Psychiater Mathieu Vandenbulcke: ‘Je moet veroudering omarmen als een vriend’

Mathieu Vandenbulcke: ‘Hoe er naar ouderen gekeken wordt, bepaalt het lot van ouderen meer dan de veroudering op zich.’
Dirk Draulans
Dirk Draulans Bioloog en redacteur bij Knack.

Goed ouder worden, dat kun je leren, vindt psychiater Mathieu Vandenbulcke. ‘Laat je geluk en identiteit niet te veel afhangen van je lichaam.’

De positieve kanten van ouder worden zijn minstens even belangrijk als de negatieve. Meer nog, ze kunnen zelfs preventief werken. ‘Bij veel patiënten heb ik het gevoel dat ze, als ze anders naar ouder worden hadden gekeken, een betere oude dag zouden hebben gehad’, vertelt ouderenpsychiater Mathieu Vandenbulcke (UZ Leuven), die verschillende boeken schreef over dementie en psychologische problemen bij ouderen. ‘Het is uiteraard niet altijd rozengeur en maneschijn, ik wil er zeker geen gratuite goednieuwsshow van maken, maar de titel van mijn nieuwe boek is niet voor niets Het beste kan nog komen. Met de nadruk op kán.

U benadrukt dat uw boek geen handleiding is om 100 te worden, een streven dat u samenvat in twee woorden: gezond leven.

Mathieu Vandenbulcke: Ik wilde vanaf het begin duidelijk maken waarover het boek níét gaat. Het gaat niet over zo lang mogelijk leven, maar over zo goed mogelijk leven.

Ook dat laatste zou in twee woorden samengevat kunnen worden: denk positief!

Vandenbulcke: (lachend) Dat is een verdienstelijke samenvatting. Maar de inzichten die nodig zijn om goed te leven, zijn minder bekend dan die om gezond te leven. Je moet positief genoeg over ouder worden denken, als tegenwicht voor de vele vooroordelen die circuleren.

Waarom kijken jongeren vaak zo denigrerend naar ouderen?

Vandenbulcke: Ze zien vooral verlies en achteruitgang in plaats van ervaring en weerbaarheid. Onderzoek toont aan dat zelfs mensen met de ziekte van Alzheimer een levenskwaliteit hebben die doorgaans hoger is dan wat jongeren denken. Het is moeilijk om je als jongere in het hoofd van een ouder iemand te verplaatsen.

U bestempelt zo’n denigrerende houding als een ‘lastercampagne tegen je toekomstige zelf’.

Vandenbulcke: Negatief spreken en denken over ouderen is een zelfbeschadigingscampagne op lange termijn. We zien ouderen te vaak als versleten, zwak, kwetsbaar en seniel. Als je die beelden vroeg gaat internaliseren, worden ze een selffulfilling prophecy. Dan ga je zelf op die manier oud worden. Hoe meer we ze vervangen door een positieve blik, hoe beter we later oud kunnen worden.

Veel kinderen hebben nochtans een hechte relatie met hun grootouders.

Vandenbulcke: Dat helpt zeker, maar tegelijk worden ze in sprookjes, vertellingen en op de televisie vooral geconfronteerd met een negatieve voorstelling van ouderen. De oude heks, de oude brompot, dat soort beelden.

‘Veel studenten komen met lood in de schoenen naar de stage ouderenpsychiatrie, maar achteraf is de voldoening groot.’

U schrijft dat geneeskundestudenten in de loop van hun opleiding steeds negatiever tegen ouderdom aankijken.

Vandenbulcke: Dat is omdat er in de opleiding een grote focus ligt op de lichamelijke gevolgen van verouderingsziekten. Veel studenten komen met lood in de schoenen naar de stage ouderenpsychiatrie, maar achteraf is de voldoening groot. Het is een fascinerend vak, waarin biologische, psychologische en sociale componenten samenkomen. Je puurt er ook veel dankbaarheid uit.

Maar het is niet de populairste richting.

Vandenbulcke: Zeker niet, ook niet in de verpleegkunde. Hoe meer we over gerontologie in het curriculum krijgen, hoe meer we mensen kunnen motiveren. Het gaat gelukkig in de goede richting.

In het vakblad Science verscheen een review over de belangrijke rol van oudere dieren als leermodel voor jongere.

Vandenbulcke: Dat is bij ons ook zo. Ouderen zijn kennisdragers die jongeren op het goede pad kunnen zetten. Ik merk in de raad van bestuur van het woonzorgnetwerk waarin ik zit dat de meest frisse en progressieve ideeën vaak van de oudere bestuurders komen. Ze zijn niet zelden ongelooflijk creatief.

In mensengemeenschappen die volgens het prehistorische concept van de jager-verzamelaar leven, bestaat er niet zoiets als ‘op rust gaan’.

Vandenbulcke: Wij zijn niet gemaakt om een vierde en straks misschien zelfs een derde van ons leven te rusten. Een van de geheimen van de zogenaamde blauwe zones, plaatsen in de wereld waar mensen heel oud worden, is dat ze altijd blijven werken.

‘Net als AI is veroudering een model dat voortdurend getraind wordt om steeds betere keuzes te maken.’

Vanwaar komt dan het concept ‘met pensioen gaan’?

Vandenbulcke: De Duitse kanselier Otto von Bismarck lanceerde het op het einde van de negentiende eeuw om mensen een paar maanden rust te geven voor ze sterven. Die leeftijdsgrens is dezelfde gebleven, maar mensen worden nu veel ouder. Zo is er een artificieel onderscheid tussen werken en niet werken ontstaan.

Het concept ‘welverdiende rust’ is fout?

Vandenbulcke: We moeten er toch anders naar kijken. Het pensioendebat dat nu woedt, zegt veel over hoe mensen werk ervaren: als een last. Tegelijk toont het hoe we naar de oudere bevolking kijken: als een kostenpost voor de samenleving. We moeten meer nadenken over haalbaar werk met voldoende vrijheid voor oudere mensen.

Je hoort de eis om vroeg met pensioen te kunnen, en tegelijk is er een tekort aan flexi-jobs voor ouderen. Dat schuurt? 

Vandenbulcke: Het pensioendebat heeft uiteraard ook te maken met het behoud van een voldoende hoge levensstandaard op je oude dag. Tegelijk moeten ouderen de vrijheid hebben om te kiezen of ze met pensioen gaan, zodat zij kunnen kiezen hoe ze nog bijdragen aan de samenleving. Mijn boek is niet alleen bedoeld om ouderen een goed gevoel te geven, het is ook een aanmaning om te blijven nadenken over wat ze nog kunnen doen.

U schrijft dat heel wat mensen toch blij zijn om verlost te zijn van verplichte arbeid.

Vandenbulcke: De vrijheid van de oude dag kan op zich al een gevoel van geluk geven. Veel mensen betreuren op hun sterfbed dat ze te veel naar de verwachtingen van anderen geleefd hebben. Daar kunnen we lessen uit trekken, ook over de werksfeer. Hoe minder vrijheid en autonomie mensen op hun werk ervaren, hoe meer ze uitkijken naar hun pensioen.

‘Hoe tevredener je bent over je leven en je herinneringen, hoe gelukkiger je oude dag is.’

U stelt dat artsen vrijwilligerswerk zouden moeten voorschrijven.

Vandenbulcke: Een derde van de oudere Vlamingen doet nu vrijwilligerswerk. Studies tonen aan dat het leidt tot minder depressies, beter cognitief functioneren, een hogere levenskwaliteit en een betere gezondheid. Zo wordt het een evidence-based interventie voor gezond verouderen.

Een vrouw in uw boek beschrijft met verve de ‘schatkamer’ in haar hoofd, waarin ze voortdurend kan snuisteren.

Vandenbulcke: De oude dag staat niet los van je leven. Hoe tevredener je bent over je leven en je herinneringen, hoe gelukkiger je oude dag is. Sommige mensen gaan pas na hun pensioen dromen najagen, andere vallen terug op wat ze al beleefd hebben.

U houdt vast aan de U-kromme voor de evolutie van het geluksgevoel in een mensenleven, met een revival op de oude dag. Maar die opstoot wordt ter discussie gesteld door de stelling dat veel ongelukkige mensen hun oude dag niet halen.

Vandenbulcke: De levensverwachting van ongelukkige mensen is effectief korter. Dat is vooral gekoppeld aan leefgewoonten op jongere leeftijd. Maar als je naar langlopende studies kijkt, zie je dat mensen op jongere leeftijd meer met psychische problemen worstelen. Ouderen worden milder, rustiger en psychologisch weerbaarder. Ze relativeren meer en gaan zich meer op het positieve richten. Ook de geest heeft een soort immuunsysteem, waardoor je leert omgaan met negatieve ervaringen. Veel oudere mensen voelen zich gelukkig, ondanks tegenslagen in hun leven. Het zijn allemaal belangrijke, maar onvoldoende bekende ontwikkelingen.

‘Bouw een skatepiste in de tuin van een woonzorgcentrum, zodat jongeren en ouderen elkaar kunnen zien.’

Een oude vrouw verzuchtte dat de jaren voorbijvliegen, maar de dagen zo lang duren.

Vandenbulcke: Tijdsbeleving is iets bijzonders. Voor een tienjarige is een jaar een tiende van zijn leven, voor een negentigjarige slechts een negentigste. Dat is in perceptie een wereld van verschil. Lange dagen zijn doorgaans een gevolg van verveling. Monotone situaties leiden tot een soort verlenging van de tijd. Toch kan het op oudere leeftijd een zegen worden. Als de tijd minder snel gaat, blijft er meer van over. We moeten wel meer leren genieten van de kleine dingen, ze bewuster gaan beleven.

Veel oude mensen zijn er als de dood voor dat ze in een woonzorgcentrum belanden.

Vandenbulcke: Dat moet veranderen. De beeldvorming rond woonzorgcentra is veel te negatief en staat in scherp contrast met hoe bewoners ze beleven: tot 85 procent van de Vlamingen in woonzorgcentra is er tevreden. Maar in de media worden woonzorgcentra bijna altijd negatief voorgesteld, met berichten over onvoldoende personeel of een gebrek aan respect voor de bewoners. Ik word er soms boos van, als ik zie hoe hard de mensen die er werken zich inspannen.

De term ‘rustoord’ helpt ook niet?

Vandenbulcke: Het moeten actieoorden zijn. Als de bewoners over iets klagen, is het dat er te weinig te doen is. Ze willen actie, jonge mensen ontmoeten. Bouw een skatepiste in de tuin van een woonzorgcentrum, zodat jongeren en ouderen elkaar kunnen zien. Het zal ook voor de jongeren stimulerend werken.

‘Menselijke onafhankelijkheid is een illusie. Wij zijn allemaal op elk moment van ons leven afhankelijk van anderen.’

Voor veel mensen botst hulp aanvaarden met hun trots.

Vandenbulcke: Het is een van de grootste uitdagingen in onze praktijk. Hulp aanvaarden is voor veel mensen extreem moeilijk. Ze verzetten zich ertegen. Ze associëren het met een verlies van zelfstandigheid en een bedreiging van hun autonomie. Maar menselijke onafhankelijkheid is een illusie. Wij zijn allemaal op elk moment van ons leven afhankelijk van anderen.

Ook de taal zit vol stereotyperingen. De ene is een ‘oude zaag’, en andere ‘ziet er goed uit voor zijn leeftijd’. 

Vandenbulcke: Het is een uiting van agisme, een soort automatische afkeer van ouderen die naar discriminatie neigt, zoals racisme of homofobie. Het zit diep in ons taalgebruik geworteld en is problematisch, want beelden en woorden kunnen een sterke invloed op ons gedrag hebben.

Iemand als kerkjurist Rik Torfs wordt niet meer uitgenodigd voor de talkshow De tafel van Gert omdat hij te oud geworden is.

Vandenbulcke: Dat is absurd. Hoe er naar ouderen gekeken wordt, bepaalt het lot van ouderen meer dan de ouderdom op zich. Ouderen capteren die negatieve sfeerzetting ook. Op den duur gaan mensen er zelfs naar handelen. Ouderen moeten net meer aanwezig zijn in het publieke debat, hun stem meer laten horen.

In het televisieprogramma Benidorm bastards werden ze opgevoerd als overjaarse pubers.

Vandenbulcke: Humor blijft op latere leeftijd een krachtig wapen. Los daarvan moet je niet willen zijn wat je niet meer bent. Zelf kon ik Hotel Römantiek wel smaken, omdat het focust op de positieve kanten van ouder worden.

‘Binnenkort is een kwart van de bevolking 65+, dat is een gigantisch menselijk kapitaal dat we kunnen inzetten.’

Organisaties als Grootouders voor het Klimaat zetten zich in voor het welzijn van de volgende generaties.

Vandenbulcke: Ze liggen daar meer wakker van dan van hun eigen veroudering. Je ziet dat bij veel ouderen. Het is een psychologische verschuiving. Over het algemeen zijn mensen minder angstig als ze ouder worden, maar als er toch een vorm van angst opduikt, gaat het dikwijls over het lot van de wereld.

Is dat gunstig?

Vandenbulcke: Ik denk het wel. Die bezorgdheid komt de volgende generaties ten goede. Jongeren zien dat ook. Het kan de verbondenheid tussen generaties bevorderen.

Veel ouderen verschuilen zich nochtans achter de stelling ‘het is nu aan de jeugd’.

Vandenbulcke: Dat is zeker goedbedoeld, om de ontwikkeling van jongeren niet in de weg te staan. Maar oudere mensen mogen best zelf wat meer verantwoordelijkheid blijven nemen. Binnenkort is een kwart van de bevolking 65+, dat is een gigantisch menselijk kapitaal dat we kunnen inzetten ten voordele van de samenleving. Ouderen moeten meer deel worden van de oplossingen voor de maatschappij.

Als neurowetenschapper bent u bezig met het effect van ouder worden op ons brein. U bestempelt de aftakeling van onze hersenen als relatief.

Vandenbulcke: Bij dementie is het anders, dat is een ziekte. Maar voor veroudering is het correct. Het aantal hersencellen neemt niet significant af met het ouder worden, het aantal contacten tussen hersencellen wel. Maar de hersenen kunnen hun activiteit verhogen om dat te compenseren. Je hebt ook meer ervaring, wat op zich een compenserend effect heeft, zodat veel oude mensen het zeker in hun dagelijks leven goed blijven doen. Ik vergelijk het met artificiële intelligentie. Net zoals AI is veroudering een model dat voortdurend getraind wordt om steeds betere keuzes te maken, waardoor je steeds efficiënter wordt, zelfs zonder dat je het merkt.

‘Een lichaam dat wat mag falen, kan ruimte geven aan de geest om te groeien.’

U stelt dat ons geheugen groot genoeg is, zodat we ons daar geen zorgen over hoeven te maken.

Vandenbulcke: Ons geheugen raakt nooit vol, we zouden er twee of zelfs drie mensenlevens mee kunnen vullen. Er kan slijtage komen in het oprakelen van informatie, maar het belet niet dat mensen goed kunnen worden in bijvoorbeeld mind wandering: het loslaten van de gedachten in hun hoofd om een innerlijke zwerftocht te maken. Het hoofd moet een plaats zijn waar het goed toeven is, zeker omdat veel mensen op latere leeftijd meer alleen zijn.

Je moet een grotere afstand tussen lichaam en geest inbouwen?

Vandenbulcke: Je mag geluk en identiteit niet te veel laten afhangen van je lichaam, want de kans is reëel dat dat achteruitgaat. Een lichaam dat wat mag falen, kan ruimte geven aan de geest om te groeien. Geluk hangt af van de verhouding tussen objectieve omstandigheden en subjectieve verwachtingen. Je gezondheid heb je niet altijd in de hand, maar je verwachtingen wel. Sommigen zeggen weleens dat geluk een keuze is. Dat gaat me wat ver, maar je kunt wel helpen door de lat wat lager te leggen, door geen tien kilometer meer te wandelen, bijvoorbeeld, maar één kilometer, met onderweg meer aandacht voor de natuur.

Uw slotconclusie zou kunnen zijn dat je aftakeling moet leren aanvaarden.

Vandenbulcke: De strijd tegen veroudering kun je niet winnen, dat is in se een strijd tegen het leven. Je kunt veroudering beter omarmen als een vriend dan bestrijden als een vijand. Je moet je in je hoofd prenten dat veroudering het beste met je voorheeft. Ze heeft veel mooie kanten. Maar er is werk aan de winkel om dat idee mainstream te maken.

Mathieu Vandenbulcke, Het beste kan nog komen. Over goed ouder leren worden, Lannoo Campus. 197 blz., 24,99 euro.

Mathieu Vandenbulcke

1972: Geboren in Ieper.

1997: Studeert af als arts (KU Leuven).

2004: Wordt psychiater (KU Leuven).

2007: Behaalt doctoraat in de cognitieve neurologie (KU Leuven).

Sinds 2013: Diensthoofd ouderenpsychiatrie (UPC KU Leuven/UZ Leuven).

Sinds 2014: Gewoon hoogleraar neurowetenschappen (KU Leuven).

2017: Oprichter van het Sequoia Fonds voor onderzoek van veroudering en geestelijke gezondheid.

Sinds 2020: Directeur KU Leuven Brain Institute.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise