Opinie

Walter De Smedt

‘Er is in dit land geen politieke wil om corruptie aan te pakken’

Walter De Smedt Strafrechter op rust, enige Belg die ooit zowel lid was van het Comité P als het Comité I

‘Ook bij de uitoefening van het heilig recht van de verdediging hebben strafpleiters een duidelijke rol en verantwoordelijkheid’, schrijft Walter De Smedt.

Het is niet ongewoon en zelfs nuttig dat ook strafpleiters zich in het debat over de drugsoorlog laten horen. Zij staan immers dicht bij de daders die zij verdedigen of bij de slachtoffers die om hulp roepen. Maar ook bij de uitoefening van het heilig recht van de verdediging hebben zij een duidelijke rol en verantwoordelijkheid.

Strafpleiter Kris Luyckx stelt op Knack.be de vraag of de farmareuzen geen alternatief voor cocaïne kunnen maken. Hij meent ook dat een anderer aanpak van cannabisgebruik een succesverhaal kan worden. Voor hem is het eveneens tijd om na 53 jaar war on drugs om out of the box te denken. Blijkbaar heeft meester Luyckx nog geen cliënt gehad die “designerdrugs” of “research chemicals”, gebruikt. Meerdere vallen daarin buiten het wettelijk verbod en zijn daarom goedkoper. Op het darknet vindt je ze in een achthonderd varianten. Op Psychonaut Wiki kan je er een “Psychoactive substance index” van lezen.

De opmerkingen van meester Walter Damen zijn diepgaander en doeltreffender. “Er kleeft boed aan veel handen”, schrijft hij in een opiniestuk in De Standaard. Hij wijst terecht op het spierballengerol van de politiek verantwoordelijken die afkondigen dat straffen effectief zullen worden uitgevoerd maar daartoe niet de lef hebben. Meester Damen weet waarover hij spreekt. Hij heeft ooit een rechter verdedigd die door de justitieminister werd vervolgd omdat hij in een vonnis op de gevolgen van de straffeloosheid wees en in een door hem geschreven boek ons land omschreef als dat van de niet bestrafte misdaden.

De door meester Damen voorgestelde investering in de zeevaartpolitie, het inzetten van scanners in de haven, en het inzetten van de nationale reserve kunnen er wat aan doen. De Antwerpse burgemeester koos echter voor een interventiepolitie, verwaarloosde de nabijheidspolitie, en gaf veel geld aan twee bearcats-pantserwagens. Met de 800.000 euro die die militaire middelen hebben gekost kon ook wat meer gepaste investeringen worden gedaan. Ook de ruime uitbouw van de havenkapiteindienst die ook gerechtelijke bevoegdheden heeft en moet instaan voor ‘alle binnen de haven gepleegde misdrijven’ roept de vraag op of het stadsbestuur hier geen dubbel en ondoelmatig gebruik heeft gecreëerd met de zeevaartpolitie.

Waar beide advocaten niet op wijzen zijn de deontologische en wettelijke verplichtingen die op hen rusten, ook bij de toepassing van het heilig recht van verdediging. In het dossier waarin meester Kris Luyckx werd vervolgd omdat hij de familie van de verdachte zou getipt hebben over het wapen mocht de advocaat zijn mogelijke betrokkenheid afkopen. Daardoor was er naar buiten toe geen zekerheid over de schuld noch over de afkoopsom zodat er ook naar de balie van de advocaten toe geen duidelijk signaal kwam over wat wél en niet mag.

Verder hadden in een andere, zaak recente zaak betwistingen over het gebruik van telefoontaps en opnames van telefoongesprekken tussen een advocaat en zijn cliënt hadden eveneens, en voor zover als nodig, duidelijkheid kunnen brengen in wat al dan niet is toegestaan. Het is daarom betreurenswaardig dat de strafrechter, in een Brugs dossier waarin meester Walter Van Steenbrugge werd vervolgd wegens mededaderschap aan bendevorming geen toepassing kon maken van de op de vereisten van het eerlijk proces gesteunde Antigoon-leer. De advocaat werd buiten vervolging gesteld omdat het bewijs, de telefoontap die op de griffie moest liggen, niet kon teruggevonden worden.

Het is eveneens de vraag hoe de verplichting die op de advocaat rust om verdachte transacties aan het Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) dat belast is met de behandeling van verdachte financiële feiten en verrichtingen die verband houden met het witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt nagekomen.

Een andere “pijnlijke blamage” van hoe corruptie in ons land wordt aangepakt is te lezen in een verslag van de GRECO. De “Groep van Staten tegen Corruptie”, wat een onderdeel van de Raad van Europa is. Die maakte in 2018 een tussentijds verslag over preventie van corruptie ten aanzien van parlementairen en rechters. Daarin stelde de groep vast dat van de vijftien aanbevelingen die twee jaar geleden zijn gelanceerd, België er geen enkel voldoende in de praktijk heeft gebracht. Slechts vier keer is dat gedeeltelijk gebeurd, in de overige gevallen helemaal niet.

‘Wat de preventie van corruptie ten aanzien van parlementsleden betreft, verkeert het proces van reflectie en hervorming nog steeds in een stadium dat weinig vooruitgang laat zien, bijna vier jaar na de aanneming van het evaluatieverslag. Wat de rechters en procureurs betreft, wordt ook daar over het algemeen trage en geringe vooruitgang geboekt.’

De Nationale Veiligheidsraad, die bestaat uit de premier, de vice-premiers en de ministers bevoegd voor Justitie, Landsverdediging, Binnen- en Buitenlandse Zaken, en die de grote beleidslijnen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moet bepalen, heeft dus ruimschoots de tijd gehad om er wat aan te doen. Of een specifieke samenkomst voor dit onderwerp, zoals meester Damen voorstelt, daar wat gaat aan veranderen is dus erg te betwijfelen.

De meest prangende vraag heeft met het laatste te maken. Er is in dit land duidelijk geen politieke wil om corruptie aan te pakken. Zowel parlementaire als gerechtelijke onderzoeken vertonen een “pleinvrees” om politiek gevoelige dossiers die daartoe kunnen leiden door te zetten. Misschien kan burgemeester De Wever hier een goede aanzet geven door de vragen die hem gesteld werden over de samenwerking tussen het stadsbestuur en de bouwpromotoren te beantwoorden, of door zijn uitleg over de geheimhouding van de eerste dadingovereenkomst in het Oosterweeldossier te herzien, of nog door zijn houding als eeuwige Calimero te wijzigen. Misschien ook kunnen de advocaten die hem hierin bijstaan en er als de kippen bij waren om berichtgeving hierover te bestrijden wat aan de deontologie wijzigen.

Partner Content