Cyrus Field was niet meteen overtuigd van nut en noodzaak. Wat moesten de kabeljauwvissers op dat onherbergzame eiland met een telegraafverbinding? Gisborne legde uit dat schepen die de Atlantische Oceaan overstaken in de haven van Saint John's, aan de oostkust van Newfoundland, een bericht naar New York konden seinen, drie à vier dagen voor het schip daar aankwam. Field werkte Gisborne de deur uit, maar ging vervolgens toch maar even zijn globe bestuderen. Toen viel hem op dat de afstand tussen Ierland en Newfoundland niet eens zo veel langer was dan de afstand tussen Newfoundland en New York. Als Newfoundland-New York profijtelijk kon zijn, waarom dan niet ook Ierland-Newfoundland? Als de afstand tussen Europa en Amerika van een paar weken gereduceerd kon worden tot enkele minuten: dat was iets om écht enthousiast over te worden.

Domineeszoon Cyrus Field (1819-1892), baas van de Atlantic Telegraph Company, poseert omstreeks 1860 bij de globe die zo'n belangrijke rol speelde bij het ontstaan van het idee van de trans-Atlantische telegraafkabel.

Zowel Cyrus als Matthew Field waren een leek op dit gebied. Nadat zij zich vergewist hadden van de technische haalbaarheid van hun wilde plan, gingen ze aan de slag. Eerst zocht en vond Cyrus Field vier medefinanciers. Allen, zoals Field zelf, optimistische selfmade men die groot durfden te denken en uitdagingen niet uit de weg gingen. Vier maanden na de eerste ontmoeting van Cyrus Field met Gisborne, hadden zij er op een zondagochtend nog geen kwartier voor nodig om het eens te worden over de statuten van de op te richten Telegraph Company en 1,5 miljoen dollar als startkrediet op tafel te leggen (vandaag de dag bijna veertig miljoen euro).

Jongeman met gouden vingers

Cyrus Field was in Stockbridge (Mass.) geboren als zevende kind in een gezin van negen. Op zijn zestiende ging hij het huis uit om als loopjongen aan de slag te gaan bij de grootste manufacturenhandelaar van New York om zich drie jaar later opgewerkt te hebben tot een succesvolle verkoper. Daarna trad hij in dienst bij een papierfabriek van een van zijn broers, eerst als boekhouder, daarna als bedrijfsleider. In 1840 trouwde hij met een jeugdvriendin en zette zijn eigen bedrijf op: Cyrus W. Field & Co., dat hoogwaardig, luxueus papier- en drukwerk fabriceerde. Een schot in de roos: de omzet van de firma bedroeg tussen 1846 en 1849 ongeveer een miljoen dollar. Field behoorde omstreeks 1850 tot de vijftig rijkste inwoners van New York.

Op deze kaart is aangegeven waar de trans-Atlantische kabel in 1858 werd gelegd.

Het is op zich niet vreemd dat Cyrus Field op het idee kwam van de aanleg van een trans-Atlantische kabel. In de eerste helft van de 19de eeuw buitelde het ene grote en ambitieuze plan over het andere heen. In de jaren twintig de aanleg van het bijna 600 kilometer lange Eriekanaal, in de jaren dertig de aanleg van de Amerikaanse spoorwegen, direct gevolgd door de telegraafverbindingen. Deze infrastructurele projecten stonden mede aan de wieg van een ongekende economische expansie.

De doorbraak van de telegraaf verliep razendsnel. Werd in 1846 in de Verenigde Staten de eerste lijn in gebruik genomen, in 1850 exploiteerden al twintig verschillende ondernemingen samen een netwerk van bijna twintigduizend kilometer aan telegraaflijnen. Twee jaar later was dat verdubbeld. In een paar jaar tijd was in de Verenigde Staten het telegram een alledaags gebruiksartikel geworden.

Field begon met het - ogenschijnlijk - eenvoudigste gedeelte van het project: de aanleg van de lijn op Newfoundland tussen Saint John's (in het noordoosten) en Channel-Port aux Basques (in de zuidelijke punt). Daarna moest de ruim 200 kilometer overbrugd worden tussen Newfoundland en het Canadese vasteland, gevolgd door het tracé naar New York. De telegraafverbinding werd in 1856 in gebruik genomen. De hindernissen waren zo groot geweest dat inmiddels een derde van het ingelegde kapitaal opgesoupeerd was. Voor Field was het duidelijk dat veel meer kapitaal nodig was, en ook dat steun en medewerking van de Amerikaanse en Britse regeringen onontbeerlijk waren. Door tactvol opereren lukte hem dit allemaal; een vroeg voorbeeld van 'publiek-private samenwerking'.

Herdenkingsmunt, in 1867 uitgebracht ter gelegenheid van de verbinding van de Oude en de Nieuwe Wereld met een telegraafkabel.

Haastige spoed is zelden goed

In de zomer van 1857 ging de eerste poging van start. Field maakte haast omdat hem signalen bereikten dat zich kapers op de kust gemeld hadden. De twee schepen die de klus zouden moeten klaren - HMS Agamemnon (beschikbaar gesteld door de Britse overheid) en USS Niagara (een stoomfregat van de Amerikaanse marine) - zetten koers naar het telegraafstation op Valentia Island (in Ierland). Beide schepen zouden tegelijk uitvaren. USS Niagara zou het eerste deel van de kabel leggen en HMS Agamemnon het tweede deel. Maar zo ver kwam het niet: na ruim een week brak de kabel. Field wilde zo snel mogelijk een tweede poging wagen. Maar de andere geldschieters staken hier een stokje voor en droegen hem op om eerst eens goed te analyseren wat er ver keerd was gegaan en technische procedures te verbeteren. Daardoor werd pas een jaar later de tweede poging ondernomen. Field koos er nu voor om midden op de Atlantische Oceaan te beginnen en vandaaruit de kabel in tegengestelde richting te laten afzinken. Zo zou de hele onderneming in de helft van de tijd geklaard kunnen worden (en werd de kans gehalveerd dat zware stormen het werk zouden verstoren).

Bij de tweede poging, in juni 1858, brak al na een paar kilometer de kabel. Ook nieuwe pogingen mislukten telkens: het leek een kansloze onderneming. Field zeilde terug naar Londen voor spoedoverleg met zijn vennoten. Voorzien van nieuwe materialen en voorraden kreeg hij nog een allerlaatste kans. Ondanks nieuwe tegenslagen - USS Niagara raakte uit koers zodat gevreesd werd dat er onvoldoende kabel aan boord was en HMS Agamemnon dreigde zonder brandstof te komen - werd de missie volbracht.

Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd euforisch gereageerd op het nieuws dat de Oude Wereld met een telegraafverbinding met de Nieuwe Wereld was verbonden. Koningin Victoria stuurde een gelukstelegram naar de Amerikaanse president Buchanan. Cyrus Field werd in New York met honderd saluutschoten en vuurwerk onthaald en met parades en banketten volop in het zonnetje gezet. In gelegenheidsdichtwerk werd hij al 'Cyrus the Great' genoemd.

Kabel onder hoogspanning

Cyrus Fields heldenstatus duurde een maand, toen was de lijn dood. In die periode waren 366 leesbare berichten doorgeseind. In de Verenigde Staten sloeg de euforie om in woede en gonsde het van de geruchten dat alles een stunt van Field was om een grote slag op de aandelenmarkt te slaan. In Groot-Brittannië was de reactie wat bedachtzamer. De Britse regering liet in 1859 een commissie uitzoeken wat er was misgegaan en hoe het beter kon. Terwijl de Verenigde Staten een bloedige burgeroorlog uitvochten, werkten de Britse commissieleden aan een doorwrocht rapport. In 1863 vonden ze in Whitehouse, het hoofd elektrotechniek bij de Atlantic Telegraph Company, de schuldige. Hij had om de communicatiesnelheid te verhogen de spanning tot 2.000 Volt opgevoerd, waardoor de kabelisolatie was gesmolten en de kabel onherstelbaar beschadigd.

De telegraafkabel van 1858 bestond uit zeven koperdraden, beschermd met drie lagen guttapercha en omwikkeld met geteerde hennep. Hier overheen werd een bepantsering aangebracht. Op deze aquarel van Robert Dudley draaien arbeiders van Glass, Elliot & Co. uit Greenwich de afgewekte kabel spiraalvormig in een groot vat, dat als een spoel zal dienen.

Field ging andermaal de boer op om medestanders te vinden die hem financieel wilden ondersteunen. Nadat Thomas Brassey, de belangrijkste spoorwegmagnaat in Groot-Brittannië, over de dam was, volgden er meer. De tweede meevaller voor Field was dat hij de beschikking kreeg over SS Great Eastern, het grootste schip dat tot dan toe gebouwd was. Het was eigenlijk ontworpen als passagiersschip, maar bleek in de praktijk veel te groot voor dit doel. Alles wat nodig was om de trans-Atlantische kabel te kunnen leggen, paste ruimschoots aan boord van SS Great Eastern.

Bij het leggen van de kabel werd de bemanning van de HMS Agamemnon af en toe geconfronteerd met onvoorziene obstakels, zoals een walvis.

Niet één, maar twee

In juni 1865 was de expeditie tot in de puntjes voorbereid. Met een bemanning van vijfhonderd man, 7.000 ton kabels, 2.000 ton aan watertanks, 1.500 ton steenkool en een flinke veestapel (waaronder een koe, tien stieren, twintig varkens, schapen, geiten, kalkoenen, kippen) en - niet te vergeten - achttienduizend eieren, verliet het schip de haven. Ook nu werd Field achtervolgd door pech. Diverse malen werd het signaal in de kabel zo zwak dat vele kilometers kabel moest worden ingenomen om een breuk op te sporen en te repareren. Telkens zorgde dit voor minstens een etmaal vertraging. Zes weken na de start, nadat er 2.000 kilometer kabel was gelegd, kwam SS Great Eastern in een storm terecht. Bij een plotselinge wending van het schip brak de kabel. Een week lang werd nog vergeefs gedregd naar de afgebroken kabel. Er zat niets anders op dan naar Londen terug te keren en de aandeelhouders mee te delen dat alles verloren was. Maar zij gaven de moed nog niet op en zetten het licht op groen voor een vierde poging.

Zo veel pech en tegenslagen Field bij zijn eerdere pogingen had ondervonden, zo probleemloos werd in juli 1866 de trans-Atlantische kabel gelegd. Hiermee zat het werk voor de bemanning van SS Great Eastern er echter nog niet op. Na een kleine week voeren ze opnieuw uit en zigzagden over de Atlantische Oceaan in de hoop met een speciaal dreganker de geknapte kabel terug te vinden. Omdat de kabel inmiddels zo glad was als een aal duurde het bijna een maand voordat het uiteinde aan boord van SS Great Eastern was gebracht. Bij controle bleek deze nog gewoon bruikbaar te zijn. En zo lagen er vanaf medio september 1866 twee werkende telegraafkabels op de bodem van de Atlantische Oceaan.

Robert Dudley maakte 26 illustraties voor het boek van W.H. Russell, The Atlantic Telegraph. Op deze afbeelding wordt een breuk in de kabel gerepareerd.

Cyrus Field koos niet voor een bestaan in de luwte. Met gewaagde transacties wilde hij zich opwerken tot de evenknie van de Rockefellers en de Vanderbilts. Hij kocht kranten op, een wolkenkrabber en vier blokken onroerend goed in Manhattan, nam een meerderheidsbelang in het bovengrondse spoorwegnet in New York. Daarnaast kocht hij op grote schaal aandelen op afbetaling. Ook bij Cyrus Field kwam hoogmoed voor de val: in de zomer van 1881 stortte de markt van aandelen en onroerend goed als een kaartenhuis ineen. Cyrus Field was een van de vele waaghalzen die bankroet ging.

De erfenis van Cyrus Field

Voordat stoomschepen in de vaart genomen werden, duurde de oversteek van de Atlantische Oceaan nauwelijks korter dan in de tijd van Columbus. Afhankelijk van de windrichting, varieerde deze van veertien dagen tot vier maanden. Na de komst van de stoomschepen werd de overtocht gereduceerd tot tien dagen. Na de ingebruikneming van de trans-Atlantische telegraafkabel kon een bericht in enkele minuten doorgeseind worden. Nooit eerder in de geschiedenis werd er op het gebied van de communicatie zo'n ingrijpende stap voorwaarts gezet als met de telegraafverbinding. De radio, de telefoon en zelfs het internet staan - wat betreft de snelheidswinst van de communicatie - bij de telegraaf in de schaduw.

Ook zonder Cyrus Field zou - vroeg of laat - de trans-Atlantische telegraafverbinding zijn aangelegd. Maar het is aan het organisatietalent en de volharding van Field te danken dat deze in 1866 in gebruik genomen kon worden. Om die reden verdient hij een plaats in het illustere rijtje van 'wegbereiders' die de wereld gemaakt hebben tot wat deze nu is.

MEER WETEN?

Samuel Carter III, Cyrus Field. Man of Two Worlds. New York, 1968

John Steele Gordon, A Thread across the Ocean. The historical Story of the Transatlantic Cable. New York, 2002

Chester G. Hearn, Circuits in the Sea. The Men, the Ships and the Atlantic Cable. Westport, 2004