'Sommige bewoners met dementie zijn echt bang voor ons. Dat komt door het lange blauwe schort, het mondmasker, het gezichtsscherm en de handschoenen die we moeten dragen. Het is zelfs al gebeurd dat bewoners me probeerden te slaan omdat ze me zo niet herkenden. Met die dikke, warme kledij aan is het ook moeilijker om iemand vast te pakken, uit bed te halen of in bad te stoppen. Dat maakt ons werk ook fysiek zwaarder. Al ben ik natuurlijk wel blij dat we die bescherming hebben.
...

'Sommige bewoners met dementie zijn echt bang voor ons. Dat komt door het lange blauwe schort, het mondmasker, het gezichtsscherm en de handschoenen die we moeten dragen. Het is zelfs al gebeurd dat bewoners me probeerden te slaan omdat ze me zo niet herkenden. Met die dikke, warme kledij aan is het ook moeilijker om iemand vast te pakken, uit bed te halen of in bad te stoppen. Dat maakt ons werk ook fysiek zwaarder. Al ben ik natuurlijk wel blij dat we die bescherming hebben. Wat een verschil met de situatie in juni, toen ik hier begon te werken. Doordat er geen besmettingen meer waren, verliep het dagelijkse leven weer grotendeels normaal. De cafetaria was open, de kapper en de pedicure kwamen langs en onze bewoners mochten weer bezoek ontvangen. Mijn collega's en ik moesten nog wel een mondmasker dragen en onze temperatuur werd elke dag gemeten, maar verder konden we ons werk doen zoals we gewoon waren. Dat veranderde toen het virus aan het eind van de zomer ons woonzorgcentrum binnensloop en steeds meer bewoners besmette. Tot op vandaag zijn we er met man en macht tegen aan het vechten. Zelfs de directeur en collega's van de administratie draaien als dat nodig is mee in de zorg. Die samenhorigheid voelt heel goed, allemaal samen stáán we er voor onze bewoners. Wel zijn mijn collega's en ik heel bang voor het virus. Niet zozeer om zelf besmet te raken, maar wel om een van de bewoners aan te steken. Op dit moment mogen ze maar een halfuur per week bezoek ontvangen achter plexiglas. Dus zijn wij de enigen die hen nog kunnen besmetten. Die verantwoordelijkheid is zwaar om te dragen. Telkens als ik boodschappen doe of het openbaar vervoer neem, voel ik me schuldig. Wat als ik daar besmet raak en vervolgens een bewoner aansteek? Daar lig ik letterlijk wakker van. Zeker sinds de grootouders van mijn vriend in acht dagen tijd allebei aan het coronavirus zijn gestorven. Plots kwam het wel erg dichtbij. Het gevolg is dat ik nog veel voorzichtiger ben dan ik moet zijn. Gaat er op het openbaar vervoer iemand naast me zitten, dan sta ik vaak op. Ik heb ook de neiging om de hele tijd mijn handen te ontsmetten en deuren doe ik zo veel mogelijk met mijn ellenboog open. Soms word ik er zelf een beetje gek van. Ik ben ook altijd bang als ik mijn oma, die hier op een andere afdeling woont, ga bezoeken. Ik heb een heel bijzondere band met haar. Zij is een van de redenen waarom ik ontslag heb genomen in het woonzorgcentrum waar ik al zeven jaar werkte en hier aan de slag ben gegaan. Ik vreesde dat het anders wel eens moeilijk kon worden om haar geregeld te blijven zien. Maar ik wil haar natuurlijk niet besmetten, of het virus van haar afdeling op onze bewoners overbrengen. Onze afdeling is lange tijd relatief gespaard gebleven, maar nu hebben verschillende mensen symptomen. Gisteren is iedereen getest en dus wachten we met een bang hart de resultaten af. Op een gesloten afdeling kan het virus snel rondgaan, want het is ontzettend moeilijk om mensen met dementie zover te krijgen dat ze afstand van elkaar houden of in hun kamer blijven. Sommigen zijn meteen alweer vergeten dat je hun dat hebt gevraagd. Sinds een tijd worden mijn collega's en ik elke week getest. Zo'n coronatest is allesbehalve aangenaam en zelfs een beetje pijnlijk, en ik ben elke keer weer ontzettend zenuwachtig voor het resultaat. Wie positief test maar geen symptomen heeft, wordt naar de covidafdeling overgeplaatst. Dat zou ik echt niet fijn vinden, want ik blijf liever op mijn vertrouwde afdeling. Al begrijp ik natuurlijk wel waarom het zo werkt. De toestand is hier nog altijd heel erg. Eerlijk gezegd kan ik me zelfs moeilijk voorstellen dat het ooit weer helemaal zoals vroeger wordt. Ik denk dat de angst altijd een beetje zal blijven. Bij mij toch.'