In Sabato, de weekendbijlage van De Tijd, verscheen onlangs een uitgebreid stuk over de psychologische en gezondheidsvoordelen van tuinieren. De Britse botanicus Alistair Griffiths raadt aan om in uw moestuin niet alleen groenten maar ook bloemen te planten. 'Als je van je moestuin een echte welzijnsplek wilt maken, zijn esthetiek en kleur minstens zo belangrijk. Uit onderzoek weten we dat vooral groene, blauwe en paarse bloemen ons goed doen voelen, zoals geraniums of lavendel.' Na enig zoekwerk stoten we op het boek Environmental Horticulture: Science and Management of Green Landscapes, geschreven door James Hitchmough en Ross Cameron, respectievelijk hoogleraar en docent aan de universiteit van Sheffield, afdeling landschapsarchitectuur. Daarin wordt verwezen naar een onderzoek uit 2012, van onder anderen Xia Li, waaruit blijkt dat proefpersonen na het zien van groene en paarsblauwe planten meer psychologische voordelen ondervinden dan bij rode, gele of witte bloemen. We vinden het onderzoek online terug in het Journal of Food Agriculture and Environment.

Natuur en bloemen hebben zeker een welzijnseffect, maar wetenschappelijk houdt het geen steek om je vast te pinnen op enkele kleuren.

Hoogleraar omgevingspsychologie Agnes van den Berg (Universiteit Groningen) reageert kritisch. 'Dat is een predator journal, een verdacht tijdschrift dat alles publiceert, zolang je er maar voor betaalt. Het onderzoek is gebaseerd op bevindingen bij 30 studenten: een veel te laag aantal. En de auteurs zijn totaal onbekend. Veel van dit soort onderzoeken verschijnen in landen als Japan, China en Korea: daar worden al eeuwenlang bepaalde heilzame effecten toegeschreven aan de natuur en de overheid stimuleert er onderzoekers om te bewijzen dat het werkt. Maar hoewel ik al een hele carrière met dit thema bezig ben, heb ik nog geen enkel degelijk onderzoek gezien dat bewijst dat blootstelling aan verschillende bloemkleuren andere resultaten oplevert. We weten wel dat contact met natuur, zelfs als het maar heel kortstondig is, ons een positief gevoel geeft. Maar er is amper verschil tussen échte natuur en een foto ervan. Uit een van mijn onderzoeken blijkt dat het soort natuur ook weinig uitmaakt: of je nu naar een saai parkje of een weelderige jungle kijkt, het effect blijft min of meer hetzelfde. Het lijkt me dus sterk dat een subtiele nuance als kleur iets zou uitmaken.'

Omgevingspsychologe en interieurarchitecte Stien Poncelet sluit zich hierbij aan. 'Het is moeilijk om wetenschappelijke uitspraken te doen over de effecten van kleur, omdat dat een heel subjectieve beleving is. Een onderzoek met enkel Aziatische proefpersonen - allemaal studenten dan nog - bewijst niet dat pakweg Vlaamse 70-plussers dezelfde gevoelens ervaren bij blauwe en paarse bloemen. Onlangs verscheen in Journal of Environmental Psychology een artikel over hoe proefpersonen uit 55 landen anders reageren op de kleur geel. Hoe verder weg mensen leven van de evenaar en hoe meer het regent in hun land, hoe meer ze geel associëren met zon en vreugde. Natuur en bloemen hebben zeker een welzijnseffect, maar wetenschappelijk houdt het geen steek om je vast te pinnen op enkele kleuren.'

Ook klinisch psychologe Sara Adriaensen, die zich specialiseerde in het verband tussen natuur en gezondheid, is kritisch. 'Over het algemeen worden groentinten gezien als rustgevend, terwijl felle kleuren eerder voor opwinding zouden zorgen. Maar welke kleur je het beste kiest, is sterk afhankelijk van persoonlijkheid, geslacht, cultuur, doelgroep en context.'

Conclusie

Er is geen betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek dat bewijst dat bepaalde bloemkleuren een sterker effect hebben op ons psychisch welzijn dan andere. Knack beoordeelt de stelling daarom als onwaar.

BRONNEN

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 23 april 2020 tenzij anders vermeld.

* Bijgewerkt op 30/04/2020 om 11:30, om bronvermeldingen en hyperlinks toe te voegen aan het artikel.

Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

RMG
© RMG

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

In Sabato, de weekendbijlage van De Tijd, verscheen onlangs een uitgebreid stuk over de psychologische en gezondheidsvoordelen van tuinieren. De Britse botanicus Alistair Griffiths raadt aan om in uw moestuin niet alleen groenten maar ook bloemen te planten. 'Als je van je moestuin een echte welzijnsplek wilt maken, zijn esthetiek en kleur minstens zo belangrijk. Uit onderzoek weten we dat vooral groene, blauwe en paarse bloemen ons goed doen voelen, zoals geraniums of lavendel.' Na enig zoekwerk stoten we op het boek Environmental Horticulture: Science and Management of Green Landscapes, geschreven door James Hitchmough en Ross Cameron, respectievelijk hoogleraar en docent aan de universiteit van Sheffield, afdeling landschapsarchitectuur. Daarin wordt verwezen naar een onderzoek uit 2012, van onder anderen Xia Li, waaruit blijkt dat proefpersonen na het zien van groene en paarsblauwe planten meer psychologische voordelen ondervinden dan bij rode, gele of witte bloemen. We vinden het onderzoek online terug in het Journal of Food Agriculture and Environment. Hoogleraar omgevingspsychologie Agnes van den Berg (Universiteit Groningen) reageert kritisch. 'Dat is een predator journal, een verdacht tijdschrift dat alles publiceert, zolang je er maar voor betaalt. Het onderzoek is gebaseerd op bevindingen bij 30 studenten: een veel te laag aantal. En de auteurs zijn totaal onbekend. Veel van dit soort onderzoeken verschijnen in landen als Japan, China en Korea: daar worden al eeuwenlang bepaalde heilzame effecten toegeschreven aan de natuur en de overheid stimuleert er onderzoekers om te bewijzen dat het werkt. Maar hoewel ik al een hele carrière met dit thema bezig ben, heb ik nog geen enkel degelijk onderzoek gezien dat bewijst dat blootstelling aan verschillende bloemkleuren andere resultaten oplevert. We weten wel dat contact met natuur, zelfs als het maar heel kortstondig is, ons een positief gevoel geeft. Maar er is amper verschil tussen échte natuur en een foto ervan. Uit een van mijn onderzoeken blijkt dat het soort natuur ook weinig uitmaakt: of je nu naar een saai parkje of een weelderige jungle kijkt, het effect blijft min of meer hetzelfde. Het lijkt me dus sterk dat een subtiele nuance als kleur iets zou uitmaken.' Omgevingspsychologe en interieurarchitecte Stien Poncelet sluit zich hierbij aan. 'Het is moeilijk om wetenschappelijke uitspraken te doen over de effecten van kleur, omdat dat een heel subjectieve beleving is. Een onderzoek met enkel Aziatische proefpersonen - allemaal studenten dan nog - bewijst niet dat pakweg Vlaamse 70-plussers dezelfde gevoelens ervaren bij blauwe en paarse bloemen. Onlangs verscheen in Journal of Environmental Psychology een artikel over hoe proefpersonen uit 55 landen anders reageren op de kleur geel. Hoe verder weg mensen leven van de evenaar en hoe meer het regent in hun land, hoe meer ze geel associëren met zon en vreugde. Natuur en bloemen hebben zeker een welzijnseffect, maar wetenschappelijk houdt het geen steek om je vast te pinnen op enkele kleuren.' Ook klinisch psychologe Sara Adriaensen, die zich specialiseerde in het verband tussen natuur en gezondheid, is kritisch. 'Over het algemeen worden groentinten gezien als rustgevend, terwijl felle kleuren eerder voor opwinding zouden zorgen. Maar welke kleur je het beste kiest, is sterk afhankelijk van persoonlijkheid, geslacht, cultuur, doelgroep en context.'