De wereldwijde handel heeft ongetwijfeld heel wat voordelen opgeleverd, zoals de creatie van miljoenen jobs en de beschikbaarheid van steeds meer producten aan betaalbare prijzen. Maar achter die wereldhandel gaan dikwijls menselijk leed én massale milieuschade schuil. Sommige bedrijven die daarvoor verantwoordelijk zijn, doen alsof hun neus bloedt: Hoe kunnen wij nu weten dat het katoen van onze T-shirts geplukt werd door dwangarbeiders? Europa wil voorgoed komaf maken met dat gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Er ligt een wetgevend initiatief op tafel dat bedrijven zal verplichten om in hun hele toeleveringsketen een zorgvuldigheidsplicht na te leven. Doen ze dat niet, dan riskeren ze ernstige sancties.

Eigenlijk kennen we de problemen. Regelmatig worden ze zelfs wereldnieuws. Toen in 2013 een kledingfabriek in Bangladesh instortte en meer dan 1000 werknemers om het leven kwamen, waren alle blikken gericht op de mensonwaardige omstandigheden waarin onze T-shirts worden gemaakt. Achter zowat elke product dat we consumeren, schuilen soms ongewilde maar héél dikwijls ook bewust gecreëerde misbruiken.

Europa moet wereldwijd de norm zetten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Niemand wil dat de arbeidsters die ons voedsel verwerken, zelf zo weinig verdienen dat ze hun gezin niet kunnen voeden. Dat is nochtans het geval bij zowat 90 procent van de Thaise werkneemsters die onze scampi's en andere zeevruchten verwerken. De Nigerdelta in Nigeria heeft al meer dan een halve eeuw alle kleuren van de regenboog omwille van ernstige olievervuiling, ondermeer door Shell. De oliewinning is een miljarden-melkkoe voor de regering én de oliebedrijven, terwijl de bevolking in bittere armoede leeft. In China plukken Oeigoerse dwangarbeiders het katoen dat uiteindelijk in goedkope kledingstukken terecht komt en in Brazilië worden gigantische oppervlakten Amazonewoud afgebrand om er soja te planten voor de veeteelt. Wie zich verzet, riskeert neergekogeld te worden, zonder dat er verder een haan naar kraait.

Toegegeven, heel wat bedrijven doen al vrijwillig hun best om hun verantwoordelijkheden op te nemen. Ze gaan vrijwillig na waar de grondstoffen of onderdelen van hun producten vandaan komen, hoe en in welke omstandigheden ze geproduceerd worden en trachten misstanden te vermijden of recht te zetten. Te veel bedrijven echter doen nog steeds of hun neus bloedt. In Europa gaat tweederde van de bedrijven niet na of er misstanden in hun toeleveringsketen gebeuren. Het motto blijft: Alles kan goedkoper. Als dat ten koste gaat van arbeidsrechten, mensenrechten of het milieu, dan is dat maar zo.

Eerlijke en integere bedrijfsvoering is gewoon véél te duur, luidt het argument vaak. Zoals de vakbond al in 2017 berekende dat een Billy-kast slechts 0,58 euro duurder zou zijn, mocht IKEA haar vrachtwagenchauffeurs een eerlijk loon betalen, zo blijkt dat de kostprijs voor een eerlijk productieproces voor multinationals verwaarloosbaar is. Een banaan uit Honduras zou volgens het Internationaal Vakverbond 2 cent duurder zijn mocht de plukker een eerlijk loon krijgen.

De Europese Commissie berekende dat de kostprijs voor maatschappelijk verantwoord ondernemen voor multinationals zowat 0,005 procent van hun omzet zou bedragen. De voortdurende race to the bottom daarentegen brengt gigantische schade toe, niet enkel aan het klimaat en het milieu, maar ook aan het welzijn van miljoenen mensen. Bovendien zal het volstrekt onmogelijk zijn om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen met business as usual. Dan betalen we met z'n allen een gigantische prijs.

Dat is de reden waarom ook steeds meer bedrijven, maar ook politici gewonnen zijn voor een strengere wetgeving die bedrijven verplicht om rekening te houden met mens en milieu in hun héle toeleveringsketen. Maar ook Europese burgers laten hun stem horen. In de petitie #Together4Forests hebben al 1 miljoen Europeanen aangegeven dat ze een Europese wet willen die verhindert dat producten die met ontbossing te maken hebben, in de winkelrekken liggen.

Het Europees parlement legt deze maand een initiatiefwet op tafel die Europese bedrijven verplicht tot wat bekend staat als een 'due diligence'-verplichting, zeg maar een zorgvuldigheidsplicht. Bedrijven moeten volgens dat voorstel alle mogelijke negatieve effecten op mens en milieu in hun hele aanvoerketen onderzoeken en uiteraard al het mogelijke doen om ze te verhinderen. Het zal niet enkel verplicht zijn, er komen ook sancties voor bedrijven die zich niet aan die zorgvuldigheidsplicht houden. Het voorstel verbetert ook de rechtstoegang van slachtoffers van malafide Europese bedrijven. De Europese sociaaldemocraten willen dat slachtoffers naar een Europese rechtbank kunnen stappen, zelfs als ze zich niet in Europa bevinden. Bedrijven moeten ook verplicht kunnen worden alle aangerichte schade te herstellen. Al die elementen moeten wat ons betreft ook in het wetsvoorstel staan dat de Europese Commissie volgend jaar over hetzelfde onderwerp zal presenteren.

Heel wat bedrijven vinden zo'n verplichte zorgvuldigheidswet een goede zaak. In oktober nog lanceerden zowat 2.500 Europese bedrijven een oproep om de zorgvuldigheidsplicht wettelijk te regelen. Zo'n Europese wet zorgt er immers voor dat iedereen dezelfde spelregels van integere bedrijfsvoering moet naleven: de valsspelers die nu hun voordeel halen uit uitbuiting, onderdrukking of milieuvervuiling zullen immers ernstige sancties riskeren. Wie wél mee wil in een eerlijke en duurzame bedrijfsvoering zal weten dat zijn of haar bedrijf niet met oneerlijke concurrentie geconfronteerd wordt.

Het voorstel van het parlement wordt deze maand nog gestemd in de commissie juridische zaken en in december in de plenaire vergadering. Volgend jaar komt de Europese Commissie dan met een eigen voorstel. Als de zorgvuldigheidsverplichting uiteindelijk wet wordt, zet Europa wereldwijd de norm voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar dan toont de EU ook dat het haar menens is met een ander soort internationaal handelsbeleid dat niet enkel gericht is op winstbejag maar ook de standaarden stelt voor een duurzamere en eerlijkere wereldhandel.

De wereldwijde handel heeft ongetwijfeld heel wat voordelen opgeleverd, zoals de creatie van miljoenen jobs en de beschikbaarheid van steeds meer producten aan betaalbare prijzen. Maar achter die wereldhandel gaan dikwijls menselijk leed én massale milieuschade schuil. Sommige bedrijven die daarvoor verantwoordelijk zijn, doen alsof hun neus bloedt: Hoe kunnen wij nu weten dat het katoen van onze T-shirts geplukt werd door dwangarbeiders? Europa wil voorgoed komaf maken met dat gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Er ligt een wetgevend initiatief op tafel dat bedrijven zal verplichten om in hun hele toeleveringsketen een zorgvuldigheidsplicht na te leven. Doen ze dat niet, dan riskeren ze ernstige sancties.Eigenlijk kennen we de problemen. Regelmatig worden ze zelfs wereldnieuws. Toen in 2013 een kledingfabriek in Bangladesh instortte en meer dan 1000 werknemers om het leven kwamen, waren alle blikken gericht op de mensonwaardige omstandigheden waarin onze T-shirts worden gemaakt. Achter zowat elke product dat we consumeren, schuilen soms ongewilde maar héél dikwijls ook bewust gecreëerde misbruiken.Niemand wil dat de arbeidsters die ons voedsel verwerken, zelf zo weinig verdienen dat ze hun gezin niet kunnen voeden. Dat is nochtans het geval bij zowat 90 procent van de Thaise werkneemsters die onze scampi's en andere zeevruchten verwerken. De Nigerdelta in Nigeria heeft al meer dan een halve eeuw alle kleuren van de regenboog omwille van ernstige olievervuiling, ondermeer door Shell. De oliewinning is een miljarden-melkkoe voor de regering én de oliebedrijven, terwijl de bevolking in bittere armoede leeft. In China plukken Oeigoerse dwangarbeiders het katoen dat uiteindelijk in goedkope kledingstukken terecht komt en in Brazilië worden gigantische oppervlakten Amazonewoud afgebrand om er soja te planten voor de veeteelt. Wie zich verzet, riskeert neergekogeld te worden, zonder dat er verder een haan naar kraait.Toegegeven, heel wat bedrijven doen al vrijwillig hun best om hun verantwoordelijkheden op te nemen. Ze gaan vrijwillig na waar de grondstoffen of onderdelen van hun producten vandaan komen, hoe en in welke omstandigheden ze geproduceerd worden en trachten misstanden te vermijden of recht te zetten. Te veel bedrijven echter doen nog steeds of hun neus bloedt. In Europa gaat tweederde van de bedrijven niet na of er misstanden in hun toeleveringsketen gebeuren. Het motto blijft: Alles kan goedkoper. Als dat ten koste gaat van arbeidsrechten, mensenrechten of het milieu, dan is dat maar zo. Eerlijke en integere bedrijfsvoering is gewoon véél te duur, luidt het argument vaak. Zoals de vakbond al in 2017 berekende dat een Billy-kast slechts 0,58 euro duurder zou zijn, mocht IKEA haar vrachtwagenchauffeurs een eerlijk loon betalen, zo blijkt dat de kostprijs voor een eerlijk productieproces voor multinationals verwaarloosbaar is. Een banaan uit Honduras zou volgens het Internationaal Vakverbond 2 cent duurder zijn mocht de plukker een eerlijk loon krijgen. De Europese Commissie berekende dat de kostprijs voor maatschappelijk verantwoord ondernemen voor multinationals zowat 0,005 procent van hun omzet zou bedragen. De voortdurende race to the bottom daarentegen brengt gigantische schade toe, niet enkel aan het klimaat en het milieu, maar ook aan het welzijn van miljoenen mensen. Bovendien zal het volstrekt onmogelijk zijn om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen met business as usual. Dan betalen we met z'n allen een gigantische prijs.Dat is de reden waarom ook steeds meer bedrijven, maar ook politici gewonnen zijn voor een strengere wetgeving die bedrijven verplicht om rekening te houden met mens en milieu in hun héle toeleveringsketen. Maar ook Europese burgers laten hun stem horen. In de petitie #Together4Forests hebben al 1 miljoen Europeanen aangegeven dat ze een Europese wet willen die verhindert dat producten die met ontbossing te maken hebben, in de winkelrekken liggen.Het Europees parlement legt deze maand een initiatiefwet op tafel die Europese bedrijven verplicht tot wat bekend staat als een 'due diligence'-verplichting, zeg maar een zorgvuldigheidsplicht. Bedrijven moeten volgens dat voorstel alle mogelijke negatieve effecten op mens en milieu in hun hele aanvoerketen onderzoeken en uiteraard al het mogelijke doen om ze te verhinderen. Het zal niet enkel verplicht zijn, er komen ook sancties voor bedrijven die zich niet aan die zorgvuldigheidsplicht houden. Het voorstel verbetert ook de rechtstoegang van slachtoffers van malafide Europese bedrijven. De Europese sociaaldemocraten willen dat slachtoffers naar een Europese rechtbank kunnen stappen, zelfs als ze zich niet in Europa bevinden. Bedrijven moeten ook verplicht kunnen worden alle aangerichte schade te herstellen. Al die elementen moeten wat ons betreft ook in het wetsvoorstel staan dat de Europese Commissie volgend jaar over hetzelfde onderwerp zal presenteren.Heel wat bedrijven vinden zo'n verplichte zorgvuldigheidswet een goede zaak. In oktober nog lanceerden zowat 2.500 Europese bedrijven een oproep om de zorgvuldigheidsplicht wettelijk te regelen. Zo'n Europese wet zorgt er immers voor dat iedereen dezelfde spelregels van integere bedrijfsvoering moet naleven: de valsspelers die nu hun voordeel halen uit uitbuiting, onderdrukking of milieuvervuiling zullen immers ernstige sancties riskeren. Wie wél mee wil in een eerlijke en duurzame bedrijfsvoering zal weten dat zijn of haar bedrijf niet met oneerlijke concurrentie geconfronteerd wordt.Het voorstel van het parlement wordt deze maand nog gestemd in de commissie juridische zaken en in december in de plenaire vergadering. Volgend jaar komt de Europese Commissie dan met een eigen voorstel. Als de zorgvuldigheidsverplichting uiteindelijk wet wordt, zet Europa wereldwijd de norm voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar dan toont de EU ook dat het haar menens is met een ander soort internationaal handelsbeleid dat niet enkel gericht is op winstbejag maar ook de standaarden stelt voor een duurzamere en eerlijkere wereldhandel.