Ik heb al een aantal keer gedacht of toch zeker gehoopt dat we de piek bereikt zouden hebben, niet in het minst door de zegeberichten van pakweg een jaar geleden dat het aantal langdurig zieken eindelijk minder snel steeg dan verwacht. Minder snel stijgen is nog altijd geen daling, dacht ik toen, en de nieuwe cijfers die ik nu lees, doen me met spijt vaststellen dat het ijdele hoop was.

Op het moment dat minister van Sociale Zaken Maggie De Block binnen de campagne ter preventie, detectie en herstel van burn-out de website stressburnout.belgie.be lanceert, lees ik dat er eind 2017 meer dan 140.000 mensen langer dan een jaar thuiszitten met een psychische stoornis - een stijging van 39 procent in vijf jaar en vooral met burn-out als diagnose.

Het initiatief komt dus niet te vroeg, we zitten als mens en maatschappij niet op maar door het tandvlees en ik noteer met dikke stip op mijn verlanglijst of we nu alsjeblieft echt het tij kunnen gaan keren.

Noteer ook eens "ontspanning" op je to do-lijstje.

België zakte de voorbije twee jaar van plaats 16 naar 18 in het World Happiness Report en volgens het Nationaal Geluksonderzoek van levensverzekeraar NN en de UGent geven we onszelf een schamele 6,55 op tien. De onderzoekers halen aan wat de overheid, de samenleving en ook wijzelf daaraan kunnen doen. Laat ons nu beginnen want vandaag is morgen gisteren.

De voorbije maanden heb ik het voorrecht gehad om het verhaal van mijn vallen en opstaan met een 700-tal mensen van allerlei pluimage te delen. Een rode draad doorheen die sessies en de persoonlijke contacten achteraf: een pijnlijke en tegelijkertijd soms geruststellende (h)erkenning omdat er althans in die veilige context begrip voor elkaar is, goed willen doen voor iedereen, ook ten koste van zichzelf, de lat steeds hoger leggen, perfectionisme, voldoen aan verwachtingen, druk, reorganisaties, niet als een opgever willen overkomen, denken dat het wel zal overgaan, jarenlange zelfverloochening, schaamte, schuldgevoel, moeilijk gepaste hulp vinden, onderbelichting van zelfstandigen in de problematiek, het komt wel goed maar we gaan eraan moeten werken, een besef dat het zo niet verder kan maar dat het verdorie toch zo moeilijk is om iets te veranderen.

Toen ik voor een lezing op locatie aankwam, las ik het volgende op een vitrine: "Luisteren naar je lichaam begint met een blik in de spiegel. Met eerlijk te zijn tegenover jezelf. En met initiatief te nemen." Ik weet niet van wie de tekst komt, maar het is de nagel op de kop.

In een tussentijds rapport van dat Nationaal Geluksonderzoek viel me eerder op dat senioren zich beter in hun vel voelen (gemiddeld 7,2 op tien) dan mijn generatie (6,2 op tien) omdat ze onder andere milder geworden zijn voor zichzelf en gaan voor wat ze echt willen in het leven. Zonder die mildheid, een echte blik in de spiegel en het lef om met meer zelfbesef en -vertrouwen voor iets te durven gaan zou ik nog steeds in die statistieken gestaan hebben.

Perfectionisme

Over het nut van vertragen en dat grensverleggend niet altijd harder, sneller en verder moet, had ik het al in eerdere opiniestukken. Laat me daarom nu ingaan op dat niet willen of mogen falen in wat we doen. Ieder van ons wil iets betekenen voor zichzelf en/of anderen. Dat mooie streven gaat meestal gepaard met een behoefte aan bevestiging, niet zelden gevoed door een stevige dosis perfectionisme en een uitgesproken angst voor beoordeling of veroordeling. Bij een eerder laag zelfvertrouwen is goed nooit goed genoeg en vergt het heel wat oefening om de perfecte imperfectie te leren zien.

Perfectionisme is een kwelduivel voor de mildheid die je nodig hebt om aandacht te vertalen in de aanvaarding dat het water aan de lippen staat en dat je best een manier vindt om niet te verdrinken. Het valt me bijvoorbeeld telkens op hoeveel mensen lijstjes maken van wat ze moeten doen en dat wanneer op het einde van de dag of week maar acht op tien opdrachten afgerond zijn het meer met ontevredenheid dan tevredenheid gepaard gaat.

Lijstjes kunnen inderdaad een houvast zijn. Maak er geen keurslijf van, geen rapport om je achteraf op af te rekenen. En vooral: vergeet niet om er ook ontspanning op te noteren. Begin daar misschien zelfs mee. Want tijd voor jezelf zou eigenlijk het eerste mogen zijn wanneer je jouw planning opmaakt. Zo gaf me recent nog iemand het voorbeeld dat hij en zijn partner met kleurtjes werken en eerst de me & us time aanduiden.

Mildheid

Het doet me denken aan de tijd dat ik veel te hard was voor mezelf. Het gebeurde wel eens dat ik mezelf tijdens een lange fietstocht tegenkwam omdat het bobijntje af was, gevolgd door een ferme schep zelfkritiek waardoor de rit naar huis geen pretje was en de barometer ook nadien niet snel weer op positief stond. Tot mildheid mij ont-moet heeft. Want als het nu nog gebeurt, schakel ik een paar tandjes terug en fiets ik met aandacht rustig terug naar huis. Kijk om me heen en zie, voel waar ik ben. Zeg dag tegen mensen en krijg een vriendelijke bevestiging terug. Geloof me vrij dat je dan anders thuiskomt en dat lichaam en geest je dankbaar zijn.

In dezelfde context haal ik regelmatig een artikel in Knack aan, waarin de anekdote van een ambitieuze souschef in een toprestaurant aangehaald wordt. Hij laat het laatst gedresseerde dessertbord vallen en is ontgoocheld. Tot zijn chef hem erop wijst hoe mooi het eigenlijk is, zo uit elkaar gevallen. Sindsdien staat 'Oeps ik liet de citroentaart vallen' op het menu en proberen andere restaurants het succesgerecht na te bootsen. Die bewuste avond leerde de souschef de perfecte imperfectie omarmen. Proefde hij wat mildheid kan doen.

In het alfabet komt de M van mildheid voor de P van perfectionisme. In een bewustwordingsproces is het helaas vaak andersom en lopen we eerst tegen de muur van 'het is nooit goed genoeg' vooraleer we de juiste volgorde kennen... waarbij toepassen nog een uitdaging op zich is. Het is één van de belangrijkste aandachtspunten in het verhaal van persoonlijke ontwikkeling of preventief onderhoud, zoals iemand uit het publiek recent opgooide wanneer ik over EHPO sprak. Probeer, zeker als HSP, zoals bij communicerende vaten of een overvolle stuwdam een beetje overschot aan mildheid voor anderen naar mildheid in je eigen tonnetje of jouw rivier over te pompen. Er is meer dan genoeg aanwezig en zo vermijd je uitdroging of een overbelaste milt, die ook wel eens de zetel van de zwaarmoedigheid genoemd wordt ('het spleen hebben', vanuit het Engelse spleen voor milt), waarschijnlijk mede veroorzaakt door te weinig mild.

Tommy Browaeys schrijft in zijn boek 'Wake-up call' over hoogsensitiviteit en burn-out. Je kunt hem volgen op de blog waarjewerkelijkademt.be.