Crab Island, Kleine Antillen, 5 december 1717. Henry Bostock heeft domme pech gehad. Zijn kleine zeilschip heeft een machtig piratenschip tegenover zich. Het is de Queen Anne's Revenge, met veertig kanonnen, ziet Bostock als hij zich erheen laat roeien. Hij werpt een blik op de steile wand van eiken planken boven zich en stapt dan op de touwladder. Die zwaait bij elke beweging vervaarlijk naar opzij. Als hij boven aangekomen is, grijpen handen naar hem en sjorren hem aan dek. Dat is het moment waarop hij oog in oog staat met de schrik van de Cariben.
...

Crab Island, Kleine Antillen, 5 december 1717. Henry Bostock heeft domme pech gehad. Zijn kleine zeilschip heeft een machtig piratenschip tegenover zich. Het is de Queen Anne's Revenge, met veertig kanonnen, ziet Bostock als hij zich erheen laat roeien. Hij werpt een blik op de steile wand van eiken planken boven zich en stapt dan op de touwladder. Die zwaait bij elke beweging vervaarlijk naar opzij. Als hij boven aangekomen is, grijpen handen naar hem en sjorren hem aan dek. Dat is het moment waarop hij oog in oog staat met de schrik van de Cariben.Een grote, magere gestalte, met maar liefst drie paar pistolen onder de riem, plus dolken en een hartsvanger. De lange, warrige baard reikt hem tot op de borst. Een paar strengen ervan zijn met bont gekleurde repen stof tot vlechten gedraaid. Op het hoofd draagt hij ook in deze tropische hitte een bontmuts, waar brandende lonten onder vandaan komen - kennelijk in salpeter gedrenkt. Zijn gezicht is daardoor in rookslierten gehuld, alsof hij zo uit de hel is opgestegen. Maar het ergste is zijn borende blik ... Geen twijfel mogelijk: dit is de verschrikkelijke Blackbeard.Acht uur verkeerde de arme Bostock in het gezelschap van dit heerschap, dat in een eerder leven Edward Thatch heette en uit Bristol stamde. In die acht uur ontdeden de piraten zijn schip van een niet al te kostbare lading. En daarna? Lieten ze hem vrij. Hij kreeg zijn schip terug en kon zijn reis vervolgen, zodat hij veertien dagen later verslag uit kon brengen bij de gouverneur van Barbados.Van alle Caribische piraten is Blackbeard het beroemdst. Er zijn tal van Hollywoodfilms over hem gemaakt en recentelijk dook hij weer op in het vierde deel van de succesreeks Pirates of the Caribbean.En dat terwijl hij in werkelijkheid maar vier jaar actief was als zeeschuimer en daarvan dan nog maar één jaar als kapitein. De tijd dat hij alle brave varensgasten de stuipen op het lijf joeg duurde maar een paar maanden. Nog verbluffender is dat hij vóór zijn ultieme confrontatie met de Britse marine niemand gedood schijnt te hebben. Hij was geen killer, eerder een theaterman. Dat krijgshaftige uiterlijk, de brandende haardos - allemaal zelf-enscenering. Hij legde het erop aan de mensen zoveel schrik aan te jagen, dat ze zonder slag of stoot hun bezittingen afstonden. Dreigen met geweld volstond.Topsail Island, zomer 1718. De Queen Anne's Revenge gaat steunend, krakend en knarsend ten onder. De grote mast breekt doormidden en met donderend geraas slaan houtwerk en tuigage tegen het dek, de piraten tegen de reling smakkend. Sidderend komt het schip tot stilstand: het is voor de kust van North-Carolina op een zandbank gelopen. Nu is alleen nog het geklots van de golven tegen de achtersteven te horen. Was de stuurman soms zat, of waren er geheime krachten in het spel?Historici vermoeden dat de schipbreuk een bewuste keuze was. Nadat Blackbeard in mei 1718 de haven van Charlston in South-Carolina geblokkeerd had, was hij voor de inwoners van de Britse koloniën in Noord-Amerika staatsvijand nummer een geworden. Elk marineschip hield nu uitkijk naar hem. Blackbeard moest onderduiken en met een schip van veertig stukken is dat wat lastig. En na zijn verdwijning moest hij zich nog een tijd gedeisd houden, om al die belagers niet alsnog op zijn spoor te brengen. Maar zonder rooftochten kon hij zijn bemanning niet betalen en dus moest hij - zoals elke ondernemer in een dergelijke situatie - zijn personeelsbestand inkrimpen. Dat gebeurde ook prompt, want toen de gestrande piraten van Topsail Island naar het vasteland overzetten, werden ze onmiddellijk door soldaten in de boeien geslagen.Ocracoke Island, 22 november 1718. In ondiepe wateren zijn de twee kleine Britse marineschepen Jane en Ranger Blackbeards Adventure tot op gehoorsafstand genaderd. Aan dek van de Jane staat luitenant Robert Maynard, die opdracht heeft om de piratenkapitein voor eens en voor altijd het roven te beletten. Maar hoewel Blackbeard nog maar over 25 man beschikt, denkt hij de Brit wel aan te kunnen.Zoals Maynard later in zijn rapport vermeldt, heft de zeerover pesterig het glas op hem en bespot zijn soldaten als lafaards. 'Ik zal met jullie geen genade hebben en evenmin om genade smeken!' brult hij over het water. Het volgende moment geeft de Adventure de Britten de volle laag. Een hagel van gloeiende kanonskogels, granaten en schroot veegt hun over de dekken, masten en tuigage vallen hun onder luid geraas op het hoofd. Daarmee heeft Blackbeard beide scheepjes in één keer onbestuurbaar gemaakt én het grootste deel van Maynards soldaten buiten gevecht gesteld. Meteen komt hij bij de Jane langszij en springt met zijn mannen aan dek. Maar dan stormen hun ineens van benedendeks andere soldaten tegemoet, die zich daar verborgen hielden. Een hinderlaag!Nu is het te laat. Terwijl Blackbeards mannen teruggedrongen worden, vecht hij zelf met Maynard. Het is het beroemdste tweegevecht uit de geschiedenis van de piraterij. Blackbeard wordt door twee pistoolschoten getroffen, maar vecht door alsof er niets aan de hand is. Als een in het nauw gedreven dier weert hij zich met onvermoede krachten, tot hij uiteindelijk - door 25 schot- en steekwonden verminkt - ineenstort en de genadeslag toegediend krijgt. Daarna hakt men hem het hoofd af en hangt dat op aan de boegspriet van de Jane.Blackbeards dood luidde het begin van het einde van de gouden tijden der piraterij in: in de jaren die volgen brengt de Royal Navy haar Caribische vloot op sterkte, ontneemt de zeerovers hun schuilnesten en maakt gericht jacht op hen. De grote schoonmaak wordt vergemakkelijkt door de vrede die de Britten in 1720 met Spanje sluiten. Vier jaar later maakt Charles Johnson met zijn fameuze piratenboek Blackbeard onsterfelijk.