Borstkanker is een complexe aandoening die de best mogelijke gespecialiseerde zorgen vraagt. Om deze zorg te garanderen, werden in 2007 borstklinieken opgericht. Dit zijn afdelingen in ziekenhuizen die aan wettelijk bepaalde kwaliteitscriteria moeten voldoen. Vrouwen en mannen met borstkanker worden er opgevangen door een multidisciplinair team waar heel wat specialisten deel van uitmaken, waaronder een gynaecoloog, een radioloog, een chirurg, gespecialiseerde verpleegkundigen, een diëtist, een psycholoog, enzovoort. Kortom, een groep zorgverleners die oog hebben voor de borstkankerpatiënt als mens en de best mogelijke behandeling nastreven. De borstklinieken rapporteren aan de Stichting Kankerregister, die op haar beurt feedbackrapporten opstelt. Bij vermoeden van borstkanker, word je best naar zo'n borstkliniek verwezen.
...

Borstkanker is een complexe aandoening die de best mogelijke gespecialiseerde zorgen vraagt. Om deze zorg te garanderen, werden in 2007 borstklinieken opgericht. Dit zijn afdelingen in ziekenhuizen die aan wettelijk bepaalde kwaliteitscriteria moeten voldoen. Vrouwen en mannen met borstkanker worden er opgevangen door een multidisciplinair team waar heel wat specialisten deel van uitmaken, waaronder een gynaecoloog, een radioloog, een chirurg, gespecialiseerde verpleegkundigen, een diëtist, een psycholoog, enzovoort. Kortom, een groep zorgverleners die oog hebben voor de borstkankerpatiënt als mens en de best mogelijke behandeling nastreven. De borstklinieken rapporteren aan de Stichting Kankerregister, die op haar beurt feedbackrapporten opstelt. Bij vermoeden van borstkanker, word je best naar zo'n borstkliniek verwezen.Professor Fabienne Liebens stond jarenlang aan het hoofd van de borstkliniek ISALA van CHU Sint-Pieter in Brussel. 'Sinds de installatie van de borstklinieken worden meer borstkankerpatiënten multidisciplinair behandeld en krijgen meer vrouwen en mannen de juiste zorgen', steekt professor Liebens van wal. 'Aanvankelijk waren de criteria voor de borstklinieken gebaseerd op Europese aanbevelingen, maar in 2013 volgde een versoepeling die de kwaliteit van deze gespecialiseerde centra niet altijd ten goede kwam', vervolgt ze. 'Daarom koppelden een aantal Belgische borstklinieken, onder andere ISALA, zich aan de Europese organisatie 'European Society of Breast Cancer Specialists' (EUSOMA; eusoma.org), die kwaliteitscontroles uitvoert en certificaten toekent.' België voorziet zelf geen kwaliteitscontroles. Vlaanderen doet dit wel, vanuit het Agentschap Zorg en Gezondheid. 'Ik ben ervan overtuigd dat de borstklinieken hebben bijgedragen tot een verminderde sterfte door borstkanker', vult Jan Lamote, van 2009 tot 2019 coördinator van de borstkliniek van het UZ Brussel. 'Ze zijn laagdrempelig voor vrouwen en mannen, werken multidisciplinair en stimuleren kwalitatief handelen.''We mogen borstkanker niet banaliseren', benadrukt Fabienne Liebens. 'Jaarlijks sterven meer dan 2.000 vrouwen aan deze ziekte. De meerderheid overleeft gelukkig, maar de psychologische impact mag je niet onderschatten.' De gevolgen voor het gezin, de relatie en het werk zijn groot. Na de shock van de diagnose, komen de angst voor de dood, de potentiële nevenwerkingen van de behandeling; vervolgens de mogelijke complicaties, zoals aanhoudende vermoeidheid en geheugenklachten of haaruitval als gevolg van chemotherapie, de gewichtstoename en vapeurs als gevolg van hormoontherapie. 'De ziekte is ernstig en de behandeling is niet min', zegt Liebens. 'En ondertussen moeten ook de partner en de kinderen de diagnose verwerken.'In België is de gemiddelde overleving voor borstkanker zeker niet slecht, maar het kan nog beter. 'Ons land behoort bij de gemiddelde leerlingen van de klas', klinkt het nuchter. 'De overleving voor alle borstkankers samen bedraagt ongeveer 85% en voor de vroeg ontdekte tumoren meer dan 90%.'België staat wel aan de top wat de incidentie van borstkanker betreft. 'Nergens in de wereld is het risico op borstkanker zo groot als bij ons', vertelt Fabienne Liebens. 'Daar hebben we geen duidelijke verklaring voor.'Dertig procent van het risico op borstkanker zou met de levensstijl te maken hebben: te weinig beweging en overgewicht vormen de belangrijkste risicofactoren. 'Eén uur lichaamsbeweging per week doet het risico op borstkanker al met 6% afnemen. Met twee uur sport vermindert je risico met 12%, met drie uur met 18%, enzovoort', zegt professor Liebens met veel overtuiging. 'Lichaamsbeweging is essentieel in de preventie van borstkanker, dat blijkt uit honderden studies. Bovendien vermijd je overgewicht.' Over de impact van alcohol maakt Fabienne Liebens zich minder zorgen. 'Wie graag een glas wijn drinkt, moet heus niet panikeren, maar je drinkt best niet dagelijks', zegt ze. 'Bovendien, als je veel sport, compenseer je dat risico vanzelf.'Jan Lamote is ervan overtuigd dat bewegen een belangrijke impact heeft op het immuunsysteem. 'Meer en meer studies wijzen in die richting.'De meeste vrouwen die borstkanker krijgen zijn de menopauze voorbij. In België nemen veel vrouwen hormoontherapie, meer dan in andere landen. Het is niet uitgesloten dat dit een invloed heeft op de hoge cijfers in ons land. 'Hormoonsubstitutietherapie vergroot het borstkankerrisico een heel klein beetje, maar bij hinderlijke overgangsklachten mag dat vrouwen niet afschrikken', vindt Fabienne Liebens. 'Gebruik deze therapie als het nodig is, maar niet louter als preventie. Voor- en nadelen worden best goed afgewogen.' Professor Liebens vraagt zich ook af of milieufactoren, zoals de hoge concentraties fijnstof, onze hoge incidentiecijfers kunnen verklaren. Maar dat is momenteel koffiedikkijken. Over de zin van vroegtijdige opsporing van borstkanker door middel van een tweejaarlijkse mammografie voor vrouwen tussen 50 en 69 jaar, zoals die in België georganiseerd wordt, bestaat discussie. Het laat enerzijds wel toe om de kanker in een vroeg stadium te ontdekken, maar anderzijds worden veel vrouwen nodeloos ongerust gemaakt. 'Er gaan stemmen op om de vroegtijdige opsporing te verfijnen en enkel vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker te screenen', weet Fabienne Liebens. 'In het Verenigd Koninkrijk worden sinds 15 jaar enkel vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker gescreend. Een arts berekent je individuele risico op basis van mathematische modellen. Indien je risico om ooit in je leven borstkanker te ontwikkelen groter is dan 15 tot 20%, dan krijg je jaarlijks een uitnodiging voor een screeningsmammografie. Is je risico groter dan 30 - 35% dan voegt men daar een jaarlijkse MRI-scan aan toe. Indien je ook familiaal belast bent, zal men eveneens een genetische test doen op basis van een speekselafname. Voor de meerderheid van de vrouwen is het risico lager dan 15%; zij moeten niet gescreend worden.' Volgens professor Liebens is dat de weg die we moeten opgaan. 'Wanneer je alle vrouwen screent, vind je niets bij de meerderheid, maar induceer je wel soms angst en bijkomende onderzoeken.' Momenteel is er een grote Europese studie aan de gang die deze mogelijkheden verder onderzoekt. 'Eén van de inzichten van de laatste jaren is dat borstkanker niet één ziekte is, maar een verzameling van drie verschillende ziektebeelden', stelt Jan Lamote. 'Deze kennis is gebaseerd op moleculaire inzichten.' In plaats van alle borstkankers samen te beschouwen, onderscheidt men tegenwoordig beter drie grote groepen: hormoongevoelige borstkankers, borstkankers zonder hormoonreceptoren en HER2-positieve borstkankers (HER2 is een receptor die op de kankercellen zit en de groei ervan regelt). 'Dit onderscheid is erg belangrijk omdat deze drie types op een verschillende manier behandeld moeten worden', verduidelijkt dr. Lamote. 'Zelfs de chirurgische aanpak kan verschillen.'Jan Lamote vervolgt: 'De hormoon-ongevoelige borstkankers hebben een iets minder goede prognose dan de hormoongevoelige, maar wanneer de uitgebreidheid van de tumor precies bepaald wordt, is een borstsparende ingreep eveneens veilig. Correct nabehandelen is vanzelfsprekend onmisbaar en kan in belangrijke mate lokaal herval vermijden.' Dat geldt ook voor de erfelijke borstkankers (BRCA1), die meestal hormoon-ongevoelig zijn. 'De rol van borstsparende heelkunde staat bij deze patiënten wel nog ter discussie. Het fijne weten we hier nog niet van.'Wanneer een borsttumor geen hormoonreceptoren heeft, dan kan een antikankermedicijn dat op deze receptoren inwerkt natuurlijk geen effect hebben. Daarom is het belangrijk om de eigenschappen van de kankercellen te kennen vooraleer men medicatie geeft. 'Dat gebeurt met genexpressietests: ze brengen de genetische code van de kankercellen in kaart', vertelt Jan Lamote. 'Deze tests checken niet alleen de aanwezigheid van receptoren, maar ook van progenitorcellen, de voorlopers van gezonde borstcellen. Er zijn verschillende soorten borstcellen: de cellen die de melkgangetjes afboorden zijn hormoongevoelig, de andere zijn dat niet. Een borstkanker die ontstaat in hormoongevoelige melkgangcelletjes reageert anders op een behandeling dan een tumor die ontstaat in niet-hormoongevoelige celletjes elders in de borst. Dankzij de genexpressietests die tegenwoordig gebruikt worden, kunnen we nagaan uit welke cellen de kanker ontstaan is, en welke medicijnen het beste zullen werken.''Genexpressietests worden sinds 1 juli 2019 terugbetaald', vult Fabienne Liebens aan. Helaas niet aan iedereen. De voorwaarden om van een terugbetaling te genieten, zijn strikt, omdat genexpressietests erg duur zijn. Daarom selecteert men die groep patiënten die er het meeste baat bij hebben. In aanmerking komen jonge patiënten met een hormoongevoelige tumor in een vroeg stadium die omwille van bijkomende risicofactoren toch duidelijk baat zouden kunnen hebben van een nabehandeling met chemotherapie. 'In realiteit gaat het om een beperkte groep', stelt Jan Lamote. Sommige kankercellen zijn agressiever (ze zaaien sneller uit) dan andere. 'Wanneer je vooraf weet dat je te maken hebt met een erg agressieve kanker op meerdere plaatsen in één borst die bovendien makkelijk uitzaait, dan kan je beter meteen opteren voor een volledige borstamputatie in plaats van een borstsparende ingreep', vervolgt Jan Lamote. 'Omgekeerd moet je een vrouw met een kleine hormoongevoelige kanker die weinig agressief is misschien niet nabestralen na de operatie. In de toekomst zullen we dankzij genexpressietests de behandeling van borstkanker beter kunnen afstemmen op het gedrag van de individuele tumor.'