker om zijn volgende maaltijd te traceren. Het voordeel voor de plant was dan weer dat primaten de zaden van de vruchten hielpen verspreiden. Maar het eten van alcoholrijk fruit had nog meer voordelen. De alcohol vergrootte namelijk het hongergevoel en bood een extra stimulans om naar eten te zoeken vooraleer een concurrent er mee ging lopen. Wij kennen dat effect nog steeds als het aperitief-effect. Doolden fruit etende dieren en insecten dan voortdurend lazarus rond door het woud? Natuurlijk niet. Het gaat om zo'n 0,5 tot 3 procent ethanol in rijp fruit en daarvan word je niet zat. De titel van het boek van Dudley is dus een beetje ongelukkig gekozen. Bovendien hebben wilde dieren enzymen die de alcohol meteen afbreken. Pas toen onze voorouders zo'n 6 miljoen jaar geleden rechtop gingen lopen is het fout beginnen gaan. Op dat moment trad er een verrassende verandering op in de fysiologische capaciteit om alcohol te verwerken. Dankzij een enkele mutatie in hun genen konden apen 20 keer meer alcohol verwerken. Hoe dat komt? Doordat ze het oppervlak van bossen en savannes bewandelden, hadden de apen ineens een grotere toegang tot gevallen, rijp, en dus alcoholrijk fruit. Vandaag is onze relatie met alcohol iets meer verstoord. Ons lichaam heeft de biologische voordelen om alcohol te verwerken behouden, maar tegenwoordig is het aanbod ongelimiteerd en bevatten alcoholische dranken heel wat meer ethanol dan een rot stuk fruit. Zo hebben de meeste bieren een alcoholpercentage van 4 tot 6 procent en wijnen zelfs 12 tot 16 procent. Met alle problemen van dien. Collega-biologen plaatsen echter vraagtekens bij de theorie van Dudley. Zo meent Katharine Milton van dezelfde universiteit van Dudley dat overrijp tot rot fruit hoge concentraties ethanol bevat zodat de dieren er net níet van zouden eten. Volgens haar is de echte reden van de drang naar alcohol bij de mens te verklaren door het feit dat de mens een sterk ontwikkeld zelfbewustzijn heeft, en dus zijn zij misschien wel de enige dieren die van dat bewustzijn soms eens willen ontsnappen?