Moedig neerwaarts met Kurt Van Eeghem: ‘Het is alsof alles van waarde kapot moet’

Kurt Van Eeghem: ‘Klara is de kanarie in de mijnschacht. Als die zender ophoudt te bestaan, heeft de VRT geen bestaansrecht meer.’ © REBECCA FERTINEL
Jeroen de Preter Redacteur Knack
Peter Casteels Redacteur Knack

Vlamingen trekken na hun pensioen graag naar het zuiden. Niet zo de bijna-zeventiger Kurt Van Eeghem. Het cultuuricoon van de VRT trok naar Litouwen, en raakte er in de ban van schilder-componist Čiurlionis.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Goed vijf jaar geleden werd bij Kurt Van Eeghem kanker vastgesteld. Na een zware operatie volgden maanden waarin hij moest wachten op de resultaten van het postonderzoek. In die bange dagen vatte hij het idee op om zijn donkere gedachten te bestrijden door een boek over Litouwen te schrijven. ‘Het aanvankelijke plan was om mijn versie van de befaamde Duitse Baedeker-gidsen te schrijven’, vertelt Van Eeghem. ‘Daarbij zou ik me focussen op al die nieuwe Europese lidstaten waar we nog zo weinig van weten. Ik ben begonnen in het noorden. Litouwen.’

Van Eeghem zou nooit verder dan Litouwen raken, en dat had goddank niets met zijn gezondheid te maken. Van kanker is hij ondertussen al even genezen. Van zijn liefde voor Litouwen allerminst. ‘Ik begrijp intussen heel goed waarom Thomas Mann een buitenverblijf had in de Litouwse badplaats Nida’, zegt hij. ‘Het is een goddelijk mooie plek.’

Veel van de door de menigte nog onontdekte schatten bezong Van Eeghem al in Op reis naar het onbekende Litouwen, zijn eerste Litouwenboek uit 2019. ‘Maar achteraf bekeken was dat maar een vingeroefening voor mijn nieuwste boek’, zegt hij. ‘Ik heb er vier jaar aan gewerkt. Vier jaren waarin ik met mijn onderwerp ben gaan slapen en weer ben opgestaan.’

Van Eeghems nieuwste boek gaat over de schilder en componist Mikalojus Konstantinas Čiurlionis, verreweg de bekendste Litouwse kunstenaar en ooit een grote naam binnen de Europese avant-garde. ‘Bij ons is hij nauwelijks bekend,’ zegt Van Eeghem, ‘maar in Litouwen is hij een begrip. Overal in Litouwen zijn straten en pleinen naar hem vernoemd. In Kaunas, de tweede stad van het land, dragen zeven musea zijn naam.’

Je kunt maar beter – zoals wij hier – niet te geniaal zijn. Of je snijdt je oor af, of je eindigt zoals Čiurlionis in een ziekenhuis voor gekken.

Wat drijft een mens om zich vier jaar lang vol overgave op een dode Litouwse kunstenaar te storten?

Van Eeghem: Ongetwijfeld zit mijn eerste echte kennismaking met zijn beeldend werk daar voor iets tussen. Die verliep in de best mogelijke omstandigheden, namelijk: in Kaunas, in het paviljoen waar het grootste deel van dat werk is verzameld en waar het ook nog eens voorbeeldig is tentoongesteld. Ik was meteen diep geraakt. Door de onpeilbare schoonheid, maar ook door de menselijke tragiek die je onmiddellijk in dat werk herkent. Toen ik naar buiten wandelde, was ik bijna in tranen. Nog dezelfde week ben ik in Vilnius gaan luisteren naar Miske, een symfonisch gedicht van zijn hand. Opnieuw was ik verrukt. En opnieuw dacht ik: waarom kennen wij dit niet? Sindsdien voelde het haast als een verplichting om dit boek schrijven. Čiurlionis was, in alles, uniek en vernieuwend. De kunstgeschiedenis heeft gaandeweg besloten dat Wassily Kandinsky als eerste abstract schilderde. Terwijl Čiurlionis al in 1904 enkele abstracte werken tentoonstelde. Iemand als Kazimir Malevitsj maakte zijn zwarte vierkant pas in 1915.

Waarom en waar heeft hij dan zijn rechtmatige plek in ‘de kunstgeschiedenis’ verloren?

Van Eeghem: Zijn werk reisde vanuit Sint-Petersburg, waar hij tot de avant-garde behoorde, de wereld rond. Igor Stravinsky heeft nog een werk van hem gekocht. De schilderijen hingen in Parijs en Londen naast die van Pablo Picasso en Vincent van Gogh of Edvard Munch, een artiest waar zijn werk trouwens nauw aan verwant is.

Maar Čiurlionis was een Litouwer, zoals ook zijn werk behalve universeel ook door en door Litouws was. Kort na zijn dood in 1911 brak de Eerste Wereldoorlog uit, niet veel later volgde de Tweede. De calamiteiten van de twintigste eeuw hebben Litouwen geïsoleerd van de rest van de wereld. Het zou tot 1991, de val van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van Litouwen duren voor het werk de wereld weer kon veroveren.

Zowel in zijn schilderijen als in zijn muziek is de Litouwse natuur de grote inspiratiebron. Die combinatie van avant-garde en heimatthematiek zie je niet vaak.

Van Eeghem: Je ziet dat hij in zijn muziek en schilderijen altijd terugvalt op zijn eerste veertien levensjaren: zijn jeugd in de Litouwse bossen. Ik heb, in een poging om hem beter te begrijpen, dagen en nachten in die bossen doorgebracht. Dat is best een ervaring. Ik bedoel: dat is niet het Polderbos van Hoboken. Het gaat hier over bossen waar je uren doorheen kunt rijden. Er wonen beren in. En het is er nooit stil. Een Litouwse vriendin vertelde me dat Litouwse baby’s in hun eerste levensjaar buiten te slapen worden gelegd, ook als het min tien graden vriest. Ongetwijfeld zal dat ook bij de kleine Čiurlionis zo zijn geweest. Van de natuur wist hij ook zo goed als alles. Zijn zeldzame vriendinnetjes kon hij charmeren met een enorme kennis over de natuur – als een soort Dirk Draulans.

© REBECCA FERTINEL

Čiurlionis was overduidelijk geniaal. Talent voor het leven had hij minder.

Van Eeghem: Dat is wel een les die je uit dit verhaal kunt trekken. Je kunt maar beter – zoals wij hier – niet te geniaal zijn. Of je snijdt je oor af, of je eindigt zoals hij in een ziekenhuis voor gekken. Cynisch genoeg is het die combinatie van genialiteit en torment die zijn werk zo subliem en uniek maakt. Als je dat werk een keer gezien hebt, herken je de signatuur meteen. Net als bij een Van Gogh of een Picasso kun je van 50 meter afstand zeggen: dat is een Čiurlionis.

Mogen we hem een nationalist noemen?

Van Eeghem: Dat kon niet anders. Zijn vader, een eenvoudige koster, verloor zijn werk omdat hij een paar woorden Litouws had gesproken op straat. De Litouwse intelligentsia werd in die dagen naar strafkampen gestuurd, vaak zonder dat ze precies wisten waarom. Rusland probeerde de Litouwse cultuur uit te gommen. Dan is het niet raar dat je voor je taal en je cultuur opkomt.

Je zou er parallellen met de Vlaamse Beweging in kunnen zien.

Van Eeghem: Deels, al was die Litouwse onderdrukking door Rusland wel van een totaal andere orde. Zoals gezegd: het was verboden om Litouws te spreken. Dat verklaart waarom Čiurlionis het Litouws niet echt machtig was. Onderwijs kreeg hij in het Russisch. Zijn ouders hebben hem ook geen Litouws geleerd. Ze wist goed genoeg dat je met die taal alleen maar meer in de problemen kon komen.

Op het vlak van territoriumdrang lijkt Rusland zichzelf te hebben heruitgevonden.

Van Eeghem: Dat de Polen en Litouwers de Russen nog altijd vrezen, mag in het licht van de geschiedenis niet verbazen. Ze weten natuurlijk al veel langer waartoe de grote buur in staat is, en welke sentimenten daar nog altijd leven. In veel opzichten lijkt Vladimir Poetin trouwens op Nicolaas II, de laatste Russische tsaar. Neem de manier waarop die tsaar, begin 1905, op een vreedzame betoging van boeren reageerde. In plaats van te luisteren en hen eventueel wat kruimels toe te werpen, liet hij er zijn troepen op los, een gebeurtenis die later Bloedige Zondag zou gaan heten. Die autocratische wereldvreemdheid zie je ook nog bij Poetin. Proteststemmen? Oppositieleden? Gooi ze in de gevangenis of vergiftig ze.

Nog even over Čiurlionis. Omdat zijn werk tot 1991 zelden het land uitging, is de internationale literatuur over hem zeer beperkt.

Van Eeghem: Dat klopt. Bijna alles wat over hem is verschenen, is in het Litouws of het Pools, twee talen die ik niet beheers. In sommige gevallen heb ik me laten bijstaan door een Poolse vriendin, maar ik heb me ook weleens bediend van Google Translate. Omdat bijvoorbeeld zijn brieven zowel in het Pools als in het Litouws zijn verschenen, kon ik de accuratesse van die vertalingen wel min of meer controleren. En gelukkig is er het boek van Vytautas Landsbergis – een van de belangrijkste werken over hem – uit het Engels vertaald. Landsbergis is niet alleen het eerste staatshoofd van Litouwen sinds de onafhankelijkheid in 1990, maar ook een eminent musicoloog en pianist.

Uw Čiurlionisboek zou zich uitstekend lenen tot een podcast voor Klara, de zender waarvoor u vijf jaar geleden nog werkte.

Kurt Van Eeghem: ‘Ik heb Jan Jambon eens aangesproken op zijn liefde voor opera. “Zo veel weet ik er nu ook niet van af”, zei hij.’
Kurt Van Eeghem: ‘Ik heb Jan Jambon eens aangesproken op zijn liefde voor opera. “Zo veel weet ik er nu ook niet van af”, zei hij.’ © REBECCA FERTINEL

Van Eeghem: Dat vind ik ook. (lacht) En wie weet komt dat er ook wel van. Wie zal het zeggen?

U lijkt er niet echt in te geloven?

Van Eeghem: Ik stel, tot mijn groot verdriet, vast dat de zender kapotbespaard wordt. Je begint het ook te merken, als luisteraar. Het is een soort Classic FM geworden, omdat er geen geld meer is voor wat anders. Ik weet dat dergelijke kritiek me niet in dank afgenomen zal worden. Ze zullen me wel weer een nestbevuiler vinden. Terwijl ik de grootste verdediger van Klara ben. Ik luister elke dag naar mijn oud-collega’s. Klara is de kanarie in de mijnschacht. Als die zender ophoudt te bestaan, heeft de VRT geen bestaansrecht meer. Kunst en cultuur zijn de kern van de opdracht van de VRT. En waar anders moet ik als kunst- en cultuurliefhebber nog terecht? Op de andere radiozenders van de VRT wordt er nog nauwelijks over kunst gesproken. Dat zie je trouwens in alle media. Vandaag lijkt het onvoorstelbaar, maar er was een tijd dat ook Het Laatste Nieuws gezaghebbende recensies bracht. Die krant had ooit – stel je voor – de beste jazzrecensent van het land.

Daartegenover staat een wildgroei van recensies op het internet.

Van Eeghem: Maar wat hebben die recensies te betekenen? Om het even wie kan zijn mening op het internet kwijt, expertise of niet. Dat de traditionele media die taak nog nauwelijks op zich nemen, zie ik als een onderdeel van een algemene verarming. Het is alsof alles van waarde kapot moet. Neem dat stadsdichterschap. Antwerpen was ongeveer de enige stad waar dat ambt iets te betekenen had. In plaats van dat te koesteren, gaat men de vrijheid van die dichters aan banden leggen, waardoor het de facto niets meer te betekenen heeft. Wist u trouwens dat het Antwerpse cultuurseizoen eind augustus geopend is met een Cultuurweekend? Nee? Wel, u bent niet de enige. Naar verluidt kon je dat weekend in je blote kont door de stad lopen: er was geen levende ziel te bekennen. Terwijl zijn voorganger, de Cultuurmarkt, nog niet zo lang geleden 100.000 man op de been bracht. Die afbraakpolitiek staat overigens in schril contrast met wat ik heb gezien in Litouwen. De levensstandaard is er een stuk lager, en toch heb je in de hoofdstad Vilnius drie symfonische orkesten. Je hebt er een grote opera, met 500 man personeel. Ik heb het eens gevraagd aan de directeur van het plaatselijke conservatorium: ‘Hoe slagen jullie daarin?’ Zijn antwoord: ‘Kunst en cultuur staan hier bovenaan.’ Dat hun eerste president een musicoloog en Čiurlionis-kenner was, kan geen toeval zijn.

De Vlaamse minister-president en cultuurminister is een operaliefhebber.

Van Eeghem: Ik heb hem daar eens op aangesproken. ‘Zo veel weet ik er nu ook niet van af’, zei hij.

Jan Jambon (N-VA) legde onlangs wel 25 miljoen extra op tafel. Daarmee werd onder meer Toneelhuis gered, ondanks een negatief oordeel van de beoordelingscommissies.

Van Eeghem: Waarvoor hulde, maar wat hier wel eens vergeten wordt, is dat het totale budget voor cultuur al tien jaar niet meer is gestegen. In een wereld waarin de kosten alleen maar stijgen, betekent een gelijk budget de facto dat er wordt afgebouwd.

Nog even over uw ex-werkgever. Laatst raakten de forse bedragen bekend waarmee de VRT zijn vedetten aan zich wil binden. Op die lonen wordt kennelijk niet bespaard.

Van Eeghem: Daar ga ik niets negatiefs over zeggen. Die heren en dames zijn zo uitzonderlijk goed dat ze zulke lonen verdienen. Toch een kleine randbemerking: met het loon van die jongen die nu de ochtend bij Radio 2 gaat doen (Peter Van de Veire, nvdr) zou die zender een complete regionale redactie kunnen betalen. Ik geef het maar mee, als gratis, vrijblijvend advies.

Kurt Van Eeghem, Čiurlionis, Pelckmans, 296 blz., 24,50 euro.
Kurt Van Eeghem, Čiurlionis, Pelckmans, 296 blz., 24,50 euro. © National

U werd minder vorstelijk betaald?

Van Eeghem: Bob Boon, mijn productieleider in het begin van de jaren tachtig, heeft me ooit gezegd dat de BRT ons beroemd kon maken, ‘maar niet rijk’. Ik kan getuigen dat daar geen woord van gelogen was. Voor de presentatie van het muziekprogramma Hitring kreeg ik omgerekend 250 euro per aflevering. Ik herinner met dat ik ten tijde van Kurtoisie, een comedyprogramma waar bijna 2 miljoen mensen naar keken, eens naar de producer ben gestapt met de vraag of ze alstublieft mijn benzine konden betalen. Anders raakte ik niet meer op de set.

De VRT wordt sinds twee jaar geleid door Frederik Delaplace. Hoe beoordeelt u zijn werk tot dusver?

Van Eeghem: Ik vraag me meer en meer af hoeveel Christian Van Thillo deze Delaplace betaalt om de VRT naar de kloten te helpen. (schalks) Wat me eraan doet denken dat ik na dit gesprek heb beloofd om meteen naar De Afspraak te bellen om een interview over mijn boek vast te leggen. Dat zou na de publicatie van dit interview mogelijk wat minder evident kunnen zijn. (lacht luid)

U bent alweer aan een nieuw boek bezig. Mogen we al weten waarover het zal gaan?

Van Eeghem: Over Oostende tijdens de belle époque. Over Oostende en het interbellum, en de ontmoetingen tussen Joseph Roth en Stefan Zweig, is al veel geschreven. Maar ga maar eens na: over Oostende tussen 1875 en de Eerste Wereldoorlog zul je nauwelijks wat vinden. Terwijl de stad tijdens die periode, veel meer dan tijdens het interbellum, dé ontmoetingsplaats was voor de beau monde. Om maar één nagenoeg onbekend feit te noemen: in Oostende had je een orkest met meer dan 150 topmuzikanten. De grote violist Eugène Ysaÿe was er, op zijn zestiende al, concertmeester. Wereldvermaarde componisten als Camille Saint-Saëns, Edward Elgar en Richard Strauss hebben er gedirigeerd. De Italiaanse stertenor Enrico Caruso – niemand in de wereld kreeg meer gage per optreden – heeft liefst achttien keer voor het orkest gestaan in het Kursaal. Maar nu heb ik al meer dan genoeg verteld. Later hierover veel meer, in alweer een nieuw meesterwerk van mijn hand. (lacht)

Kurt Van Eeghem

– 1952: geboren in Brugge

– 1980: begint aan zijn carrière bij de openbare omroep met Hitring, een tv-programma over popmuziek

– 1990: presenteert de tv-quiz De Drie Wijzen

– 2009-2016: presentator van verschillende programma’s op Klara

– 2022: publiceert een boek over Mikalojus Konstantinas Čiurlionis, een Litouwse schilder en componist

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content