IN HET NIEUWS

Volgens een Canadese studie kunnen personen die lijden aan slapeloosheid baat hebben bij praattherapie vooraleer ze slaappillen proberen.

WAAR KOMT DIT NIEUWS VANDAAN?

Canadese onderzoekers gingen na of praattherapie de kwaliteit van de slaap van personen die lijden aan slapeloosheid kon verbeteren. In een overzichtsstudie verzamelden ze interventiestudies waarbij een groep personen met slaapproblemen praattherapie volgde, en een andere groep met slaapproblemen als controlegroep fungeerde. De praattherapie omvatte vier tot zes sessies onder begeleiding van een therapeut, met als doel leren omgaan met dagelijkse zorgen en stress voor het slapengaan, oefeningen aanleren om te ontspannen en alleen naar bed leren gaan wanneer men echt moe is.

Tien interventiestudies uitgevoerd bij 1.418 volwassenen werden opgenomen in de overzichtsstudie. Afhankelijk van de studies stelden de onderzoekers volgende resultaten vast in het voordeel van de praattherapie:

- de tijd die de deelnemers nodig hadden om in te slapen verminderde met 9 tot 30 minuten;

- de tijd die de deelnemers wakker lagen in bed nadat ze midden in de nacht ontwaakten verminderde met 22 tot 37 minuten;

- deze verbeteringen bleven aanhouden tot 12 maanden na de praattherapie;

- de meeste studies toonden weinig of geen vermeerdering van de totale slaaptijd.

De onderzoekers besluiten dat praattherapie nuttig kan zijn voor personen die lijden aan slapeloosheid alvorens slaapmiddelen voor te schrijven.

HOE KUNNEN WE DIT INTERPRETEREN?

Volgens de Belgische Gezondheidsenquête van 2013 namen in de afgelopen 24 uur 4% van de mannen en 8% van de vrouwen een slaap- en kalmeringsmiddel. Bij 75-plussers liep dit op tot 22%. Van de mensen met een lager diploma nam bijna 15% een slaap- en kalmeringsmiddel, tegenover slechts 3% van de mensen met een hoger diploma.

Overzichtsstudies hebben een hogere wetenschappelijke waarde dan waarnemingsstudies. Deze overzichtsstudie werd goed uitgevoerd, maar heeft één beperking: we weten niet of de mensen die praattherapie volgden zich overdag minder moe voelden naar aanleiding van de gewijzigde slaapkwaliteit. Het antwoord op deze vraag is belangrijk, omdat de studies aantonen dat de totale slaaptijd niet veranderde.

Een herziene versie van de aanbeveling 'Aanpak van slaapklachten en slapeloosheid bij volwassenen in de eerste lijn', ontwikkeld door de Vlaamse huisartsenvereniging Domus Medica, adviseert om minder snel slaap- en kalmeermiddelen te gebruiken, en eerder alternatieven in te schakelen. De aanbeveling promoot patiëntenvoorlichting en slaaphygiëne-adviezen. Als eerste stap raadt het een slaapdagboek aan.

CONCLUSIE

Een Canadese overzichtsstudie toont aan dat praattherapie mensen die lijden aan slapeloosheid helpt om sneller in te slapen en minder lang wakker te liggen na nachtelijk ontwaken. Dergelijke praattherapie moet overwogen worden alvorens slaapmiddelen voor te schrijven. De studie toont niet aan dat vermoeidheid overdag afneemt door praattherapie.