De kans is groot dat wij tijdens ons leven nog geconfronteerd worden met de verwoestende gevolgen van de opwarming van de aarde - iets waar de mens deels zelf verantwoordelijk voor is. Maar wist u ook dat het zou kunnen dat robots onze job afpakken en een eigen bewustzijn krijgen, waardoor ze ons helemaal niet meer nodig hebben? En is het u ook al opgevallen dat de gelijkenissen tussen het interbellum en deze tijd wel héél duidelijk zijn? Om van het consumentisme, dat van ons zielloze wezens in plaats van actieve burgers maakt, nog maar te zwijgen.
...

De kans is groot dat wij tijdens ons leven nog geconfronteerd worden met de verwoestende gevolgen van de opwarming van de aarde - iets waar de mens deels zelf verantwoordelijk voor is. Maar wist u ook dat het zou kunnen dat robots onze job afpakken en een eigen bewustzijn krijgen, waardoor ze ons helemaal niet meer nodig hebben? En is het u ook al opgevallen dat de gelijkenissen tussen het interbellum en deze tijd wel héél duidelijk zijn? Om van het consumentisme, dat van ons zielloze wezens in plaats van actieve burgers maakt, nog maar te zwijgen. Philipp Blom strooit in Wat op het spel staat met doembeelden alsof het snoepgoed is. En in zekere zin klopt dat zelfs: terwijl vooruitgangsoptimisten, zoals in Vlaanderen Maarten Boudry, een vast publiek hebben gevonden, zijn ook pessimisten als Blom aardig in trek bij mensen die nu eenmaal een aanleg hebben voor donkere gedachten. Wat op het spel staat zou bij hen in de smaak kunnen vallen, ware het niet dat Blom haast een karikatuur van het genre van de doemboeken heeft gemaakt. Als hij de gevaren van de klimaatverandering werkelijk zo ernstig neemt als hij schrijft, had hij er beter meer aandacht aan besteed dan het ene hoofdstukje waarmee hij er zich nu van afmaakt. Dat geldt voor al zijn dystopische vooruitzichten. Blom jaagt ze erdoor in een tempo dat niet onder hoeft te doen voor dat van sociale media als Twitter. De kennis is bovendien meestal geleend van andere auteurs, wat samen met inzichten die hij aan zijn eerdere (vaak zeer lezenswaardige) boeken ontleende, nog het meeste op knip-en-plakwerk lijkt. Zit er achter al die gevaren dan misschien één overheersende verklaring? Nee, niet echt. Of Philipp Blom doet toch weinig moeite om ze aan te wijzen. Liever schrijft hij, in het tweede deel, zijn analyse van de politieke toestand van vandaag eens neer: het gaat in de ogen van Blom tussen de liberale droom van een al te vrije markt, en een autoritaire droom van een ommuurde vesting. Er zit zo weinig originaliteit in die passages dat mij elke zin ontbreekt om ze verder samen te vatten. Wat op het spelt staat raakt natuurlijk wel belangrijke thema's aan. We leven in een rare tijd. Veel mensen hebben het gevoel dat ons iets boven het hoofd hangt, zonder al goed te kunnen zien wat het precies is. Dat zelfs grote intellectuelen door zulke angsten, twijfels en onzekerheden worden getroffen, bewijst Blom met verve. 'Tegelijkertijd', schrijft hij op de laatste pagina, 'heb ik nog nooit een boek geschreven dat me zoveel hoop gaf dat mensen er over dertig of veertig jaar hartelijk om moeten lachen, als een grappig voorbeeld van waar mensen zich nog maar één generatie geleden zorgen over maakten.' Het zal Blom vast niet plezieren, maar bij momenten werkt zijn hysterische requiem van deze tijd nu al een klein beetje op de lachspieren.