100 jaar na The Waste Land: T.S. Eliot, de dichter van de één procent

© Gettyimages

Een eeuw geleden publiceerde T.S. Eliot The Waste Land, het hoogtepunt van de modernistische poëzie. Wie was die ‘zwendelaar’, zoals Vladimir Nabokov hem noemde? Een portret van de radicale vernieuwer die tegelijk heel conservatief was.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Een uitloper van Hegel, een verkrachter van Dante en met zijn dunne lippen en koude hart de dorste figuur van deze eeuw’, oordeelde Elias Canetti over T.S. Eliot. Daar voegde Vladimir Nabokov aan toe dat hij een weerzinwekkende, tweederangs zwendelaar was, met een platte geest. ‘Weet je waarvan zijn naam een anagram is?’ deed de Russisch-Amerikaanse schrijver er steevast als illustratie van zijn eigen fijnzinnigheid nog een schepje bovenop. ‘Van toilets.

Mensen met een uitgesproken mening lokken over het algemeen uitgesproken reacties uit, en dat geldt zeker voor de Amerikaans-Britse schrijver en uitgever Thomas Stearns Eliot, die als een van de grondleggers van het modernisme in de literatuur wordt gezien. Amper vijfhonderd bladzijden poëzie schreef hij, vooral omdat hij niet in herhaling wilde vallen, maar het zijn wel vijfhonderd bladzijden die de geschiedenis hebben veranderd. Samen met Ulysses van James Joyce vormt zijn op 15 oktober 1922 gepubliceerde The Waste Land de absolute top van het modernisme. Het is een gedicht dat wílde afrekenen met een tijdperk dat in 1918 ten einde was gekomen en zocht naar een nieuwe toekomst voor de Europese cultuur.

Eliot liet zich in zijn poëzie meermaals denigrerend uit over de Joden.

Maar wie was die T.S. Eliot, die bij een aantal van zijn collega’s extreem afkerige gevoelens opriep maar in 1948 wel de Nobelprijs kreeg, ook al richtte de Zweedse Academie het telegram waarmee ze de schrijver op de hoogte bracht aan ene Mrs. T.A. Eliot. In een nieuw, sprankelend boek gaat de Nederlandse historicus en journalist Rob Hartmans op zoek naar de soms tegenstrijdige natuur van de man die, net als zijn tijdgenoten Ezra Pound, Louis-Ferdinand Céline en Ernst Jünger, conservatieve ideeën combineerde met uiterst modern werk.

Eliots en non-Eliots

Eliot werd in 1888 geboren in St. Louis, Missouri, destijds de op drie na grootste stad van de Verenigde Staten. Zijn vader was de eigenaar van een steenfabriek en een unitariër, een protestant die de dogma’s van de kerk afwees en er een strenge puriteinse moraal op na hield – goede daden stellen vinden unitariërs belangrijker dan bidden. Eliots familie was vanwege dat geloof in de 17e eeuw van Engeland naar Amerika gevlucht. Toen waren daar nog maar weinig kolonisten, waardoor zij zich verplicht zagen om binnen hun kleine kliek te trouwen en iedereen uiteindelijk van iedereen familie werd. Zo komt het dat Eliot naast heel wat presidenten ook de schrijvers Herman Melville en Nathaniel Hawthorne tot zijn familie kon rekenen. Als kind verdeelde hij de Amerikanen zelfs in drie categorieën: Eliots, non-Eliots en buitenlanders.

Zijn veilige maar bekrompen leven nam een wending ten goede toen hij aan Harvard University ging studeren, er de lossere zeden omarmde die gepaard gingen met drank en vrouwen en schunnige poëzie begon te schrijven, zoals het gedicht over de ontmoeting van Christoffel Columbus en King Bolo:

One day King Bolo’s big black Queen

That pestilential bastard

She rolled aboard Columbo’s ship

In a state not drunk, but plastered.

The chaplain he that good old man

That shy old whorehouse rascal

He slipped his prick inside het drawers

And buggered her (in the asshole).

Dat gevoel voor het scabreuze combineerde hij vaak met een feilloos oog voor wat het moderne stadsleven inhield: het lawaai, de haast, de vervreemding en de anonimiteit. Daardoor wisselde zijn poëzie constant en snel tussen bitter sarcasme en opperste lyriek. De openingsregels van The Love Song of J. Alfred Prufrock (1915), het eerste gedicht uit zijn eerste bundel, vormen daar een mooi voorbeeld van:

Let us go then, you and I,

When the evening is spread out against the sky

Like a patient etherised upon a table

Het was wellicht voor het eerst dat iemand de avond, het magische moment wanneer het licht plaatsmaakt voor het duister, vergeleek met een verdoofde patiënt op een operatietafel.

Alles is om zeep

In 1910 reisde Eliot naar Europa. Hij keerde een jaar later terug naar Harvard om er filosofie te studeren. In 1914 deed hij een uitwisselingsjaar in Oxford, waar hij Ezra Pound, Aldous Huxley en Wyndham Lewis leerde kennen. Een jaar later trouwde hij met Vivien Haigh-Wood en besloot te verzaken aan een carrière aan Harvard. In de plaats daarvan werd hij literatuurcriticus en leraar in een Engelse middelbare school, een job die hij al snel inruilde voor een betrekking bij de Lloyds Bank, waar hij het financiële nieuws bijhield in een tiental talen.

Ondertussen schreef hij poëzie. Die bracht hem in contact met de Bloomsburygroep, waar econoom John Maynard Keynes en Virginia Woolf deel van uitmaakten. ‘Een gepolijste, gecultiveerde, bedachtzame Amerikaan die zo langzaam praat dat het lijkt alsof elk woord voorzien is van een laklaagje’, beschreef de schrijfster Eliot in haar dagboek. ‘Het is wel vrij duidelijk dat hij onder de oppervlakte zeer intellectueel en intolerant is, met sterke eigen meningen en een poëtisch credo.’

Het bleek een rake beschrijving, want toen Eliot een paar jaar later The Waste Land publiceerde, bleek het gedicht radicaal vernieuwend. De meeste critici waren het erover eens dat het een caleidoscoop van een gedicht was, waarin geciteerd werd uit Homeros, Dante, Shakespeare, de Bijbel, het boeddhisme en de hindoe-Upanishaden, en Eliot ironie combineerde met een superioriteitsgevoel. Het is allemaal om zeep, zou je het gedicht wat karikaturaal kunnen samenvatten. Europa heeft zichzelf doodgevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog en van enig idealisme is geen sprake meer. Het grote Europese project, zo sterk verbonden met het christendom en een streven naar hogere waarden, heeft plaatsgemaakt voor het lege liberalisme. Dat wil het individu van iedere band bevrijden, maar is vooral een negatieve filosofie omdat ze na de afbraak geen opbouw kent. Het stond Eliot dus niet alleen tegen dat het liberalisme de wereld en het bestaan reduceerde tot de waarde van het geld, maar ook dat het geen moreel standpunt durfde in te nemen omdat het daarnaast ook tolerant wilde zijn. Alles wordt dan een privézaak, en tolerantie een dekmantel voor onverschilligheid. Of zoals historicus en renaissancespecialist Jacob Burckhardt het eerder uitdrukte: ‘Liberaal zijn is het makkelijkste wat er is.’

Niet voor het klootjesvolk

De grote malaise van zijn tijd was een misplaatst gevoel voor romantiek, stelde Eliot, en een te grote nadruk op de verbeelding in de literatuur. Al dat smachten en hijgen leidde alleen maar tot meligheid en een fout mensbeeld, terwijl goede literatuur de nadruk legt op ratio en empirie, en de emotie in de tekst laat spreken. Het hoeft daarom niet te verbazen dat hij de poëzie van John Keats, Lord Byron of Percy Bysshe Shelley maar niets vond en soelaas zocht bij 17e-eeuwse dichters als John Donne, George Herbert en Andrew Marvell. Hij plaatste hun classicisme dat voor orde, rede, hiërarchie, gemeenschap en traditie stond tegenover de chaos van de romantiek, die gepaard ging met ongebreidelde emotie, gelijkheidsidealen, democratie, individualisme, anarchisme en revolutie.

Het klinkt allemaal wat elitair, en dat was Eliot ook. Hij vond dat de Britse samenleving bestond uit brutaliteit aan de top, vulgariteit in het midden en bestialiteit aan de onderkant. Hij zei dat het idee dat iedereen naar school zou moeten gaan alleen maar tot de verlaging van het onderwijsniveau leidde, en in het gedicht Sweeney Erect (1919) portretteerde hij de arbeider als een orang-oetan, een roze wandelende penis in voortdurende staat van opwinding. Voor dat klootjesvolk schreef hij niet, maar wel voor de één procent bewuste mensen, zei hij. Het was trouwens voor hen dat hij in 1922 het tijdschrift The Criterion oprichtte en in het eerste nummer ervan The Waste Land plaatste, om hen de weg te tonen naar het grote Europese cultuurproject dat steeds meer in de verdrukking kwam. Toen hij de Italiaanse kunstcriticus Mario Praz vroeg een essay te schrijven over de Italiaanse invloeden in het werk van Geoffrey Chaucer, voegde hij er meteen aan toe dat Praz eventuele Italiaanse citaten in de oorspronkelijke taal moest laten staan, zodat de geletterde Engelse lezer zou beseffen dat hij in staat werd geacht de taal van Dante en Petrarca te begrijpen.

Maar maakt dat van Eliot een reactionaire schrijver? Hij wilde tot een traditie behoren die hij bij Homeros zag beginnen en die via de Grieks-Romeinse erfenis en het christendom tot in zijn tijd doorwerkte, maar die moest niet als iets statisch beschouwd worden. Hij vond dat iedere kunstenaar de taak had zich tot de traditie te verhouden en er creatief mee om te springen, om ze zo voort te zetten en te vernieuwen. Over Marcel Proust, van wie hij bekende maar weinig gelezen te hebben, schreef hij: ‘Ik weet zeker dat zijn werk een prachtige commentaar is op de wereld die bestaat en heeft bestaan, maar het is niet de ontdekking van een nieuwe.’ En daarmee was de kous af.

Rob Hartmans, T.S. Eliot, De vele gezichten van een conservatieve modernist, Spectrum, 272 blz., 24,99 euro.
Rob Hartmans, T.S. Eliot, De vele gezichten van een conservatieve modernist, Spectrum, 272 blz., 24,99 euro. © National

Hoe hij daar zelf mee omsprong, blijkt uit de eerste versie van The Waste Land. Die was meer dan 800 regels lang en werd door Ezra Pound gesnoeid tot 433 regels. Zowat alle narratieve passages schrapte hij, ook de 54 eerste regels, waardoor het gedicht nu begint met de wereldberoemde verzen die de lente beschrijven als een tijd van neergang in plaats van een nieuw ontwaken:

April is the cruellest month, breeding

Lilacs out of the dead land, mixing

Memory and desire, stirring

Dull roots with spring rain.

Winter kept us warm, covering

Earth in forgetful snow, feeding

A little life with dried tubers.

Het gedicht heette oorspronkelijk ook anders: He Do the Police in Different Voices, een zin uit Our Mutual Friend van Charles Dickens. Het bevatte heel wat verwijzingen naar het opgejaagde stadsleven en de Jazz Age. Eliot had hoge en lage cultuur samengebracht, net zoals Joyce dat met Ulysses had gedaan. Pound schrapte het grootste deel van die referenties, om het gedicht scherper te maken en het in te passen in de traditie zonder in te boeten op de contemporaine waarde ervan.

Antisemiet

Ezra Pound en T.S. Eliot bleven hun hele leven vrienden, ook al ging Pound op een bepaald moment helemaal de weg op van het fascisme. Hij bekende een bewonderaar van Mussolini te zijn, schreef ronduit antisemitische pamfletten en ook in zijn Cantos droop de Jodenhaat er soms af. Eliot publiceerde geregeld teksten van Pound in The Criterion, maar waakte er wel over dat alle antisemitische of fascistische connotaties geschrapt werden. Pounds fascistische pamflet Jefferson and/or Mussolini weigerde hij zelfs uit te geven.

Het was niet alleen zijn vriendschap met Pound die Eliot verdacht maakte in bepaalde kringen. In zijn poëzie liet hij zich meermaals bijzonder denigrerend uit over Joden, en in het essay After Strange Gods (1934) beweerde hij dat Joden een homogene samenleving in de weg stonden en daarom te mijden waren. In het openbaar zei hij vanaf 1934 geen slecht woord meer over Joden, maar in brieven maande hij schrijvers wel aan weg te blijven van Joodse uitgevers omdat ze te vrekkig zouden zijn. In 1941 protesteerde Eliot openlijk tegen de Jodenvervolging van Vichy-Frankrijk, maar een week later schreef hij aan een vriend dat het Joodse vraagstuk niet gesimplificeerd moest worden door voortdurend te hameren op het grote aantal Joden dat stierf. Futiel, noemde hij dat, want ‘een paar generaties veiligheid en ze zijn weer even talrijk als altijd’. Was Eliot een antisemiet? Volgens George Orwell niet meer of minder dan vele anderen in de jaren 1920, maar niet iedereen is daarvan overtuigd.

Dat Eliot vanaf zijn eerste bezoek aan Europa in 1910 met Charles Maurras had gedweept, de leider van de extreemrechtse, royalistische en antisemitische Action Française, sprak natuurlijk niet in zijn voordeel, zeker niet nu we weten dat vele leden van die organisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerden of functies bekleedden in Vichy. Eliot keerde zich wel al rond 1920 af van Maurras omdat hij niet overweg kon met de manier waarop zowel Maurras als de communisten en later de fascisten van politiek een religie probeerden te maken. De teloorgang van het christendom had bij veel mensen een spirituele leegte nagelaten, beweerde hij, en die vulden totalitaire regimes op door totaaloplossingen voor te stellen. Ze beloofden een oplossing voor alle problemen, en zo konden Lenin en Mussolini populair worden. Maurras dweepte bijvoorbeeld enorm met het katholicisme, al was hij zelf niet gelovig. Hij zag in het katholieke geloof een middel om zieltjes te winnen voor zijn zaak, wat hem uiteindelijk op een veroordeling door het Vaticaan kwam te staan. Eliot vond het volksverlakkerij en keerde zich in de jaren 1930 vol walging af van Maurras.

Wedergeboorte

Dat Eliot iets met het christendom had en hij dat niet door een of andere politieke beweging zou laten recupereren, was toen allang duidelijk. Zo schreef zijn vriend John Middleton in een kritiek op The Waste Land dat het gedicht geen ode was aan het classicisme, maar wel een door en door romantische tekst, geschreven door een dichter die zich wentelde in een zelfkwellend nihilisme: er is niets te zeggen, niets te doen, er is enkel het wachten op het wonder zonder erin te geloven. Zo’n man kan uiteindelijk alleen een katholiek worden, besloot Middleton. Dat kan vandaag misschien een scherpe analyse lijken, maar in die tijd lag ze een beetje voor de hand. De afkeer voor de rationalistische, materialistische, geestloze en gefragmenteerde wereld die voortkwam uit de verwoesting van de oorlog dreef meer schrijvers naar het katholicisme, zoals Evelyn Waugh en Graham Greene, en in ons taalgebied ook Frederik van Eeden.

Middleton kreeg gelijk, of toch deels. Op 29 juni 1927 liet T.S. Eliot zich dopen, in een anglicaanse kerk in plaats van in een katholieke. Nogal wat van zijn vrienden en collega’s begrepen het amper. Virgina Woolf beschreef het in een brief aan haar zus Vanessa Bell als volgt: ‘Ik had een bijzonder beschamend en verontrustend gesprek met de arme, lieve Tom Eliot, die we vanaf vandaag wel als dood mogen beschouwen. Hij is anglokatholiek geworden, gelooft in God en onsterfelijkheid en gaat naar de kerk. Ik was geschokt. Een lijk zou op mij nog geloofwaardiger overkomen dan hij. Ik bedoel, het heeft toch iets obsceens als een levend persoon bij de haard zit en in God gelooft.’

Ze had het toen niet meer over de T.S. Eliot van The Waste Land, noch over die van The Hollow Men (1925), dat het gevoel van verwoesting, ondergang en wanhoop nog verder uitdiepte. Ze had het over de Eliot van gedichten als Ash Wednesday (1930) en Journey of the Magi (1927), waarin de hoop op de redding van de mens gestalte kreeg en Eliot de weg naar de wedergeboorte wilde tonen.

In het eerste deel van zijn carrière was T.S. duister en wanhopig. Dat was wellicht niet alleen te wijten aan de toestand van de wereld maar ook aan zijn slechte huwelijk – Vivien zette hem neer als een slechte minnaar en hij haar als iemand met een aanleg voor verslavingen en psychische problemen. De literaire wedergeboorte van T.S. Eliot was geen spek voor ieders bek, maar ze was ongetwijfeld oprecht. Een dorre figuur of een zwendelaar was hij dus allerminst.

T.s. ElIOT

– 1888: geboren in St. Louis, Missouri, VS

– 1914: gaat in Engeland wonen. Werkt er als bankbediende en literair criticus

– 1922: richt het literaire blad The Criterion op

– schreef met The Waste Land (1922) en Four Quartets (1943) twee hoogtepunten uit de Engelstalige poëzie van de eerste helft van de 20e eeuw

– 1927: bekeert zich tot het anglicanisme en neemt de Britse nationaliteit aan

– 1948: krijgt de Nobelprijs

– 1965: sterft in Londen

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content