Opinie

Jaak Delbeke

‘De oorlog in Oekraïne is geen verrassing: waarom probeerden VS en Europa situatie niet eerder te ontzenuwen’

Jaak Delbeke Voormalig adviseur van CVP/PSC-studiecentrum CEPESS

‘Het idee alleen al dat Oekraïne, en vooral het westelijke deel, zich eerder tot Berlijn, Londen en Warschau voelt aangetrokken, is voor nationalistische Russen pijnlijk, en voor het Kremlin in het bijzonder’, schrijft Jaak Delbeke. Hij stelt de vraag waarom er niet eerder geprobeerd is de situatie te ontmijnen bijvoorbeeld via de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

Vernedering is een van de meest onderschatte drijfveren in de internationale politiek, schreeft Thomas Friedman in 2003 in de New York Times. Het verklaart onder meer de blijvende kracht van het Palestijnse verzet tegen Israël, en het Iraakse verzet tegen de VS-bezetting. Langer geleden, verklaarde vernedering van de Duitsers in Versailles (1918) mede de opkomst van het nazisme, en vernedering verklaart ook de nasleep van haast 40 jaar die Londen en Parijs nodig hadden om zich neer te leggen bij de ontbinding van hun koloniale rijken. Verder is er ook de vernedering die de VS moesten ondergaan in Saigon, en niet veel later het Amerikaans leedvermaak toen Washington de Soviet-Unie in 1979 in een ‘Vietnam-scenario’ zag stappen in Afghanistan.

De oorlog in Oekraïne is geen verrassing: waarom probeerden VS en Europa de situatie niet eerder te ontzenuwen?

Dat er na de implosie van die Sovietunie (1991) ook stuiptrekkingen door statusverlies zouden plaatsvinden, is niet verwonderlijk. Want aan vernederingen geen gebrek, aldus Robert Hunter, gewezen Amerikaans ambassadeur bij de NAVO. In 2002 zegde Washington eenzijdig het ABM-verdrag (en derhalve de psychologische pariteit) met Moskou op. Daarop volgde de beslissing om zeer tegen de zin van Moskou Aegis-raketdefensie te installeren in Midden-Europa en de NAVO naar het oosten uit te breiden, tot zelfs de voormalige Sowjetrepublieken Estland, Letland en Litouwen. In Berlijn begreep men toen al goed de Russische gevoeligheid hierover. Niettemin sloot Moskou door geldgebrek zijn oude spionageposten in Lourdes (Cuba) en in Vietnam. Geen wonder dus dat Frankrijk en Duitsland hun veto stelden tegen NAVO-lidmaatschap van Georgië en Oekraïne, maar het geflirt van beiden hield aan, tot grote ergernis van Moskou.

Al rechtvaardigt bovenstaande geen invasie in Oekraïne, het verklaart veel van wat er vandaag aan de hand is. Eerder dan een uiting van kracht, is het een uiting van frustratie door gekwetste Russische trots en bitterheid, noem het zwakte. Het idee alleen al dat Oekraïne, en vooral het westelijke deel, zich eerder tot Berlijn, Londen en Warschau voelt aangetrokken, is voor nationalistische Russen pijnlijk, en voor het Kremlin in het bijzonder. Noem het een Russisch Weimar. Lenin was al van oordeel dat “we ons hoofd verliezen als we Oekraïne kwijtspelen” en Zbigniew Brzeziski (voormalig veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Jimmy Carter) vond dat Rusland zonder Oekraïne, simpel Rusland is, maar mèt Oekraïne een supermacht. Kortom, het onderstreept de cruciale rol die Oekraïne vanouds voor het Kremlin en zijn ambities is (geweest). En Washington weet dat – sinds jaren – maar al te goed.

Olexander Pavlioek, president van een door de Amerikaanse Rockefeller Foundation betaalde denktank die gevestigd is in Kiev, dachte er al in 2000 in sombere termen over: “De kans op sociale onrust is aanwezig. Een opdeling van het land in een pro-Russisch oosten en een meer Europees georiënteerde westelijke helft, is op langere termijn niet ondenkbaar”, zei hij in Elsevier. En wie de geografie van de aan gang zijn de militaire operaties erbij neemt, ziet inderdaad die opdeling in de feiten ontstaan.

Kortom, dat het oorlogsscenario zoals het zich vandaag aandient, allerminst als een verrassing kan worden beoordeeld, is zonneklaar. Vandaar de vraag waarom noch de VS, maar vooral Europa in de eerste plaats, zich niet voordien meldden om de kwestie te ontzenuwen, bijvoorbeeld via de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Met Joegoslavië is er immers een precedent. Midden de jaren 1990 verkruimelt het land van “zachte” dictatuur onder Tito, tot lappendeken van elkaar bestrijdende volkeren: de disciplinerende rol van het centrum verdween. En Amerika moest er onder Bill Clinton met bombardementen aan te pas komen om vooral Servië te doen inbinden en de Dayton-akkoorden (1995) militair op te leggen. Dat scenario nooit meer, schreeuwde men toen in koor in de EU: wij moeten zelf voor de veiligheid op ons continent instaan. Het is een uitroep die onder president Donald Trump nog nadrukkelijker werd onderstreept. Tenslotte belandt 55% van de Russische export in de EU.

Er hoefde zelfs geen apart diplomatiek forum worden gecreëerd, aangezien de OVSE zijn “deugdelijkheid” in het détente-tijdperk heeft bewezen, door de na-oorlogse grenzen in Europa collectief te erkennen. Maar neen. In september 1997 verklaarde België’s toenmalige minister van buitenlandse zaken Erik Derycke de OVSE ‘achterhaald’. De NAVO is niet aan zet in dit confict, affirmeert secretaris-generaal Jens Stoltenberg terecht, maar Europa wèl, aangezien Hongarije en Polen in de eerste plaats, zorg dragen voor de oorlogsvluchtelingen.

Toegegeven, de Russen geloven niet in een samenwerking die ze niet kunnen domineren, maar dat is ook zo bij de de Amerikanen, zo merkte huidig eurocommissaris Frans Timmermans in 1999 al op in De Volkskrant. Maar aangezien zij in Oekraïne vragende partij zijn, kan de EU (bijvoorbeeld via de OVSE) vertrekken van de stelling dat elkeen gewettigde wensen en veiligheidsbelangen heeft, die niet ten nadele van andere lidstaten kunnen worden gehonoreerd. Hoe zal de Russische buitenlandminister Sergei Lavrov dat weerspreken? Voorts heeft de Russische president Vladimir Poetin West-Europa meer nodig dan andersom, zeker met de energie-omslag op langere termijn en de sancties op korte.

Rusland is een paria geworden door zichzelf in de voet te schieten. En laat er bovendien geen twijfel over zijn, aldus Ruslands succesauteur Vladimir Sorokin in 2016 in Trends: ‘Rusland is niet in crisis: het is een catastrofe wat de propaganda elke dag moet weerspreken en een belediging van de Russische intelligentie is.’ Rusland is (geografisch) het grootste land ter wereld en maakt niet enkel aanspraak op nucleaire kunde, maar is tevens een culturele, wetenschappelijke en literaire wereldreferentie. Het is de basis van Yevgeny Primakov’s overtuiging (Russisch spion, diplomaat en politicus) dat het Westen niet moet worden gegund de wereld alleen te regeren.

Voor de EU hoeft dat ook het punt niet te zijn. Punt is wel dat het veiligheidsbelangen met Rusland deelt, waarvoor Amerika minder gevoelig is. En binnenskamers is het vooral Duitsland (en Frankrijk) die hierop hameren. De aankondiging van Berlijn dat het zijn defensiebudget in de komende jaren verdubbelt, is aangekomen in Moskou. Tegelijk weegt Duitsland potentieel het zwaarst in de EU om Poetin te doen inzien dat het Kremlin er alle belang bij heeft zijn misplaatste trots in te slikken en deuren te openen. Uiteindelijk is de Muur niet gevallen door druk uit het Westen, maar door druk uit het Oosten.

Jaak Delbeke is gewezen CEPESS-adviseur.

Partner Content