Recensie ’Donker toerisme’ van Luc Rasson: zonder preken toont hij hoe Europese landen met hun duistere verleden omgaan

Het Gestapomuseum in Krakau, Polen. © Getty
Marnix Peeters
Marnix Peeters Schrijver

Europa staat vol standbeelden, monumenten en musea die ons gewelddadige verleden herdenken. Luc Rasson vraagt zich af hoe we daarmee om kunnen gaan.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Vorige maand verwijderde de Russische bezetter in Marioepol het herdenkingsmonument voor de Holodomor, de genocide die Jozef Stalin in 1932 en 1933 liet uitvoeren in Oekraïne. Op hetzelfde moment haalde Estland de oorlogsmonumenten neer die de overwinning van de Sovjets op de nazi’s herdachten. Het verleden is nooit voorbij, zowel in oorlogsgebieden als in landen die al bijna zeventig jaar vrede kennen. Om na te gaan hoe wij worstelen met de duistere twintigste eeuw, die getekend werd door fascisme, communisme en ander totalitarisme, reisde Luc Rasson half Europa af, op zoek naar relieken van helden die we misschien liever kwijt dan rijk zijn. Het resultaat is Donker toerisme, een hoogst lezenswaardig boek.

Het Gestapomuseum in Krakau beweert dat de nazi’s een paar honderd Joden hebben vergast en drie miljoen Polen vermoord.

Rasson, emeritus hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en auteur van De kracht van beeld: De Groote Oorlog op het witte doek (2014) en Het lijk van de dictator (2020), zegt niet wat de beste manier is om met ons duistere verleden om te gaan, maar toont hoe men dat in verschillende landen concreet doet, zonder er een preek aan te verbinden. Zo springt Italië veel coulanter om met de erfenis van Benito Mussolini dan Spanje met die van Francisco Franco. In de drooggelegde Pontijnse moerassen stampten de fascisten vijf nieuwe, in de hun kenmerkende razionalismostijl ontworpen steden uit de grond. Zo goed als geen enkele Italiaan wil ze afbreken. Stel daar maar eens Madrid tegenover, dat de Calle Salvador Dalí een andere naam wil geven omdat Dalí in 1964 een medaille kreeg van Franco. Dat de man ook weleens een schilderij maakte, is blijkbaar van geen tel.

In Oost-Europa zorgt vooral het communistische verleden voor problemen. Zo blinken de Baltische republieken uit in het verdoezelen van de collaboratie met nazi-Duitsland en de Sovjets. Dat de Litouwse KGB vanaf 1944 volledig uit Litouwers bestond en dus niet uit Russen, wordt in een museum bijvoorbeeld nergens vermeld. Het Gestapomuseum in het Poolse Krakau spant de kroon: het beweert dat de nazi’s een paar honderd Joden hebben vergast en drie miljoen Polen vermoord. Al te veel mensen willen het verleden herleiden tot een moralistisch of nationalistisch geschiedenislesje, schrijft Rasson, terwijl we beter zouden tonen hoe het echt was, in al zijn complexiteit. En precies dat doet hij in Donker toerisme.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content