Jan Konst
...

Jan KonstEen Duitse familie in de lange twintigste eeuwBalans, Amsterdam 2018336 blz., ? 22,50 ISNB 978 94 600 3811 2Een familiegeschiedenis, vervlochten met de turbulente Duitse 20ste-eeuwse geschiedenis, dat doet de bij die familie ingetrouwde Nederlander Jan Konst, hoogleraar Nederlandse literatuur in Berlijn.Startpunt is het dorpje Seifhennersdorf, in zuidoost-Saksen. De rode draad door het verhaal wordt getrokken door Konsts schoonmoeder, Hilde, geboren in 1902 en bijna honderd geworden. Ze kwam ter wereld in de voorspoedige keizerperiode, huwt in de onrustige Weimarjaren, krijgt kinderen als de nazi's aan de macht zijn, komt op leeftijd bij de opkomst en ondergang van de DDR en sterft in de nieuwe Bondsrepubliek Duitsland. Wereldoorlogen, hyperinflatie, Beurskrach, Berlijnse Muur, de Wende: het is teveel voor een mensenleven.De auteur volgt acht personen, vooral uit de Grunewald-familie. Emil, Hilde's vader, is degeen die door studie, hard werken en deugdzaamheid opklimt in de voorspoedige Vorkriegszeit. Met zijn Hedwig krijgt hij twee dochters, Hanna en Hilde. Is Emil op eigen kracht opgeklommen, zijn dochters verbiedt hij een gedegen scholing: ongepast. Het zijn zeker niet allemaal brave, voorzichtige broeders in deze goed vertelde geschiedenis. Er figureren ook verkwisters, mannen die zich aan de tot ondergang gedoemde adel vastklampen en eentje die aan de nazi-ideologie verslingerd raakt. Konst verbaast zich over hoe dociel de mensen in de late Weimarjaren het NSDAP-gedachtengoed ondergaan en accepteren. Geen spoor van verzet, laat staan oproer. In de maalstroom van Duitse gruwelen blijft weinig over van de hoop van de keizersgeneratie. Is dat de individuele Duitsers te verwijten? Lastig te zeggen, ook voor relatieve buitenstaander Jan Konst.Schetsen de levensverhalen van de Grunewalds fraai de tragische teloorgang van de Bildungsbürger, het boek is op z'n sterkst als het de familie volgt in de DDR-jaren: een hoopvol begin, een cynische machinestaat op het einde.