Brussels schepen Ans Persoons (Vooruit) wil stadsplanning gendergevoeliger maken: ‘Iedereen moet zijn plek krijgen in de stad’

De Europese wijk in Brussel. 'Steden zijn ingericht door en voor mannen, waardoor vrouwen zich er minder welkom en minder veilig voelen', zegt Ans Persoons © Belga

Brussel heeft een projectoproep gelanceerd om de inrichting van de stad vrouwvriendelijker te maken. ‘Gender moet structureel opgenomen worden in het beleid rond openbare ruimte en mobiliteit’, vindt Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte Ans Persoons (one.brussels-Vooruit).

Steden zijn ingericht door en voor mannen, en dat heeft gevolgen: vrouwen voelen zich er minder welkom en minder veilig. De stad Brussel wil daar iets aan doen. Schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte Ans Persoons (one.brussels-Vooruit) wil gender structureel integreren in de stadsplanning. Ze lanceerde begin mei een projectoproep voor initiatieven die Brussel een impuls kunnen geven in de richting van een gendergevoelige aanpak van stadsontwikkeling. Persoons: ‘Genderplanning vertrekt van het idee dat verschillende groepen verschillende noden hebben. In het verleden werd daar geen rekening mee gehouden: de stad is ingericht door en voor mannen.’

Samen met de schepen zitten we op de Nieuwe Graanmarkt in Brussel. Vanop een zitbank in de schaduw kijken we naar het basketbalveld waar enkele mannen een wedstrijdje aan het spelen zijn. ‘Wij zijn hier bijna de enige vrouwen op het plein’, zegt Persoons. ‘En we zitten op een bank die uitkijkt op sportende mannen.’ Zo is al het meubilair op de Nieuwe Graanmarkt gericht rond het centrale sportveld. Rondom het plein is het slecht verlicht, de banken zijn gericht naar het veld en er is alleen een urinoir.

‘Die inrichting zorgt ervoor dat mannen de Nieuwe Graanmarkt sterk domineren. Uit onze telling bleek dat op een dinsdagnamiddag 81 procent van de aanwezigen een man was. Op een zaterdagavond was dat 100 procent.’ Dat wil schepen Persoons veranderen. ‘Er moet opnieuw een evenwicht komen tussen mannen en vrouwen in de openbare ruimte. Daarom moeten we kijken naar hoe verschillend vrouwen en mannen die ruimte gebruiken.’

Al het meubilair op de Nieuwe Graanmarkt is gericht rond het centrale sportveld. © Belga

Stervrouwen

Ook Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) vindt dat iedereen zijn plek moet krijgen in de stad. ‘De openbare ruimte in de stad is voor velen het verlengde van hun huis’, vertelt de minister terwijl ze uitkijkt op de Noordwijk vanop de dertiende verdieping van haar kabinet. ‘Iedereen moet zich daar thuis en veilig voelen. Architectuur moet zich minder focussen op hoe een ontwerp oogt, maar meer op wie de ruimte gebruikt en hoe die de ruimte gebruikt.’

‘Iedereen moet zich thuis en veilig voelen in de stad want voor velen is de stad het verlengde van hun huis’
Elke Van den Brandt, Brussels minister van Mobiliteit (Groen)

Elke Van den Brandt, Brussels minister van Mobiliteit (Groen)

Vrouwen ervaren en gebruiken de stad heel anders dan mannen. Mannen bewegen zich voornamelijk in een lineair traject: van thuis naar het werk en terug, met de auto of de trein en steeds meer met de fiets. Vrouwen bewegen zich in een meer onderbroken traject en zijn vaak niet alleen op pad. Ze brengen de kinderen naar school, gaan werken, doen boodschappen, gaan langs bij hun ouders en halen dan de kinderen weer op. Daarvoor gaan ze vaker te voet of nemen ze het openbaar vervoer.

Het is niet zo dat mannen opzettelijk steden ontwerpen die vrouwen uitsluiten. Architectuur en stedenbouw zijn twee mannelijk gedomineerde werelden. Daardoor worden steden vanuit dat ene perspectief ingericht. Het onevenwicht manifesteert zich al in de opleiding. Interieurarchitect en ruimtelijke planner Els De Vos (UAntwerpen): ‘Toen ik studeerde had ik geen enkele vrouwelijke professor in mijn opleidingen Burgerlijk Ingenieur-Architectuur en later Stedenbouw. Tot september vorig jaar was er nog steeds geen voltijdse vrouwelijke professor in de vakgroep Architectuur aan de Universiteit van Gent. Nu is er een. Tijdens mijn opleiding leerde ik enkel over mannelijke architecten. In het derde jaar kwamen enkele stervrouwen aan bod, zoals Zaha Hadid.’

Ook de doorstroming naar de beroepen gebeurt niet gelijk. ‘De opleiding begint met evenveel vrouwelijke als mannelijke studenten,’ zegt De Vos, ‘maar veel vrouwen haken af tijdens de opleiding of stromen na hun studies niet door naar het beroep. Het (schijn)zelfstandige statuut van een architect biedt geen bescherming bij afwezigheid, waardoor vrouwen en zeker moeders vaker kiezen voor een administratieve job in de sector.’

Dat ervaart schepen Ans Persoons ook van dichtbij. ‘De projectontwikkelaars, architecten en juristen in de overlegcommissies zijn allemaal mannen. Daartegenover zit de overheid. Die wordt voornamelijk door  vrouwen vertegenwoordigd.’

‘Tot september vorig jaar was er nog steeds geen vrouwelijke professor in de vakgroep Architectuur aan de Universiteit van Gent’

Els De Vos, interieurarchitect en ruimtelijke planner (UAntwerpen)

De vrouw in de stad

Het onevenwicht tussen mannen en vrouwen in de openbare ruimte is historisch te verklaren. Ans Persoons: ‘Vrouwen bleven vroeger meer binnenshuis en mannen meer buitenshuis. Mannen gingen werken en vrouwen zorgden voor het huishouden.’

Door de emancipatie zijn vrouwen steeds meer in de stad terechtgekomen. Dat heeft het gedrag van mannen tegenover vrouwen ook mee vorm gegeven, vertelde de Canadese feministische geograaf Leslie Kern begin maart op een lezing in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. ‘De stad was een gevaar voor de zuivere status van vrouwen uit de hoge klasse. De vrouwen in de stad, zoals sekswerkers, waren een gevaar voor de burgerlijkheid van de stad. Mannen bedachten strategieën om het gedrag, de kleding, de seksualiteit en de verplaatsing van vrouwen te controleren. Vandaag gebeurt die controle door vrouwen te adviseren om “veilig te zijn”.’

Sociale ogen

Door het gedrag van mannen en de mannelijke inrichting van de stad voelen vrouwen zich minder welkom en minder veilig op straat. ‘We kunnen niet tolereren dat vrouwen plekken mijden en anders bewegen omdat ze zich niet welkom voelen’, vindt schepen Persoons.

We zitten nog altijd op de Nieuwe Graanmarkt. Een basketbal raakt verloren en rolt onze richting uit. Ondertussen is er op het bankje naast ons een groep scholieren komen zitten. Er zit één meisje tussen. ‘We hebben onlangs een bevraging gedaan bij middelbare scholieren uit de buurt’, vertelt Persoons. ‘Wie zich onveilig voelde op dit plein moest naar voren stappen: bijna alle meisjes deden een stap naar voren.’

‘We kunnen niet tolereren dat vrouwen plekken mijden en anders bewegen omdat ze zich niet welkom voelen’
Ans Persoons, Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte (one.brussels-Vooruit)

Ans Persoons, Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte (one.brussels-Vooruit)

Catcalling, lastiggevallen of achtervolgd worden. Het is voor veel vrouwen regelmatige kost als ze over straat wandelen. Stadsinrichting speelt daarbij een bepalende rol. ‘Hoe anders had Brussel eruitgezien als vrouwen vanaf het begin mee aan de ontwerptafel zaten?’ vraagt de schepen van Stedenbouw zich af.

Eerst en vooral was er meer en betere verlichting geweest. ‘Goede verlichting is nodig’, vertelt ruimtelijke planner Els De Vos. ‘Maar ook openheid is belangrijk. Creëer geen hoekjes en kantjes waarin je afgeschermd zit van de ogen van voorbijgangers. En zorg ook dat die sociale ogen, of toch het gevoel ervan, constant aanwezig zijn.’

Daarbij zijn multifunctionele wijken essentieel. De Vos: ‘Een mix van wonen, werken, winkelen en vrije tijd verzekert een natuurlijke sociale controle op elk moment van de dag.’ Dat benadrukt ook schepen Persoons: ‘De Noordwijk en de Leopoldswijk in Brussel hebben heel veel blinde gevels en parkeeringangen op de benedenverdieping. Als je daar als vrouw wandelt, voel je je heel onveilig. Door op het straatniveau woningen of horecazaken te voorzien, die ook ’s avonds leven, kun je dat verhelpen.’

Openheid en verlichting

Ook op het openbaar vervoer voelen vrouwen zich vaak niet veilig, al gebruiken ze het vaak. Daardoor nemen vrouwen ’s avonds liever nog een taxi die hen voor de deur afzet, dan dat ze aan een verlaten bushalte wachten, in een lege bus zitten en in het donker van de halte naar huis stappen. ‘Dat kunnen we niet aanvaarden’, vindt minister Van den Brandt. ‘Bij de renovatie van Brusselse metrostations, zoals de halte Centraal Station nu, zorgen we voor openheid, goede verlichting en zoveel mogelijk daglicht. Dat is er al in het metrostation Rogier. Elke nieuwe liftkoker die we installeren is volledig uit glas. Stewards proberen ook aanwezig te zijn in stations waar op bepaalde tijdstippen weinig reizigers zijn.’

‘We proberen de afstand tussen bushaltes te beperken tot 300 meter zodat iemand nooit te ver moet wandelen naar huis’, zegt Van den Brandt. ‘Behalve nachtbussen rijdt ook de collectieve taxidienst Collecto heel de nacht rond in Brussel. Voor slechts vijf euro word je opgehaald aan een bushalte, al dan niet met andere reizigers, en aan de deur afgezet. De nieuwe metrotoestellen maken we zo open mogelijk zodat iemand niet in een apart hoekje terecht kan komen waar die zich onveilig kan voelen.’ Ook genderplanning-expert Els De Vos benadrukt het belang van open toestellen: ‘Hoe ruimer de toestellen, hoe minder je opeen gepropt staat op spitsmomenten en hoe minder makkelijk mannen je ongewenst kunnen aanraken. Ook moet de chauffeur goed bereikbaar zijn.’

‘De nieuwe Brusselse metrotoestellen maken we zo open mogelijk’, zegt minister Van de Brandt. © Kabinet Elke Van den Brandt

Reageren op seksueel geweld blijft een pijnpunt. ‘Daarom’, zegt Van den Brandt, ‘geven wij opleidingen aan MIVB-personeel over hoe ze moeten reageren op situaties, maar ook op slachtoffers en hoe ze hen correct doorverwijzen. De MIVB hangt affiches op die reizigers informeren over seksueel ongewenst gedrag en hen sensibiliseren om erop te reageren. Er zijn al toneelstukken opgevoerd in stations om reizigers bewuster te maken. Verder zijn er alarmknoppen en hangen er noodnummers. De vraag is of die zichtbaar en bekend genoeg zijn.’

Tripchaining

Vrouwen ervaren de stad niet alleen anders, ze bewegen ook anders doorheen de stad, zegt Els De Vos. ‘Vrouwen doen aan tripchaining: ze maken meerdere stops op hun traject om bijvoorbeeld kinderen af te zetten onderweg naar het werk of om boodschappen te doen opweg naar huis. Ze reizen vaker te voet of met het openbaar vervoer.’

Het openbaar vervoer moet daarom betaalbaar zijn. Elke Van den Brandt: ‘Kinderen tot 12 jaar reizen gratis in Brussel, en tot ze 25 jaar zijn, betalen ze twaalf euro per jaar. Er bestaan ook sociale kortingen voor reizigers met een leefloon. Verder experimenteren we met nieuwe formules die afgestemd zijn op de noden van de reizigers. Denk aan een honderdrittenkaart voor thuiswerkers of een ticket met een langere duurtijd voor vrouwen die meerdere stops doen op hun traject.’ 

Daarnaast moeten metro’s, trams en bussen toegankelijk zijn voor iedereen, vindt Van den Brandt. ‘De nieuwe Brusselse metrotoestellen zijn ruim genoeg voor buggy’s, de busingangen maken we breed en de nieuwe trams krijgen zelfs een kleine ramp die uitgeklapt kan worden als de afstand naar de grond toch nog te groot is.’

De dienstregeling speelt eveneens een belangrijke rol. ‘In plaats van de dienstregeling af te stellen op het gebruik van een lijn,’ vertelt Van den Brandt, ‘kijken we nu naar wat de vraag is. We ontwikkelen een app waarin we alle vervoersmaatschappijen (MIVB, NMBS, TEC en De Lijn) bundelen. Daaruit zullen we ook data krijgen over logische trajecten in Brussel die nu nog niet bestaan.’ Want de noden van vrouwen zijn anders. ‘Vrouwen’, stelt professor De Vos, ‘reizen vaker voor kortere afstanden. Daarom moeten er voldoende stops op een lijn zijn. Ook moeten de verschillende lijnen en vervoersmiddelen goed op elkaar zijn aangesloten. Een hoge frequentie is ook belangrijk.’ Dat is in Brussel het geval. ‘De intervallen’, zegt minister Van den Brandt, ‘tussen trams, metro’s en bussen zijn gemiddeld drie tot vijf minuten lang. We werken er ook aan om de weekendintervallen te beperken.’

Hangen en zijn

Hoe meer het openbaar vervoer is afgesteld op de noden van vrouwen, hoe minder zij zich uitgesloten zullen voelen. De uitsluiting van vrouwen in de publieke ruimte manifesteert zich al van jongs af aan. Ans Persoons: ‘Slechts 27 procent van de kinderen tussen 9 en 11 jaar die buiten spelen zijn meisjes. Van de kinderen die de sportinfrastructuur gebruiken, is maar 15 procent een meisje.’

‘Slechts 27 procent van de kinderen tussen 9 en 11 jaar die buiten spelen zijn meisjes’
Ans Persoons, Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte (one.brussels-Vooruit)

Ans Persoons, Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte (one.brussels-Vooruit)

Dat onevenwicht moet hersteld worden, vindt ook professor Els De Vos. ‘Er is een hiërarchie in het ruimtegebruik: bovenaan staan de mannen, daarna volgen de jongens en vervolgens de meisjes. Pleinen zijn vaak ingericht voor mannen en jongens en bestaan daarom voornamelijk uit sportvelden. Die moeten er zeker zijn, maar het is belangrijk om te diversifiëren in de invulling van een park of plein. Creëer verschillende zones door landschappelijke gelaagdheid. Installeer verschillende speeltuigen en gezellige zitplekken. Uit onderzoek blijkt dat meisjes graag avontuur hebben, dus plaats een speelheuvel of een waterpartij.’

Het Sint-Franciscuspark in Schaarbeek voorziet zowel sportinfrastructuur als avontuurlijke speelheuvels. © Nel Lauwerier

Zitbanken zijn fundamenteel, benadrukt schepen Persoons, terwijl ze wijst naar de parking achter het basketbalveld op de Nieuwe Graanmarkt. ‘De parking zal verdwijnen en in de plaats creëren we gezellige zithoeken die niet uitkijken op het sportveld. In een workshop met scholieren gaven de tienermeisjes aan dat ze een plek willen waar ze vooral samen kunnen hangen, babbelen en zijn.’

Ondertussen dringt de plasgeur van het urinoir achter ons door onze neuzen. ‘Hier moet dringend een vrouwentoilet komen’, zegt Persoons. Openbare toiletten ontbreken voor vrouwen, en dat werkt heel uitsluitend, zegt ruimtelijke planner Els De Vos. ‘Sanitair zegt veel over de positie die iemand in de samenleving heeft. Het verschil in het aantal openbare mannen- en vrouwentoiletten, maar ook in de wachttijden tussen mannen- en vrouwentoiletten, verduidelijkt hoe ongelijkwaardig we zijn. Vrouwen hebben zich erbij neergelegd dat ze lang moeten wachten aan een toilet. Of dat als ze in de stad rondwandelen, ze waarschijnlijk ergens zullen moeten betalen om te plassen. Of dat ze zelfs helemaal niet kunnen gaan, zoals in de lockdown problematisch was.’

Op de workshop rond de herinrichting van de Nieuwe Graanmarkt gaven tienermeisjes aan dat ze gezellige zithoeken, meer verlichting en meer groen en een vrouwentoilet willen op het plein. © Kabinet Ans Persoons

Vergeten vrouwen

De beeldvorming in de straat zegt ook iets over de positie van de vrouw. ‘Mannelijke straatnamen en beelden zetten de toon over wie er belangrijk is in de samenleving’, legt De Vos uit. Ook dat onevenwicht moet hersteld worden. Persoons: ‘We moeten de vergeten vrouwen opnieuw hun plek in de geschiedenis en op straat geven. Als je overal mannen ziet, krijg je het beeld dat zij de stad hebben gemaakt en dat alleen zij belangrijk zijn en het verdienen om getoond te worden. Daarom veranderen we stelselmatig straat-en pleinnamen naar vrouwennamen. Telkens als dat in de media verschijnt, kunnen lezers nadenken over wie die vrouw was en wat die voor Brussel betekent heeft.’

Oorlogsduif

Lola Dirkx, medewerker op het kabinet van Stedenbouw en Openbare Ruimte, vindt het belangrijk dat er aandacht is voor ‘normale’ vrouwen. Ze wijst in de richting van de Vismarkt. ‘Het monument voor de oorlogsduif’, zegt Dirkx, ‘is een beeld van een vrouw met blote borsten met een vredesduif in de hand. De vrouwelijke standbeelden die er zijn, zijn vaak vrouwen die iets symboliseren. Terwijl het standbeeld hier op de Nieuwe Graanmarkt van Jean-Baptiste Van Helmot gaat over wanneer hij heeft geleefd en wat hij heeft verwezenlijkt.’

Net als er in de architectuuropleiding volgens Els De Vos niet mag gefocust worden op stervrouwen die zich opboksen tegen de mannenwereld, mag er in het straatbeeld volgens Ans Persoons ook niet alleen gefocust worden op indrukwekkende vrouwen. ‘Alle mannen mogen middelmatig zijn, maar vrouwen moeten uitmuntend zijn. Er zijn veel vrouwen die op andere niveaus iets voor Brussel hebben betekend. Zo vernoemden we een straat naar Eunice Osayande. Zij was een Brusselse sekswerker die slachtoffer was van mensenhandel. Ze werd in 2018 vermoord door een klant. Ook die vrouwenstrijd moet gevisualiseerd worden’, zegt Persoons.

‘We veranderen stelselmatig straat-en pleinnamen naar vrouwennamen om zo de vergeten vrouwen terug hun plek te geven’, zegt schepen Persoons. © Kabinet Ans Persoons

Ook de MIVB vervrouwelijkt stelselmatig haltenamen. ‘Zo werd’, zegt Van den Brandt, ‘de bushalte Park hernoemd naar de Amerikaanse burgerrechtenactiviste Rosa Parks. De Leopold II-tunnel werd de Annie Cordytunnel. Het kunstwerk op de tunnelmuren, dertig portretten van Brusselse vrouwen, stelt de plaats van de vrouw in de openbare ruimte ter discussie.’ Kunst speelt een belangrijke rol in de vrouwelijke beeldvorming, meent ook Els De Vos. ‘Op de muren van de metrohalte Madou zijn ook portretten geschilderd. In de plaats van dat reizigers botsen op reclameposters die vaak de vrouw objectiveren, kijken ze nu op de gezichten van vrouwen uit de buurt.’

‘Alle mannen mogen middelmatig zijn, maar vrouwen moeten uitmuntend zijn’
Ans Persoons, Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte (one.brussels-Vooruit)

Ans Persoons, Brussels schepen van Stedenbouw en Openbare Ruimte (one.brussels-Vooruit)

Evenwicht herstellen

Om een stad veiliger en vriendelijker te maken voor vrouwen, moet gender dus structureel opgenomen worden in het beleid rond openbare ruimte en mobiliteit. ‘Bij de inrichting van een plein’, vertelt schepen Persoons, ‘wordt er systematisch rekening gehouden met het patrimonium, de vergroening en de mobiliteit. Op termijn moet er ook een gendercommissie komen die het gebruik van verschillende vrouwen integreert in het beleid: een moeder die met haar kind reist, een meisje dat buiten speelt of een jonge vrouw die na het uitgaan naar huis gaat.’

Bereikt de kennis de praktijk? Mobiliteitsminister Elke Van den Brandt: ‘Er is enorm veel expertise over het thema gender en diversiteit. Ik heb zelf gewerkt op het Expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit van de Vrije Universiteit Brussel. Het valt op hoe weinig kennis daarvan doorstroomt naar het beleid.’

Metrostation Madou. ‘In de plaats van dat reizigers botsen op reclameposters die vaak de vrouw objectiveren, kijken ze nu op de gezichten van vrouwen uit de buurt’, zegt Els De Vos. © Nel Lauwerier

Naast wetenschappelijke kennis moet er ook praktische kennis zijn, zegt Els De Vos. ‘Participatieprojecten zijn heel belangrijk, maar die bereiken vaak alleen de witte man uit de middenklasse. Zulke bijeenkomsten zijn meestal op tijdstippen waarop vrouwen voor de kinderen zorgen. Je kunt hun aanwezigheid bijvoorbeeld stimuleren door kinderopvang te voorzien.’

‘Vrouwen vormen meer dan de helft van de bevolking en worden nog steeds behandeld als een minderheid’

Els De Vos, interieurarchitect en ruimtelijke planner (UAntwerpen)

Even belangrijk is om niet te wachten totdat de burgers tot jou komen, meent schepen Persoons. ‘Voor de heraanleg van de Nieuwe Graanmarkt organiseerden we naast avondvergaderingen ook workshops met buurtscholen waarin de leerlingen hun ideale plein konden bouwen met legoblokken. Op het plein zelf hebben we de mening van de basketters en andere gebruikers gevraagd.’ Daarnaast organiseert Brussel inleefwandelingen met vrouwen. Minister van den Brandt: ‘Projectleiders gaan dan met een groep vrouwen wandelen door de stad. De vrouwen geven zo een kijk in hun beleving van de openbare ruimte en kunnen aanbevelingen doen over de verlichting of de inrichting van groene zones.’

Vrouwen moeten hun stem krijgen in de inrichting van de stad. Alleen zo kan het evenwicht hersteld worden. Els De Vos: ‘Vrouwen is vaak geleerd om te zwijgen en te doen wat er moet gebeuren. Dat moet veranderen. Vrouwen vormen meer dan de helft van de bevolking en worden nog steeds behandeld als een minderheid.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content