Gedragsbioloog Mark Nelissen verlucht in ‘Voetstuk’ zijn badinerende vertelstijl met opagrappen

© Getty

In zijn nieuwe boek struint gedragswetenschapper en auteur Mark Nelissen door Antwerpen – en meteen ook door de biologische evolutie van de mens.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Op 30 juni 1860 vond in het Oxford University Museum een merkwaardige woordenwisseling plaats. Nadat de Amerikaan John William Draper een paper had voorgesteld waarin hij dieper inging op de invloed van de evolutietheorie op het Europese denken, kregen bisschop Samuel Wilberforce en professor Thomas Henry Huxley – bijgenaamd Darwins buldog – het met elkaar aan de stok. Stamt u van moeders- of van vaderszijde af van een aap, hoonde de bisschop. Waarop Huxley antwoordde dat hij liever afstamde van een aap dan geassocieerd te worden met iemand die zijn intellectuele gaven misbruikte om de waarheid te verhullen.

Terwijl ik Mark Nelissens Voetstuk las, schoot die historische discussie me opeens te binnen. In een bepaalde passage beschrijft hij een openbare discussie die hij met een geestelijke voerde over de menselijke moraal. Een prachtige gave Gods, noemde Gerardus Clericus het, een naam die doet vermoeden dat een en ander misschien wel fictie is. Waartegen Nelissen inbracht dat moraal een biologisch gegeven is dat evolutionair te verklaren valt, want ze is erop gericht de menselijke soort een grotere kans op overleven te geven. De biologische natuur van de mens kun je niet ontkennen. Hij is een beest onder de beesten, maar daarom hoeft hij zich nog niet als een beest te gedragen. Vandaar die moraal dus.

© National

Nelissen, emeritus hoogleraar gedragsbiologie en antropologie aan de Universiteit Antwerpen en auteur van boeken als De bril van Darwin en De breinmachine, hecht grote waarde aan wetenschapspopularisering. In dat licht moet ook Voetstuk gezien worden. Het is een bundel anekdotes, herinneringen en verhalen die ons confronteren met de biologische aard van ons mens-zijn. Nelissen hanteert een badinerende vertelstijl die hij verlucht met grappen die soms een nogal hoog opagehalte hebben.

De lach is een van de knapste sociaal verbindende middelen, schrijft hij, en hij vergelijkt hem met het vlooien bij apen, wat misschien minder met die kleine lastige beestjes te maken heeft dan met het vormen van een persoonlijke band. Op de Antwerpse tram ontmoet hij een oud-studente en samen halen ze herinneringen op aan zijn lessen over de samenhang van de twee hersenhelften, een andere keer hoort hij in de auto Meatloafs Paradise by the Dashboard Light en bedenkt hij dat het evolutionair gezien normaal is dat Ellen Foley de zanger vraagt ‘for the rest of my life’ bij haar te blijven. Dat is immers de beste manier om een kroost veilig groot te brengen. Je wilt als vrouw niet dat zo’n man snel weer de hort op gaat. Wanneer hij door de supermarkt loopt, filosofeert Nelissen over de gedachteloosheid waarmee we bekende zaken doen, en als hij op de radio hoort hoe naaktfoto’s van een aantal BV’s verspreid zijn via sociale media, leidt dat tot gedachtespinsels over de voor- en nadelen van status. Want het is toch vaak daar dat het schoentje wringt en waarom we zo graag op dat voetstuk staan: omdat ook sociale status evolutionair gezien waardevol is.

Mark Nelissen, Voetstuk. De bescheiden oorsprong van de mens, Ertsberg, 271 blz., 25,95 euro.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content