De liefde voor devrouwen heetmij tot aan derand van dewaanzin gedreven,' schrijftCasanova, 'maarik heb mijn vrijheid altijd bovenalles gesteld. Als ik gevaar liep die vrijheid te verliezen, wist ik steeds, zij het soms ternauwernood, te ontsnappen.' Vrijheid en avontuur, daar leefde Casanova voor, vooral in zijn jeugd. Zijn vriend Charles de Ligne weet later Casanova's dilemma in een bonmot te vangen: hij had een afkeer van ah ankelijkheid, zelfs van de afhankelijkheid van de onafhankelijkheid.
...

De liefde voor devrouwen heetmij tot aan derand van dewaanzin gedreven,' schrijftCasanova, 'maarik heb mijn vrijheid altijd bovenalles gesteld. Als ik gevaar liep die vrijheid te verliezen, wist ik steeds, zij het soms ternauwernood, te ontsnappen.' Vrijheid en avontuur, daar leefde Casanova voor, vooral in zijn jeugd. Zijn vriend Charles de Ligne weet later Casanova's dilemma in een bonmot te vangen: hij had een afkeer van ah ankelijkheid, zelfs van de afhankelijkheid van de onafhankelijkheid.Een devies als dat was hoogst ongebruikelijk in de 18de eeuw. Veel mensen uit de onderste lagen van de maatschappij konden het zich niet permitteren hun dorp, laat staan hun land ooit te verlaten. Maar Casanova, zoon van een toneelspeelster, legt op al zijn reizen 65.000 kilometer af. Voor zijn medereizigers is hij een gewaardeerde gesprekspartner, die nooit om een spannend verhaal verlegen zit. Casanova was zich van zijn rol als causeur bewust. Als hij in 1760 naar Zwitserland komt, kan hij slechts zijn neus optrekken voor dat saaie leventje van de thuisblijvers: 'Ik had drie uur werk hun tot in alle details verslag te doen van mijn belevenissen in de laatste 72 maanden waarin we elkaar niet gezien hadden,' schrijft hij in zijn memoires over een gesprek met een Zwitserse kennis. ' Wat zij te berichten had, duurde niet lang; haar leven verliep met de gelijkmatigheid die een welgezind lot de mens toebedeelt.' Nu was reizen in de 18de eeuw inderdaad een gevaarlijke en bovenal tijdrovende onderneming, die avonturen te over bood. In de herfst van 1743 begeeft de achttienjarige Casanova zich naar Rome, om daar de nieuwe bisschop van Martirano te ontmoeten en samen met hem naar diens nieuwe, Zuid-Italiaanse diocese te reizen. Eerst gaat de reis per schip van Venetië naar Ancona. De resterende 300 kilometer, dwars over de laars van Italië naar Rome, wil hij te voet al eggen.Aan boord leert hij de franciscaner monnik Steffano kennen, die ook naar Rome op weg is, maar in Ancona nemen ze al afscheid van elkaar: de energieke Casanova is van plan de route in vijf dagen te doen, terwijl de monnik daar rustig een paar maanden voor uittrekt. Helaas, de onervaren Casanova wordt al vrij snel door struikrovers overvallen, die hem al zijn geld afnemen. Later wordt hij bijna door een veldwachter verkracht. Steffano, die de bezwaarlijke voetreis veel bedachtzamer doet, haalt Casanova telkens weer in. Maar die leert snel: hij weet van zijn charme gebruik te maken en twee plaatsjes in een koets te regelen, die beiden uiteindelijk naar Rome brengt.Reizen wordt Casanova's leerschool. 'Ik schep er plezier in al rondreizend de wereld te bestuderen,' zegt hij tegen Voltaire, die hij in 1760 in Zwitserland opzoekt. 'En ook van de mens mag ik daarbij graag een studie maken.' Van die graagte geeft hij vooral in zijn jonge jaren blijk. Zoals die keer dat hij zich in Rome onmogelijk gemaakt had door als aankomend geestelijke een zwangere vrouw onderdak te verlenen. Hij kreeg te verstaan dat hij de stad moest verlaten, maar men liet hem vrij in de keuze van een nieuwe verblijfplaats. Tot verbazing van heel zijn omgeving koos hij voor Constantinopel. Alleen al de gevaarlijke overtocht naar de hoofdstad van het Ottomaanse rijk borg allerlei avontuur in zich. Natuurlijk steekt er een storm op, die schip en opvarenden op de proef stelt. Een dienaar van de kerk roept daarbij in opperste nood zelfs de duivel aan. Als Casanova hem daar vanaf probeert te brengen en opmerkt dat er helemaal geen duivel bestaat, gooit een matroos de jonge Venetiaan overboord. Casanova overleeft met veel geluk, zoals hij in zijn memoires noteert, doordat zijn kleren aan het scheepsanker blijven haken.Op latere leeftijd is Casanova niet meer zo tuk op zoveel spanning en sensatie, maar ook dan zal het lot hem 'on the road' genoeg parten blijven spelen. Vaak is hij onderweg om een opdracht uit te voeren of naar een betrekking te zoeken. Soms lacht het geluk hem daarbij toe. In Parijs, zijn eerste woonplaats na zijn ontsnapping uit de Venetiaanse gevangenis, begint hij een loterijhandel die hem voor enige tijd tot een rijk man maakt. In opdracht van de Franse minister van Buitenlandse Zaken, de Bernis, die hij nog uit Venetië kent van geheime orgieën met nonnen van Murano, reist hij naar Duinkerken en Amsterdam, waar hij de Franse vloot inspecteert resp. in staatsleningen handelt. Later voert de zoektocht naar een gepaste aanstelling hem onder andere naar Berlijn, St. Petersburg, Warschau en Madrid.Niet altijd pakte hij vrijwillig z'n koffers. Vaak vond hij geen emplooi of voldeed dat niet aan zijn wensen. Niet zelden moest hij vluchten, werd hij verbannen of een stad uitgezet. Dat Casanova zulk ongeluk over zichzelf leek af te roepen verbaast alleen op het eerste gezicht, want hij zocht al snel na aankomst aansluiting bij steeds hetzelfde, enigszins louche milieu van obscurantistische vrijmetselaars, uitgeweken Italianen, varend volk, toneelspelers, prostituees en lieden die net als hij graag het casino opzochten. Randgroepen kortom, waar het met enige regelmaat tot conflicten met de wet en haar dienaren kwam.Zoiets overkomt hem bijvoorbeeld in 1763 in Londen, als hij verliefd raakt op een jonge courtisane die zich 'la Charpillon' noemde. De affaire eindigt met een aanklacht van Casanova tegen deze dame en haar familie wegens bedrog en afpersing, terwijl de moeder hem van verkrachting beschuldigt. Zijn geld raakt op, zodat hij ook in aanvaring met schuldeisers dreigt te komen. En dus verlaat hij, na een bijtijds afgewende zelfmoordpoging, de stad. Anderhalf jaar later, in de herfst van 1765, strijkt Casanova op de weg terug van St. Petersburg neer in Warschau. In deze stad verbruit hij het door een duel met een edelman. Het gerechtelijk onderzoek dat daarop volgt, heeft zeer onaangename gevolgen voor 'chevalier de Seingalt': ze brengen zijn burgerlijke afkomst aan het licht en daarmee zijn z'n kansen op een aanstelling aan het Poolse hof verkeken.In 1767 in Spanje is het weer hetzelfde liedje. Nog steeds heet Casanova geld-zorgen en zoekt hij naar een lucratief baantje. Ook hier komt hij in aanraking met justitie, doordat hij het verbod op het dragen van pistolen in Madrid negeert. Hij wordt aangehouden wegens illegaal wapenbezit. Even later is hij alweer op vrije voeten, maar van onbesproken gedrag is hij niet meer. Daarom beproeft hij maar zijn geluk in Barcelona. Alleen belandt hij ook daar in de gevangenis - nu voor 42 dagen. Net als bij zijn opsluiting in de Loden Kamers van Venetië krijgt hij niet te horen wat hem te laste gelegd wordt. Hij heet tijd genoeg om daarover te piekeren ... Zou het iets te maken hebben met het feit dat hij de nacht ervoor verwond en overvallen werd? Gelukkig kan hij in het gevang ook schrijven.Dat Casanova zo vaak hals over kop moet vertrekken (in maar liefst zeven steden zou hij officieel tot persona non grata verklaard worden) ligt niet alleen aan de types waar hij zich mee afgeeft maar ook aan zijn vaste voornemen de top te bereiken in een pre-revolutionaire maatschappij, die nog strikt naar standen gescheiden is. Daarnaast speelt zijn tomeloze vrijheidsdrang hem parten, een drang die hem de verantwoordelijkheid voor vrouw en kinderen doet vergeten en hem ook voor gunstige aanstellingen laat bedanken. Als hij gewild had, had hij zondermeer een aangenaam leven in zekerheid kunnen leiden, maar daarvoor bleef zijn ideaal van persoonlijke vrijheid te sterk.Deze vrijheidsdrang nam pas af toen Casanova ouder werd en zichzelf kritisch ging bezien. 'Als ik met een vrouw getrouwd was die de kunst verstond om mij te leiden en te matigen, zonder mij het juk te laten voelen, was mijn vermogen in stand gebleven, had ik kinderen gehad en was ik nu niet moederziel alleen en arm,' schreef hij in slot Dux waar hij vanaf 1785 woonde. Nergens blijft de Venetiaanse avonturier langer dan hier, uitgerekend op het Boheemse platteland, in een uithoek van Europa.